Film noirs op YouTube [ 42 ]

gezien op Full Moon Matinee : The crooked web (1955)

Eigenlijk hou ik helemaal niet van misdaadfilms maar voor film noir heb ik een groot zwak. De zwartwit-cinematografie, belichting en het tijdsbeeld zuigen me altijd weer een nieuwe noir binnen. In het public domain staan honderden films waarvan het copyright om verschillende redenen niet verlengd is en die dus legaal via het internet getoond mogen worden, zoals op het YouTube-kanalen Full Moon Matinee en Cult Cinema Classics. In juli keek ik naar vijf film noirs uit de periode 1947-1956.
Vandaag: The crooked web van Nathan Juran.

The crooked web 1955De hoofdrol in deze B-film van Columbia Pictures wordt gespeeld door Frank Lovejoy, die vooral bekend werd als William Talman, de psychopaat uit de film noir The Hitch-Hiker (1953) van Ida Lupino. Zijn tegenspelers zijn Richard Denning en Mari Blanchard. De plot concentreert zich rond dit drietal. Een deel van het verhaal speelt zich af in het naoorlogse Duitsland, maar er is niet op locatie gefilmd, maar op de filmset. De Berlijnse politiechef Koenig wordt gespeeld door John Mylong die in 1892 in Oostenrijk geboren werd onder de naam Adolf Heinrich Münz. Vanwege zijn accent speelde hij in B-films uit Hollywood meestal Duitsers.

The crooked web 1955, met Frank Lovejoy, Mari Blanchard en Richard Denning.
Stan Fabian (Frank Lovejoy) is een ex-militair en eigenaar van een wegrestaurant in Los Angeles. Zijn leven verandert wanneer hij de aantrekkelijke Joanie (Mari Blanchard) ontmoet. Ze raakt hem met haar charme én met een verhaal: haar broer Frank (Richard Denning) heeft in Duitsland een verborgen fortuin aan nazi-goud liggen, maar ze kunnen het alleen ophalen als Stan hen helpt. Stan, die verliefd is geworden op Joanie, laat zich overtuigen. Hij reist samen met haar en “haar broer” naar Duitsland, zogenaamd om het goud op te halen. Maar eenmaal daar wordt duidelijk dat niets is wat het lijkt. De schat bestaat misschien helemaal niet, en Stan is niet de enige met verborgen motieven. De intrige ontvouwt zich als een web van misleiding, waarin Stan geleidelijk beseft dat hij wordt gemanipuleerd — en misschien zelfs opgeofferd — voor een doel dat veel duisterder is dan hij aanvankelijk dacht.

film noirs op YouTube [ 41 ]

gezien op Full Moon Matinee : Brute force (1947)

Eigenlijk hou ik helemaal niet van misdaadfilms maar voor film noir heb ik een groot zwak. De zwartwit-cinematografie, belichting en het tijdsbeeld zuigen me altijd weer een nieuwe noir binnen. In het public domain staan honderden films waarvan het copyright om verschillende redenen niet verlengd is en die dus legaal via het internet getoond mogen worden, zoals op het YouTube-kanalen Full Moon Matinee en Cult Cinema Classics. In juli keek ik naar vijf film noirs uit de periode 1947-1956.
Vandaag: Brute force van Jules Dassin.

Brute force 1947Brute force is de eerste van een serie van vier film noirs op rij die regisseur Jules Dassin (1911-2008) tussen 1947 en 1950 maakte. De andere drie zijn The naked city (1948), Thieves’ Highway (1949) en Night and the City (1950). De laatste twee films kwamen resp. in juni en december al in deze reeks voorbij. In 1950 werd hij tijdens the red scare op de zwarte lijst geplaatst en moest hij de Verenigde Staten verlaten. Zo werd Night and the City in Londen opgenomen. Dassin filmde graag op locatie. Voor Burt Lancaster was dit zijn tweede film noir na zijn debuut in The killers met Ava Gardner een jaar eerder.

Brute Force 1947, met Burt Lancaster, Hume Cronyn en Charles Bickford.
Brute force speelt zich vrijwel volledig af in Westgate Prison, een overvolle, wrede gevangenis waar de spanningen onder de gedetineerden voortdurend oplopen. Joe Collins (Burt Lancaster) zit al jaren vast en is vastbesloten te ontsnappen. Zijn motivatie: hij wil terug naar zijn geliefde Ruth (Yvonne De Carlo), die ernstig ziek is. Collins wordt met zijn medegevangenen onderdrukt door de sadistische en controlerende gevangenisbewaarder Captain Munsey (Hume Cronyn), een kleine man met een grote behoefte aan macht. Munsey gebruikt verraad, geweld en psychologische manipulatie om de mannen onder de duim te houden. Wanneer een medegevangene bezwijkt onder Munsey’s ondervraging, bereikt de onrust een kookpunt. Collins organiseert een gedurfde ontsnapping, maar door verraad en overmacht eindigt deze poging in bloedvergieten en tragedie. De film bouwt op naar een explosieve, gewelddadige climax waarin de hopeloosheid van het systeem en de kracht van menselijke wanhoop pijnlijk zichtbaar worden.

abstractie van vroeger

postzegels met geabstraheerde landschappen uit de periode 1962-1973

Een postzegel die mij in mijn jonge jaren op de achterkant van menige ansichtkaart achtervolgde, was een kleine frankeerpostzegel van 10 cent met een onduidelijke voorstelling. Als kleuter zat ik er op te turen alsof er iets stond geschreven in een vreemd schrift, in een prikkeldraad van tekens, vol weerhaken zoals bij een ondoordringbare tekst in gotische letters. Ik heb het nooit kunnen ontcijferen…

Nederland 1962
Nederland 1962

Maar er stond niets geschreven. Jaren later kwam de postzegelcatalogus onverwacht met de oplossing: de deltawerken. Natuurlijk! Waarom had ik dat als kind nooit gezien? Had ik zo slecht gekeken? Mijn voorlopige conclusie: De abstractie was te moeilijk voor mij als vijfjarige.

De abstractie van Dick Bruna kon ik volgen, maar de abstractie van A. van der Vossen (de ontwerper van deze postzegel) dus niet. Het was meerduidig. Waar Dick Bruna je met de rug tegen de muur zet, kun je bij Van der Vossen juist alle kanten op. En ik wist niet welke. Het kwam niet tot “een betekenisvol beeld”, het kwam niet tot de deltawerken. Terwijl het bij Nijntje direct tot een konijn kwam.

Later ontdekte ik meer van dergelijke postzegels. Ze verschenen in de periode 1962-1973, de eerste tien jaar van mijn leven. Postmodernisme moest nog komen. Het modernisme beleefde zijn heyday. Abstraheren was mode. Niet het oprakelen van beelden uit het verleden, wel het verwijzen naar het verleden maar dan in een nieuwe taal. Het modernisme pretendeerde universeel te zijn, tijdloos.

Duitsland 1969
Duitsland 1969

Als ik nu naar de abstractie uit die periode kijk en mij de vraag stel of het toen gelukt is om tijdloos te zijn, kom ik niet tot een sluitend antwoord. Ik kan deze postzegels nu ouderwets vinden. Het modernisme is ingehaald door “iets” dat we gemakshalve maar postmodernisme zijn gaan noemen, maar is het modernisme dan ook achterhaald? Omdat abstraheren geen mainstream meer is en ons tijdsbeeld na zestig jaar veranderd is, zijn deze ontwerpen dan ouderwets geworden?

Duitsland 1969
Duitsland 1969

Je zou ook kunnen vaststellen dat “we” in 1965 moderner waren dan in 2025. Ontwerpers streefden naar een universeel visueel idioom waarin je alles kunt uitdrukken. Kijk naar de boekomslagen, de affiches uit die periode 1962-1973. Het is niet toevallig dat de White Album van de Beatles midden in die periode verscheen. Er was een groot verlangen om los te laten van het tijdelijke, van de vorm en op te gaan in iets universeels. Altijd en overal.

Liechtenstein 1972
Liechtenstein 1972

Met het postmodernisme zijn we weer terug midden in de geschiedenis. Het verleden braakt zich in elke toekomstige seconde opnieuw uit. Dat gebeurde natuurlijk altijd al, ook in de genoemde periode. Om bij de Beatles te blijven, de twee albums die vooraf gingen aan de leegte van het White Album (Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band en the Magical Mystery Tour uit 1967) waren druk en kleurrijk en liepen dus al vooruit op de bonte kermis van het postmodernisme.

Zwitserland 1973
Zwitserland 1973

Als het allemaal even te druk wordt met de beelden om mij heen, dan trek ik mij in gedachten even terug in het oog van de orkaan, in het modernisme uit mijn jonge jaren dat mij het gevoel geeft dat minder meer kan zijn. En dat abstractie mij de ruimte geeft.