gelezen: De Weg van Christus
van vader Kallistos Ware
van vader Kallistos Ware
Wanneer wij erkennen dat God onvergelijkelijk veel groter is dan alles wat wij over Hem kunnen zeggen of denken, dan komt het ons als noodzakelijk voor, wanneer wij het over Hem hebben, dit niet enkel te doen door directe uitspraken maar ook door symbolische beelden. Onze theologie is voor een groot deel symbolisch. Toch volstaan symbolen alleen niet om de transcendentie en het “anders-zijn” van God uit te drukken.
Om het mysterium tremendum aan te duiden moeten we zowel negatieve als positieve uitspraken doen, om te zeggen wat God niet is eerder dan wat Hij wéll is. Zonder deze manier van ontkennen – wat de apophatische benadering genoemd wordt – is al wat wij over God zeggen zeer misleidend. Alles wat we omtrent God bevestigen blijft, hoe juist ook, ver beneden de levende waarheid. Als we zeggen dat Hij goed of rechtvaardig is, dan moeten we er onmiddellijk aan toevoegen dat zijn goedheid of rechtvaardigheid niet kunnen worden gemeten met onze menselijke maatstaven. Als we zeggen dat Hij bestaat, dan moeten we dit onmiddellijk nader bepalen door te zeggen dat Hij niet zomaar een bestaand wezen is onder vele andere, maar dat in Zijn geval het woord “bestaan” een unieke betekenis heeft. Zo houden affirmatie en negatie elkaar in evenwicht. Zoals kardinaal Newman zegt, zijn we voortdurend bezig “te bevestigen en te ontkennen om tot een positief resultaat te komen.” Als we een uitspraak doen over God moeten we erbij voegen: deze bewering is niet onjuist, maar geen woorden zijn in staat de volheid van de transcendente God weer te geven.
Om het mysterium tremendum aan te duiden moeten we zowel negatieve als positieve uitspraken doen, om te zeggen wat God niet is eerder dan wat Hij wéll is. Zonder deze manier van ontkennen – wat de apophatische benadering genoemd wordt – is al wat wij over God zeggen zeer misleidend. Alles wat we omtrent God bevestigen blijft, hoe juist ook, ver beneden de levende waarheid. Als we zeggen dat Hij goed of rechtvaardig is, dan moeten we er onmiddellijk aan toevoegen dat zijn goedheid of rechtvaardigheid niet kunnen worden gemeten met onze menselijke maatstaven. Als we zeggen dat Hij bestaat, dan moeten we dit onmiddellijk nader bepalen door te zeggen dat Hij niet zomaar een bestaand wezen is onder vele andere, maar dat in Zijn geval het woord “bestaan” een unieke betekenis heeft. Zo houden affirmatie en negatie elkaar in evenwicht. Zoals kardinaal Newman zegt, zijn we voortdurend bezig “te bevestigen en te ontkennen om tot een positief resultaat te komen.” Als we een uitspraak doen over God moeten we erbij voegen: deze bewering is niet onjuist, maar geen woorden zijn in staat de volheid van de transcendente God weer te geven.
De Griekse vaders vergelijken de ontmoeting van de mens met God met de ervaring van iemand die in de mist over de bergen wandelt: hij zet een stap vooruit en stelt plotseling vast dat er geen grond meer is onder zijn voeten maar slechts een bodemloze diepte. Ook gebruiken ze het beeld van een man die zich ‘ s nachts in een donkere kamer bevindt: hij opent een vensterluik en wordt verblind door een plotselinge bliksemschicht die hem wankelend achteruit doet wijken. Hetzelfde effect ervaren we wanneer wij oog in oog komen te staan met het levende mysterie van God: een duizeling overvalt ons; al de vertrouwde houvasten vallen weg en we kunnen ons nergens meer aan vastgrijpen; ons innerlijk oog is verblind, al onze gewone opvattingen worden in de war gebracht.













