Categorie archief: fotografie

voortrazend monster

gisteren gezien op Arte: Human Desire (1954)

Fritz Lang baseerde zijn film noir Human Desire op de roman La bête humaine uit 1890 van Emile Zola. In 1938 maakte Jean Renoir al een verfilming van Zola’s naturalistische roman. Emile Zola dook in de duistere krochten van de menselijke geest, net als de Schotse schrijver Robert Louis Stevenson vier jaar voor hem al had gedaan met The strange case of Dr.Jekyll and Mr.Hyde. Voor het beest in de mens bedacht Zola een treffende metafoor: de dampende stoomlocomotief. Als een blind monster raast het voort over de rails van het instinct.

Human Desire
filmposter uit 1954
Voor het beest in de mens bedacht Zola een treffende metafoor: de dampende stoomlocomotief. Als een blind monster raast het voort over de rails van het instinct.

Fritz Lang heeft deze metafoor goed begrepen. Zijn filmische bewerking van La bête humaine begint met een statische shot vanuit het oogpunt van de machinist. Dat levert als beeld het omgekeerde als de allereerste film uit de geschiedenis L’Arrivée d’un train en gare de La Ciotat uit 1895. We zien de trein nu niet vanaf het perron aankomen, maar we zitten op de plaats van de machinist en zien hoe de locomotief het landschap verslindt. Human Desire begint dus met een enorme dynamiek. Zo raast de lust ook door ons lichaam wil de opening van de film zeggen.

De openingsgeneriek van Human Desire

Het is bekend dat Alfred Hitchcock in zijn films ook graag de trein nam. In zijn Engelse periode speelt de trein al een belangrijke rol, bijvoorbeeld in the 39 steps (1935) en in The lady vanishes (1938). En in het laatste shot van North by Northwest (1959), waarbij een sneltrein een tunnel in vliegt, laat hij zien dat je de trein uitstekend als een metafoor voor seks kunt gebruiken. De metafoor van Emile Zola werkt nog altijd als een trein.

The trains of Human Desire [davidnilsenwriter.com] | Human Desire [nl.wikipedia.org]

geruststellende Biedermeier

opnieuw gezien: Victoria II-1: A soldier’s daughter (2017)

VictoriaHet eerste seizoen van Victoria (2016) volgde dezelfde periode als de film The young Victoria (2009), van haar kroning in 1837 tot de geboorte van haar dochter Victoria (‘The Royal Princes’) in 1840. De art direction in de eerste elf episoden is van Tanya Bowd. (inmiddels opgevolgd door Niki Longmuir). Op de website architecturaldigest.com zien we een aantal Victoriaanse interieurs die door Tanya Bowd ontworpen zijn.

De benaming Victoriaans die we voor de periode 1837-1901 zijn gaan gebruiken, is overigens geen stijlaanduiding. Tijdens de lange regeerperiode van koningin Victoria was er een opeenvolging van neostijlen, waarbij in Engeland vooral de neogotiek (ca. 1840- ca.1870) veel invloed had. Maar ook Biedermeier komen we in Victoria’s interieurs veel tegen. Victoria was immers de dochter van een Duitse prinses en Albert van Saksen-Coburg was natuurlijk zelf een Duitser.

Biedermeier vertegenwoordigde hét levensgevoel van de Restauratie.

Biedermeier vertegenwoordigde hét levensgevoel van de Restauratie en keerde zich af van de pracht en praal van de achttiende eeuw. Huiselijke eenvoud en intimiteit, daar ging het om. Biedermeier stelde ook gerust in een tijd die onder hoogspanning stond, want de moderniteit wilde via het liberalisme binnendringen. Dat werd door alle vorstenhuizen in Europa in de eerste helft van de negentiende eeuw als zeer bedreigend ervaren.

De tv-serie Victoria laat naast al dat geruststellende Biedermeier ook zien wat er mis is in de Victoriaanse tijd. Het tweede seizoen begint in januari 1842 en de eerste beelden die we te zien krijgen komen niet uit Buckingham Palace maar uit Afghanistan. Daar was sinds 1838 namelijk een oorlog aan de gang, die bekend zou worden als de Eerste Brits-Afghaanse Oorlog.

In november 1841 dwong Mohammed Akbar Khan de Britten om zich terug te trekken. Aanvankelijk gebeurde dit ook, maar door onenigheid onder de Afghanen, maakten de Britten pas op de plaats. Op 23 december liet Akbar Khan de Britse leiders vermoorden waarop de definitieve terugtrekking op 6 januari 1842 begon. Daarbij werden ze aangevallen door omwonende Afghanen, al dan niet met steun van de autoriteiten in Kaboel, die de Britten juist een vrijgeleide hadden beloofd. Veel soldaten sneuvelden of werden krijgsgevangen gemaakt. Op 12 januari hielden de Britten bij Gandamak hun last stand. Slechts één overlevende, dr. William Brydon, wist op 13 januari veilig Jalalabad te bereiken. Daar sprak hij de legendarisch woorden “I am the army”.

Last stand at Gandamak
Last stand at Gandamak, January 1842
door William Barnes Wollen, 1898

De beelden uit het onherbergzame Afghanistan contrasteren enorm met de knusse interieurs in Buckingham Palace waar Queen Victoria het slechte nieuws uit Afghanistan verneemt. Met de Eerste Brits-Afghaanse Oorlog wordt er ook een parallel met het heden getrokken. Ook toen al liet een westerse grootmacht zich Afghanistan inzuigen en liep het verkeerd af.

Maar de oorlog in Afghanistan is niet het enige contrast dat in Victoria gebruikt wordt. Veel dichterbij huis, in de sloppenwijken van Londen, kwijnen de arbeiders weg in bittere ellende. Karl Marx, die na de revolutie van 1848 in 1850 naar Londen vlucht heeft deze aan den lijve ondervonden en schreef zijn magnum opus in de stad waar Victoria resideerde, daarbij gebruik makend van de bibliotheek van het British Museum. En in Ierland sterven tussen 1845 en 1849 honderdduizenden van de de honger, terwijl Engeland het rijkste land was dat de wereld tot dan toe gezien had.

A soldier’s daughter [ imdb.com ]

de ontwaakte camera

gisteren gezien op Arte: A bout de souffle (1960)

A bout de souffleGisterenavond nog eens gekeken naar de moeder van alle nouvelle vague films. Dit genre ontstond aan het einde van de jaren vijftig en werd vertegenwoordigd door Agnes Varda, Robert Bresson, Claude Chabrol, Alain Resnais, Jacques Rivette, Éric Rohmer, François Truffaut en Jean-Luc Godard.

De filmtaal van de nouvelle vague berust voor een deel op de deconstructie van de traditionele filmtaal. Zo worden er moedwillig as-fouten gemaakt. Dit betekent dat er tegen de 180-graden regel gezondigd wordt, waarbij in dialogen de personen in een hoek van 180 graden (dus recht) tegenover elkaar staan.

Stijlmiddelen van de Nouvelle Vague
Er wordt met een handcamera gefilmd, De personen spreken tegen de camera, Bewuste vergrijpen tegen de continuïteit, Gebruikmaken van springers (zogenoemde ‘jump-cuts’) en as-fouten, Doorgedreven ellipsgebruik, Klankband, Men hoort verschillende geluiden, Het geluid is niet synchroon, Het geluid gaat op en neer, Soort muziek: jazz (bedoeld om de kijker geconcentreerd te houden), auteur staat centraal (auteurstheorie) Bron: nl.wikipedia.org

Een ander stijlmiddel uit de nouvelle vague is de zogenaamde jumpcut, een haperende montage waarbij ook de filmhoek verandert. Deze stijlmiddelen geven aan de film een rommelige natuurlijkheid. Bij Godard laat de camera het kunstmatige van de aangeleerde filmtaal achter zich en gaat op zoek naar het echte leven.

Het denkende shot [ W&V ]