Categorie archief: boeken

de wetten van het melodrama

Tweede Kerstdag gezien op ONS: Oliver Twist (2007)

Oliver Twist 2007Naast Sissi hoort Oliver Twist in het rijtje ultieme kerstfilms. Het beroemde boek van Charles Dickens uit 1838 werd sinds 1909 al twintig keer verfilmd. De laatste verfilming, een BBC miniserie uit 2007, werd op Tweede Kerstdag uitgezonden door nostalgie-zender ONS. Ik moest wel even wennen omdat de rol van Fagin gespeeld wordt door Timothy Spall. Zeven jaar later zou hij de schilder William Turner in Mr. Turner. Zo smolt Fagin voor mij steeds samen met William Turner in een groteske, Dickensiaanse personage.

Afgelopen zomer las ik les Miserables (1862) van Victor Hugo en nu viel mij op hoe Hugo en Dickens beiden uit hetzelfde vaatje getapt hebben. De ellende lag rond het midden van de negentiende eeuw vooral op straat. En blijkbaar doet al die sociale ellende het uitstekend in de musical, want zowel Oliver Twist en Les Miserables werden in de twintigste eeuw enorme kassuccessen.

Volgens de wetten van het melodrama moet het weeskind eerst misbruikt worden om tenslotte door een onbaatzuchtige redder uit de ellende te worden getrokken.

Waarschijnlijk staat het weeskind (Oliver of Cosette) op de eerste plaats in de melodramatische top tien. Volgens de wetten van het melodrama moet het weeskind eerst misbruikt worden om tenslotte door een onbaatzuchtige redder uit de ellende te worden getrokken. En als het een familievoorstelling (alle leeftijden) betreft, mag dit misbruik niet te expliciet worden gemaakt.

The adaptation makes several major alterations to the plot of the source material, which include both alterations of events as well as familial relationships. Rose Maylie is living with Mr Brownlow, and she addresses him as “uncle”, but explains that he is in fact her guardian who took her and her sister, Agnes, in when her mother died. Her sister has been missing for many years, and the search for her has been ongoing. Mr Brownlow is now a part of the overall family tree, since Edward Monks is made his grandchild. As in the book, Monks becomes aware that Oliver is his half-brother, born to the missing Agnes who had a relationship with his father, and seeks to end his life so that there is no competition to his inheritance. As a result, Oliver is ultimately revealed to be Mr Brownlow‘s grandchild, in addition to being Rose’s nephew and Monks‘ half-brother, as in the novel. Unlike the book, however, Monks is not an unattractive, nervous and cowardly epileptic, but a scheming, manipulative and attractive cad seeking engagement to Rose, who clearly doesn’t like him.
 
Bron:en.wikipedia.org

Napoleon & Josephine

aan het lezen in: Napoleon van Adam Zamoyski (2018)
aan het herlezen: Josephine van Kate Williams (2014)

Drie weken geleden begon ik aan de biografie over Napoleon van Adam Zamoyski. Ik vergeleek deze toen alvast met de biografie van Andrew Roberts. Beide Engelse historici hebben een heel verschillende benadering van Napoleon: Roberts tilt hem op het voetstuk waar veel Fransen hem zo graag zien en noemt zijn biografie zelfs Napoleon de Grote. Zamoyski , die behalve een wereldberoemd historicus ook graaf is en stamt uit een adellijke Poolse familie, probeert Napoleon in zijn juiste proporties te zien en zoekt de mens achter de mythe.

Dit was vooral de mythe die Napoleon rond zijn eigen persoon creëerde. Met dank aan imagebuilders als Jacques-Louis David, Antoine-Jean Gros e.v.a. De snelle opkomst van Napoleon na 1796 was niet alleen te danken aan zijn militaire successen maar ook aan zijn efficiënte overdrijving daarvan. Hij zag al snel het enorme belang van propaganda. Het Directoire, het vijfkoppige bestuur van Frankrijk dat tussen november 1795 en november 1799 regeerde, had de jonge generaal evenzeer nodig als dat men hem vreesde.

Napoleon en Josephine
Drie biografieën die ik permanent naast elkaar opensla: een over Josephine van Kate Williams en twee over Napoleon van Andrew Roberts en Adam Zamoyski

Tijdens het lezen van de biografie van Zamoyski heb ik er naast de biografie van Roberts nog een tweede biografie bij gepakt. Geen biografie over Napoleon maar over Josephine en geschreven door een vrouw, de Engelse historica Kate Williams. Deze biografie las ik in het voorjaar van 2015 nadat ik in het Hermitage Amsterdam de tentoonstelling Alexander, Napoleon en Josephine gezien had.

Napoleon heeft een gigantische correspondentie nagelaten, die in Frankrijk bezorgd wordt in een voortreffelijke uitgave van 28 kloeke delen. Het zijn 22 duizend brieven. Tel je daarbij dan nog de bevelen en decreten op, dan kom je uit op een totaal van 30-35 duizend brieven. We kunnen Napoleons leven dan ook van dag tot dag volgen. Dat geldt ook voor zijn relatie met Josephine de Beauharnais. Napoleon leerde haar in het najaar van 1795 kennen tijdens een etentje bij Barras, die de twee aan elkaar probeerde te koppelen. Met succes. Napoleon was onmiddellijk verkocht, hoewel Jospehine zes jaar ouder en zeker geen schoonheid was. Maar met haar charme maakte ze op iedereen indruk.

Hippolyte CharlesIn maart trouwden ze, maar Napoleon was razend druk met het voorbereiden van zijn veldtocht naar Italië. Het huwelijk was allang geconsumeerd. Dat de eerste huwelijksnacht geen succes werd, is dus dramatischer dan het lijkt. Desondanks ging Josephine , nadat haar kersverse man als opperbevelhebber van het revolutionaire Italiëleger was vertrokken, onmiddellijk vreemd met de dandy Hippolyte Charles. Vanuit Noord-Italië schreef Napoleon haar brieven waarin hij openhartig en, weliswaar verhuld door een sluier van romantiek, schaamteloos plat zijn lust voor haar beschrijft. Thuis maakt Josephine zich met haar vriendinnen en haar minnaar vrolijk om zijn geëxalteerde taalgebruik.

Zowel Kate Williams en Adam Zamoyski hebben veelvuldig gebruik gemaakt van de brieven van Napoleon en Josephine. Zelf schreef ze hem niet vaak en het waren zeker geen lange brieven. Ze was vooral bezig met haar minnaar. Voor Zamoyski moeten deze brieven aan Josephine die Napoleon aan het begin van hun huwelijk en tijdens de Italiaanse veldtocht schreef, vruchtbaar materiaal zijn geweest om ‘Napoleon de Grote’ terug te brengen tot zijn ware proporties. En deze brieven zijn beslist ook voer voor psychologen.

dichterbij 1812

aan het lezen in: Naar Moskou! Naar Moskou! door Willem Oosterbeek
Memoires van een officier uit de Lage Landen in het leger van Napoleon

Naar Moskou! Naar Moskou!In de geschiedenis is het jaar 1812 bijgezet als het jaar van de veldtocht van Napoleon naar Moskou die het begin van zijn einde zou zijn. 1812 als opmaat naar 1815, het jaar van de Honderd Dagen, de Slag bij Waterloo en zijn definitieve einde. Nog altijd staat de uitdrukking ‘zijn Waterloo vinden‘ voor het lijden van een definitieve nederlaag. De Russische veldtocht van 1812 was dus het begin van het einde van Napoleon. De brand van Moskou, de Slag bij Borodino, de ijzingwekkende aftocht en de overtocht over de Berezina staan in het collectieve geheugen gegrift. De schoolplaten van vroeger zijn vervangen door interactieve kaarten en games.

In 1812 trekt Napoleon op naar Moskou, een veldtocht die een helletocht zou worden. Jean François Dumonceau is officier in la Grande Armée. Hij maakt deel uit van de Keizerlijke Garde, en verkeert in de nabijheid van Bonaparte. Als een van de weinigen overleeft hij de tocht. Aan het eind van zijn leven schrijft hij, in het Frans, zijn memoires. Die geven een huiveringwekkend beeld van een oorlog waarin honderdduizenden sneuvelen, maar ook schetsen ze zijn verbondenheid met Liesje, zijn paard, en zijn oppasser Jan. Willem Oosterbeek vertaalde Dumonceaus memoires en voorzag ze van historisch commentaar. Zo ontstaat een ooggetuigenverslag van een veldtocht die twee eeuwen later nog altijd tot de verbeelding spreekt. Bron: singeluitgeverijen.nl

Voor Nederland is Napoleons veldtocht ook belangrijk geweest omdat er in de Grande Armée, tot dan toe het grootste leger dat ooit op de been was gebracht, duizenden Nederlandse soldaten zaten. Macron en Merkel dromen van een Europees leger. Als dat leger er ooit komt, zal dat niet voor de eerste keer zijn, want de Grande Armée was een echt Europees leger dat bestond uit soldaten van vele nationaliteiten die onderling tientallen talen spraken, ook al was de taal onder de officieren Frans. Engeland en Rusland waren de enige Europese landen die niet in de Grande Armée vertegenwoordigd waren.

Willem Oosterbeek vertaalde in 2014 de (franstalige) dagboeken van Jean François Dumonceau, een Nederlandse officier die met Napoleon meereist naar Moskou. Hij is een van de weinigen die terug zullen keren. Oosterbeek heeft niet alles letterlijk vertaald en wisselt de dagboekaantekeningen af met historisch commentaar. Het is een zeer leesbaar, informatief en spannend boekje geworden dat mij na het lezen van 1812 – Napoleons fatale veldtocht naar Moskou van Adam Zamoyski toch weer allerlei nieuws bood. In intermezzo’s gaat Oosterbeek in op de politieke situatie van het Napoleontische Europa (hoofdstuk 3 sidderende machthebbers), op de organisatie en de dagelijkse realiteit van de veldtocht (hoofdstuk 7 een rugzak van koeienhuid) en op de wijze van oorlogvoeren (hoofdstuk 9 schreeuwende gewonden).

Willem Oosterbeek vertelt het verhaal van de veldtocht veel summierder dan Adam Zamoyski, aan de hand van een selectie uit het dagboek van de Nederlandse officier, maar toch kunnen we de tocht wel helemaal volgen: van Parijs, via Brussel, Maastricht, Münster, Osnabrück, Minden, Hannover, Braunschweig, Magdeburg, Potsdam en Stettin gaat het door het groothertogdom Warschau naar de oever van de Njemen, de grensrivier tussen het Napoleontische Europa en het tsaristische Rusland. Half juni, na drie maanden en 1800 kilometer dagmarsen van tussen de 20 en 25 kilometer, bereikt Dumonceau eindelijk het uiterste oosten van Napoleons vazalstaten en dus van zijn invloedssfeer.

Daarna gaat het naar Vilna, Vitebsk, Minsk naar Smolensk aan de Dnjepr. Daar zijn ze eindelijk op eigenlijke Russische bodem. Het Russische leger onder de Schotse opperbevelhebber Barclay de Tolly blijft zich terugtrekken en zuigt de Grande Armée zo het onmetelijke binnenland in, steeds verder van huis. Dumonceau wil dolgraag slag leveren, maar bij Smolensk gaan de Russen de confrontatie maar gedeeltelijk aan. De stad wordt in brand gestoken, een voorproefje van wat Napoleon te wachten staat in Moskou.

Omdat Dumonceau officier is van een regiment binnen de Keizerlijke Garde, is hij steeds in de buurt van Napoleon. Van de half miljoen soldaten die invasiemacht telt, vangen de meeste soldaten zelfs niet een glimp van de keizer op. Maar Dumonceau ziet hem regelmatig voorbij komen. Een nadeel van deze bevoorrechte positie in de Keizerlijke Garde is dat Napoleon deze in de praktijk als reservetroepen achter de hand houdt. Waarschijnlijk is dat ook een reden waarom Dumonceau de Russische veldtocht overleefd heeft. Hij hoeft geen slag te leveren, al ziet hij daar wel naar uit.

terugtocht in  1812
Napoleons terugtocht in 1812 door Adolf Northern

Oosterbeek schrijft dat van de twaalf soldaten die naar Moskou trekken, slechts twee overleven. Tien soldaten zullen uiteindelijk nooit terugkeren. Slechts een van de tien bezwijkt op het slagveld of later aan zijn verwondingen. Twee van de tien worden er gevangen genomen, dikwijls door kozakken die ze uitleveren aan boeren. Deze treffen het zwaarste lot omdat de boeren op verschrikkelijke wijze wraak nemen op de aan hen uitgeleverde gevangenen. Tenslotte zullen zeven van de tien die het niet overleven onderweg sterven. Naar Moskou! Naar Moskou! Is een verhaal over de waanzin van oorlog, over de discrepantie tussen een ambitieus plan en de weerbarstige werkelijkheid. In al zijn gruwelijkheid blijft het verhaal van de Russische veldtocht tot de verbeelding spreken en komt het voor de Nederlandse lezer door het dagboek van de Nederlandse officier Dumonceau dichterbij als in 1812 van Zamoyski.

Naar Moskou!Naar Moskou! [ singeluitgeverijen.nl ]