De historische schilderkunst uit de tweede helft van de negentiende eeuw loopt vaak vooruit op de spektakelfilm van de twintigste eeuw. Twee jaar geleden liet ik zien hoe D.W. Griffith zich had laten inspireren door The Babylonian Marriage Market van Edwin Long uit 1875. Voor een van de scenes uit Intolerance (1916) nam hij dat letterlijk over. Hij was niet de eerste filmpionier die dit deed. Een paar jaar voor hem had de Italiaanse regisseur Giovanni Pastrone voor Cabiria (1914) al schilderijen als uitgangspunt genomen voor bepaalde scenes. Pastrone en Griffith maakten hun meesterwerken honderd jaar geleden toen de historieschilderkunst uit de negentiende eeuw nog vers in het geheugen lag.
Tegenwoordig hebben we een andere relatie gekregen met het verleden. De reconstructie van het verleden “wie es eigentlich gewesen ist” was in de negentiende eeuw gebruikelijk. Maar sinds Wahrheit und Methode. Grundzüge einer philosophischen Hermeneutik (1960) van Hans-Georg Gadamer weten we definitief dat een objectieve interpretatie van de geschiedenis een illusie is. Het gaat er niet om het verleden te reconstrueren maar om het te verstaan en in dienst te stellen van het heden. En zo zijn we vertrouwd geraakt met interpretaties van Shakespeare en Sophocles waarbij acteurs optreden in eigentijdse kleding.
Toch is negentiende-eeuwse objectiverende benadering van geschiedenis in de historische film nog springlevend. Art directors en set decorators van kostuumdrama kunnen nog altijd zwaar leunen op de schilderkunst, met name die van de negentiende eeuw. De televisieserie Versailles (2015) brengt het hof van zonnekoning Lodewijk XIV weer tot leven. Dat moet in werkelijkheid ook één groot toneelstuk geweest zijn. Versailles werd eerder bevolkt door acteurs dan door gewone mensen.

Een schilderij uit de historieschilderkunst dat dit fraai laat zien, is Réception de Condé à Versailles van Jean-Léon Gérôme uit 1878. We zien de entree van het paleis tijdens de ontvangst van de Lodewijk II van Bourbon-Condé door Lodewijk XIV. Het is een icoon van het absolutisme waarbij de zonnekoning de centrale plaats inneemt. De edelen zijn satellieten die om hem draaien en zelfs de machtige Grand Condé moet buigen.

Gérôme heeft deze historische gebeurtenis uitgebeeld zoals deze bedoeld was: de ontvangst is een vertoning, een toneelstuk, waarin de spelers rond de zonnekoning tegelijkertijd het publiek zijn. Ze staan als wassen beelden uitgestald op de trap om de Grand Condé te imponeren.

Bron: musee-orsay.fr
In mei 1816 reisden Mary Godwin, Percy Shelley en hun zoontje naar Genève met Claire Clairmont. Ze wilden daar de zomer doorbrengen met de dichter Lord Byron. Hij had op dat moment een affaire met Claire Clairmont en zij was in verwachting van hun kind. In Geneve begon Mary Godwin zich Mary Shelley te noemen. Op 25 mei 1816 voegde Lord Byron zich bij het gezelschap samen met de jonge natuurkundige William Polidori. Hij huurde daar de Villa Diodati aan het Meer van Genève. Percy Shelley huurde het nabijgelegen Maison Chapuis. 
Veel lager in aanzien dan de historieschilder stond de genreschilder. Hij schilderde niet in opdracht op enorme doeken maar leverde bescheiden schilderijen voor de burgerij die graag keek in de spiegel van het dagelijks leven. In de burgerlijke cultuur van het Biedermeier waren enkele zeer goede genreschilders bezig, zoals de Duitser Carl Spitzweg (1808-1885). Hij keek naar de wereld en vooral naar de mensen om zich heen en schilderde deze met humor en kleur.Afgelopen week ontdekte ik de Franse genreschilder Luis-Leopold Boilly (1761-1845). Hij liet zich inspireren door de Hollandse genreschilders uit de 17e eeuw zoals Gabriël Metsu (1629–1667), Willem van Mieris en Gerard ter Borch (1617–1681). 















