Al eerder schreef ik iets over de Kanon Pokajanen van Arvo Pärt. Deze boetekanon die aan de heilige Andreas van Kreta wordt toegeschreven, wordt in de eerste week van de Grote Vasten verdeeld over vier stases van maandag tot en met donderdag gelezen en daarna nog eens in zijn geheel op de woensdag van de vierde week vóór de Zondag van Maria van Egypte. De compositie van Arvo Pärt uit 1997 volgt de negen oden en eindigt met een gebed.
Arvo Pärt
Bron: musicolog.com
1. Exodus 15:1-19 Het Lied van Mozes en Miriam na het oversteken van de Schelfzee.
2. Deuteronomium 32:1-43 Het Lied van Mozes.
3. 1 Samuel 2:1-10 (1 Koningen 2:1-10, LXX) Het lied van Hannah.
4. Habakkuk 3:2-19 Het visioen van Habakkuk.
5. Jesaja 26:9-20 Het gebed van de Profeet Jesaja.
6. Jona 2:3-10 Het gebed van de Profeet Jona.
7. Het gebed van Azariah 2-21 (Daniel 3:26-45) Het gebed van Hananiah, Mishael en Azariah.
8. Daniël 3:52-90 Het Lied van de jongelingen in de vuuroven.
9. Lukas 1:46-55 Het Magnificat.
de kanon in het Kerkslavisch | Engelse vertaling van de kanon


Swami Chidananda Saraswati, geboren als Sridhar Rao (1916-2008) was de voorzitter van de 


God’s wegen zijn ondoorgrondelijk. Begin 1993 wilde ik voor enkele maanden naar Zuid-India waar ik bij een kunstenaar op zijn atelier kon werken. Maar het liep anders. Ik werd in Nederland verliefd en stelde mijn reis naar India uit. Op 21 maart 1993, precies een half jaar na mijn ontmoeting met swami Chidananda, had ik een ontmoeting met Jozef van den Berg. Uit zijn ogen straalde de zachtheid die ik ook bij swami Chidananda had gezien. Ik kon hem vertrouwen. Hij bracht mij nog dichter bij het Allerhoogste door mij te vertellen dat het om toewijding aan dé Allerhoogste gaat, dat het niet om iets gaat, bewustzijn of verlichting, maar om Iemand. Een van de “wereldleraren” van wie ik een afbeelding op het podium had geplakt, bleek deze Persoon te zijn. Swami Chidananda had mij een voorzet gegeven om tot dit inzicht te komen.













