Categorie archief: schilderkunst

Leipziger Schule in Assen

Realisme uit Leipzig – Drie generaties Leipziger Schule
Drents Museum Assen, nog t/m 10 mei 2009

Neo RauchAfgelopen najaar bezocht ik met René de tentoonstelling van de Neue Leipiger Schule in het CobraMuseum in Amstelveen. Deze groep schilders vertegenwoordigt geen duidelijke stroming en heeft geen groepsideaal. De naam is een containerbegrip geworden voor alle schilders die gevormd zijn aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig. Inmiddels zijn dat drie generaties. In tegenstelling tot de tenstoonstelling in Amstelveen, is in het Drents Museum niet alleen werk van de Neue Leipiger Schule maar ook van de eerste twee generaties te zien. Deze werden in de DDR-tijd nog geschoold in het sociaal realisme. Anders dan in het vrije Westen met zijn vrije expressie werd in de DDR in de jaren vijftig en zestig nog traditioneel teken- en schilderonderwijs gegeven. De kunststudenten uit Leipzig hebben het tekenen daarom goed in de vingers zitten. Ook zijn ze sterk beïnvloed, beter gezegd geïndoctrineerd, door de beeldtaal van het sociaal realisme. De derde generatie die zich de Neue Leipziger Schule is gaan noemen, bestaat grotendeels uit dertigers (alleen het boegbeeld Neo Rauch is inmiddels 48) die gingen studeren toen de muur net gevallen was. Deze generatie kon zich voor het eerst op het Westen gaan richten, maar bleef tegelijkertijd putten uit de beeldtaal van het sociaal realisme. De schilderijen van Neo Rauch zijn een delirium van figuratieve samples met een quasi-cryptische betekenis. Eenentwintigste eeuws surrealisme of juist engagement? l’art pour l’art misschien? Zijn schilderijen roepen bij mij teveel vragen op terwijl mijn fascinatie voor zijn beeldraadsels uitblijft. Dan resteert er slechts een vermoeid gevoel.

Matthias Weischer
Matthias Weischer 2003
Living Room, olie op doek, 170 x 190 cm
de retro interieurs van Weischer’s zijn leuk om naar te kijken
De Leipziger Schule is officieel geen kunststroming, maar verbindt door zijn naam een grote groep kunstenaars die allen zijn opgeleid aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig, van oudsher een praktijkgerichte opleiding. In tegenstelling tot het kunstonderwijs in West-Duitsland, waar de nadruk lag op het leren ontwikkelen van het concept van een werk, werd op de Hochschule voornamelijk aandacht besteed aan de traditionele en technische aspecten van het maken van kunst.
 
Bron: drentsmuseum.nl

Drie generaties Leipziger Schule

eerste generatie
De kunstenaars Bernard Heisig (1925), Werner Tübke (1929-2004) en Wolfgang Mattheuer (1927-2004) waren allen, eerst als student en later als docent, verbonden aan de Hochschule. Deze kunstenaars werden beroemd in de jaren zestig van de vorige eeuw en worden ook wel aangeduid als de eerste generatie van de Leipziger Schule. Heisig, Tübke en Mattheuer vestigden de reputatie van Leipzig in de DDR als kunstcentrum.

tweede generatie
Onder de studenten van Heisig, Tübke en Mattheuer bevonden zich de schilders Ulrich Hachulla (1943) en Arno Rink (1940) die tot de tweede generatie Leipziger Schule worden gerekend. Ook zij gaven les aan de Hochschule en leidden de derde generatie Leipzigers op.

derde generatie
De schilders van de derde generatie worden de „Neue Leipziger Schule„ genoemd. De meeste kunstenaars ( waaronder Christian Brandl, Jan Dörre, Isabelle Dutoit, Falk Gernegroß, Matthias Ludwig, Ulf Puder, Johannes Rochhausen, Michael Triegel, Miriam Vlaming en Matthias Weischer) zijn rond de dertig jaar oud en maakten de laatste jaren van het socialistische regime mee, maar ook haar ineenstorting met de val van de muur in 1989. De samenvoeging van traditie en moderniteit speelt een grote rol in hun schilderijen en de beeldpoëzie is bij velen nog onmiskenbaar Oost-Duits: de onwerkelijke taferelen, de dromerige complexiteit, de verborgen betekenissen.De bekendste kunstenaar van deze generatie en inmiddels wereldberoemd, is Neo Rauch, waarvan op de tentoonstelling ook werk te zien is.

Leipziger Schule [ drentsmuseum.nl ]

Jan Wie?

ik herontdekte het prachtige schilderijtje van Jan Ekels II

Dankzij het rijkswidget van het Rijksmuseum (onderaan deze pagina) kwam ik het onderstaande schilderij van Jan Ekels II uit 1784 weer eens tegen. Jan Ekels II is een blinde vlek in mijn kunsthistorische kennis. Maar in de Nederlandse schilderkunst is de hele achttiende eeuw een ondergeschoven kindje. De periode tussen de schilders van de Gouden Eeuw en die uit de Romantiek wordt meestal met zevenmijlslaarzen genomen, omdat er niet zo veel (meer) te melden lijkt. Toch zijn er in de achttiende eeuw in ons land enkele zeer goede schilders en schilderijen die nauwelijks onder de aandacht komen. Het onderstaande schilderijtje is daar een goed voorbeeld van.

Jan Ekels II 1784
Een schrijver die zijn pen versnijdt
27,5 x 23,5 cm

Het tafereeltje met bescheiden afmetingen (27,5 x 23,5 cm) roept bij mij associaties op met de intieme interieurs die Adolph Menzel in de veertiger jaren van de negentiende eeuw schilderde. Maar dit interieur werd al in 1784 geschilderd, lang voor de Biedermeiertijd. Het grijpt terug naar de 17e eeuwse Hollandse meesters Vermeer, de Hooch en Metsu. Jan Ekels II gebruikt ook licht- en spiegeleffecten om de ruimte op een spannende manier open te breken.

Een jonge man zit aan een schrijftafeltje. Zijn gezicht en handen zijn in de spiegel te zien. De schrijver is bezig zijn pen, een ganzeveer, bij te snijden. De man zit ontspannen te werken, zijn jas heeft hij nonchalant over een stoel gegooid. Aan de muur, naast de spiegel, hangt een spel: een speelbord met een zakje stukken. Jan Ekels maakte dit schilderijtje in 1784. Hij bracht een sober ingerichte kamer en een doodgewone bezigheid op een bijzondere manier in beeld. De schijnbaar toevallige enscenering en het spiegelbeeld zijn prachtige vondsten.
 
Het gordijn is dichtgeschoven, maar door een spleet valt wat daglicht. De manier waarop dat licht langs de wand strijkt en hier en daar de dingen aanstipt doet denken aan het werk van de 17de-eeuwer Vermeer. Diens interieurschilderijen ademen eenzelfde verstilde sfeer. Vermeers ‘Brieflezende vrouw’ is een voorbeeld. Ook hier gaat het om een eenvoudig vertrek met een enkele figuur, verdiept in een simpele, stille handeling, bij een raam.
 
Net als Vermeer specialiseerde Jan Ekels II zich in sobere interieurs met één of enkele figuren. Naast Vermeer was het Franse neo-classicisme van invloed op Ekels’ werk. De helderheid en uitgewogen composities van Ekels’ schilderijen zijn kenmerkend voor het classicisme. Ekels leerde het classicisme kennen in Parijs, waar hij een paar jaar gewoond heeft. De ‘schrijver die zijn pen versnijdt’ is een topstuk in de Nederlandse schilderkunst van de 18de eeuw en een hoogtepunt in Ekels’ oeuvre. Het Rijksmuseum bezit nóg een ‘schrijver’ van Ekels, maar dat schilderij is minder opvallend, het mist het verrassende spiegel-effect.
 
Bron: Rijksmuseum.nl

Jan Ekels II (1759 – 1793) was een Nederlands kunstschilder en zoon van Jan Ekels de Oude. Jan Ekels de Jonge kreeg les van zijn vader en bezocht de Amsterdamse Tekenacademie. Ook studeerde hij twee jaar in Parijs, waar hij kennis maakte met het classicisme. In zijn genrestukken werd hij beïnvloed door 17de-eeuwse kunstenaars als Johannes Vermeer, Gabriel Metsu en Pieter de Hooch. Ook schilderde hij het enig bekende portret van Egbert van Drielst. Ongeveer 50 schilderijen zijn van hem bekend. De kunstenaar stierf op 33-jarige leeftijd en werd begraven vanuit een logement in de Nieuwe Doelenstraat.

over de schoonheid en de pijn

Jaap de Vries ontvangt de Wim Izaksprijs

Schilderkunst kun je op verschillende wijzen indelen, bijvoorbeeld naar tijdvak, stijl, genre, techniek of doelgroep. Omdat de belangrijkste indeling, namelijk goede en slechte schilderkunst, altijd een persoonlijke keuze is, zijn alle andere indelingen uiteindelijk niet zo belangrijk. Categorieën als klassieke muziek en popmuziek, traditionele en moderne kunst zijn tenslotte lege hulzen waar je weinig aan hebt. Het gaat erom waar je door geraakt wordt. Persoonlijk kijk ik liever naar schilderkunst van voor 1900 omdat deze mij meer bevredigt wanneer het gaat om aandacht, gelaagdheid en techniek. De officiële schilderkunst van de twintigste eeuw is vaak een reflecterende schilderkunst, een schilderkunst die zichzelf bekijkt. Zoals de meeste moderne kunst heeft ze de sterke neiging om grensoverschrijdend en conceptueel te zijn. Op dit punt haak ik meestal af, omdat het kader dat de traditie stelt mij te lief is. Omdat de aandachtige waarneming en het ambacht mij te lief zijn.

Jaap de Vries
Jaap de Vries Black Box (2008)
acrylverf op aluminium, 140 cm x 190 cm

Tien dagen geleden liet ik hier een schilderij zien van Tjebbe Beekman. Een rauwe en verontrustende voorstelling die vanuit een beklemmend wereldbeeld geschilderd is. De ‘landschappelijke’ schilderijen van Jaap de Vries lijken vanuit een soortgelijke visie tot stand te zijn gekomen: grote doeken met donkere tinten en een rauwe, verweerde uitstraling die bij mij associaties oproepen met troosteloze plekken waar liquidaties plaatsvinden of met grootstedelijk verval en criminaliteit. Niet iets om vrolijk over te worden. Maar Jaap de Vries vindt dan ook dat kunst pijn moet doen. Voor deze visie is er een selecte doelgroep, die uiteraard veel kleiner dan het publiek dat zich de ogen laat strelen en de ziel laat troosten met kleurige Alpenlandschappen op kalenderplaten die een beeld geven van een mooie(re) wereld. Ieder zijn meug.

Behalve voor Immanuel Kant en degenen die zijn Kritik der Urteilskraft hebben gelezen, brengen de meesten van ons schoonheid in verband met (goede) smaak. We redeneren doorgaans dat wat voor de een mooi is, voor de ander lelijk kan zijn, en dat schoonheid daarom dus een relatief begrip is. Zoals we relativisten zijn geworden in de ethiek en menen dat ‘de’ waarheid niet bestaat, zo zijn we ook relativisten in de esthetica en menen we dat ‘de’ schoonheid eveneens niet bestaat. Net als over mening en smaak valt er over waarheid en schoonheid ook (niet) te twisten. Waarheid en schoonheid zijn door deze radicale subjectivering dus relatieve begrippen geworden. Daardoor is ook de samenhang tussen het Schone, het Ware en het Goede op losse schroeven komen te staan. Ik schrijf deze Drieslag opzettelijk met hoofdletters, omdat ik ervan overtuigd dat deze Drie ontsnappen aan smaak en mening.

In de officiële hedendaagse schilderkunst, en daarmee bedoel ik schilderkunst die door musea voor hedendaagse schilderkunst wordt aangekocht, lijkt de methodische twijfel tot doel verheven. Er mag vooral geen eenduidige boodschap worden verkondigd. De subjectieve interpretatie van de beschouwer is heilig en wordt door de kunstenaar meestal geprikkeld maar nooit onderwezen. Zodra er toch een eenduidige boodschap lijkt door te komen, moet deze met complexiteit (meerdere lagen) en ironie weer worden afgebogen. Traditionele schilderkunst is niet alleen wat vorm (geschoolde techniek als basis) maar juist ook wat inhoud betreft (enkelvoudig ideaal zonder ironie) tamelijk tegengesteld aan de officiële hedendaagse schilderkunst.

Natuurlijk blijven traditionele en officiële hedendaagse schilderkunst categorieën, lege hulzen en blijft er tenslotte alleen maar goede en slechte schilderkunst. En dat is wat mij betreft niet zozeer een kwestie van smaak als wel een kwestie van eenheid (of het ontbreken daarvan) tussen het Schone, het Ware en het Goede.

jaapdevries.eu | kunst moet pijn doen [ trouw.nl ]