stuff that dreams are made of

gisteren gezien op DVD: The Maltese Falcon (1941)
The Maltese Falcon
Humphrey Bogart met het kostbare beeldje dat gemaakt is van ‘stuff that dreams are made of’…
Sam Spade (Humphrey Bogart) is samen met zijn partner Miles Archer eigenaar van een detective-bureau. Op een dag wordt Archer doodgeschoten terwijl hij iemand aan het schaduwen is. Vanaf dat moment wordt Spade in de gaten gehouden door de politie. Dat belet hem echter niet om zelf op onderzoek uit te gaan naar de mysterieuze omstandigheden rond de moord. Zodoende raakt hij verwikkeld in de strijd om een extreem kostbaar beeldje
The Maltese Falcon in Black Mask
The Maltese Falcon van Dashiell Hammett verscheen in 1929 in het detective magazine Black Mask. Het verhaal was al tweemaal verfilmd (in 1931 en 1936) toen Humphrey Bogart in 1941 de ultieme Sam Spade neerzette.

The Maltese Falcon staat hoog genoteerd bij de bezoekers van imdb.com

01. 8.7 Sunset Blvd. (1950)
02. 8.6 Double Indemnity (1944)
03. 8.5 M (1931)
04. 8.5 The Third Man (1949)
05. 8.4 The Maltese Falcon (1941)
06. 8.4 Touch of Evil (1958)
07. 8.3 Strangers on a Train (1951)
08. 8.3 Notorious (1946)
09. 8.3 The Big Sleep (1946)
10. 8.2 The Ox-Bow Incident (1943)

Bron: Top Rated Film-Noir Titles

The Maltese Falcon
twee auto’s uit de film: boven 1939 Buick Special en onder 1940 Buick Super

The Maltese Falcon [ imdb.com ]

publiekslieveling

gekocht: Taschen mini-monografie van Norman Rockwell

RockwellUitgeverij Taschen zoekt meestal een evenwicht tussen goede smaak en grote oplage en deze afweging vind je vooral terug in de canon van Taschen‘s populaire kunstenaarsmonografieën voor de kleine beurs. Zo is er in de serie (zeer) betaalbare monografieën niet alleen plek voor twintigste eeuwse kunstenaars met een grote ‘K’ zoals Mark Rothko, Jackson Pollock en Francis Bacon, maar ook voor commerciële kunstenaars en illustratoren als Alphonse Mucha, Carl Larson en Norman Rockwell. Waar drie eerstgenoemde kunstenaars het bij een (brede) elite goed doen, doen drie laatstgenoemde het vooral goed bij de massa. Voor veel mensen (en zeker onder kunststudenten) geldt dat de smaak van de elite beter ontwikkeld is dan die van de massa. Toegankelijke en illustratieve kunst valt daardoor bijna altijd uit de gratie, terwijl ‘moeilijke’ en minder toegankelijke kunst de elite aantrekt. Hoewel Norman Rockwell (1894-1978) in de Verenigde Staten een van meest geliefde kunstenaars is, verdient zijn ‘kunst’ bij de critici en connaisseurs nog niet eens een kleine ‘k’. Het is een beetje hetzelfde verhaal als met Anton Pieck. Te zoetsappig, sentimenteel, vals en natuurlijk, ook te commercieel.

Het is een vreemde ontwikkeling in de schilderkunst: vóór 1870 was de historieschilderkunst het hoogste dat je als schilder kon bereiken. Je moest niet alleen technisch je métier door en door beheersen, maar tegelijkertijd moest je regisseur zijn en daarbij nog een mensenkenner. Die bundeling van talenten is zeldzaam. Rembrandt had het allemaal en is daarom een voorbeeld voor bijna iedere schilder. Zijn Bijbelse ‘historieschilderingen’ zijn in feite grote illustraties op doek en werden en worden vooral om hun narratieve kwaliteiten gewaardeerd. Maar in de twintigste eeuw keert de hiërarchie zich om en gaat men neerkijken op verhalende schilderkunst. “Anekdotisch” of “illustratief” was op de kunstacademie in de jaren tachtig een van de ergste kritieken die je op een schilderij kon krijgen. Wanneer een schilderij te toegankelijk was en dus mogelijk in de smaak kon vallen bij het grote publiek en daardoor vatbaar was voor commerciële exploitatie, dan zat je duidelijk in de verkeerde hoek. Maakte je dat soort schilderijen, dan moest je maar iets met ‘toegepaste kunst’ gaan doen en naar een posterboer lopen of een reclamebureau opzoeken.

juni 1916
de tweede omslag (juni 1916) die Norman Rockwell schilderde voor The Saturday Evening Post. Omdat moderne vier kleurendruk toen nog niet mogelijk was, moest hij zijn palet beperken tot wortelachtig rood en warme grijzen

Toen Norman Rockwell 22 was, zocht hij het bureau van The Saturday Evening Post in Philadelpia op. In 1916 was de avant garde in Amerika al wel aan het doorbreken, maar tegelijkertijd was er een gouden tijd voor illustratoren, vooral voor degenen die zich gespecialiseerd hadden in covers. Voor de oplage was een aantrekkelijke omslag cruciaal. Dus wemelde het van de artiesten die Mary Pickford-achtige meisjes schilderden. Maar covergirls bleken niet Rockwell‘s sterke punt. Waar hij wel erg goed in was, dat waren straatjochies en scenes met onschuldig kattekwaad. Daarin was ook nauwelijks concurrentie en zo kon Rockwell in 1916 bij de The Saturday Evening Post aan de slag. Het zou het begin zijn van een levenslange carriere bij het populairste magazine van de Verenigde Staten. Zijn werk kwam zo in miljoenen huiskamers op tafel te liggen. Tot 1963 zou hij 322 omslagen voor dit blad schilderen. Tegenwoordig zijn deze covers een gewild verzamelobject en overal op internet worden ze aangeboden. Zoals Mark Rothko een van de publiekslievelingen van de elite geworden is, zo is Rockwell dat van de (Amerikaanse) massa.

Normal Rockwell (1894 – 1978), one of America’s most beloved artists, left a timeless legacy of nostalgic, endearing, whimsical paintings that appealingly and insightfully depict simple, and often idyllic, scenes from daily life. After illustrating a series of children’s books at age 16, Rockwell was hired to be the art director of “Boys„ Life,“ the official publication of the Boy Scouts of America. Six years later, he sold his first cover to the most prestigious magazine of the era, the “Saturday Evening Post.“ Over the next 47 years, he created 321 covers for the “Post,“ which became synonymous with his name. He later worked for “Look“ magazine, addressing more serious issues of civil rights, poverty and space exploration.
Saturday Evening Post 1958
een van zijn latere covers the runaway 1958

Honderd jaar geleden volgde Norman Rockwell als teenager in de weekenden in New York lessen aan de gerenormeerde Chase School of Art van William Merritt Chase. Ook Edward Hopper studeerde (enkele jaren daarvoor) aan dit instituut.

Best Norman Rockwell Art | 322 covers | Norman Rockwell ad’s