Categorie archief: religie

Franz Anton Zeiller

gezien in Museum in Grünen Haus in Reutte: Mit Pinsel und Palette!
Zum 300. Geburtstag von Franz Anton Zeiller
(1716-1794)

Franz Anton ZeillerDriehonderd jaar geleden werd in Reutte (Tirol) de schilder Franz Anton Zeiller geboren. Ik had al wel eens van hem gehoord, maar buiten Oostenrijk is hij om verschillende redenen geen bekende schilder. De belangrijkste reden is waarschijnlijk dat hij een oeuvre schiep dat tegenwoordig heel ver van ons af staat, kerkelijke fresco’s en altaarstukken. Daarbij werkte hij ook nog eens in een stijl waar we sowieso niets meer mee hebben, het rococo. Zijn leven speelde zich voornamelijk af in Beieren, Noord- en Zuid-Tirol (sinds 1919 Italië). In zijn leerjaren bereisde hij wel Italië en woonde hij enkele jaren in Rome.

Franz Anton Zeiller is een van de vele schilders van religieuze kunst uit de achttiende eeuw waar je gewoon aan voorbij loopt. Of onderdoor loopt. Want veel van zijn werk zijn koepelfresco’s en plafondschilderingen in het middenschip. Het is vooral meer van hetzelfde. Geen grote kunst, wel degelijk ambachtswerk.

Franz Anton Zeiller
Het boomwonder van de heilige Martinus in de St. Martin in Sachsenried, de eerste zelfstandige opdracht van Zeiller in 1753.

In Beieren, Noord- en Zuid-Tirol is het bezaaid met kerkjes die aan de buitenkant vaak opvallend kaal en eenvoudig zijn, maar aan de binnenkant weelderig gedecoreerd zijn. Ontelbare schilders en andere ambachtslieden waren er in de achttiende eeuw druk mee. Het resultaat zijn kermisachtige interieurs en hebben dus een uitstraling die eerder frivool dan ernstig is. Alsof de muziek van Mozart gematerialiseerd is.

Franz Anton Zeiller
Het boomwonder van de heilige Martinus detail

Wat bijna alle schilders van kerkelijke kunst uit Beieren en Tirol in de achttiende eeuw met elkaar gemeen hebben, is het kleurgebruik en de theatraliteit. Beide zijn door en door Italiaans.

De Venetiaanse frescoschilder Tiepolo introduceerde rond 1730 een nieuw soort kleurgebruik. De barok had vooral onder invloed gestaan van Caravaggio, de schilder van dramatische lichteffecten die altijd heel veel donker nodig had in zijn werk. Maar 140 jaar na Caravaggio liet Tiepolo iets heel nieuws zien: voorstellingen waar de donkere tonen helemaal uit verdreven waren. De pasteltinten deden hun intrede in de schilderkunst. Het leek alsof de zon was doorgebroken. Dat gevoel werd effectief toegepast in koepelfresco’s waarin de hemel letterlijk openbrak en de Zon der Gerechtigheid, soms gezeten op een regenboog, in het gezicht scheen.

In het werk van Franz Anton Zeiller zie je overal de Italiaanse invloed. Hij bracht dan ook een uitzonderlijk lange studietijd in Italië door, van 1742 tot 1749. Toen hij terugkeerde in Tirol ging hij eerst aan het werk als assistent bij een meester. Maar in 1757 kreeg hij zijn eerste grote opdracht: een reeks grote plafondschilderingen in de abdijkerk van Ottobeuren. Hij zou er vier jaar aan werken, langer dan Tiepolo aan de fresco’s in de residentie van Würzburg had gewerkt.

Franz Anton Zeiller
In 1763, tien jaar na de fresco’s in de St. Martin in Sachsenried, schilderde Zeiler nogmaals Het boomwonder van de heilige Martinus in de St. Martin in Schlingen.

De opdracht in Ottobeuren zou de carrière van Zeiller veel goed doen. In 1766 werd hij door de bisschopsvorst van Brixen naar Zuid-Tirol gehaald om het priesterseminar te decoreren. Hij werd er zelfs tot hofschilder benoemd. Zeiller had nu het hoogste bereikt wat een eenvoudige schilder uit Reutte kon bereiken. Toen hij in 1783 (hij was toen 66 jaar) naar zijn geboorteplaats terugkeerde, was hij een belangrijk man geworden. Maar hij ging nooit met pensioen en werkte door tot in de jaren tachtig van de achttiende eeuw. Zijn laatste werken bevinden zich in Böhen (St. Georg), Matrei im Ost-Tirol (St. Alban), Bichlbach (St. Laurentius) en Wängle (St. Martin).

Grüne HausDer Museumsverein des Bezirkes Reutte gedenkt in der diesjährigen Sommerausstellung an den bedeutenden Reuttener Maler Franz Anton Zeiller. Er wurde am 18. April 1716 in Breitenwang getauft. Schon früh verlor er seine Eltern. So kam er in der Lehre seines Großonkels Paul Zeiller. Nach Lehrjahren in Augsburg und vor allem in Italien bekam er vor allem Aufträge im Allgäu und in Nordtirol.
 
1764 berief ihn der Brixener Fürstbischof in seine Residenzstadt und ernannte ihn 1768 zum Hofmaler. Jetzt waren vor allem das Pustertal und Osttirol sein bevorzugtes Betätigungsfeld. Nach dem Tod seines „Vetters“ Johann Jakob Zeiller kam Franz Anton ins Außerfern zurück und malte Deckenbilder für die Pfarrkirchen in Bichlbach, Wängle und Grän. Er starb am 4. März 1794 in Reutte als berühmter Sohn seiner Heimatgemeinde.
 
Bron: museum-reutte.at

Kerk of kermis? De rococo van de basiliek van Ottobeuren [ W&V ]

kerk of kermis?

de rococo van de basiliek van Ottobeuren (1757-1766)

Mijn eerste confrontatie met de basiliek van Ottobeuren was in 1986. In 2010 keerde ik nog eenmaal terug. Ottobeuren geldt als een hoogtepunt van kerkelijke rococo in Zuid-Duitsland. Het is een stijl waar we gemakkelijk de neus voor ophalen: teveel krullen en teveel roze billen. Toch probeer ik het rococo al een paar jaar serieus te nemen. Wat is er precies gebeurd halverwege de achttiende eeuw? Waarom veranderden kerkinterieurs in een kermis? De barok kon er ook wat van, maar tijdens het rococo werd het toch een beetje beschamend. Engeltjes leken rechtstreeks uit het boudoir van Madame de Pompadour de kerk binnen gevlogen. En de bisschop had het allemaal goed gevonden!

Ottobeuren
middenschip van de basiliek van Ottobeuren
Wat is er precies gebeurd halverwege de achttiende eeuw? Waarom veranderden kerkinterieurs in een kermis?

Het is meestal bevrijdend om vooroordelen even tussen haakjes te plaatsen. Als ik dat doe met mijn vooroordelen over rococo (“behaagziek”, “vals”, “sentimenteel”) dan gaat er een wereld voor mij open. Het verschilt niet eens zoveel van de glamour uit Hollywood of de eye candy in de glossies. Vergeet even dat het kitsch zou zijn en laat je bedwelmen zoals de gelovigen in de achttiende eeuw. De hemel lijkt open te breken. En zo was het letterlijk ook geschilderd.

Ottobeuren
Ottobeuren detail

Een vondst van het rococo is het zogenaamde “Bild Insel”, het fresco dat omgeven door schuimend rocaille drijft op een roomblanke ondergrond. De fresco’s zijn geschilderd in de kleuren van een Italiaanse ijssalon: pistache, frambozen en meer zoets. Het is echt een lekkernij voor het oog. De rocaille stuwt zich als een branding van slagroom om de stichtelijke taferelen. Het huisje van knibbel, knabbel knuisje. Maar dan binnenstebuiten gekeerd.

Ottobeuren
Ottobeuren detail

In het rococo van de achttiende eeuw werd het Evangelie niet alleen verkondigd als een blijde boodschap maar ook als een lekkere boodschap. De gelovige moest verleid worden. Dat was niet nieuw want in de barok bestond dat ook. Je zou zelfs de hele barok kunnen zien als de visuele propaganda die tijdens de contrareformatie door de kerk van Rome werd ingezet om de protestanten weer terug te winnen voor de moederkerk. Daarbij lag de nadruk op het individuele en vooral op de emotie. Ten hemel gerichte blikken van martelaars in extase. “Het katholicisme. De eerste. De beste. En dat proef je!”

Ottobeuren
Ottobeuren detail
In het rococo van de achttiende eeuw werd het Evangelie niet alleen verkondigd als een blijde boodschap maar ook als een lekkere boodschap.

Het rococo volgde in de jaren dertig de barok op. Europa was enigszins tot rust gekomen en de grote godsdienstoorlogen lagen achter de rug. Er was een nieuwe geest van waaien, de geest van de Verlichting. De sombere, donkere tonen van het barok maakten plaats voor lichte en heldere kleuren. Kerkelijke en wereldse kunst gingen nog meer door elkaar lopen. Anders gezegd: de wereldse kunst drong nog verder de kerk binnen.

En zo kon het gebeuren dat kerken, die oorspronkelijk plaatsen van gebed waren geweest, eruit gingen zien als de ultieme plaats van vermaak: de kermis annex bordeel.

de bekering van een dadaïst

Heilung durch Heil. Hugo Ball und die religiöse Konversion
lezing van Rüdiger Safranski donderdag 23 juni j.l. in Zürich

Hugo BallTijdens de manfestatie Dada, ich und über(m)ich – Das fragmentierte Selbst und seine Sehnsuch nach Ganzheit in Zürich was Rüdiger Safranski de laatste spreker. Ik was er graag bij geweest. Hugo Ball is samen met Joris Karl Huysmans een van de kunstenaars uit de vroege twintigste eeuw wiens levensloop mij bijzonder aanspreekt. Net als Augustinus gaven beiden zich in hun jeugd over aan uitspattingen en leefden decadent of dadaïstisch. Uiteindelijk kwamen ze door een creatieve Umwertung aller Werte uit bij de waarheidsschat van de Kerk. Waar de meeste intellectuelen niet in slagen, namelijk de overgave aan de persoonlijke God, kwamen zij tot geloof. De leap of faith is het duidelijkst bij personen die zich eerst ten volle hebben gegeven aan decadentie (Huysmans) of nihilisme (Ball). William Blake schreef “The road of excess leads to the palace of wisdom.” In de uitspattingen en dwalingen blijkt een oprecht verlangen naar waarheid en wijsheid aanwezig.

Aus psychologischer Sicht ist Dada der Versuch, dem “vernünftigen Wahnsinn” der Moderne Widerstand zu leisten, um zu einer umfassenderen und humaneren Identität zu gelangen.
Im Verlust der «psychischen Einheit» sieht Hugo Ball das zentrale Problem des modernen Menschen, das im Künstler auf exemplarische Weise sichtbar wird. Er ist Symptomträger seiner Epoche, weil er ein fragmentiertes Selbst vor Augen führt, das der Heilung durch Bewusstwerdung und Integration bedarf. Aus psychologischer Sicht ist Dada der Versuch, dem «vernünftigen Wahnsinn» (Hans Arp) der Moderne Widerstand zu leisten, um zu einer umfassenderen und humaneren Identität zu gelangen.
 
Bron: collegium.ethz.ch

Hugo BallByzantinisches Christentum: Drei Heiligenleben – door Hugo Ball
Seinem literarischen Nein von 1916 (‘Dada’) und der politischen Generalabrechnung von 1919 (‘Kritik der deutschen Intellektuellen’) ließ Hugo Ball 1923 mit seinem Buch ‘Byzantinisches Christentum’ eine religionsgeschichtlich argumentierende Neubestimmung der eigenen Position folgen. Dieses eigentümlich sperrige Werk wurde von christlichen Theologen weithin mit Kopfschütteln und Unverständnis aufgenommen und trug selbst für wohlmeinende Freunde Züge des Skandalösen. Auch die literatur- wissenschaftliche Forschung sollte sich später diesem Text verweigern. Der von Ball - auf Anregung Hermann Hesses – gewählte Untertitel, der das Buch der gängigen katholischen Hagiographie zuzuordnen scheint, tat ein Übriges, um das Werk weitgehend in Vergessenheit geraten zu lassen.
 
Bron: amazon.de

Von Dada zur Catholica [ literaturkritik.de ] | dada100zuerich2016.ch