geen systeembeheerder

Was für eine Philosophie man wähle, hängt davon ab,
was für ein Mensch man ist. ( Johann Gottlieb Fichte )
Het vergaat de meeste systeemfilosofen met hun systeem als de man die een groot kasteel gebouwd heeft en er zelf in het koetshuis naast gaat wonen

( Søren Aabye Kierkegaard )

Hegel Kierkegaard
De systeemfilosoof G. W. F. Hegel en de levensfilosoof Søren Aabye Kierkegaard
Søren Aabye Kierkegaard war der Sohn eines dänischen Kaufmanns. Unter dem Einfluss seines frommen Vaters wurde er in der Kindheit stark von der lutherischen Theologie beeinflusst. Nach einem Studium der Theologie und Philosophie betätigte er sich als Magister und Prediger in Kopenhagen. Weil er seinen hohen Ansprüchen nicht zu genügen glaubte, löste er seine Verlobung mit Regine Olsen auf und zog sich aus dem beruflichen Leben zurück.
 
Von 1841-42 lebte Kierkegaard in Berlin, wo er den Vorlesungen Schellings beiwohnte, die ihn mit den Gedanken Hegels vertraut machten. Bald zog er jedoch nach Kopenhagen zurück, wo er nun als Schriftsteller wirkte und sich in polemischen Schriften mit der dänischen Staatskirche anlegte, der er eine Verkehrung des biblischen Christentums vorwarf.
 
In Auseinandersetzung mit der Dialektik Hegels wandte Kierkegaard sich durch einen radikalen Individualismus gegen spekulative Systeme. Das philosophische Werk trägt stark autobiographische Züge; wie sein Vater litt auch Kierkegaard zeitlebends an Schuldgefühlen, die ihn immer wieder in schwere Depressionen stürzten. Seine Werke reichen von fiktiven Romanen bis zu theologischen Streitschriften und sind meist in der Dialogform gehalten. Zudem gab er sie unter wechselnden Pseudonymen heraus, die häufig lediglich einem Buchstaben entsprachen, wie “A” oder “B”. Zentral in Kierkegaards Werk sind die Begriffe Existenz und Angst, sowie Freiheit und Wahl/Entscheidung.
 
Bron: raffiniert.ch/skierkegaard.html

Aforismen van Kierkegaard

overgave

Gelezen: jezelf aanvaarden, durven leven vanuit het geloof
door Romano Guardini
Ik moet het ermee eens zijn
te leven binnen de beperkingen
die mij gesteld zijn

Weer eens gelezen in het mooie essay van Romano Guardini waarover ik twee jaar geleden hier al iets schreef.

GuardiniDe daad van zelfaanvaarding is de wortel van alle dingen. Ik moet het ermee eens zijn de persoon te zijn die ik ben. Ik moet het ermee eens zijn dat ik de eigenschappen heb, die ik heb. Ik moet het ermee eens zijn te leven binnen de beperkingen die mij gesteld zijn. De klaarheid en de moed van deze aanvaarding is de grondslag van het hele bestaan.

Romano Guardini (1885-1968)
is een existentieel theoloog: zijn levensloop is sterk verbonden met zijn theologisch denken. Guardini is een gepassioneerd denker, geen „kamertheoloog„ die een groots systeem uitbouwt. Zijn theologie vertrekt uit het concrete leven. Hij wil de wereld, de waarheidservaring als uitgangspunt nemen. Elke theologische verhandeling is voor hem resultaat van een affectief proces. Biddend theologiserend maakt hijzelf een worsteling met de materie, en door deze worsteling komt hij tot een inzicht, tot een standpunt. Theologie raakt heel zijn wezen. Zijn denken heeft daardoor iets visionairs: hij heeft het gevaar dat de mens bedreigt, gezien, en wil hem redden. Zowel zijn kenleer als zijn theologie zijn doordrongen van het besef dat het geloof een overgave is aan God, en in deze zin ten diepste toe een sprong, die niet rationeel verhelderd kan worden. Overgave is het sleutelwoord. Zijn theologie is veel meer spiritualiteit dan exacte theologie. Weten, handelen en bidden, gaan voor hem samen.

GuardiniGuardini’s voornaamste zorg is hoe de christen zijn bestaan moet beleven in de wereld van vandaag, die gekenmerkt wordt door wetenschap en techniek, en dus door een zeer sterk gegroeide macht van de mens over anderen en over zijn wereld. Gedurende heel zijn theologische werk worstelt Guardini voortdurend met de vraag hoe de christen zich moet gedragen in een dergelijke wereld. Hij vraagt zich af hoe het christelijke bestaan in de diepe zin van het woord zich verhoudt tot een wereld die steeds minder God centraal stelt, en steeds meer de wereld en de mens.

Het antwoord op deze vragen zal hem leiden tot een bepaalde visie op de geschiedenis, een methode om de wereld te begrijpen vanuit theologisch perspectief en tevens tot een krachtige waarschuwing aan de mensen van deze wereld, in het bijzonder de christenen. Guardini is een denker die vanuit een theologisch perspectief de moderne wereld beschouwt, om van daaruit de christen op te roepen deze wereld Godwaardig te houden en daardoor tevens menswaardig. Deze veelomvattende taak ziet hij zonder meer als zijn theologische roeping.

Bron: wikipedia

Boeken van Guardini bij Matthias Grünewald Verlag | Romano Guardini im Internet

het www onder de hersenpan

Augustinus over de onpeilbare diepten van de geest
Wat ben ik dan, mijn God? Wat ben ik voor een wezen? Leven ben ik, veelsoortig, veelvormig leven, leven van een geweldige onmetelijkheid!
Groot is dat vermogen dat mijn geheugen is: het is op de een of andere manier iets huiveringwekkendst, mijn God, die diepe, onbegrensde veelvoudigheid! En dat geheugen is mijn geest, dat ben ik zelf! Wat ben ik dan, mijn God? Wat ben ik voor een wezen? Leven ben ik, veelsoortig, veelvormig leven, leven van een geweldige onmetelijkheid! En zie, in de velden en grotten en de holen van mijn geheugen, ontelbare vele en in ontelbare veelheid gevuld met ontelbaar veel dingen, die zich daar bevinden door hun beelden, zoals alles wat stoffelijk is, of door hun eigen aanwezigheid, zoals wetenschap en kunst, of door ik weet niet wat voor begrippen of merktekens, zoals de aandoeningen van de geest, die de geest, ook terwijl hij ze niet meer ondergaat, door het geheugen vasthoudt, aangezien alles wat zich in het geheugen bevindt zich in de geest bevindt-daar, te midden van al die dingen loop ik heen en weer, vlieg ik her en der; ik dring er ook tussen, zover ik kan, en nergens is er einde of een grens: zo groot en zo machtig is het geheugen, zo groot en zo machtig is het leven in de mens, die aan de dood onderhevig leeft.
 
(Bron: Belijdenissen van Augustinus, Tiende Boek)
het geheugen
En zie, in de velden en grotten en de holen van mijn geheugen, ontelbare vele en in ontelbare veelheid gevuld met ontelbaar veel dingen, die zich daar bevinden door hun beelden