vluchten in schoonheid

de Prerafaëlieten en de Aesthetic Movement in Nederland
Museum Mesdag Den Haag, 13 februari – 18 mei
Gelijktijdig met John Everett Millais is in Museum Mesdag in Den Haag Vluchten in schoonheid te zien. De invloed van de Prerafaëlieten op Nederlandse kunstenaars staat centraal in deze tentoonstelling. Hoewel Nederlandse kunstenaars al vrij snel kennis konden nemen van deze nieuwe Engelse kunststroming via tentoonstellingen in onder andere Frankrijk, duurde het enige tijd voordat de beeldtaal van de Engelse kunstenaars in ons land navolging kreeg.
Vluchten in schoonheid
Matthijs Maris (1839-1917), die in Londen woonde, was één van de eerste Nederlanse schilders die in aanraking kwam met de Prerafëlieten. Ofschoon hij dit zelf vaak ontkende, zijn in zijn werk voorbeelden aan te tonen die onder invloed van de Prerafaëlieten zijn vervaardigd. Hiermee vormt Matthijs Maris een uitzondering binnen de Haagse School. Zijn schilderijen, maar vooral etsen en tekeningen hebben Nederlandse kunstenaars van een latere generatie onder wie Jan Toorop (1858-1928), Antoon Derkinderen (1859-1925), Richard Roland Holst (1868-1938) en Antoon van Welie (1866-1956) beïnvloed. Deze kunstenaars werden eveneens geïnspireerd door de mystieke en poëtische beelden van sprookjesprinsessen en dromerig kijkende vrouwen van hun Engelse collega’s, waarbij zij gebruik maakten van dezelfde literaire bronnen en beeldtaal.
 
De tentoonstelling is in twee delen verdeeld. De meeste nadruk ligt op Matthijs Maris (1839-1917). Het is sinds lange tijd dat een groot aantal tekeningen en schilderijen van deze kunstenaar te zien is in een presentatie. Het tweede deel laat de andere kunstenaars zien die onder invloed van Maris en de Engelse Prerafaëlieten hebben gewerkt. Deze laatste kunstenaars bewogen zich ook op het vlak van de kunstnijverheid, toegespitst op Gemeenschapskunst. In Nederland stond deze richting onder invloed van de Arts and Crafts Movement van William Morris, die op zijn beurt nauwe contacten onderhield met de Prerafaëlieten.
 
Bron: museummesdag.nl

pronto?

vandaag is het 132 jaar geleden dat Alexander Graham Bell
en Thomas Watson het eerste telefoongesprek voerden
Alexander Graham BellIn 1873 werd Alexander Graham Bell hoogleraar in de spraakfilosofie te Boston. De periode die volgde was erg belangrijk voor het leven van Bell en voor de techniek: Hij vond een techniek uit waardoor je door middel van elektrische stroomvariaties geluid over kon brengen. In 1876 wierf hij patent op deze uitvinding. In 1854 was er namelijk door een Italiaan al een mechanische telefoon uitgevonden. Eigenlijk was het helemaal niet de bedoeling van Bell om deze mechanische telefoon uit te vinden, hij had een nieuw en beter soort telegraafsysteem willen ontwikkelen. In 1874 krijgt Bell een veel beter idee: Hij denkt dat het mogelijk moet zijn om de menselijke stem via elektromagnetische signalen over te brengen. Om dit project te realiseren werkt Bell samen met Thomas Watson en op 10 maart 1876 voeren Bell en Watson het allereerste telefoongesprek via elektromagnetische signalen.
the day is coming when telegraph wires will be laid on to houses just like water or gas and friends will converse with each other without leaving home.

Bell was zelf erg goed bewust van het grote belang dat zijn uitvinding zou hebben, kort nadat hij de telefoon had uitgevonden schreef hij naar zijn vader: “De dag is gekomen dat telegraafpalen bij elk huis zullen staan net als er water en gas is in elk huis. Vrienden zullen met elkaar praten zonder het huis te hoeven verlaten”.
 
Bron: scholieren.com

wat gebeurde er nog meer op 10 maart?