de schilder en zijn broodheer [ 8 ]

Bernard Blommers en Andrew Carnegie 1912
 

Doordat de overheid zich als geïnstitutionaliseerde mecenas terugtrekt, worden veel kunstenaars die ooit afhankelijk waren van subsidie, nu gedwongen een knieval te maken voor „de markt„. In veel gevallen moeten deze kunstenaars om te overleven, net als vroeger, weer de persoonlijke en commerciële belangen gaan dienen van rijke particuliere opdrachtgevers.

Een serie over de schilder en zijn opdrachtgever in de periode 1712-1912. Aflevering 8: Bernard Blommers en Andrew Carnegie

De Haagse schilder Bernard Blommers (1845-1914) is een van de schilders van de Haagse School. Net als Jozef Israels schilderde hij het leven van arme vissers in Scheveningen of Katwijk. Qua thematiek sluit zijn werk aan bij het sociaal realisme maar zijn stijl herinnert aan de Hollandse genretaferelen van de zeventiende eeuw.

studie van CarnegieIn 1912 kreeg de toen 67-jarige schilder een van de meest prestigieuze opdrachten van zijn carrière: een portret van Andrew Carnegie, die toen na Rockefeller de rijkste man ter wereld was. Deze opdracht heeft hij waarschijnlijk mede te danken aan zijn rondreis door de Verenigde Staten in 1904. Daar had hij het erelidmaatschap van de Artclub in Philadelphia gekregen. In Washington werd hij zelfs ontvangen door president Theodore Roosevelt. Dat Blommers acht jaar later werd uitverkoren om Andrew Carnegie te schilderen, komt waarschijnlijk omdat hij in Amerika al roem vergaard had én uit Den Haag kwam. Carnegie was namelijk de man achter het Vredespaleis in Den Haag dat op dat moment in aanbouw was. Het portret was bestemd voor het Vredespaleis waar het zich nog steeds bevindt. Nadat hij de opdracht had aangenomen, nam Blommers samen met zijn vrouw in 1912 de boot naar Amerika om daar zijn opdrachtgever te portretteren. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om verschillende musea te bezoeken. Ook kreeg hij een interview met de New York Times waarin hij vertelde over zijn techniek:

I never make a drawing first before I begin a portrait, or a picture. I paint right away, and draw with the brush and with color. I look first, last, always for tone. I use a very simple palette, and no medium. I have many pictures going at one time, and I work on the one I feel the most, and I work months and years on one picture, searching always for beauty of tone, for atmosphere, for envelopment, for simplicity.
 
Bron: New York Times, “Here to Paint Carnegie,“ February 20, 1912
portret van Andrew Carnegie
Bernard Blommers 1913
portret van Andrew Carnegie voor het Vredespaleis in Den Haag
I look first, last, always for tone.
I use a very simple palette
and no medium.

Bernard Blommers in the NY Times

Blommers voltooide zijn portret in 1913 en keerde daarna met zijn vrouw terug naar Nederland. Ze bezochten voor hun terugkeer nog twee van hun kinderen die naar de Verenigde Staten geëmigreerd waren. Blommers overleed op 15 december 1914.

Een man van vrede [ vredespaleis.nl ] | meer uit deze serie

oh! Makita!

voor René, vrij naar En rade (1930) van Jan Engelman

Makita BDF 452Oh! Makita!

Man van vijftig
harde werker
boort gaten en schroeft graag
zoekt trouwe hulp

Ze zeggen
dat jij de beste bent
the one and only

Makita mi guapa
Makita asbest
Makita Zanzibar
Oost West, thuis best

Witter dan Harlow
en harder dan Bogie
Play it again, Mak!

Makita Calcutta
Makita draait door
Makita Lolita
Makita next door

makita.nl

man wanted

zondagmiddag gezien op Een: The Postman always rings twice (1946)

The Postman always rings twiceDe detectiveromans van Raymond Chandler (1888-1959), James M. Cain (1892-1977) en Dashiell Hammett (1894-1961) werden in de jaren veertig vaak verfilmd als film noir. De bekendste van het drietal is Raymond Chandler, de geestelijk vader van de hard boiled privédetective Philip Marlowe. Deze figuur was sterk geïnspireerd door de privédetective Sam Spade die in 1930 de hoofdrol speelde in The Maltese Falcon van Dashiell Hammett. Beide tough guys zouden in de jaren veertig door Humphrey Bogart worden vertolkd, respectievelijk in The Maltese Falcon (1941) en The Big Sleep (1946).

Ook James M. Cain schreef twee detectiveromans die twee beroemde film noirs opleverden: The Postman always rings twice (1934) en Double Indemnity (1943). Laatstgenoemde roman werd in 1944 verfilmd door Billy Wilder die samen met Raymond Chandler het filmscript schreef. Van The Postman always rings twice verscheen in 1946 een verfilming en 35 jaar later volgde een remake. Bovendien had Luchino Visconti zijn eerste film Ossessione (1943) gebaseerd op de roman van James M. Cain uit 1934.

The Postman always rings twice
de drie hoofdpersonen worden gespeeld door Cecil Kellaway, John Garfield en Lana Turner
Lana “platinum blonde“ Turner is helemaal in het wit gekleed en lijkt op een verschijning. Maar in een film noir hoef je geen engel te verwachten, des te meer een schikgodin.

De twee romans van James M. Cain horen in een andere categorie dan het werk van Chandler en Hammett. In plaats van een privédetective (Sam Spade, Philip Marlowe) die een zaak moeten oplossen en daardoor verstrikt raken in een web van intriges, zijn de hoofdpersonen bij Cain mannen die verliefd worden op een femme fatale die hen verleid tot het plegen van een moord. Fred McMurray en John Garfield vallen in Double Indemnity en The Postman always rings twice voor een vrouw die hen noodlottig wordt: ze verleiden hun minnaar tot het vermoorden van hun echtgenoot.

The Postman always rings twiceZondagmiddag zond de Belgische zender Een de klassieker met John Garfield en Lana Turner uit 1946 uit met een van de beroemdste introducties van een personage uit de filmgeschiedenis. John Garfield, die de zwerver Frank speelt, komt op een warme zomerdag langs bij een wegrestaurant. Er hangt een bord waarop een man gevraagd wordt voor de bediening. De eigenaar Nick (Cecil Kellaway) komt naar buiten gelopen en nodigt Frank uit naar binnen. Terwijl hij een hamburger klaarmaakt, biedt hij Frank het baantje aan tegen kost en inwoning maar deze is niet enthousiast. Als Nick even naar buiten moet, is Frank alleen in het restaurant. Dan rolt er een lippenstift over de vloer voor zijn voeten. Frank kijkt terug om te zien waar het vandaan komt. De camera beweegt over de vloer naar de deuropening waar twee damesbenen in beeld komen. Daarna zien we een shot van Frank die knock-out geslagen lijkt. Dan pas is er een opname van Cora (gespeeld door Lana “platinum blonde” Turner) die helemaal in het wit gekleed is en op een verschijning lijkt. In een film noir hoef je geen engel te verwachten, des te meer een schikgodin. Cora doet alsof ze geen interesse in hem heeft. Even later zien we Frank buiten terwijl hij het bord “man wanted” in het vuur gooit. Hij is blijkbaar van gedachten veranderd en wil blijven. Maar wanneer hij op dat moment Nick naar haar toe ziet lopen, beseft hij dat zij zijn vrouw is. Snel haalt hij het bord weer uit het vuur. Maar als hij haar nog een keer bekijkt, verbrandt hij het bord toch. Daarmee bezegelt hij zijn lot. Op dat moment is hij de man die gezocht en gevonden is en kan hij zijn noodlot niet meer ontkomen.

The Postman always rings twice [ noiroftheweek.com ]