pixels smeren

De creativiteit kruipt waar ze niet gaan kan…

Painter IX is het mimetische programma bij uitstek. Het simuleert traditionele teken- en schildertechnieken zo natuurgetrouw dat het virtuele materiaal reageert op de virtuele ondergrond en op de druk die er met de digitale tekenpen wordt uitgeoefend. Maar achter het virtuele handwerk schuilen in werkelijkheid kille reeksen enen en nullen. Reden waarom veel analoge kunstenaars het digitale tekenen en schilderen verketteren, omdat deze manier van tekenen en schilderen gevoelloos zou zijn.

Maar voor mij is deze onnatuurlijke manier van tekenen en schilderen een gevolg van het digitale tijdperk waarin we leven en voel ik mij uitgedaagd hier commentaar op te geven en met het medium op het medium te reageren. Ik geloof er geen bal van dat digitale kunst per definitie gevoelloos is. Ooit werd de fotografie ook verketterd maar al snel werd het een gerespecteerde kunstvorm.

Creativiteit kent geen grenzen, dus waarom zou digitaal schilderen eigenlijk niet creatief kunnen zijn? Natuurlijk mis ik als analoge schilder de fysieke kracht en de geur van olieverf. En daar liggen voor mij vooral de beperkingen van het digitale medium. Maar er zijn wel weer heel andere factoren, zoals de reproduceerbaarheid en de controleerbaarheid, die de creativiteit stimuleren.

verpakking Painter IX
Sinds oktober 2004 ben ik in het bezit van bovenstaande digitale schilderkist. Niet zo leuk als de verpakking van het legendarische Painter 3 ( geleverd in een echt verfblik ), maar wel met een veel betere inhoud.

Sinds een paar dagen ben ik aan het werk met Painter IX Natuurlijk in combinatie met een Wacom tekentablet anders werkt het niet. De komende periode zal ik hier dagelijks een digitale tekening of schildering laten zien.

meer over Painter op mijn website www.mimesis.nl

Duik in het diepe

De vraag naar de waarheid veronderstelt scheiding.
“Wie ben ik?” kan ik bijvoorbeeld alleen vragen als ik mijzelf nog niet goed genoeg ken, als er tussen mijn zijn en mijn bewustzijn een kloof gaapt, dus als ik nog van mijzelf ben gescheiden. Nietzsche heeft deze schijnbare tegenstrijdigheid vastgelegd in de uitspraak: “Word die je bent.”
Je moet dus ‘buiten jezelf zijn’ om jezelf de vraag naar je eigen waarheid te kunnen stelen. Je wilt de waarheid over jezelf achterhalen om eindelijk in het volle bezit van jezelf te zijn. Je wilt thuis zijn bij jezelf. De precaire situatie van het zoeken naar waarheid is die van het ‘buiten’. Je bent van jezelf gescheiden, en het is het bewustzijn dat die scheiding aanbrengt. Niet het zijn, alleen het bewustzijn stelt waarheidsvragen. Omdat het bewustzijn scheiding aanbrengt, wordt het ook als pijnlijk ervaren: het berooft ons van de onmiddellijke lichtheid van het bestaan.”

Zo begint Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? van Rüdiger Safranski. Zaterdag kreeg ik het boek binnen en nu ligt het op mijn nachtkastje. Het is niet mijn eerste boek van Safranski. Ik heb inmiddels zes boeken van hem die uitstekend in het Nederlands vertaald zijn (o.a. door Mark Wildschut) waaronder drie monografieën over Schopenhauer, Nietzsche en Heidegger.

boeken van Safranski

Hij heeft een heldere stijl en het vermogen om filosofische vraagstukken toegankelijk maken zonder daarbij de complexiteit uit het oog te verliezen. Met zijn enorme parate kennis is hij in staat citaten van verschillende denkers aan elkaar te koppelen om zo een gedachtegang te illustreren. Zijn betoog is meestal goed getimed met hier en daar een vermakelijke annekdote, zonder dat dit ten koste gaat van de diepgang. Integendeel, op filosofisch entertainment kun je Safranski niet betrappen. Meestal neemt hij je op de eerste bladzijde al direct mee naar het diepe.

Sommige alinea’s zijn zo geconcentreerd in betekenis dat je ze meer keren moet lezen. Het is een soort peilen van de diepte, een inspanning die de lezer ( gelukkig ) zelf moet doen. Bijvoorbeeld in de opening van het hoofdstuk over Rousseau:

We zijn altijd al binnen voor we merken dat we binnen zijn. We merken het als zich iets aandient en aan ons opdringt dat we als buiten ervaren. Het buiten is het vreemde. Volwassen worden betekent dat een merkwaardige chemie ons met dit vreemde vermengt en de evidentie van een zuiver innerlijk verloren gaat.
Het genie van Jean-Jacques Rouseau bestaat uit niets anders dan dat hij aan die evidentie van het innerlijk heeft vastgehouden of die heeft herontdekt en met een polemische energie tegenover de buitenwereld heeft ingezet, met onafzienbare gevolgen voor onze cultuur; een buitenwereld die zich door deze tegenstelling onvermijdelijk als universum van de vervreemding moet voordoen.”

Interview met Rüdiger Safranski in De Groene