Revolution in the head

gekocht: Revolution in the Head van Ian McDonald
The Beatles’ records and the sixties

Revolution in the HeadRevolution in the Head met daarin een analyse van alle 178 Beatles songs verscheen voor het eerst in 1994 en is sindsdien een onmisbaar standaardwerk geworden. McDonald stierf in augustus 2003 terwijl de derde druk nog in voorbereiding was, bijna een jaar na het overlijden van George Harisson. Als naslagwerk heeft de derde druk uit 2005 nu een vaste plek gekregen bij mij naast de Beatles LP’s onder mijn draaitafel. Elk Beatlesnummer wordt door McDonald van zowel historisch als muziektechnisch commentaar voorzien en daarbij komen de gegevens over de bezetting en opnamedata. McDonald oogste ook kritiek met zijn benadering. Alles wat er na 1970 in de muziek gebeurd is, blijft voor hem slechts een verwerking van wat er in het decennium daarvoor gemaakt is. Ik vind dat trouwens wel een aantrekkelijke tunnelvisie. De popmuziek uit de sixties is waarschijnlijk de invloedrijkste uitdrukkingsvorm van de counter culture, die sindsdien mainstream is geworden voor bijna iedereen die na 1945 geboren is. En die tegencultuur was doordrenkt van geestverruimende middelen die de revolution in the head een handje hielpen.

In this essay, Mac Donald argues that the Beatles represented a meeting-point between three cultural trends that were crucial to the 1960s (at least in the economically developed world): that is, a materialistic individualism that formed the main stream of popular thought and behaviour; the revolutionary radicalism of the New Left; and the psychedelic pacifism of the so-called „hippy„ movement. MacDonald reaches the unusual conclusion that the New Left and the hippies had little lasting influence upon the mainstream, and that, if anything, they represented reactions against it.
 
MacDonald begins by remarking that the 1960s was the decade in which various cultural phenomena that had been current in elite circles for some time came to spread throughout society. The most significant of these was the collapse of religious belief in favour of a materialistic viewpoint that, according to MacDonald, eroded the idea that happiness was to be deferred until the afterlife, or for future generations. This viewpoint fostered the notion that instant gratification is permissible and is, in any event, made feasible by a period of economic well-being, and by technological developments that made available a wide range of pleasure-giving goods and services – from labour-saving domestic devices to hi-fi systems and hallucinogenic drugs. In short, the deferential, staid 1950s gave way to the sensual, libertarian 1960s.
 
Bron: Revolution in the Head [en.wikipedia.org]

John Lennon door Alan Altridge, 1981Het psychedelische jaar 1967 kwam niet zomaar uit de lucht vallen. In de eerste helft van de zestiger jaren waren de voortekenen al zichtbaar. Voor The Beatles zorgden Rubber Soul (1965) en Revolver (1966) voor de grote ommekeer, de weg naar binnen. Ook heel letterlijk. De reden waarom de band vanaf eind 1965 de studio indook had een even praktische als banale oorzaak. Door de constante massahysterie in het publiek konden ze zichzelf niet meer horen spelen! De weg naar binnen werd paradoxaal ook een weg naar buiten, een ontdekkingsreis door onbekende werelden met tangerine trees and marmalade skies

The Beatles on making Sgt. Peppers

Revolution in the Head bevat een chronologie van bijna 80 pagina’s van januari 1960 (The Quarry Man) tot december 1970 (het officiële einde van The Beatles), met daarin van maand tot maand alle belangrijke data over The Beatles, de overige (pop)muziek en politieke en culturele gebeurtenissen.

The Beatles Channel [ youtube.com ] | The Beatles [nl.wikipedia.org] | thebeatles.com

zelfhulp voor narcisten

deze maand verschijnt een nieuwe essaybundel van Coen Simon
Waarom we onszelf zoeken maar niet vinden
Coen Simon - Waarom we onszelf zoeken maar niet vindenWie ben ik? Wat kan ik? Wat voel ik? De tijdschriften- en boekenindustrie tiert welig op deze vragen. Maar het samenstellen van lijstjes over jezelf kan in het oneindige doorgaan, want jezelf zul je niet vinden.
 
In zeven persoonlijke essays maakt Coen Simon korte metten met de heersende zelfhulpcultuur, die zich inmiddels tot in alle uithoeken van onze samenleving heeft genesteld. Iedereen zijn eigen feestje, zijn eigen mening, zijn eigen lichaam, zijn eigen leven en zelfs zijn eigen dood. Simon analyseert niet alleen scherp hoe ego-cultuur leidt tot massacultuur en levenskunst tot schaamteloosheid, hij biedt ook een uitweg: geef je over aan het ritme van de wereld en word wie je bent! Waarom we onszelf zoeken maar niet vinden is de beste zelfhulp voor narcisten.
 
Bron: coensimon.nl

Je moet je schaamte niet willen verliezen

Het pijnlijke schaamrood op de kaken van de tiener. Of de schaamte over de opmerking die je gisteren hebt gemaakt in een overmoedige of erg kritische bui. Beschouw die gêne niet als een vervelend gevoel, betoogt Coen Simon, maar als een voorwaarde om met anderen om te gaan.

(essay van Coen Simon in het septembernummer van Filosofie Magazine)

Theirs is the Glory

gisterenavond in Andere Tijden : Theirs is the Glory
reconstructie van de Slag om Arnhem uit 1946

Het is 31 jaar geleden dat a bridge too far (1977) in de bioscopen draaide. Weer 31 jaar daarvoor verscheen een minder bekende maar zeker zo interessante film over de Slag om Arnhem in de Engelse bioscopen. Theirs is the Glory (1946) werd nauwelijks een jaar na de mislukte Operation Market Garden gefilmd in de puinhopen van Arnhem en Oosterbeek. Het bijzondere is dat alle militairen die in deze film te zien zijn, een jaar eerder daadwerkelijk hadden meegevochten. De documentaire in Andere Tijden vond ik wel een beetje tegenvallen omdat er maar een paar korte fragmenten uit de film getoond werden. Gelukkig kun je op youtube veel meer zien uit deze en andere films over de Slag om Arnhem.

Theirs is the Glory
opnamen uit de zomer van 1945
in Arnhem en Oosterbeek
Theirs is the Glory is opgenomen in de zomer van 1945, in de puinhopen van Oosterbeek en Arnhem. Drie maanden na de bevrijding lagen de sporen van de oorlog daar nog letterlijk op elke straathoek. Kogelgaten, ingestorte muren en daken, schuttersputjes, sporen van granaatinslagen. Er waren straten waar geen huis meer overeind stond. De verwoesting was totaal, kortom: een prachtig decor voor een oorlogsfilm. Zeker als de acteurs ook nog eens zichzelf spelen.
 
Wie kijkt naar Theirs is the Glory ziet geen acteurs die soldaatje spelen, maar échte militairen die naspelen hoe ze nog geen jaar eerder vochten op leven en dood. Er komt geen professionele acteur in de film voor. Elke militair die je ziet heeft daadwerkelijk meegevochten in de Slag om Arnhem. Hetzelfde geldt voor alle artsen, verplegers en verpleegsters in de film. Allemaal hebben ze in september 1944 middenin het oorlogsgeweld gezeten, en nog geen jaar later speelden ze hun eigen belevenissen na onder leiding van de Britse filmmakers.
 
Bron: anderetijden.nl
Hotel Hartenstein
Hotel Hartenstein in Oosterbeek waarin nu het Airborne Museum gevestigd is

Andere Tijden zendt regelmatig uniek filmmateriaal uit. Op 26 april 2005 werd bijvoorbeeld de Duitse propagandafilm Sprung in den Feind getoond met daarin geënsceneerde beelden over de Duitse inval in Nederland, mei 1940.

(…) Sprung in den Feind vrij vertaald De vijand besprongen, is (…) helemaal nagespeeld. Er is geen enkel echt oorlogstafereel te zien – en dat maakt het natuurlijk tot zo„n keurige film. Een film over een gerechtvaardigde, eerlijke, succesvolle oorlog, gevoerd door correcte, dappere, goed uitziende soldaten. En de vijand die zich overgeeft, dat is het Nederlandse leger. Kortom, Sprung in den Feind gaat over de Duitse inval in Nederland, mei 1940 – Maar dan in Duitse ogen, bedoeld voor het Duitse volk.
Bron: geschiedenis.vpro.nl

Andere Tijden | Theirs is the Glory