van Charles-Nicolas Cochin
In 1751 verscheen het eerste deel van de Encyclopédie, ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers, de voorloper van wikipedia. Met deze ambitieuze onderneming wilden de initatiefnemers Diderot en d’Alembert alle kennis bundelen die de mens tot dan toe verzameld had. De Encyclopédie is misschien wel hét symbool van de Verlichting geworden. De encyclopédisten wilden het licht van de rede overal op laten schijnen.
In 1764 ontwierp de ontwerper, graveur, schrijver en kunstcriticus Charles-Nicolas Cochin (1715-1790) een frontspiece voor de Encyclopédie. Het is een iets compactere uitvoering van de allegorie van Academie francaise van Sebastian Leclerc uit 1698. In plaats van wetenschappers met hun attributen zien we een tafereel dat hoofdzakelijk door vrouwen bevolkt is. De 18e eeuw is niet alleen de eeuw van de rede maar ook de eeuw van de vrouw.

In 1765 werd het ontwerp van Cochin geëxposeerd in de Salon en Diderot was er gelijk zeer over te spreken. Dat er op de voorgrond een paar “nimfen” zitten die zo uit het atelier van François Boucher lijken te komen, zal hij Cochin wel vergeven hebben. De zedelijke les waar Diderot zo van hield, zat er in ieder geval duidelijk in.



Diderot’s commentaar op de frontispiece van Cochin
In de proloog van Het verdorven genootschap – De vergeten radicalen van de Verlichting wordt direct al duidelijk dat Philipp Blom met zijn boek een missie heeft. Hij presenteert het materialistische denken van Baron d’Holbach en Denis Diderot als het hoogtepunt van de Verlichting. In de eenentwintigste eeuw zouden we nog steeds niet écht voor de Verlichting hebben gekozen, maar ergens zijn blijven steken in een schemering van gevoelens, die vooral door de Romantiek bepaald zijn. 



Iedere donderdag en zondag hield baron d’Holbach open huis. Bij deze diners schoven vele beroemdheden en vrienden aan, zoals d’Alembert, J-J. Rousseau, Helvetius, en buitenlanders zoals Friedrich Melchior Grimm, Adam Smith, David Hume, Laurence Sterne, Ferdinando Galiani, Cesare Beccaria, Joseph Priestley, Horace Walpole, Edward Gibbon, en David Garrick. Tijdens deze ontvangsten werden de artikelen van de Encyclopédie geredigeerd. D’Holbach redigeerde er zelf zo’n 376. De woning was in de toenmalige Rue Royale Saint Roch, die thans Rue des Moulins heet. Hij is begraven in een anoniem graf in de nabijgelegen 












