Categorie archief: schilderkunst

rococo & co

Tiepolo, Fragonard en Hubert

De schilders van het rococo vormen een schakel tussen Pieter Paul Rubens, Frans Hals en de impressionisten. Met elkaar hebben deze schilders het joie de vivre, de verftoets en het kleurgebruik met elkaar gemeen.

FragonardIn Frankrijk maakt men al sinds de zeventiende eeuw onderscheid tussen twee bloedgroepen in de schilderkunst: de warmbloedige Rubénisten en de koudbloedige Poussinisten. De volgelingen van Rubens modelleren vanuit de kleur waarbij warme en koele kleuren krachtig tegenover elkaar worden geplaatst. De Poussinisten werken vanuit een uitgebalanceerde tekening waarbij kleur ondergeschikt is gemaakt aan de vorm. In de Franse schilderkunst is er door de eeuwen een golfbeweging waarbij de ene keer de Poussinisten en de andere keer de Rubénisten domineren.

Het rococo werd driehonderd jaar geleden als lichte variant van de barok door de Rubénist Antoine Watteau geïntroduceerd. Het palet én de voorstellingen werden lichter. Het hoogtepunt van het rococo was rond 1750 en duurde tot ongeveer 1770. Daarna volgde een omslag naar het neoclassicisme en gingen de Poussinisten de Franse schilderkunst beheersen. Het zou honderd jaar duren voordat met de impressionisten de Rubénisten de leiding weer overnamen. Een verguisde rococoschilder als Fragonard werd door hen herontdekt.

Hubert RobertZelf heb ik op dit moment drie favoriete rococoschilders: De Venetiaanse frescoschilder Giambattista Tiepolo (1696-1770) en de Franse schilders Jean-Honoré Fragonard (1732-1806) en Hubert Robert (1733-1808). Hubert Robert is net als Jean-Baptiste Greuze (1725-1805) een overgangsfiguur tussen rococo en neoclassicisme. Zijn kleurgebruik is helemaal rococo, maar zijn onderwerpen (meestal landschappen met Romeinse ruïnes) staan in de neoclassicistische mode.

Ik waardeer de schilders van het rococo vooral vanwege hun kleurgebruik. De voorstellingen lijken in honing ondergedompeld. Net als de impressionisten waren deze schilders verliefd op het licht. Maar met hun wulpse, sentimentele en vaak melige tafereeltjes heb ik weinig. Soms balanceren ze op het randje van pornografie.

Tiepolo 1751
Giambattista Tiepolo 1751
detail van plafondfresco in de Kaisersaal van de Würzburger Residenz

In de residentie van Würzburg heeft Tiepolo een hoogbejaarde bacchusfiguur met een minderjarige nimf letterlijk op het randje gezet. Het tweetal bungelt met de benen over de rand ergens onderaan een fresco in de Kaisersaal. Tiepolo lijkt zijn opdrachtgever een voorschot te willen geven op een stoute droom. Eén klein duwtje en de nimf zou uit haar roze wolk vallen… in de armen van de prins-bisschop van Würzburg.

Fragonard [ W&V ] | Tiepolo [ W&V ] | Robert [ W&V ]

spookbeelden

Der Student von Prag (1913) – de invloed van de donkere Romantiek
op de expressionistische film in Duitsland (1919-1926)

Das Cabinet des Dr. CaligariToen ik Der Student von Prag (1913) zag, merkte ik hoe primitief de cinematografie honderd jaar geleden nog was. Nergens in de film zit een close up, laat staan een dollyshot. Toch kondigt deze film, die zeven jaar voor Das Cabinet des Dr. Caligari (1920) ontstond, de Duitse expressionistische film aan. Meestal denken we daarbij aan formele kenmerken zoals sterke licht-donkercontrasten, diagonalen en uitvergrootte emoties. Maar vaak wordt vergeten dat de Duitse expressionistische film wortelt in de Romantiek en dan blijkt Der Student von Prag een schakel tussen de Romantiek en de expressionistische film in Duitsland.

Expressionistische film is een stijlrichting binnen de filmkunst die in het begin van de jaren twintig in Duitsland ontstond, in de ‘filmhoofdstad’ Berlijn. Het waren stomme films. In Oostenrijk waren er al enkele jaren eerder expressionistische tendensen in de filmkunst doorgedrongen, die zich vanuit literatuurverfilmingen ontwikkelden. Als onderwerp van handeling werden vaak verhalen als volksverhalen, legendes en mythen gebruikt.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Inhoudelijk liggen Der Student von Prag, Das Cabinet des Dr. Caligari en Nosferatu dicht bij elkaar. Het zijn namelijk griezelverhalen en het griezelverhaal is een uitvinding van de (donkere) Romantiek. De Duitse schrijver Hanns Heinz Ewers baseerde zijn verhaal Der Student von Prag losjes op verschillende bronnen: de Faust legende, William Wilson (1839) van Edgar Allen Poe, Peter Schlemihls wundersame Geschichte (1814) van Chamisso en vooral Die Geschichte vom verlornen Spiegelbilde (1815) van E.T.A. Hoffmann.

still uit The Student of Prague 1913
still uit Der Student von Prag (1913)
Balduin (Paul Wegener) komt zichzelf tegen
Paul Wegener zag dat dit soort eenvoudige trucages een droomwereld mogelijk maakten, waarin de fantastische en duistere verhalen van E.T.A Hoffmann tot leven konden komen.

In L’ecran demoniaque schrijft Lotte Eisner dat de toneelspeler Paul Wegener, die de student van Praag (Balduin) speelt, gefascineerd was door de mogelijkheden van de film. Er waren in dit nieuwe medium dingen mogelijk die op de planken nooit gerealiseerd konden worden. Dat zien we bijvoorbeeld in Der Student von Prag wanneer we Balduin verbijsterd ziet hoe zijn eigen spiegelbeeld triomfantelijk uit de spiegel stapt. Wegener zag dat dit soort eenvoudige trucages een droomwereld mogelijk maakten, waarin de fantastische en duistere verhalen van E.T.A Hoffmann tot leven konden komen.

In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog waarin Wegener in Der Student von Prag (1913) en Der Golem (1914) speelde, was er vooral in Duitsland een grote belangstelling voor de psychoanalyse. Het onderbewustzijn werd artistiek geëxploiteerd, net als honderd jaar eerder toen de romantici zich op het onderbewustzijn stortten. Film bleek een ideale uitdrukkingsvorm om de binnenwereld zichtbaar te maken, want als geen ander medium konden “levende beelden” het etherische karakter van de ziel tot uitdrukking brengen, met name haar angsten en verlangens.

Friedrich en The Student of Prague 1926
still uit Der Student von Prag (1926) inzet: Zwei Männer in Betrachtung des Mondes van Caspar David Friedrich (1824)

Er kwamen verschillende remakes van Der Student von Prag. In de versie van Henrik Galeen uit 1926 zien we dat de art director goed gekeken heeft naar Zwei Männer in Betrachtung des Mondes van Caspar David Friedrich. Dit schilderij toont de romantische fascinatie voor het geheimzinnige. Het schilderij vat in eenvoudige beelden de Romantiek krachtig samen: de volle maan als het symbool van het onbewuste en de grillige boomwortels als beeld van het onnavolgbare van de natuur, waarin de mens geworpen is. We zien bij Friedrich de mens nooit zoals in Renaissancistische portretten als trotse heerser over het landschap, maar altijd als nietig figuurtje dat in de natuur “geworpen” is. Deze “geworpenheid” zien we ook in de Duitse expressionistische film. Het is niet voor niets dat het hoofdwerk van het existentialisme Sein und Zeit (1927) in de vroege jaren twintig ontstaan is. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Romantiek & Expressionisme [ W&V ]

volg de meester [ 29 ]

kopie naar Hubert Robert (1733-1808)

In december maakte ik drie kopieën naar schilderijen van de Franse rococoschilder Jean Honoré Fragonard (1732-1806). Op dit moment ben ik bezig met een serie kopieën van ruïnelandschappen naar Hubert Robert (1733-1808). Fragonard en Hubert werkten rond 1760 met elkaar in Rome en bleven daarna altijd met elkaar bevriend.

kopie naar Hubert Robert
Toonschildering in acrylverf (violet) op stralende imprimatura van rauwe siena. Daarna in olieverf gehoogd met rauwe siena, oker, omber en zinkwit. Na dit stadium worden de lokale kleuren opgebracht.

volg de meester [ 1-29] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan