Categorie archief: schilderkunst

Italiëgangers [ 9 ]

Cornelis van Poelenburch (1594-1667) en de Bentveughels

Voordat Lodewijk Napoleon in Nederland in 1808 de Prix de Rome instelde, waren er al generaties lang schilders van de Lage Landen naar Italiëgereisd om daar de antieken te bestuderen en, niet in de laatste plaats, het Italiaanse landschap in zich op te zuigen. De schetsen die zij in de open lucht hadden gemaakt, werden soms jaren later op het atelier uitgewerkt in olieverfschilderijen. Net als wij op een regenachtige zondagmiddag in de herfst onze vakantiefoto’s bekijken, speelde ook toen heimwee naar het Zuiden een grote rol. De voorstellingen van de zogenaamde Italianisanten uit de 17e eeuw zijn sterk geïdealiseerd. Meestal schilderden ze pastorale taferelen in een avondstemming, badend in een warm, zuidelijk licht.

Tekenen van warmteIn de zomer van 2001 was in het prentenkabinet van het Rijksmuseum de tentoonstelling Tekenen van warmte te zien. Onlangs kocht ik de catalogus en was vooral getroffen door de techniek die Cornelis van Poelenburch en Bartholomeus Breenbergh voor het eerst toepasten. Zij werkten met bruine inkt en drenkten grote delen van de tekening in een tint, de zogenaamde ‘gewassen tekening’. De delen die in het volle zonlicht vielen, spaarden ze daarbij uit zodat het net lijkt alsof in de tekening de zon schijnt. Deze accentuering van het licht pasten ze ook in hun schilderijen toe. Van Poelenburch was overigens een van de oprichters van de Bentvueghels, een soort broederschap van kunstenaars uit de Lage Landen in Rome die ongeveer honderd jaar bestaan heeft (1620 tot 1720). Ook Bartholomeus Breenbergh behoorde tot dit gezelschap.

Van Poelenburgh
een prachtig voorbeeld van een gewassen tekening van Cornelis van Poelenburch
uit de collectie van het Rijks Prentenkabinet
Cornelis van Poelenburch was een leerling van Abraham Bloemaert te Utrecht. Na zijn opleiding reisde hij rond 1617 naar Italië, waar hij tot de oprichters van de Bentvueghels behoorde, de club van Nederlandse schilders te Rome. Zijn bijnaam daar was Satyr. Evenals zijn generatiegenoot Bartholomeus Breenbergh uit Amsterdam werd hij in Rome sterk beïnvloed door de landschappen van Paul Bril en de werken van Adam Elsheimer, en hij begon zelf Italiaanse landschappen te schilderen, die opvielen door een meer naturalistische benadering dan tot dan toe gebruikelijk.
 
Hij had in Rome veel succes en kreeg onder meer opdrachten van groothertog Cosimo II de’ Medici. Rond 1625 keerde Poelenburch terug naar Utrecht, waar hij een studio opzette. Hij had veel leerlingen en genoot veel aanzien met zijn kleine kabinetstukjes. Rubens kocht bij zijn bezoek aan Utrecht in 1627 enkele schilderijen van Poelenburch. In 1631 maakte hij een reis naar Parijs en op uitnodiging van koning Karel I werkte hij van 1637 tot 1641 in Londen. De Utrechtse verzamelaar baron van Wyttenhorst bezat maar liefst vijfenvijftig schilderijen van hem, en in de verzameling van stadhouder Frederik Hendrik was geen andere schilder zo goed vertegenwoordigd als Poelenburch.
 
Bron: nl.wikpedia.org

voorgaande posts over Italiëgangers

Nederlandse Realisten naar Assen

ING schenkt Nederlandse Realisten aan Drents Museum

Nederlandse Realisten na 1950Het Drents Museum in Assen krijgt 271 kostbare schilderijen van de ING art collection. Het zijn werken van o.a. Barend Blankert, Dick Pieters en Matthijs Röling. Bladerend door de catalogus Nederlandse Realisten na 1950 die verscheen bij de gelijknamige tentoonstelling in de Kunsthal in 2001, valt onmiddellijk op dat de ING veel realistische kunst in zijn collectie heeft. Ook Frans Clement, Peter Durieux, Kenne Grégoire, Theo l’Herminez, Pieter Pander, Piet Sebens, Bernardien Sternheim, Frans Stuurman, Jan van Tongeren, Aat Verhoog, Gerrie Wachtmeester en Kik Zijler zijn in de ING art collection vertegenwoordigd.

Fijnrealisme
Wat deze schilders onderscheidt van de modernistische schilders is dat de voorstellingen in het algemeen weinig tot geen ruimte laten voor een andere interpretatie dan wat geschilderd is. We herkennen een steen als een steen, een groen veld als een weiland of een grasveld etc. Het perspectief is meestal correct, de kleurtoepassing natuurgetrouw. De toeschouwer heeft nauwelijks ruimte voor een eigen visuele interpretatie die de verbeelding aan het werk zet.
 
Het is met name dit aspect dat bij liefhebbers van moderne kunst veel weerstand oproept. Het zou te schools, te ‘af’ zijn, geen uitdaging betekenen voor de fantasie van de toeschouwer; immers alles is al aanwezig op het doek. Het wordt gezien als een teruggrijpen op tradities; ambacht prevaleert boven artistieke kwaliteit.
 
Hoewel fijnrealisten tot nu toe weinig bekendheid genieten, hebben ze sinds de jaren zestig een groeiende groep verzamelaars gevonden, die tegenwoordig bereid is aanzienlijke prijzen voor hun werk te betalen. Daarnaast betreft het een kunstvorm die door een breed publiek wordt gewaardeerd om zijn herkenbare voorstelling en technisch vakmanschap. Een vergelijking met onze kunst uit de Gouden Eeuw is hier op zijn plaats.
 
Heleen Buijs in Nederlandse Realisten na 1950, Waanders Uitgevers Zwolle, 2001
Matthijs Röling
Matthijs Röling Herfst, 1975/76

Nederlandse Realisten na 1950Directeur Michel van Maarseveen van het Drents Museum spreekt van een „absolute topcollectie„ en „het beste van de hedendaagse figuratieve kunst in Nederland„. „We zijn er ontzettend blij mee.„ Het museum wordt op dit moment verbouwd en uitgebreid. Daarbij zal ook een nieuwe opstelling voor figuratieve kunst worden gecreëerd waar deze werken deel van uitmaken. Als het museum in het najaar van 2011 weer open gaat, zullen de van de ING gekregen werken allemaal te zien zijn.

Het Drents Museum, dat is gespecialiseerd in hedendaagse figuratieve kunst, werkte eerder al met ING Art samen met exposities en publicaties. Daarom krijgt dit museum als eerste 271 werken. ING onderhandelt nu ook met andere musea die kunst uit de collectie zouden willen ophangen. Maar er wordt ook gekeken naar mogelijkheden in ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen.
(Bron: volkskrant.nl )

ING collectie Nederland | ING stoot grote kunstcollectie af

Italiëgangers [ 8 ]

Viaggio in Italia – Künstler auf Reisen 1770–1880
Staatlichen Kunsthalle Karlsruhe, 11 september tot 28 november 2010
Carl Blechen
Karl Blechen 1832
Kloster Santa Scolastica bei Scubiaco
Blechen’s werk valt onmiddellijk op door het krachtige coloriet en de grote picturale vrijheid
Künstlerreisen nach Italien sind in der Sammlung der Staatlichen Kunsthalle Karlsruhe durch eine immense Fülle von Werken belegt, von denen nun erstmals eine Auswahl vorgestellt wird. Viaggio in Italia. Künstler auf Reisen 1770 -1880 zeigt mehr als 150 Skizzen und Zeichnungen, Aquarelle und Ölstudien, aber auch großformatige Kartons und Gemälde sowie Druckgraphik. Vor allem Rom als internationales Kunstzentrum sorgte für einen regen Austausch unter den Malern, Architekten, Bildhauern unterschiedlicher Nationen und zog Künstler aus ganz Europa an. So vereint die Ausstellung unter anderem Werke von Jean-Honoré Fragonard, Joseph Anton Koch, Bertel Thorvaldsen, Julius Schnorr von Carolsfeld, Carl Blechen, Camille Corot, Johann Wilhelm Schirmer, Arnold Böcklin und Anselm Feuerbach.
 
Bron: kunsthalle-karlsruhe.de

voorgaande posts over Italiëgangers