Categorie archief: comics

Olaf Noord

van Gabriël gekregen: Sjors van de Rebellenclub nrs. 38 t/m 53 1955

Vanmorgen verraste Gabriël mij met een bundel “antieke” stripbladen. Sjors van de Rebellenclub was de voorloper van Sjors, het stripweekblad dat in 1975 met Pep fuseerde tot Eppo. Nog steeds bewaar ik de laatste zes jaargangen van Pep (1970-1975) als een relikwie van mijn jeugd. De Sjorsen uit 1955 komen voor mijn gevoel uit de prehistorie, gedrukt op vergeeld krantenpapier in zwarte inkt met hier en daar een steunkleur, meestal rood.

Sjors
kop van Sjors van de Rebellenclub

Thuis lazen wij Pep, maar later leerde ik door Eppo ook stripmakers uit de stal van Sjors kennen, waaronder Bert Bus. Ik vond zijn strip Stef Ardoba te Amerikaans en miste de eigen signatuur die de meeste tekenaars uit de stal van Pep wél hadden. Maar Bert Bus (inmiddels 83) is wel een pionier van het Nederlandse beeldverhaal. In 2004 werd hij terecht onderscheiden met de Bulletje en Bonestaak Schaal van het Stripschap, een prijs aan stripmakers die aan de wieg hebben gestaan van het Nederlandse beeldverhaal.

Olaf Noord
Olaf Noord en het geheim van de Jar-riri’s (1955) door Bert Bus

Sjors en de Rebellenclub nrs. 38 t/m 53 1955 [ catawiki.nl ]

getormenteerde kunstenaar

gisteren gezien in het Uur van de Wolf: Dick is boos (2014)
een portret van striptekenaar Dick Matena door Hans Polak

Als negenjarig jongetje had ik al bewondering voor het werk van Dick Matena (ik sprak het altijd uit als Ma-téé-na). Samen met Martin Lodewijk, Daan Jippes, Fred Julsing, Henk Kuijpers, Peter de Smet, Willy Lohmann en Hans G.Kresse behoort hij tot de old school van Nederlandse striptekenaars die een platform hadden in PEP. Nog steeds koester ik zes jaargangen (1970-1975) van dat weekblad als relikwie van mijn jeugd. De Argonautjes en Grote Pyr van Dick Matena staan op hetzelfde papier dat ik als jongetje in mijn handen had.

PEP 52 1974
in de laatste PEP van 1974, nu veertig jaar geleden, tekende de 31-jarige Dick Matena onder het pseudoniem A.den Dooier de teloorgang van oude knudde

Gisteren zond NTR in het Uur van de Wolf de documentaire Dick is boos uit van Hans Polak. Dick blijkt een moeilijke man te zijn. Vaak boos. Maar ook heel vaak niet boos, zegt hij lachend. Zijn vrouw Nelleke weet er alles van.

Matena is een kunstenaar van het oude stempel, een ambachtsman. Omdat er zo zoveel charlatans zijn die zich kunstenaar noemen, ziet Dick zichzelf liever niet als kunstenaar. Er zullen ook weinig mensen zijn die net zo hard werken als Dick Matena. Op 71-jarige leeftijd zit hij, ook na zijn hartinfarct, dagelijks nog uren achter de tekentafel. Het geld moet binnen.

Mooi moment uit de documentaire is de scene voor boekhandel Donner in Amsterdam. Samen met collega Martin Lodewijk moet hij van zijn uitgever zijn boeken signeren. Terwijl Martin Lodewijk binnen braaf tekeningen in boeken maakt, blijft Dick nukkig op straat staan. Nee, daar doet hij dus niet aan mee. Tenslotte zien we hem binnen toch signeren en een tekening maken voor een meisje met een stapel Matena-boeken in haar handen. “Je bent niet voor niets gekomen hoor”, spreekt hij haar als liefdevolle opa toe. De gekwelde oude man blijkt een heel klein hartje te hebben.

Dick Matena noemt zichzelf een getormenteerd mens. Dat past volgens hem niet bij een striptekenaar. Neem nu zijn collega Jan Kruis, dat is gewoon een heel nette en aardige man. Die heeft ook succes. Maar als je een klootzak of een viezerik bent, dan moet je sappelen met al je talent. Matena geeft toe dat hij niet het vermogen heeft om zijn tekentalent in geld om te zetten. Nelleke vindt dat haar man een te laag zelfbeeld heeft en zich best wel wat arroganter mag opstellen. “Vroeger, toen ik voor Toonder Studio werkte, was ik een arrogante zeikerd hoor!” zegt Dick. “maar dat soort arrogantie bedoel ik juist niet”, corrigeert Nelleke. Het is duidelijk, Dick mag volgens haar wel wat meer eigenwaarde hebben. Maar voor een getormenteerd mens zijn eigenwaarde en geluk per definitie een slagveld.

Striptekenaar Dick Matena is vaak boos heel boos | dickmatena.com | 100 paginas Dick

de terugkeer van Het Gele Teken [2]

gelezen: Blake en Mortimer – de Septimus-Golf (2013)

septimusgolfIn februari schreef ik al iets over het nieuwste album van de retrostrip Blake en Mortimer. Het verscheen in december 2013 en afgelopen woensdag las ik De Septimus-Golf voor de eerste keer. Het is het tweede verhaal dat de Franse tekenaar Antoine Aubin voor zijn rekening genomen heeft. Met het tweede deel van De vloek van de dertig zilverlingen had hij al bewezen de stijl van Edgar P. Jacobs overtuigend na te kunnen bootsen. Ditmaal werkte hij samen met de Belgische scenarist Jean Dufaux.

Het tiende album uit de retroserie die in 1996 van start ging, dompelt ons weer helemaal onder in de wereld van Edgar P. Jacobs. We gaan terug naar het thuisland van de retro, de jaren vijftig. Het verhaal speelt zich af in 1954, een jaar na het avontuur met het Gele Teken. Natuurlijk speelden er commerciële motieven mee om met een vervolg te komen op dit legendarische stripverhaal dat zich weer helemaal in de jaren vijftig afspeelt.

In deze retrostrip draait alles om stijl en om een onderdompeling in een wereld die er niet meer is.

Helaas is De Septimus-Golf een erg rommelig verhaal geworden. De tekeningen van Antoine Aubin verdienden een beter scenario. Dufaux heeft te veel registers open willen trekken waardoor er onnodig veel personages worden geïntroduceerd en veel verbanden worden gelegd die wat mij betreft weggelaten konden worden. In voetnoten wordt er regelmatig verwezen naar Het Gele Teken, volgens Belgische stripkenners het Album van de Eeuw. Natuurlijk duikt aartsvijand Olrik weer op en ook spookt de krankzinnige geleerde Septimus uit het Gele Teken in het verhaal rond.

donlevy
De Iers-Amerikaanse acteur Brian Donlevy die meestal de gentleman/villain speelde, doet mij erg aan Olrik denken. Hij speelt een van de hoofdrollen in The Quatermass Xperiment (1955)

Het scenario bouwt zich vrij snel op. Nadat er in het Londen van 1954 een aantal “vreemde dingen” gebeurd zijn, zitten we al snel op surrealistische hoogten. En steeds komt er weer iets bij. Op een gegeven moment raakte ik net als bij een film van David Lynch de draad kwijt. Professor Philip Mortimer probeert ons telkens wél keurig te verklaren wat er allemaal gebeurt, terwijl de tekstballonnen de tekeningen wegdrukken. Maar de geniale inval die hij tenslotte krijgt, kunnen wij niet meer begrijpen. Het hoeft ook allemaal niet, want in deze retrostrip draait alles om stijl en om een onderdompeling in een wereld die er niet meer is. Zoals ik al eerder schreef: Het gaat om het terugvinden van dat twaalfjarige jongetje dat met rode oortjes een stripboek leest.

quatermass_xperiment_posterFilmkenners vinden in de Septimus-Golf knipogen naar Nosferatu, eine Symphonie des Grauens (1921) van F.W.Murnau en 2001: a space odyssey van Stanley Kubrick. In een korte inleiding schrijft scenarist Dufaux dat hij ook inspiratie heeft gevonden in de zesdelig Engelse televisieserie The Quatermass Xperiment (1953). In 1955 verscheen er ook een speelfilm gebaseerd op deze serie. Het was de eerste science fiction serie op de Engelse televisie en zou in de jaren zestig opgevolgd worden door de in ons land veel bekendere serie Dr.Who. In De Septimus-Golf zit dus ook een stevige scheut jaren vijftig pulp op basis van science fiction en horror. Maar het blijft ook de wereld van Blake en Mortimer en dat is een wereld zonder vrouwen. Dat nodigt behalve de trouwe fans natuurlijk geen nieuwe lezers uit, laat staan lezeressen. Daarom is er in de retroalbums plaatsgemaakt voor vrouwelijke personages.

xperiment
still uit The Quatermass Xperiment (1955)

De Septimus-Golf [ nl.wikipedia.org ]