The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford (2007)
The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford (2007) is de eerste film die ik in het nieuwe jaar gezien heb en representatief voor mijn filmvoorkeur. Het is een biopic met voice over tegen een historische achtergrond en met mooie fotografie. Zelfs bij een zwak scenario blijft er bij dit soort films visueel nog genoeg te genieten. Deze film over wild west legende Jesse James is gebaseerd op de roman van Ron Hansen en heeft een goed scenario. Hoofdpersoon is Robert Ford, een jonge bewonderaar van Jesse, goed gespeeld door Casey Affleck. Ook Brad Pitt zit stevig in zijn rol als de grijnzende, grillige en gevatte Jesse James die wordt opgeslokt door zijn eigen donkere kant. In The Fight Club en Twelve Monkeys had hij bewezen dat hij een duistere en onvoorspelbare geest overtuigend vertolken kan. Roger Deakins werd voor de zoveelste maal genomineerd voor een oscar voor de beste cinematografie.
Jesse vocht met zijn broer en een aantal vrienden als vrijschutter in de burgeroorlog. Zo waren ze op zeker ogenblik aangesloten bij de bende van William Quantrill. Aan het eind van de oorlog keerde hij terug naar huis. Het land van zijn moeder bleek echter, onder dwang, verkocht te zijn aan investeerders die het land wilden gebruiken om een spoorweg aan te leggen. Ook bij andere veehouders en boeren bleek dit het geval. Jesse en zijn broer Frank vormden een posse die zich verzette tegen de investeerders. Ze deden dit door de aanleg van de spoorwegen te saboteren en banken te overvallen waar de investeerders hun geld hadden opgeslagen. Door de morele achtergrond van Jesse’s handelen was hij voor velen een held. Zijn overvallen kenmerkten zich ook door zijn vriendelijkheid en charisma. Jesse maakte veel gebruik van dynamiet, als afschrikmiddel en was zachtaardig voor de slachtoffers van zijn overvallen. Slechts tegen de investeerders en ieder aan hun kant was Jesse meedogenloos.De James-Younger bende bestond voornamelijk uit broers van twee families: James en Younger. Toen de Younger-broers besloten ook andere banken te overvallen, stapte Jesse uit de bende. Terwijl hij een nieuw leven probeerde op te bouwen met zijn vrouw, werd Jesse uiteindelijk doodgeschoten door Robert Ford.
Bron: nl.wikipedia.org
Van nadenken over de deugden word je niet deugdzaam, denkt André Comte-Sponville (1952). In feite ben je juist de afstand aan het meten die je ervan scheidt. Als je nadenkt over hoe deugden werken, heb je het eigenlijk over onze tekortkomingen. In twee opzichten word je door na te denken wéll deugdzamer: Intellectueel, omdat je beseft hoe rijk de filosofische traditie is, en moreel, omdat je niet onder het feit uit kunt ‘dat we vrijwel alle deugden bijna altijd ontberen en dat we er toch niet in kunnen berusten dat ze ontbreken
Als sein Hauptwerk gilt der Zwinger in Dresden, den er zusammen mit dem Bildhauer Balthasar Permoser schuf. In diesem formal einzigartigen Gebäude eines befestigten Turnierplatzes kam es zu einer einmaligen, ekstatischen Verbindung von Architektur und Plastik. Des Weiteren erbaute Pöppelmann auch den Japanischen Palais, das Schloss Pillnitz, die Augustusbrücke und die erste nach Pöppelmanns Tod fertig gestellte Dreikönigskirche. 1718 wurde Matthäus Daniel Pöppelmann als Nachfolger von Johann Friedrich Karcher Oberlandbaumeister. Als Oberlandbaumeister im sächsischen Oberbauamt war Pöppelmann aber auch für alle profanen Staatsbauten wie Deiche, Straßen oder Brücken verantwortlich. In dieser Stellung entfaltete er eine umfangreiche Bau- und Verwaltungstätigkeit, welcher Dresden die glänzendste und fantasievollste Schöpfung des Rokokostils verdankt. Etwa ab 1730 zog August der Starke aber für repräsentative Projekte jüngere Architekten vor und Pöppelmann widmete sich vor allem der Leitung des Oberbauamtes. Im Oktober 1734 schied Matthäus Daniel Pöppelmann aus dem Oberbauamt aus. Sein Nachfolger wurde Johann Christoph Knöffel. Pöppelmann wurde einige Monate später schwer krank und starb am 17. Januar 1736. Er wurde in der Gruft der Matthäuskirche in Dresden beigesetzt.














