bring them back

Griekenland wil Elgin Marbles uit het British Museum terug

Aan het beging van de negentiende eeuw liet Lord Elgin, de gezant van de Engelse regering in Istanbul , met toestemming van de lokale Ottomaanse overheid een aantal klassieke beeldhouwwerken van het Parthenon verwijderen en vervolgens naar Engeland brengen. Sinds 1816 bevinden de beelden zich in het British Museum waar zij bekend staan als de Elgin Marbles. De Griekse regering oefent al zeker drie decennia voortdurend druk uit op Engeland over teruggave van de reliëfs van het Parthenon en één van de kariatiden die Lord Elgin van het Erechtheion liet verwijderen. Op bringthemback.org ontdekte ik onderstaande video van de Griekse aktie Bring them back! De situatie wordt met humor even omgekeerd: hoe zou Engeland reageren wanneer Mr. Elginiadis de klok van de Big Ben naar Griekenland mee zou nemen? Ook als hij bereid zou zijn de klok voor een poosje aan Engeland uit te lenen? De beelden horen natuurlijk in het nieuwe Acropolis Museum aan de voet van de Acropolis.

video van bringthemback.org
De verwoede kunstverzamelaar Lord Elgin liet het materiaal verwijderen met toelating van de lokale Turkse overheid. Zijn bedoelingen waren oorspronkelijk echter vrij bescheiden: hij vroeg alleen maar de toestemming om schetsen en enkele plaasteren afgietsels te laten maken ten behoeve van het landhuis dat hij zich in Engeland liet bouwen. Tijdens zijn verblijf in Athene ervoer hij echter de omkoopbaarheid én het totale gebrek aan kennis en interesse van de Turkse ambtenaren, en maakte van deze situatie misbruik om het waardevolle beeldhouwwerk, meer dan de helft van wat de tand des tijd overleefde, als “studiemateriaal” naar Engeland te verschepen. Het werk in Athene werd uitgevoerd door de Italiaanse landschapsschilder Giovanni Battista Lusieri, die met hulp van een paar andere, door Elgin ingehuurde hulpkrachten enkele jaren aan dit project gewerkt heeft.
 
Bron: nl.wikipedia.org

bringthemback.org

Teutoonse kolos [ 1 ]

vorige week vrijdag met Michaela bij het Hermannsdenkmal geweest

Hermann BriefmarkHet Hermannsdenkmal even ten Zuiden van Detmold op de Groteberg kent een boeiende geschiedenis. Vorig jaar schreef ik hier iets over zijn schepper, de Beierse beeldhouwer Ernst von Bandel (1800-1876). Als kunststudent maakt Von Bandel al zijn eerste schetsen voor een monument ter ere van de Cherusk Arminius. Deze versloeg in het jaar 9 na Chr. de romeinse legioenen in het Teutoburger woud. In de zestiende eeuw werd zijn naam per ongeluk vertaald in Hermann, waarmee Der Cherusk ineens een Duitser was geworden. Nadat Heinrich von Kleist in 1808 zijn toneelstuk der Hermannschlacht had geschreven ontstond er in de tijd van het nationalisme een cultus rondom de figuur van Arminius/Hermann.

HermannsdenkmalHet beeld van Ernst von Bandel zou in 1875 de kroon op deze Hermanncultus worden. Ruim vijftig jaar zou Von Bandel aan het project werken, maar vanwege geldgebrek moest hij het telkens onderbreken. In 1846 voltooide hij het 27 meter hoge gebouw waarop het 25 meter hoge beeld staat. Toch duurde het toen nog bijna dertig jaar voordat het beeld er eenmaal stond. Toen in 1871 het Duitse Keizerrijk werd uitgeroepen, ging het ineens erg snel. Von Bandel werkte vanaf 1872 onafgebroken aan zijn Arminiussäule en op 16 augustus 1875 werd het reusachtige beeld onder de aanwezigheid van keizer Wilhelm I voor het eerst voor het publiek opengesteld. Het Hermannsdenkmal zou daarna actief deel gaan uitmaken van de stormachtige Duitse geschiedenis. Vanaf zijn ontstaan had het beeld immers al een sterke politieke lading meegekregen.

Hermann
Hermann de sterke man, geeft het jonge Duitse Keizerrijk zelfvertrouwen. Wilhelm I werd voorgesteld als de nieuwe Hermann.
Ernst von Bandel wurde am 17. Mai 1800 im bayerischen Ansbach geboren. Seine Schulzeit verlebte er in Ansbach und Nürnberg. Mit 16 begannen seine “Lehrjahre” in München auf der “Bauschule der Akademie” . Zwei Jahre später mußte Bandel bereits seinen Lebensunterhalt und die Mittel für sein weiteres Studium selbst verdienen. In dieser Zeit entstanden erste Zeichnungen für ein Hermannsdenkmal oder eine “Arminiussäule” , wie Bandel selbst es stets bezeichnete. 1822/23 arbeitete er am “schönen Brunnen” in Nürnberg. (…)
 
Im Herbst 1873 kehrte Bandel an die Baustelle im Teutoburger Wald zurück. Endlich konnte er sein Lebenswerk vollenden. Der mittlerweile 73-jährige Künstler war am Ziel seiner Wünsche. Die Fertigstellung des Denkmals bis zum Sommer 1875 kostete ihn jedoch seine letzten Kräfte. Er wohnte in den letzten Jahren der Bauarbeiten ständig auf “seinem Berge”, in einem einfachen Blockhaus, der ” Bandelhütte “. Halb erblindet und von rheumatischen Beschwerden gezeichnet, erlebte er am 16. August die Einweihung. Die Ordensverleihung durch Wilhelm I. war eine späte Würdigung seiner Verdienste. Die nachhaltige Anerkennung seines Lebenswerkes blieb ihm jedoch versagt. Er starb ein Jahr nach der Denkmalenthüllung am 25.09.1876.
 
Bron: hermannsdenkmal.de
Hermann
Hermann beloofde met zijn magische zwaard ‘Nothung’ in de Eerste Wereldoorlog de overwinning. In het Europa van nu zou de defensieve paraplu van de EU hem beter passen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Hermann ingezet als morele ondersteuning van de Duitse soldaten aan het front. Hermann herinnerde namelijk niet alleen aan de overwinning op de Romeinen, maar ook aan de overwinning op Frankrijk in 1871. Na 1945 bleef het beeld staan, niet langer als Denkmal maar nu als Mahnmal. Hermann werd niet ontwapend maar “Nothung”, zijn magische zwaard, heeft zijn magische kracht verloren. Hij zou net zo goed een paraplu kunnen dragen. Dan hadden we tenminste kunnen schuilen, want vrijdag regende het pijpenstelen in het Teutobuger Woud.

Hermann
de nazi’s vereenzelvigden de Führer met Hermann

hermannsdenkmal.de