Categorie archief: 19e eeuw

de moord op Kotzebue

zaterdag was het 200 jaar geleden dat August von Kotzebue
door de patriot Karl Ludwig Sand in Mannheim vermoord werd

de fantoomterreurDe moord op de toneelschrijver August von Kotzebue (1761-1819) op 23 maart 1819 is een sleutelmoment in de eerste helft van de negentiende eeuw. Het gaat dan eigenlijk niet om de gebeurtenis zelf of de persoon van Kotzebue (hij schreef overigens 211 toneelwerken, was bij het gewone volk veel populairder dan Goethe en Schiller en in zijn tijd was zijn werk al over de hele wereld verspreid, o.a. in Russische bibliotheken op de Aleoeten.) maar om de gevolgen van deze moord.

De moord was immers een politieke moord en om de impact te begrijpen, moeten we iets weten van de politieke situatie na 1815.

Nu is er weer volop belangstelling voor de Restauratie zoals de periode tussen 1815 en 1848 genoemd wordt. Historicus Adam Zamoyski schreef in 2014 Phantom Terror (in 2015 verschenen in een Nederlandse vertaling onder de titel De fantoomterreur). En Beatrice de Graaf schreef Tegen de terreur waarmee ze net als Zamoyski inzoomt op de bestrijding van politieke vijanden en de organisatie van veiligheidsdiensten tijdens de Restauratie.

Karl Ludwig Sand, de martelaar
In Arthur Schopenhauer – de woelige jaren van de filosofie beschrijft Rudiger Safranski in hoofdstuk 18 dat er na de moord op August von Kotzebue een cultus rond zijn moordenaar Karl Ludwig Sand ontstond: “De verering die men met name in Heidelberg voor Sand had, was hier jaren later nog te bespeuren. Van de planken en balken van het schavot waarop Sand was terechtgesteld, bouwde scherprechter Braun (…) een huisje in zijn wijngaard bij Heidelberg. Daar plachten corpsleden in het geheim samen te komen. In Heidelberg tierde ook de handel in relikwieën. Men vocht om de met bloed van de martelaar bespatte houtkrullen, en men kon hier pijpen en koffiekopjes met het portret van Sand kopen”.

Bij de moord op August von Kotzebue gaat het niet om de schrijver en ook niet om zijn moordenaar Karl Ludwig Sand, maar om de zogenaamde Besluiten van Karlsbad die het gevolg waren van deze moord. De impact van deze besluiten kunnen moeilijk onderschat worden. Ten eerste kwam er een algemene censuur van de pers en een verbod op Burschenschaften (Duitse studentenverenigingen). Revolutionair gezinde docenten werden ontslagen. Er kwam staatstoezicht op universiteiten. Tenslotte werd er onderzoek ingesteld naar revolutionaire activiteiten door een centrale commissie in Mainz. Met andere woorden: Er ontstond een politiestaat.

Nadat in juni 1815 het Congres van Wenen was afgesloten en Napoleon defintief verslagen was, ontstond er een “nieuw” Europa dat bij elkaar gehouden werd door een politiek systeem waarvan Metternich de architect was. Om dit systeem in stand te houden, was repressie nodig van liberale bewegingen. Doordat Napoleon praktisch heel Europa had aangestoken met de idealen van de Franse Revolutie, was de vonk overgeslagen. Vooral naar Duitsland. De Duitsers bleken zeer ontvankelijk voor liberale hervormingen. Duitsland werd het hartland van nationalisme, identiteit en volkswil. En zo begon het Duitse volk zich bewust te worden van zijn eigen identiteit en te verlangen naar een Duitse eenheidsstaat. Dit verlangen botste met de politieke werkelijkheid, want na 1815 werd de traditionele Kleinstaaterei in Duitsland gewoon hervat. De liberale beweging leefde vooral onder studenten. Om de verspreiding van het liberalisme te voorkomen stelde Metternich de zogenaamde demagogenvervolging in.

Doordat Napoleon praktisch heel Europa had aangestoken met de idealen van de Franse Revolutie, was de vonk van het liberalisme overgeslagen. Vooral naar Duitsland.

Demagogen waren voor Metternich populisten, invloedrijke personen die op de onderbuik van het volk inspeelden. Tweehonderd jaar geleden waren de populisten echter niet rechts- maar linksgeoriënteerd. Ze waren liberaal en in de eerste helft van de negentiende eeuw stond liberaal voor links terwijl monarchistisch en conservatief voor rechts stond. Het liberalisme leefde vooral in de Burschenschaften, de studentenverenigingen, onder jonge mensen. Zij zagen de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap die de Fransen naar Duitsland hadden geëxporteerd, gesmoord in het monarchistische systeem van Metternich.

Karl Ludwig SandDe theologiestudent Karl Ludwig Sand (1795-1820) was een van de studenten die zich niet thuis voelden in het “nieuwe” Europa van Metternich. In 1817 nam hij deel aan het Wartburgfest bij de Wartburg in Eisenach. Dit was een patriottisch feest. Het Duitse nationalisme had nog niet zoveel te maken met het nationaalsocialisme ruim een eeuw later. Toch was er ook een duidelijke overeenkomst, de boekverbranding. Een van de boeken die in 1817 in Eisenach verbrand werden, was de Geschichte des deutschen Reichs van August von Kotzebue. De schrijver was immers een conservatief die op grond van de geschiedenis de monarchie verdedigde en het liberalisme afwees. Heinrich Heine zou in 1820 schrijven: “wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen”.

Wartburgfest 1817
DDR herdenkingspostzegel

Het Wartburgfest was een opmaat naar de moord op Kotzebue op 23 maart 1819. Er ontstond polarisatie en de Burschenschaften en de verdedigers van de Restauratie kwamen steeds meer tegen over elkaar te liggen. Kotzebue, die in 1817 meemaakte dat zijn boek verbrand werd, werd nog monarchistischer dan hij al was. Hij ging pleiten voor een verbod op de populistische Burschenschaften. Voor Karl Ludwig Sand was dat de aanleiding voor de moord. Met deze politieke moord bereikte hij het tegendeel. Vijf maanden later werden de Besluiten van Karlsbad van kracht.

Mister Blueberry [ 1 ]

aan het lezen in Mister Blueberry van Jean Giraud

Toen de Belgische scenarist Jean-Michel Charlier (1924-1989) overleed, stond tekenaar Jean Giraud (1938-2012) voor dezelfde keus als Albert Uderzo bij de dood van René Goscinny twaalf jaar eerder. Zou hij de succesvolle reeks die hij samen met zijn scenarist gecreëerd had definitief stoppen of in zijn eentje voortzetten? Nu was Blueberry op dat moment al een van de populairste Franse strips, door een miljoenenpubliek over de hele wereld gelezen. Dus volgde Giraud zijn collega Uderzo en nam hij voortaan ook het scenario op zich. Uderzo schreef nieuwe verhalen in de geest van Goscinny en Giraud deed dat in de geest van Charlier.

Mister Blueberry
Mister Blueberry

Anders dan bij Asterix, waarbij de verhalen altijd op zichzelf staan, vormen de verhalen van Blueberry al sinds 1963 een veelluik. Het magnum opus van Giraud en Charlier is een uit een hand gelopen drieluik, geïnspireerd door de dollarstrilogie, drie beroemde spaghettiwesterns van Sergio Leone uit de jaren zestig. Oorspronkelijk vormden de albums Chihuahua Pearl, De man die $500.000 waard was en Ballade voor een doodskist een gesloten verhaal, maar doordat de hoofdpersoon voortvluchtig was, volgde een reeks verhalen waarin Mike Blueberry achterna gezeten werd door een hele reeks vijanden. Charlier en Giraud werkten meer dan dertien jaar (1973-1986) aan deze cyclus van tien verhalen. Het laatste verhaal heette toepasselijk Het einde van de lange rit. Drie jaar later overleed Charlier.

In 1995 startte Giraud een nieuwe verhalencyclus die tenslotte uit vijf albums zou bestaan: Mister Blueberry (1995), Schaduw over Tombstone (1997), Geronimo de Apache (1999), OK Corral (2003) en Dust (2005). Scenarist Giraud liet Blueberry definitief het leger de rug toekeren en een nieuw leven beginnen in het legendarische westernstadje Tombstone in Arizona. Vandaar Mister Blueberry in plaats van Lieutenant Bluebbery.

Mister Blueberrry
Mister Blueberry (1995), Schaduw over Tombstone (1997) en Geronimo de Apache (1999)

Na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog schuift de frontier zich door de ontwikkeling van de spoorwegen razendsnel westwaarts. Het Wilde Westen is bijna ten einde gekomen. Aan de Oostkunst realiseert men zich dit ook en schrijvers en journalisten uit Boston, New York of Philedelphia trekken naar het Westen om verhalen op te kunnen tekenen uit de mond van levende legendes, want het publiek in de grote steden is daar gek op. En zo arriveert de schrijver Campbell met zijn assistent Billy in juli 1881 in Tombstone om de levende legende Mike S. Blueberry te ontmoeten.

Vanuit dit gegeven weeft Giraud een verhaal met flashbacks uit het leven van Blueberry en een legendarische gebeurtenis uit 1881, het vuurgevecht bij de O.K. Corral. Zo kan hij ook een aantal historische figuren ten tonele voeren: Wyatt Earp en zijn broers Morgan en Virgil, Doc Holliday en Billy Clanton.

Mister Blueberry (1995)
Schaduw over Tombstone (1997)
Geronimo de Apache (1999)
OK Corral (2003)
Dust (2005)

alles over Blueberry op deze blog

Door de bril van Bril

vrijdag in Rotterdam gekocht: De kleine keizer
verslag van een passie (2008) van Martin Bril

De kleine keizer - verslag van een passieDe stukjes die Martin Bril in 2004 voor de Vlaamse krant De Morgen over Napoleon schreef, aangevuld met enkele stukjes die tussen 2004-2007 in De Volkskrant gepubliceerd werden, zijn in 2008 gebundeld in het boekje De kleine keizer – verslag van een passie. Op 21 april 2009 ontving hij voor deze bundel de Bob den Uyl-prijs voor het beste literaire of journalistieke reisboek van 2008 een dag voordat hij kwam te overlijden. Door zijn columns en zijn optredens in DWDD was Bril een mediapersoonlijkheid geworden.

De schrijver staat met zijn fotogenieke hoofd op de foto op de achterkant van het boekje met een tinnen miniatuurtje van Napoleon voor zijn neus. Zijn kop lijkt tien meter hoog uit te torenen boven een van de meest invloedrijke historische figuren aller tijden. Ironie van de schrijver uiteraard. Maar of het van de uitgever ook ironie is dat op de voorkant en rug van het boekje in koeienletters Martin Bril staat? Ik denk dat dit eerder een uitvloeisel is van de Wet van het gewicht van een mediapersoonlijkheid in boekenland. De vormgever bij Uitgeverij Balans heeft het wat mij betreft beter gedaan. Adam Zamoyski is inmiddels een merknaam geworden, maar wordt met kleinere letters gepresenteerd dan Napoleon.

In het stukje ‘Wenen‘ beschrijft Martin Bril zijn bezoek aan het eiland Lobau in de Donau. Tijdens de Slag bij Aspern-Essling (21-22 mei 1809) en de Slag bij Wagram (5 en 6 juli 1809) hadden de Fransen hier hun kamp opgeslagen. Via noodbruggen deden de Fransen tweemaal een uitval. De eerste maal moesten ze zich terugtrekken omdat de Oostenrijkers een van de bruggen zo gesaboteerd hadden dat de Fransen de Donau dreigden te worden ingedreven. De tweede maal haalde Napoleon een strategische overwinning bij Wagram.

Bril beschrijft het eiland Lobau zoals het er tegenwoordig bij ligt. Het is een recreatiegebied waar Wenen vooral in de zomer naartoe trekt en het wemelt er van uitspanningen. De Napoleontoerist probeert zich een voorstelling te maken hoe het hier in de zomer van 1809 moet zijn geweest. De schrijver stelt vast dat dit ondoenlijk is. ‘Is het een troost dat we nooit werkelijk zullen weten hoe iets was?’