het groene Haagje van het oosten

de natuurlijke ligging van Arnhem

Met de herdenkingen rond de Slag om Arnhem zijn er behalve de veteranen en hun familie weer heel wat belangstellenden die een blik werpen over de Rijn, Betuwe en de Waal naar Nijmegen, de zusterstad die van september 1944 tot mei 1945 frontstad was. In en rond Arnhem heb je verschillende fraaie uitzichten. Bij het Museum voor Moderne Kunst bijvoorbeeld. Westelijker op de Westerbouwing bij Oosterbeek kijk je ook dwars over de Betuwe heen. En op Hoogte 80 (Geitenkamp) kijk je tot in Duitsland (zie hieronder).

Arnhem
Presikhaef, de oostelijke Betuwe en het Reichswald gezien vanaf Hoogte 80 en de bocht in de Rijn bij Oosterbeek vanaf de Westerbouwing

De Veluwezoom is rijk bebost, maar dat is niet altijd zo geweest. Op een schilderij van een tijdgenoot van Rembrandt zien we dat de stuwwallen bij Arnhem en Doorwerth er 350 jaar compleet anders uitzagen. De bomen waren rond 1500 in opdracht van de Bourgondische vorst Filips de Schone gekapt en de schapen zorgden er daarna voor dat het kaal bleef.

Arnhem
Arnhem buiten de Rijnpoort ca. 1640
door Joris van der Haagen (1615-1669)

Honderd jaar later zien we dat de bomen op de stuwwal zijn teruggekeerd.

Arnhem
Arnhem het Onderlangs ca. 1741
door Jan de Beyer
Eeuwenlang waren de heuvels en de woeste heide- en zandvelden van Veluwe een last voor de stad. Je kon er niet op bouwen, het was geen geschikte landbouwgrond en het belemmerde het verkeer en vervoer. Vrijwel alle bomen werden rond 1500 in opdracht van de Bourgondische vorst Filips de Schone gekapt om een belegering van de stad mogelijk te maken. Nieuwe grootschalige boomaanplant vond plaats in de achttiende en negentiende eeuw. In die tijd werd Arnhem het „groene Haagje van het oosten„ en vestigden welgestelden, niet alleen overigens uit „s-Gravenhage, zich in de stad. Ze werden later gevolgd door de toeristen van de twintigste eeuw. De bossen en juist het contrast tussen heuvel en rivier, tussen Veluwe en Betuwe, gaven de stad reliëf.
 
Bron: arneym.nl/canonarnhemtot1900/stuwwal

the big sleep

gisterenavond gezien op Arte: The Big Sleep (1946)

The Big SleepVoor een film noir liefhebber als ik zit je bij de Duits-Franse zender Arte goed. In mei werd Sunset Boulevard (1950) nog uitgezonden en gisterenavond was de ‘Bogie and Bacall’ klassieker The Big Sleep (1946) aan de beurt. Deze film werd in het voorlaatste oorlogsjaar opgenomen maar het duurde tot augustus 1946 voordat hij werd uitgebracht. Een kwestie van marketing. Want Warner Brothers had in 1944 en 1945 nog oorlogsfilms op de plank liggen waar men nu plotseling haast mee had omdat de oorlog ten einde liep en men vreesde dat het publiek die straks niet meer zou lusten.

Gisterenavond werd de bioscoopversie uit 1946, de zgn. ‘movie star’ versie uitgezonden. Daarnaast is er een film noir versie. Op sommige DVD’s staan beide versies, zodat je kunt zien welke scenes zijn weggelaten en/of toegevoegd. Dat er twee versies van de film kwamen, had o.a. te maken met het optreden van Martha Vickers die de rol speelde van het nymfomane zusje van Lauren Bacall. De erotiek spat van het scherm en dus moest haar ster minder schitteren ten gunste van die van Lauren Bacall. Daarom werden er voor de ‘movie stars’ versie nieuwe scenes tussen Bogart en Bacall opgenomen en werd Vickers hier en daar weggeknipt. Maar haar binnenkomer (zie scene hieronder) heeft Howard Hawks er wéll ingelaten. Overigens werd Hawks’ originele cut die was bedoeld voor de Amerikaanse militairen in de Pacific, pas in de jaren negentig teruggevonden.

beginscene uit The Big Sleep
Philip Marlowe arriveert in het huis van generaal Sternwood en terwijl hij in de hal wacht, ontmoet hij daar Carmen, de brutale jongste dochter van de generaal, gespeeld door de in 1944 negentienjarige Martha Vickers

Ook speelde de motion picture production code van Hayes Office in die dagen een doorslaggevende rol. In de roman The Big Sleep van Raymond Chandler stonden expliciete scenes die in de film niet konden. Zo ging Martha Vickers bijvoorbeeld niet uit de kleren omdat dit in die tijd nog taboe was. Als compensatie zijn veel dialogen in The Big Sleep erotisch geladen, met name die tussen Bogart en Bacall. Tenslotte werd er in de “movie star” versie uit 1946 een scene geknipt waarin de plot belicht wordt. Het verhaal werd zo veel lastiger te volgen, maar voor de film was dat minder belangrijk dan de chemie tussen de twee hoofdrolspelers. Bovendien is in een film noir de plot meestal ondergeschikt gemaakt aan de sfeer. En die sfeer werd door Howard Hawks zo overtuigend neergezet dat The Big Sleep een voorbeeld werd voor alle film noirs die daarna gemaakt werden. En Humphrey Bogart zette de ultieme Philip Marlowe neer.

Humphrey Bogart en Martha Vickers
Privé-detective Philip Marlowe wordt ingehuurd om Carmen de jongste dochter van generaal Sternwood in de gaten te houden. Ze is in slecht gezelschap terecht gekomen en staat op het punt om schade aan te richten aan zichzelf en haar familie. Marlowe raakt al snel verliefd op de oudste zuster, Vivian, die in het begin niets met Marlowe te maken wil hebben. Wanneer er enkele moorden plaatsvinden begint het allemaal pas echt…
 
Bron: movie2movie.nl
The Big Sleep
still met Bogart en Vickers op Italiaanse poster
The Big Sleep
twee auto’s uit de film, boven: 1939 Plymouth De Luxe en onder: 1940 Dodge Luxury Liner Special

The Big Sleep [ noiroftheweek.com ] | The Big Sleep [ imdb.com ]

de drie grote verwondingen

vandaag is het de 149e sterfdag van Arthur Schopenhauer (1788-1860)
De mensheid heeft enige dingen van mij geleerd die zij nooit zal vergeten

Arthur Schopenhauer

Arthur SchopenhauerIk ben nu al benieuwd hoeveel aandacht er volgend jaar besteed gaat worden aan de 150e sterfdag van Arthur Schopenhauer. Maar het staat voor mij al vast dat die aandacht in het niet zal vallen vergeleken bij de mediahype die er dit jaar rond Darwin is georganiseerd. Toch heeft het gedachtengoed van ‘de Schoop’ evenals de evolutietheorie een aardbeving in ons collectieve zelfbewustzijn teweeggebracht. Schopenhauer-biograaf Rüdiger Safranski schrijft dat Schopenhauer het vooruitgangsoptimisme van de Verlichting radicaal heeft afgebrand door op de ‘drie grote verwondingen’ van de menselijke grootheidswaanzin te wijzen. Schopenhauer zelf heeft daarbij voor het eerst de kosmologische verwonding onder woorden gebracht:

“In de oneindige ruimte talloze lichtende bollen, met om iedere bol in hun baan telkens een duizendtal kleinere belichte bollen die, van binnen heet, met een gestolde koude korst overdekt zijn, waarop een schimmellaag levende en kennende wezens heeft voortgebracht.“

Sigmund Freud heeft de psychologische verwonding verder uitgewerkt en aangetoond dat het onbewuste ons bewustzijn beheerst. Ons bewuste ik blijkt geen baas in eigen huis. De biologische verwonding is door Charles Darwin blootgelegd: de mens blijkt volgens de evolutietheorie een dier waarbij de intelligentie het gebrek aan instinct en de gebrekkige fysieke aanpassing aan de omgeving moet compenseren. Van de ontdekkingen van Schopenhauer, Freud en Darwin word je ‘niet vrolijk’. Nietzsche die zelf nog een stapje verder ging dan zijn pessimistische leraar en in 1860 al kennis nam van The Origin of Species heeft de verwondingen tot in het uiterste uitgewerkt en heeft dat tenslotte niet kunnen dragen. De moderne mens die niet wil wegkijken van deze drie verwondingen, zal er net als Schopenhauer, Darwin, Freud en Nietzche mee worstelen.

Rüdiger Safranski : De onuitroeibare wil tot doormodderen