Categorie archief: Italië

Napoleon in Italië

gelezen: hoofdstuk 4 (Italië) in Napoleon de Grote (2015) van Andrew Roberts

Napoleon de GroteVandaag is het precies 220 jaar geleden dat Napoleon aan het begin van de Italiaanse Veldtocht voor het eerst slag leverde bij het plaatsje Montenotte, iets ten westen van Genua. Het was zijn eerste veldslag als opperbevelhebber te velde. In de dagen daarna zou Napoleon nog drie keer slag leveren: Millesimo (13 en 14 april 1796), Dego (14 en 15 april 1796) en Mondovi (21 april 1796). Napoleon won ze alle vier. Het was de vliegende start van zijn Italiaanse Veldtocht die hem op 2 februari 1797 met de overgave van de vesting Mantua de definitieve overwinning in Italië zou brengen.

Napoleon kreeg in Italië in 1796 voor het eerst de bijnaam “de kleine korporaal”. Het was het koosnaampje, eerst van een leger en daarna van een volk dat zijn nieuwe leider gevonden had.

Aan het begin van de Italiaanse Veldtocht was Napoleon nog een van de Franse generaals onder het zogenaamde Directoire (1795-1799). Als veldheer was hij afhankelijk van de politieke beslissingen vanuit Parijs, maar Napoleon ging zijn eigen weg. Hij pakte het slim aan. Door Frankrijk vanuit Italië overwinningen, kunstschatten en goud te schenken, moest het Directoire accepteren dat hij steeds populairder werd in eigen land. Het Italiaanse avontuur zou Napoleon groot maken, al kreeg hij nu voor het eerst de bijnaam “de kleine korporaal”. Het was het koosnaampje van een volk dat zijn nieuwe leider gevonden had.

Lodi
de bestorming van de brug bij Lodi mei 1796
schilderij van Baron LeJeune

Nadat Napoleon eerst het Oostenrijkse en Piemontijnse leger uit elkaar gedreven had en Turijn tot een wapenstilstand gedwongen had, richtte hij zich op Milaan, de hoofdstad van Lombardije dat door Oostenrijk bezet was. Eerst moest hij de Po oversteken en misleidde daarbij de Oostenrijkse veldheer Beaulieu. Deze stond hem aan de noordzijde van de Po bij Valenza op te wachten, maar Napoleon stak de Po honderd kilometer oostwaarts over bij Piacenza. Van daaruit rukte hij op naar Milaan.

Een laatste obstakel op zijn weg naar victorie, was de rivier de Adda. Bij Lodi, ten zuidoosten van Milaan, was een brug die een legende zou worden en er aan zou bijdragen dat Napoleon mythische proporties kreeg. Tijdens de Slag bij Lodi op 10 mei 1796 liet hij de brug bestormen in een dodelijke regen van kartetsvuur die de Oostenrijkers vanaf de andere zijde op de Fransen afvuurden. Voor de eersten die de brug bestormden betekende het zelfmoord, maar omdat Napoleon niet opgaf en daarbij ook op twee doorwaadbare plaatsen ten noorden en ten zuiden van de brug de Adda overstak, dreef hij de Oostenrijkers in het nauw en tenslotte sloegen deze op de vlucht.

Napoleon kon als geen ander zijn mannen motiveren. Op cruciale momenten waarbij het erop of eronder was, was hij op zijn best en hield hij vlammende toespreken. “Je moet tot de ziel spreken, dat is de enige manier om de mannen te elektriseren”, bekende hij ooit. Napoleon was een romanticus te paard. In 1796 droeg hij nog lang wapperend haar. Zo portretteerde de romantische schilder Antoine-Jean Gros hem tijdens de bestorming van de brug van Arcole.

Napoleon 1796
Napoleon tijdens de Slag bij Arcole
schilderij van Antoine-Jean Gros uit 1796

In de Slag bij Arcole op 15-17 november 1796 moest er opnieuw een brug bestormd worden. Napoleon wilde de bestorming van de brug bij Lodi, een half jaar eerder, nog eens herhalen. Hij wist dat hij in Frankrijk een mythische figuur was geworden en wilde deze positie handhaven.

Lodi
Napoleon bestormt de brug van Arcole
schilderij van Horace Vernet

Tijdens de Slag bij Arcole greep Napoleon op een gegeven moment het vaandel en bestormde met doodsverachting onder hevig vijandelijk vuur de brug. Dit was tegen alle afspraken in die hij met het Directoire gemaakt had. Als opperbevelhebber mocht hij zich namelijk niet aan direct gevaar blootstellen. Maar Napoleon wist dat het Franse volk een held nodig had en hij achtte zichzelf de man, die drie jaar later eerste consul en nog eens vier jaar later keizer van Frankrijk zou worden.

Stendhal
de beroemde eerste alinea uit La Chartreuse de Parme van Stendhal uit 1839

Napoleon [ andrew-roberts.net ]

liberalisme en nationalisme

gelezen: de laatste twee hoofdstukken van De fantoomterreur (2015)
hoofdstuk vijf van Aardse Machten (2005) en gezien: Noi Credevamo (2011)

de fantoomterreurVorig jaar juni schreef ik hier iets over De Fantoomterreur van Adam Zamoyski. In dit boek, dat verscheen na zijn twee succesvolle boeken over Napoleon, beschrijft hij de onderdrukking van liberale bewegingen tussen 1815 en 1848. Tijdens de Restauratie liep in Europa de paranoia hoog op. Het grootst was deze in het Habsburgse en Russische Keizerrijk. Met name het Habsburgse Rijk had te maken met vele bevolkingsgroepen die met het nationalisme besmet konden worden. Nationalisme en liberalisme gingen in die tijd hand in hand. Ook Rusland voelde zich bedreigd door de Poolse minderheid. Het oostelijk deel van Polen was eerst een Russische vazalstaat maar na de bloedige onderdrukking van de opstand van 1832 ging deze op in het Russische Rijk.

In Italië en Duitsland was het nationalisme zo nog sterker. Het nationalisme toonde hier een ander gezicht dan in Midden-Europa. In plaats van separatisme speelde hier unificatie nationalisme. Goethe en Schiller schreven in 1796 al “Deutschland? Aber wo liegt es? Ich weiß das Land nicht zu finden.” Hetzelfde kon toen ook voor Italië geschreven worden. Tot 1871 was er nog geen sprake van de Duitse en Italiaanse eenheidsstaat resp. onder Berlijn en onder Rome.

Deutschland? Aber wo liegt es? Ich weiß das Land nicht zu finden.

Goethe en Schiller in Xenien, 1796

Zamoyski beschrijft in De fantoomterreur vooral de bestrijding van liberale en nationale bewegingen door de staat en de toenemende paranoia tijdens het repressieve Systeem Metternich, zoals de Restauratie ook wel eens genoemd wordt. Europa was tussen 1815 en 1848 in feite één grote politiestaat. De revolutie mocht geen tweede keer uitbreken en moest overal de kop in gedrukt worden. Ook in het “liberale” Engeland.

In Parijs kwam het in juli 1830 opnieuw tot een revolutie en Frankrijk werd tussen 1830 en 1848 een toevluchtsoord voor gevluchte of verbannen Italiaanse en Duitse liberalen en nationalisten. Tenslotte kwam het in 1848 voor een derde maal in Parijs tot een uitbarsting en werden opnieuw barricaden opgeworpen.

In het laatste hoofdstuk “De duivel op oorlogspad” volgt Zamoyski de ontwikkelingen van 1847 en 1848. Overal kwam het in Europa tot opstand: in Berlijn, Wenen en in veel Italiaanse steden waaronder Milaan, Venetië en Rome. De laatste twee steden werden zelfs voor korte tijd een republiek. De grootste angst van Metternich was uitgekomen. “Eindelijk is de ziekte dan uitgebroken!” zei hij toen hij vanuit het raam van de kanselarij naar een boze menigte keek. Hals over kop moest hij vluchten, nota bene naar Londen, het bolwerk van het door hem zo verfoeide liberalisme.

Eindelijk is de ziekte
dan uitgebroken!

Metternich op 11 maart 1848

De revolutie van 1848 zou niet leiden tot een totale omwenteling zoals die van 1789. Al gauw kwamen overal in Europa contrarevolutionaire krachten in beweging en in de zomer van 1849 was bijna alles weer bij het oude. De enige monarch die afstand had moeten doen van de kroon was burgerkoning Louis Philippe en Frankrijk was weer een republiek. Maar in 1852 proclameerde Napoleon III het Tweede Keizerrijk . Frankrijk werd reactionair. In Parijs werden brede boulevards aangelegd. Nooit meer barricaden!

Noi CredevamoIk keek vrijdag ook weer eens naar de Italiaanse miniserie Noi Credevamo (2011), een epos over de pijnlijke Italiaanse eenwording in de negentiende eeuw, ter gelegenheid van de 150e verjaardag van het Koninkrijk Italië. Buiten Italië heeft deze film helaas weinig aandacht gekregen. Dat is begrijpelijk want het vraagt enige voorkennis van de Italiaanse geschiedenis. Voor ons zijn Mazzini, Cavour en Garribaldi historische figuren die eerst afgestoft moeten worden, terwijl ze voor de Italiaan nationale helden zijn. De muziek komt veel dichterbij. Het meeslepende Va pensiero uit Nabucco (1842) van Verdi is wereldberoemd. Maar bij het engelachtige, zweverige gevoel dat Va Pensiero oproept, hoort ook een grote pijn en om die te voelen, moet je Italiaan zijn. Deze zingt Va Pensiero met de hand op het hart.

Aardse MachtenTenslotte ben ik weer aan het lezen in Aardse Machten van Michael Burleigh (2005). In het vijfde hoofdstuk (uitverkoren volkeren: politiek messianisme) gaat het over de vaderlandsliefde. In de vijfde paragraaf schrijft Burleigh over Giuseppe Mazzini (1805-1872) de oprichter van La Giovine Italia. Hij noemt hem een martelaar. Zo schrijft de Italiaanse historica Anna Banti ook over Mazzini en Jong Italië: “Mazzini probeert zijn volgelingen te leiden met een kracht die zij al in zich hebben. Het moet gezegd dat zijn aanhangers die stierven voor de zaak, dat deden met zoveel moed en zoveel toewijding dat ze doen denken aan de eerste martelaren van het christendom.”

“slechts” mooie plaatjes …

San Felice aan het Gardameer door Louis Gurlitt (1812-1897)

Onder invloed van de romantiek maakte de landschapsschilderkunst in de negentiende eeuw een enorme ontwikkeling door. Kunstcriticus Robert Hughes heeft de natuur wel eens “hét project van de schilderkunst van de negentiende eeuw” genoemd. Sinds de late negentiende eeuw wordt de landschapsschilderkunst gedomineerd door een groep plein air schilders, die bekend geworden zijn onder de naam impressionisten. Door overmatige marketing van het impressionisme krijgt de landschapsschilderkunst van vóór 1860 vaak niet de plaats die het verdient.

Landschapsschilders als Corot en Turner komen nog wel tegemoet aan onze moderne smaak, maar de meeste landschapsschilders uit de eerste helft van de negentiende eeuw worden vaak ondergewaardeerd omdat ze “slechts” mooie plaatjes zouden schilderen.

Mooie landschappen schilderden ze zeker. Rond het midden van de negentiende eeuw bereikte de romantische landschapsschilderkunst een zeer hoog niveau. De gerenommeerde kunstacademie van Düsseldorf droeg daar aan bij. Tussen 1840 en 1860 trok deze studenten vanuit de hele wereld naar zich toe. Ook de Deense schilder Louis Gurlitt nam er les en bracht de landschapsschilderkunst technisch op het allerhoogste niveau.

Louis Gurlitt
Louis Gurlitt Lago di Garda, 1854

In den Jahren 1828 bis 1832 war Louis Gurlitt Schüler und Gehilfe von Siegfried Detlev Bendixen, in der Zeit danach (1832–1834) Schüler der Kopenhagener Kunstakademie, wo er seine Passion zur Landschaftsmalerei bei Christoffer Wilhelm Eckersberg und Johan Ludwig Gebhard Lund entwickelte. 1842 zog er nach Düsseldorf, wo er arrivierten Künstlern der Düsseldorfer Malerschule wie Andreas Achenbach und Carl Ferdinand Sohn begegnete. Später unternahm er zahlreiche Studienreisen in fast alle europäischen Länder. (Bron: de.wikipedia.org)

Louis Gurlitt
Lago di Garda (detail)
Louis Gurlitt
Lago di Garda (detail)
Louis Gurlitt
Lago di Garda (detail)
Louis Gurlitt
Lago di Garda (detail)

Motiv bei San Felice am Gardasee [ commons.wikimedia.org ]