Philokalia [5]

Evagrios van Pontus: De Antirrhetikos
De strijd tegen de boze gedachten

De Antirrhetikos van Evagrios is niet opgenomen in de Philokalia, maar het is wel een van zijn bekendste werken. Waarschijnlijk is Evagrios de eerste monnik die de hartstochten ‘systematisch’ beschrijft. Het tweede geschrift van Evagrios dat in de Philokalia is opgenomen (Texts on Discrimination in respect of the Passions and Thoughts) handelt over de hartstochten. Evagrios noemt ze ook wel: boze geesten en vergelijkt de strijd die we tegen hen moeten voeren met een veldslag:

Van de boze geesten die de praktike bestrijden, staan in de krijg vooraan zij die tot taak hebben te prikkelen tot gulzigheid, die ons geldzucht influisteren, en die ons verleiden om menselijke eer te zoeken. Alle overigen stappen achter hen aan en geven hun die door de eersten gewond zijn, een volgende behandeling. Want niemand kan in de handen van de geest van ontucht vallen , als hij niet eerst aan de gulzigheid bezweken is. En niemand kan trillen van toorn, als hij geen spijzen, geld en eer najaagt. En niemand kan aan de boze geest van treurigheid ontsnappen, als hij het derven van al deze zaken niet heeft meegemaakt. Ook ontkomt niemand aan de hoogmoed, het eerste voortbrengsel van de duivel, als hij het derven van al deze zaken niet heeft meegemaakt.
Verhandeling over allerlei slechte gedachten, vertaling door Christofoor Wagenaar ocso
En niemand kan trillen van toorn, als hij geen spijzen, geld en eer najaagt.

Zijn leerling Cassianos neemt zijn indeling van de acht boze geesten over en via zijn geschriften bereikt deze de Westerse traditie waarin ze bekend worden onder de zeven hoofdzonden. Evagrios onderscheidt vraatzucht, lust, hebzucht, woede, droefheid, lusteloosheid, ijdele glorie en trots. Tegenover elke hartstocht plaatst hij een deugd. Om de boze gedachte te bestrijden, schrijft hij de Antiherrhetikos , een methode om met teksten uit de Heilige Schrift (vooral de Psalmen) God’s hulp te zoeken en de boze gedachte een halt toe te roepen.

Isenheimer Altar
De boze geesten in actie,
volgens de laat-Middeleeuwse schilder
Matthias Grünewald
Uit de Antirrhetikos
 
Tegen de lust
2.26 Against the soul that thinks that voluptous thoughts are more powerful than the commandments of God that are given to us in order to shake off this passion
Ps 17:43 I will disperse them like dust in the wind, like the dung in the streets will I tread them underfoot.
 
Tegen de neerslachtigheid
4.11.For the soul that is cast into gloom because of disturbances at night and imagines it will become perpetually dismayed [i.e. mentally unbalanced] because of its terror:
Lev 26:6-7 And I will give peace in your land, and you shall sleep, and none shall make you afraid; and I will destroy the evil beasts out of your land.
 
Tegen de lusteloosheid
6.12. Against the thoughts of acedia that tear down my hope:
Ps. 26:13 I believe that I shall see the good things of the Lord in the land of the living.
 
Tegen de trots
8.493. For the proud demon calling itself “god“.
Mt 15:11 not what goes into the mouth defiles a man, but what comes out of the mouth, this defiles a man.
 
Bron: ldysinger.com

Psalmody and Prayer in the Writings of Evagrius Ponticus
This book explores the writings of Evagrius Ponticus. It seeks a connection between the seemingly disparate aspects of Evagrius„ mystical theology by approaching the relationship between psalmody and prayer from three perspectives. First, Evagrius„ life, works, and spiritual doctrine are presented, followed by a description of the monastic discipline of psalmody as practised by Evagrius and his contemporaries;
EvagriosEvagrius texts on the interrelationship between psalmody and prayer are then considered. Second, Evagrius„ recommendations on the usefulness of psalmody in healing of the passions are discussed. Finally, the biblical scholia are studied, which facilitate what Evagrius called „undistracted psalmody„, that is, contemplation by means of the words used in psalmody of the person of Christ and of Christ’s salvific work within creation.
Bron: oxfordscholarship.com

A Corpus of Evagrios’ Writings | Evagrius Ponticus by Luke Dysinger

Twee landschapsschilders

de schilders Willem Roelofs (1822-1897) en Paul Gabriël (1828-1903)

Ik heb ze altijd met elkaar verward. Want allebei in Amsterdam geboren, in Brussel gewoond, geschilderd in o.a. Veenendaal en als enige coloristen van de Haagse School, haal je ze gemakkelijk door elkaar. Daar komt nog bij dat Paul Gabriël, toen het met schilderen maar niet wilde vlotten (De Prins der Landschapsschilders B.C.Koekoek bij wie hij in Kleve schilderlessen volgde, zei dat er geen schilder in hem school), in Brussel bij de zes jaar oudere Willem Roelofs in de leer ging. Hier kreeg hij het schilderen echt in zijn vingers. Paul Gabriël was net als Willem Roelofs een echte colorist en in tegenstelling tot andere schilders van de Haagse School zag hij in het Nederlandse landschap meer dan alleen maar gekleurde grijzen.

Paul Gabriel
Paul Gabriël, Het Drielse veer
“ons land is gekleurd sappig vet, vandaar onze schoone gekleurde en gebouwde runderen, hun vleesch melk en boter, nergens vind men dat zoo”
Alhoewel ik er zelf wat knorrig uit kan zien houd ik er veel van dat het zonnetje in het water schijnt, maar buiten dat, ik vind mijn land gekleurd en wat mij bijzonder opviel wanneer ik uit den vreemden kwam: ons land is gekleurd sappig vet, vandaar onze schoone gekleurde en gebouwde runderen, hun vleesch melk en boter, nergens vind men dat zoo maar ze worden ook door dat sappige vette land gevoed-ik heb vreemdelingen dikwijls horen zeggen, die Hollandsche schilders, schilderen allemaal grijs en hun land is groen- wanneer men jong is word men naar buiten gezonden om te studeren in een gekleurde natuur en later moet men den grijze Schilderijen schilderen, een ensemble bordpapier met hier en daar een kleurtje en dat heet poëzie; dat heeft bij mij veel weg van meubelmakerij op de atelier bedacht en het wordt dikwijls een opgaaf als of het niet anders kan…
Paul Gabriël in een brief aan A.C. Loffelt, 29 mei 1901
Bron: schilderijen1850-1950.com

Roelofs en Gabriël hebben allebei in Veenendaal geschilderd. Ze werkten in de jaren vijftig van de 19e eeuw in Oosterbeek, waar rond die tijd veel schilders verbleven. Vanuit Oosterbeek werden vaak uitstapjes ondernomen en zo ontdekte Roelofs en Gabriël het turfdorp aan de Grift. Ze schilderden o.a. aan het Benedeneind dat sterk aan Giethoorn doet denken. Ik stel me voor dat mijn betovergrootvader, die toen aan het Benedeneind gewoond moet hebben, de schilders wel eens in zijn boerderijtje heeft uitgenodigd en een kom room (glas melk) voor ze heeft ingeschonken. Maar waarschijnlijk was daar geen sprake van. De schilders waren stadse jongens en leefden in een wereld die voor de vrome boeren goddeloos en bedreigend moet zijn geweest.

Roelofs
Rivierlandschap, een vroeg schilderij (1842) van Willem Roelofs toen hij nog sterk onder invloed stond van de romantische school
Wij scheiden kleur en tekening af, omdat wij dat wel moeten. Maar de natuur doet dat niet. Zij geeft niet iets een vorm om het daarna te kleuren. Vorm en kleur zijn inherente eigenschappen van het voorwerp, dat ons te schilderen is gegeven. Verwaarlozen wij een van beiden, dan geven wij slechts de helft.
Willem Roelofs over zijn schilderijen

Philokalia [4]

Evagrios van Pontus over het gebed

EvagriosEvagrios heeft veel geschreven. We kunnen zijn geschriften grofweg in twee categorieën verdelen: de Praktikos en de speculatieve geschriften. De vaders die de Philokalia hebben samengesteld, hebben van Evagrios drie werken uit de eerste categorie geselecteerd.

De speculatieve geschriften van Evagrios staan sterk onder invloed van Origenes (c. 185- c.254) en worden binnen de Orthodoxe Kerk niet gelezen. Over het Gebed, de vierde tekst van Evagrios die in de Philokalia is opgenomen, werd door de samenstellers toegeschreven aan de hl. Nilos de asceet, een tijdgenoot van Evagrios die hem ongeveer 30 jaar overleefd heeft. Waarschijnlijk is deze tekst na het Tweede Concilie van Constantinopel (553) opzettelijk onder een andere naam verspreid omdat alle geschriften van Evagrios verbrand moesten worden. Wij zijn geneigd om dit bevel als uiterst negatief te zien, maar dat komt misschien ook omdat we vaak nauwelijks nog beseffen hoe schadelijk bepaalde gedachten voor het geestelijk leven kunnen zijn. De speculatieve geschriften van Evagrios leunen op de leer van Origenes en kunnen beter ongelezen blijven. In 553 werd het anathema uitgesproken over de geschriften van Origenes en indirect op de geschriften van zijn volgelingen (waaronder ook Evagrios werd gerekend):

Anathema
“If anyone does not anathematize Arius, Eunomius, Macedonius, Apollinaris, Nestorius, Eutyches and Origen, as well as their impious writings, as also all other heretics already condemned and anathematized by the Holy Catholic and Apostolic Church, and by the aforesaid four Holy Synods and [if anyone does not equally anathematize] all those who have held and hold or who in their impiety persist in holding to the end the same opinion as those heretics just mentioned: let him be anathema.”
Bron: Fifth Ecumenical Council: Constantinople II, 553

Gelukkig onderscheidde men de praktische van de theoretische, speculatieve geschriften van Evagrios en werden vertalingen van zijn Praktikos onder een andere naam verspreid. Evagrios werd uiteindelijk (gedeeltelijk) gerehabiliteerd, zij het wat laat. Want pas aan het einde van de negentiende eeuw werd hij weer uit de vergetelheid gehaald. Het werk Over het Gebed is een compositie van 153 teksten. Deze is weer verdeeld in vijf reeksen.

De eerste reeks gaat over de voorbereidingen voor het gebed:

Iconenhoek1. Wanneer je het welriekende reukwerk wilt bereiden, bestaande uit doorzichtige wierook, kaneel, kruidnagel en hars, meng ze dan naar gelijk gewicht volgens de wet (Exodus 30: 34). Zij zijn de vier deugden. Want als zij volledig zijn en onderling gelijk, zal het verstand niet verraden worden.
 
2. Een ziel die zich gereinigd heeft door de volheid van de geboden, geeft zo een hechte ordening aan het verstand, dat dit geschikt wordt om de begeerde staat te verwerven.
 
3. Het gebed is de omgang van het verstand met God. Welke staat behoort het verstand bereikt te hebben om zich onverstoorbaar te kunnen richten op zijn eigen Heer, en zonder bemiddeling met Hem om te gaan!
 
4. Als Mozes, toen hij het aardse brandende braambos tachtte te naderen, weerhouden werd totdat hij zijn sandalen had uitgetrokken (Exodus 3:5), zou dan jij, die de boven alle waarneming en begrip Verhevene wil zien en met Hem spreken, je niet eerst van elke hartstochtelijke gedachte moeten ontdoen?
 
(Nederlandse vertaling door Christofoor Wagenaar, ocso)
[ Engelse vertaling naast Griekse grondtekst ]

Teksten van Evagrios in de Philokalia (Deel I)
Outline Teaching on Asceticism and Stillness in the Solitary Life
Texts on Discrimination in respect of Passions and Thoughts
Extracts from the Texts on Watchfulness
On Prayer: 153 Texts

A Corpus of Evagrios’ Writings | Evagrius Ponticus by Luke Dysinger