Categorie archief: taal en poëzie

Poëziepad Immerloo

zaterdagmorgen werd het Poëziepad Immerloo geopend
in Park Immerloo, Arnhem-Zuid

Parken en poëzie hebben wat met elkaar. Vaak worden parken dan ook naar dichters genoemd. Het Vondelpark natuurlijk. Of Gorkypark in Moskou. Maar niet altijd is er een verband, zoals in de combinatie MacArthur ParkDonna Summer. Toch is de queen of disco nog nooit zo poëtisch uit de hoek gekomen als in MacArthur Park. Ze zong daar zomaar “MacArthur Park is melting in the dark“, dat ik bij voorkeur vertaal als “het park smelt (lost op) in de schemering.” Het zit dus wel goed met de relatie tussen park en poëzie.

Dat moeten de initatiefnemers van Poëziepad Immerloo ook gedacht hebben. Een onafhankelijke jury heeft 12 gedichten gekozen van Arnhemse dichters die gedichten hadden ingestuurd met als thema ‘Het Park’. Op 12 locaties worden de gedichten gepresenteerd in een vorm die ontworpen en uitgevoerd is door het kunstenaarsduo vGtO (Terry van Gurp en René Oudenhoven) uit Arnhem.

opening Poëziepad Immerloo
wethouder Ine van Burgsteden (linksboven) opent het Poëziepad Immerloo

De opening van het Poëziepad Immerloo vond plaats in het natte gras en de kleverige rivierklei onder de paraplu’s. Weinig wees er dat moment op dat het de voorjaar haar intrede gedaan had. Na de toespraak van wethouder Ine van Burgsteden en de onthulling van het eerste gedicht, begon het gezelschap door de regen het poëziepad te volgen. De gedichten zijn door vGtO naadloos ingebed in de natuur en hun presentatie komt wat mij betreft in aanmerking voor de Gelderse duurzaamheidsprijs voor kunstwerken in de openbare ruimte. (Bestaat deze prijs nog niet, mevrouw Van Burgsteden?)

opening Poëziepad Immerloo
iedereen onder de paraplu. in het midden kunstenaarsduo (Terry) van Gurp tot (René) Oudenhoven.

Het gezelschap vervolgde onder de paraplu en begeleid door een Amélie-achtig accordeonmuziekje de druilerige Dapperstraat van het Immerloopark. Aangekomen bij de haiku van Sjef Welling werden we gesterkt in onze collectieve in-het-park-in-de-regen-ervaring. Was natuur niet iets voor de tevredenen of legen?

gedicht van Sjef Welling
haiku van Sjef Welling
Als we wandelen
plukt men onkruid uit het hoofd
het park zegt welkom
 
Sjef Welling
haiku van Sjef Welling
Sjef Welling
gedicht van Jesse Laport
gedicht van Jesse Laport
Menno Wieringa
Menno Wieringa (verwart u hem alstublieft niet met Friso Wiegersma, die van “laaangs het tuinpad van mijn vader”.)

de dichters van het Poëziepad Immerloo
 
Ed Bruinvis (1950), Joep Everts (1960), Loek Klinkhamer (1941), Jesse Laport (1991), Piet Taal (1938-2013), Anne Takens (1938-2013), Louis Verhaar (1950), Sjef Welling (1958), Menno Wieringa (1956), Jibbe Willems (1977), Marlies Wouters (1980), Hilde Wijnen (1977)

Wieringa
dichter Menno Wieringa en beeldend kunstenaar René Oudenhoven
gedicht van Piet Taal
gedicht van Piet Taal (1938-2013), de Arnhemse Kees Stip (1913-2001).
gedicht van Hilde Wijnen
gedicht van Hilde Wijnen
Hilde Wijnen
Hilde Wijnen
manifest om het even
 
Doe een riem om je ziel
en je hebt een hond
voor het park
 
laat haar uit
laat je haar los
laat je gaan
 
laat de hemel je ogen blauw kussen de wolken je dauwdieren rauw lusten
doe een dans in rimpels
laat je armen groeien tot het gras
vertel me hoe vandaag de zon naar vroeger ruikt
bewaar een bocht voor later
 
Hilde Wijnen

De route werd afgesloten bij de zonnepoort van de Oosterbeekse beeldhouwer Marius van Beek (1921-2003). Loek Klinkhamer gedenkt Marius in de laatste regel van zijn gedicht.

gedicht van Loek Klinkhamer
gedicht van Loek Klinkhamer
Valiezen met gras staan
nog op precies dezelfde plaats
de zeis is opnieuw ingevet
geluid van overwerkte vogels
dat is wat de blinde schilder ziet
 
Het park in bad geweest
schapen nieuwe wollen trui
Horas non numero nisi serenas
ik tel slechts de zonnige uren, Marius
 
Loek Klinkhamer

Ook al telden wij geen zonnige uren, de zonnewende werd uitgebreid gevierd. Want schreef de Arnhemse dichter Louis Verhaar niet: “Niet kunst, maar het versieren. Niet het leven, maar het vieren”?

gedicht van Louis Verhaar
gedicht van Louis Verhaar
Louis Verhaar
gedicht van Louis Verhaar

Ga naar het Immerloo Park en maak er een spannende middag (of avond) van: “Niet de afspraak, maar het begroeten. Niet het gebaar, maar het ontmoeten.”

Het Immerloopark en het Poëziepad zijn erg goed toegankelijk voor rolstoel en scootmobiel. De bedoeling is dat in de toekomst nieuwe gedichten aan het Poëziepad Immerloo worden geïnstalleerd. Donaties zijn welkom, te storten op rekening NL88RABO0130996971 t.n.v. G.E.M. van Schoonderwalt o.v.v. Poëziepad.

immerloopark.nl | Poëziepad Immerloo [ PDF ]

Hyperion [ 2 ]

aan het lezen in: Hyperion oder Der Eremit in Griechenland (1797)
van Friedrich Hölderlin

Hölderlin briefmark 1993Friedrich Hölderlin kwam voor het eerst op het idee om een roman over de vrijheidslievende Grieken te schrijven toen hij nog aan het Tübinger Stift studeerde. In een brief aan Neuffer, daterend uit juli 1793, staat voor het eerst een kort fragment. In het voorjaar van 1794 begint hij in Tühringen aan het eerste boek van Hyperion. Hij is dan net 23. Zoals in die tijd gebruikelijk is, kiest hij voor een roman in briefvorm. De hoofdpersoon Hyperion richt zijn brieven uit Griekenland aan zijn vriend Bellarmin in Duitsland. Zo richt Hölderlin zich vanuit zijn geïdealiseerde Griekenland tot zijn publiek in Duitsland. In 1793 verschijnt in de Neue Thalia een fragment uit Hyperion.

O wenn sie eines Vaters Tochter ist, die herrliche Natur, ist das Herz der Tochter nicht sein Herz? Ihr Innerstes, ists nicht Er? Aber hab ichs denn? kenn ich es denn?

Hyperion I Erstes Buch Kapitel 5

Hyperion is niet alleen een brievenroman uit de late achttiende eeuw, maar ook een zogenaamde Bildungsroman. De Bildungsroman is een echte Duitse uitvinding. Andere bekende Bildungsromane zijn Wilhelm Meisters Lehrjahre van Goethe en Heinrich von Ofterdingen van Novalis die net als Hyperion rond 1800 geschreven zijn.

Een Bildungsroman is een psychologische roman die verhaalt over de emotionele, morele en intellectuele groei van het (meestal jonge) hoofdpersonage. Het hoofdpersonage wordt vaak gevormd door de mensen die hij ontmoet en waar hij mee omgaat. Zijn levensverhaal wordt gekenmerkt door de zoektocht naar zingeving en harmonie. Heel vaak staat het conflict tussen de protagonist en de maatschappij centraal, waarbij de protagonist de hem omringende normen en waarden stukje bij beetje leert accepteren, waardoor hij uiteindelijk toch in de maatschappij wordt opgenomen. In sommige verhalen is de protagonist pas na het bereiken van een zekere rijpheid in staat zich om anderen te bekommeren en te helpen. (Bron: nl.wikipedia.org)

Een van de kwalen die Hölderlin in zijn tijd zag, is dat de mens gereduceerd dreigde te worden tot zijn maatschappelijke functie. Het geestelijke aspect van werk verdween en het woord “beroep” verloor zijn binding met het woord “roeping”. Hölderlin moet dit aan den lijve gevoeld hebben. Als dichter had hij zijn roeping gevonden, maar om in zijn levensonderhoud te voorzien, was hij veroordeeld tot Hofmeister. Zoals zovelen dichters en denkers was hij bij rijke burgers huisleraar tegen wil en dank.

Wie sein Ziehvater Schiller, wie sein Studiengefährte Hegel, so sah Hölderlin das Grundübel der neuen Zeit in der Reduzierung des Menschen auf eine bestimmte Tätigkeit, einen nützlichen Zweck, ein Funktionsteil im seelenlosen Räderwerk der Staatsmaschinerie. Heute würden wir das mit einem Wort bezeichnen: Arbeitsteilung. Deren Effizienz ist unbestritten, deren Seelenlosigkeit bewirkt aber tiefes Leid, welches den Menschen selbst nur selten bewusst ist. Einzig der Dichter, ausgestattet mit jenem empfindsamen Gemüt, das Hölderlin den Genius nennt, weiß um den Verlust jener Ganzheitlichkeit, die einst den Menschen des klassischen Griechenlands ausgezeichnet haben soll. Die Dichter jedoch, namentlich jene in Deutschland, werden behandelt “wie Fremdlinge im eigenen Hause”.
 
Bron: zum.de

Hyperion [ gutenberg.spiegel.de ]

Hyperion [ 1 ]

aan het lezen in: Hyperion oder Der Eremit in Griechenland (1797)
van Friedrich Hölderlin

hyperion1796Dat Hölderlin de tweede helft van zijn leven werd opgevangen door de meubelmaker Ernst Zimmer uit Tübingen, had hij indirect te danken aan zijn brievenroman Hyperion waarvan hij het eerste deel in 1796 had geschreven. Zimmer was een bewonderaar van dat werk. Toen hij in 1806 hoorde dat Hölderlin uit de psychiatrische inrichting ontslagen was, bood hij hem een verblijf aan in zijn woontoren aan de Neckar. De krankzinnige dichter zou er tot aan zijn dood in 1843 wonen. Meestal lag bij hem een gedrukte versie van Hyperion opengeslagen op tafel. Net als zijn alter ego Hyperion verlangde Hölderlin intens terug naar de Griekse goden.

In Romantiek. Een Duitse Affaire schrijft Rüdiger Safranski daarover: “Uiteindelijk is Hölderlin met zijn goden alleen gebleven, Maar goden die niet meer worden gedeeld, verdwijnen. Hij kon ze in zijn eentje niet vasthouden, en dus is hij ze achternagegaan.”

O ein Gott ist der Mensch, wenn er träumt, ein Bettler, wenn er nachdenkt, und wenn die Begeisterung hin ist, steht er da, wie ein mißratener Sohn, den der Vater aus dem Hause stieß, und betrachtet die ärmlichen Pfennige, die ihm das Mitleid auf den Weg gab.

Hyperion, Erstes Buch

Schinkel
Karl Friedrich Schinkel
De bouw van het Parthenon (1836)
Hyperion, der rückschauend seinem deutschen Freund Bellarmin von seinem Leben berichtet, wächst in der Mitte des 18. Jahrhunderts in Südgriechenland im Frieden der Natur auf. Sein weiser Lehrer Adamas führt ihn in die Heroenwelt des Plutarch, dann in das Zauberland der griechischen Götter und begeistert ihn für die griechische Vergangenheit. Sein tatkräftiger Freund Alabanda weiht ihn in die Pläne zur Befreiung Griechenlands ein. In Kalaurea lernt er Diotima kennen. Sie gibt ihm die Kraft zur Tat. Er nimmt im Jahre 1770 am Befreiungskrieg der Griechen gegen die Türken teil, dem Osmanischen Krieg. Die Rohheit des Krieges stößt ihn jedoch ab. Er wird schwer verwundet, Alabanda muss fliehen und Diotima stirbt. Hyperion geht nach Deutschland, aber das Leben dort wird ihm unerträglich. Deshalb kehrt er nach Griechenland zurück und lebt dort als Eremit. In seiner Einsamkeit findet er in der Schönheit der Landschaft und Natur zu sich selbst und überwindet die Tragik, die in diesem Alleinsein liegt.
 
Bron: de.wikpedia.org
Ja! ein göttlich Wesen ist das Kind, solang es nicht in die Chamäleonsfarbe der Menschen getaucht ist.Es ist ganz, was es ist, und darum ist es so schön. Der Zwang des Gesetzes und des Schicksals betastet es nicht; im Kind ist Freiheit allein.

Hyperion, Erstes Buch

Hyperion [ gutenberg.spiegel.de ]