my favourite things [ 7 ]

Afgelopen zomer bezocht ik in museum Het Valkhof in Nijmegen de schitterende tentoonstelling Spiegel van de Russische Ziel, waarbij de iconen uit Pskov de meeste indruk op mij maakten. Maar ik was ook zeer verrast door een tentoonstelling in een tentoonstelling, ingericht in een intiem kabinet. Een Russisch Sprookje heette dit pareltje en was een initiatief van Albert Lemmens en Serge-Aljosja Stommels, beiden verzamelaars van Russische boekkunst en grafiek uit de 20e eeuw. Een deel van hun verzameling werd getoond en bij deze gelegenheid was ook een klein boekje uitgegeven. Ik heb het onmiddellijk aangeschaft en dankzij de voortreffelijke documentatie op de begeleidende CD Rom is het mijn belangrijkste wegwijzer voor Russische grafiek geworden.

 
Zhar-Ptitsa (de Vuurvogel) Svirel Slavianina, Moskou : Skorpion, 1907. De omslag is getekend door Konstantin Somov de belettering is van Dobujinsky.

De Russische boekkunst uit de 20ste eeuw staat vaak nog onder invloed van de 18e- en 19e-eeuwse Luboks. Dat is een genre uit de Russische volkskunst: prenten voor de gewone man. Acht jaar geleden bezocht ik in het museum Het Catherijneconvent een tentoonstelling Engelen, monniken en demonen over de Russische lubok. Daarvan heb ik ook de catalogus in mijn bezit. Zo heb ik tezamen met het boekje Een Russisch Sprookje een aardige opstapje voor de Russische grafiek. Het Internet brengt mij vervolgens verder.

Russian Lubok

gedoemd om eeuwig te varen

gezien: Russian Ark van Alexander Sokurov

Van Russische regisseurs zijn we wel wat gewend als het de lengte van een take betreft. Zo moest in de slotscene van Tarkovski’s zwanenzang Het Offer het huis van de hoofdpersoon opnieuw opgebouwd en weer in brand worden gestoken omdat de eerste take mislukt was en de regisseur het per se in één take gefilmd wilde zien.

Maar Alexander Sokurov heeft met zijn film Russian Ark volgens mij de langste take uit de filmgeschiedenis op zijn naam staan: de film bestaat namelijk uit één take. Verbluffend, als je bedenkt wat een timing dit van een regisseur en de spelers vereist.

De camera vertegenwoordigt in de film de blik van een regisseur die wordt meegenomen in het Hermitagemuseum van Sint Petersburg in het begin van de 18de eeuw. Daar ontmoet hij een 19de eeuwse Franse diplomaat met wie hij samen een wandeling gaat maken door de zalen van het Hermitage. Deze wandeling wordt tegelijkertijd ook een reis door de Russische geschiedenis, met cynische commentaren over de Russische en Europese identiteit.

Russian Ark
Het Hermitagemuseum wordt niet alleen symbolisch voorgesteld als een ark en drager van de kultuur, maar ook heel letterlijk als een schip met vele passagiers dat deint op de golven van de geschiedenis.
Russian Ark
Een arbeider wordt geconfronteerd met de blinde vlek in zijn (historisch) bewustzijn. Hij weet eigenlijk niet wie de twee mannen op het schilderij van El Greco zijn. En hoe zou hij moeten weten wat er van de mens terecht komt als hij niet eens weet wat er in het Evangelie geschreven staat?
Russian Ark
Tenslotte blijft de 19e eeuwse diplomaat achter in de zaal waar zojuist het laatste bal van de laatste Russische tsaar Nicolaas II gehouden is. Hij weigert met de camera mee naar buiten te gaan en sluit zich daarmee op in de geschiedenis.

Helemaal aan het einde van de film glipt de camera met de gasten mee naar buiten en eindigt met een blik op de dampende oever van de Neva. De regisseur mompelt in zichzelf dat de diplomaat nooit te weten is gekomen wat hij nu weet. Dat de geschiedenis altijd doorgaat en dat we allemaal gedoemd zijn te varen en eeuwig te leven. Een magistrale film.

Hermitage Museum Virtual Tour

my favourite things [ 6 ]

Vorige week donderdag was ik sinds lange tijd weer eens bij De Slegte. Na enig snuffelwerk vond ik een mooi bundeltje grafiek van de Belgische graficus Frans Masereel Het kostte slechts € 3,50. Als je een liefhebber van grafiek bent, mag je zoiets niet laten liggen.

Masereel
omslag van de grafiekbundel Masereel bijeengebracht door Joris van Parys en uitgegeven door Houtekiet, Antwerpen 1996

Masereel’s houtsneden zijn krachtig en direct en zijn een mooie uitdrukking van de tijdgeest van het interbellum. Vooral zijn drie geïllustreerde anti-oorlogbundels uit de twintiger jaren zijn sterk en vormen een visuele aanklacht in schreeuwend zwart-wit. Masereel blijft zijn hele leven trouw aan de houtsnede. Maar zijn latere werk verliest wel aan kracht en is voor mij vaak teveel een herhaling van het voorafgaande.

Ik heb altijd gevonden dat, van de verschillende grafische technieken, de houtsnede de meest eenvoudige, eerlijke en directe techniek is (…). Ze is eenvoudig, omdat er slechts een paar werktuigen aan te pas komen – guts, burijn of mes – en een blok hout, langs- of kopshout. Ze is eerlijk omdat je niets kunt bijwerken, opsieren, wegmoffelen, voorgoochelen. Direct en ten slotte, omdat ze de kijker bij de eerste oogpslag direct boeit met de wisselwerking van zwart en wit.
Frans Masereel

biografie van Frans Masereel