Hij was een tijdgenoot van Dante, die aan hem refereert in zijn Divina Comedia als de artiest die op het gebied van schilderkunst alleen werd overtroffen door de grote Giotto. Mede door deze referentie wordt Cimabue gezien als de ontdekker van Giotto di Bondone. Via Dante weten we ook dat Cimabue een erg luxe en weelderig leven leidde. Hij plaatst hem in zijn Divina Comedia namelijk daarvoor op de louteringsberg.

Zijn meest prestigieuze opdracht, zij het weer in samenwerking met Griekse icoonschilders, is de beschildering van het gewelf en de muren van delen van de grafkerk van Franciscus van Assisi. In stijl is goed zichtbaar wat Cimabue gemaakt heeft, daar hij de icoonschilders ver achter zich liet. De kerk is versierd met op de muren afbeeldingen van het leven van de heilige, en met taferelen uit het leven van Jezus Christus. Op het plafond staan afbeeldingen van de vier evangelisten met hun attributen. Deze heeft de schilder vermoedelijk alleen gemaakt, omdat toen zijn vernuft boven de anderen duidelijk was.
Een ander project van Cimabue was een tijdelijk bouwmeesterschap bij de bouw van de Santa Maria del Fiore, wat hij samen met Arnolfo di Lapo deed. Cimabue ligt zelf ook in de Santa Maria del Fiore begraven, waar zijn grafschrift als volgt luidt: “Zoals Cimabue geloofde het veld van de schilderkunst aan te voeren bij zijn leven, zo voerde hij dit aan, nu voert hij de sterren aan.”
Bron: nl.wikipedia.org
Toen in 1875 zijn moeder overleed en zijn vader zodanig ziek werd dat hij zijn kinderen niet meer kon onderhouden, kreeg Levitan een beurs van de school om hem de kans te geven op school te blijven. Tijdens zijn studie raakte Levitan bevriend met Konstantin Korovin, Michail Nesterov en Michail Tsjechov, en via deze met zijn broer, de beroemde schrijver Anton Tsjechov. Levitan was vaak te gast bij Tsjechov, en mogelijk was hij verliefd op Tsjechovs zuster, Anna Pavlova Tsjechova. Zijn eerste tentoonstelling was in 1877 en werd positief ontvangen door de pers. In mei 1879 werd de familie Levitan door nieuwe beperkende wetgeving omtrent de permanente verblijfplaats van Joden gedwongen te verhuizen. Onder druk van de bewonderaars van Levitans werk mocht hij echter in de herfst al terugkeren naar Moskou. Vanaf 1880 begon Pavel Tretjakov schilderijen van Levitan te kopen; deze schilderijen zijn nu onderdeel van de collectie van de Tretjakov-Galerij.
Geboren in de Oekraïne, werd Repin aanvankelijk opgeleid tot ikonenschilder. Tijdens het doorlopen van de kunstacademie in Sint-Petersburg – waar hij overigens eerst niet werd toegelaten – raakte hij ervan overtuigd dat ware kunst het echte leven zou moeten uitbeelden. Een van zijn eerste werken, Boerlaki (Boottrekkers van de Wolga), voldeed volledig aan dat criterium: het laat arbeiders zien die blijkbaar goedkoper waren dan paarden. Het sloeg meteen aan en is nog altijd zijn bekendste werk. Naast dergelijk maatschappijkritisch werk vervaardigde Repin enkele historische taferelen en vooral veel portretten, o.a. van 













