Maandelijks archief: augustus 2014

leading lady of film noir

Lauren Bacall 16 september 1924 – 12 augustus 2014

De laatste generatie sterren van het klassieke Hollywood is aan het uitsterven. In december overleden Eleanor Parker (1922-2013) en Joan Fontaine (1917-2013), in februari Shirley Temple (1928-2014) en in april Mickey Rooney (1920-2014). Nu gisteren ook Lauren Bacall (1924-2014) op bijna 90-jarige leeftijd overleed, behoren Olivia de Haviland (1916),Maureen O’Hara (1920) en Rhonda Fleming (1923) tot de laatste klassieke Hollywoodsterren die nog in leven zijn …

Lauren Bacall
Met haar chin tucked in, eyes glancing upwards-look kreeg Lauren Bacall de uitstraling van een afwachtend roofdier. Deze bleek geknipt voor de femme fatale. Ironisch genoeg was deze houding met de kin op haar borst ontstaan uit nervositeit tijdens de opnamen van To have and have not.
[vector art: studio Mimesis]

Lauren Bacall was een van de meest karaktervolle Hollywoodactrices en vormde met haar 25 jaar oudere echtgenoot Humphrey Bogart in de tweede helft van de jaren veertig een iconisch koppel in de film noir. De eerste film die ze samen maakten was To have and have not in 1944. Daarna speelden ze in The Big Sleep die in 1944 werd opgenomen maar pas in augustus 1946 verscheen. Op 21 mei 1945 trouwden Bogart en Bacall. De chemie tussen de twee spatte van het doek.

Vivian: Speaking of horses, I like to play them myself. But I like to see them workout a little first, see if they’re front runners or comefrom behind, find out what their whole card is, what makes them run.
Marlowe: Find out mine?
Vivian: I think so.
Marlowe: Go ahead.
Vivian: I’d say you don’t like to be rated. You like to get out in front, open up a little lead, take a little breather in the backstretch, and then come home free.
Marlowe: You don’t like to be rated yourself.
Vivian: I haven’t met anyone yet that can do it. Any suggestions?
Marlowe: Well, I can’t tell till I’ve seen you over a distance of ground. You’ve got a touch of class, but I don’t know how, how far you can go.
Vivian: A lot depends on who’s in the saddle.

De scherpe en onderkoelde dialogen van Raymond Chandler zijn “Bogie and Bacall” op het lijf geschreven. Sinds Humbrey Bogart in Cassablanca en in The Maltese Falcon respectievelijk Ricky Blane en Sam Spade had gespeeld, was zijn imago als mr. Cool gevestigd. Lauren Bacall werd met haar chin tucked in, eyes glancing upwards look de ideale pendant van de onderkoelde hard-boiled private eye Philip Marlowe.

Humphrey Bogart was 25 years older than Bacall, but the chemistry between them could not be contained. It exploded all over this film and reverberated through The Big Sleep in 1946, Dark Passage in 1947 and Key Largo in 1948. With this quartet of noir-tinged thrillers – and her familiar “chin tucked in, eyes glancing upwards” look – she made a mark on Hollywood cinema and on this decade, but her performances transcended the idea of a femme fatale, a woman that a man back from the fighting in Europe had to be afraid of or kill off. She was a man’s match, and Bogart and Bacall were a double act that worked for comedy as well as drama. There’s the smoulder of “You know how to whistle, don’t you, Steve?” and “A lot depends on who’s in the saddle”, but also the exquisite comic timing of their prank call scene in The Big Sleep.
Bron: mostlyfilm.com/

The last of the great film generation – 67 of the last living legends [ imdb.com]

paradise regained

de Poort van het Paradijs staat soms op een kier

Ik behoor tot degenen die het bitterzoete heksenbrouwsel van John Lennon verkiezen boven de ranja van Paul McCartney. Waar het verschil tussen die twee maximaal gevoeld kan worden, is in de twee songs die verwijzen naar hun jeugd in Liverpool. Penny Lane en Strawberry Field(s Forever) liggen geografisch niet zover uit elkaar, maar muzikaal gezien ligt er een wereld tussen.

Vrienden van ons bezoeken dit weekend Liverpool en gaan er kijken. Ik deed het al virtueel en zag een grauwe, troosteloze straat en een rood hek. Allebei kraak noch smaak. Maar daar gaat het niet om. Het zijn de songs die meerwaarde geven aan deze banale plekken.

Penny Lane is een straat zoals er duizenden zijn onder de Britse suburbian sky. Net als Corronation Street bestaat Penny Lane uit kleine rijtjeshuizen van rode baksteentjes waar de vooruitstekende erkertjes de gossip in stand houden. De straat is verpauperd, maar de barbier is er nog steeds.

Het enige dat ik op mijn virtuele wandeling van Strawberry Field kon waarnemen, was een gesloten hek. Ik zocht nog eens met Google Image Search op “strawberry field gate”. Het hek ging niet open. Wel zag ik tientallen foto’s van dat gesloten hek in alle jaargetijden, soms met poserende “bedevaartgangers” ervoor.

het befaamde rode hek van Strawberry Field op Google Image Search

De foto’s van de ingang van Strawberry Field laten een ontwikkeling in de graffiti zien. Ook blijkt er iemand te zijn die replica’s van dat rode hek aanbiedt en je kunt het in allerlei maten bestellen. Het hek dat je tegenwoordig aantreft, is overigens niet het originele uit Lennon‘s jeugd maar ook een replica.

Nothing is real.

Maar de metafysica van de Paradijspoort blijft onverwoestbaar. In de dagelijkse werkelijkheid is het hek gesloten, maar in genaderijke momenten staat het op een kier en kunnen wij weer even naar binnen glippen. Het is hoopgevend dat de Paradijspoort midden in een troosteloze wereld staat. In Liverpool, Veenendaal or where ever.

Ik denk aan de plekken uit mijn eigen jeugd. De Leinweberstraat, de Klaas Katerstraat, de W.C. Beeremansstraat en het Puskásbosje. Plekken waar de buitenstaander niets anders vindt dan in Penny Lane en Strawberry Field. Banale plekken, maar nog altijd omgeven door een aura. Ooit lag hier het paradijs tijdens die eindeloze vrije woensdagmiddag. Soms keer ik er weer terug. Het Puskásbosje bestaat sinds drie jaar niet meer. Maar in mijn dromen is het er nog steeds. Puskásbosje Forever. Net als de zomer van 1975.

Plekken uit mijn jeugd