Maandelijks archief: april 2015

Deens drama [ 1 ]

de Tweede Duits-Deense Oorlog (1864) om Sleeswijk en Holstein

18642014 en 2015 hebben een grote dichtheid aan herdenkingen. In de eerste plaats zijn er allerlei herdenkingen rond de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Daarnaast worden het Congres van Wenen (1814-1815) en de Slag bij Waterloo (1815) herdacht. Naast deze internationale herdenkingen zijn er ook herdenkingen met een nationaal karakter. In Nederland herdenken we dat ons land 200 jaar geleden een Koninkrijk werd, een gevolg van het Congres van Wenen. De Amerikanen herdenken volgende week het einde van de Civil War (1861-1865). En Denemarken herdacht vorig jaar de Deens-Duitse Oorlog van 1864 waarin het land afstand moesten doen van Sleeswijk-Holstein. Over deze oorlog is de duurste Deense televisieserie uit de geschiedenis gemaakt, die eenvoudig 1864 heet.

Het gaat goed met de Deense film en 1864 is niet alleen gemaakt voor eigen publiek. Het is ook een exportproduct. De nadruk van de film ligt niet teveel op de historische feiten, maar op de tragedie. 1864 zou geen nationale geschiedenisles zijn, maar universeel menselijk drama. Nu ben ik buiten Denemarken waarschijnlijk een van de weinigen die juist wél in de Deens-Duitse Oorlog van 1864, om precies te zijn de Tweede Duits-Deense Oorlog, geïnteresseerd is. Voordat ik naar de 8-delige tv-serie (die vandaag op 3 DVD’s door de bus viel) ga kijken, ga ik mij eerst historisch oriënteren.

Slaget ved Dybbøl
de openingsgeneriek zoomt uit op dit schilderij van Vilhelm Jacob Rosenstand (1894), vergelijkbaar met de openingsgeneriek van Novecento

De oorlog van 1864 tussen Denemarken enerzijds en de Duitse Bond (Pruisen en Oostenrijk) anderzijds, was een vervolg op de Eerste Duits-Deense Oorlog (1848-1851). In het revolutiejaar 1848 verklaarde een groep etnisch Duitsers in zich onafhankelijk van Denemarken. Ze werden daarin gesteund door Pruisen die de Sleeswijk-Holsteinse kwestie lieten escaleren. Deze escalatie was een gevolg van het nationalisme dat na 1815 in Europa soms hoog oplaaide. Maar pas in 1914 zou het nationalisme in een totale oorlog uitmonden waarbij alle grootmachten betrokken waren.

Düppeler Schanzen
de bestorming van de Düppeler Schanzen

In 1852 werd de Eerste Duits-Deense Oorlog beëindigd met het Verdrag van Londen. Maar dit verdrag legde, zoals wel vaker met verdragen gebeurt, een tijdbom. De grootmachten wilden niet dat Pruisen te groot en machtig zou worden, en daarom was het Verdrag van Londen in het voordeel van Denemarken en in het nadeel van de Duitse Bond: de Deense troonopvolging in Sleeswijk-Holstein werd erkend, alle delen van het land moesten gelijkwaardig behandeld worden, Sleeswijk mocht niet tot het Deense koninkrijk worden ingelijfd en Holstein bleef lid van de Duitse Bond. In feite veranderde er niet zo veel. Het was een kwestie van tijd dat het conflict opnieuw tot uitbarsting zou komen. Twaalf jaar later was het zover en brak opnieuw oorlog uit tussen Denemarken en de Duitse Bond.

De oorzaak van Tweede Duits-Deense Oorlog was de schending van het Verdrag van Londen door Denemarken. Tegen de afspraken in wilden Deense nationalisten het hertogdom Sleeswijk verenigen met het Koninkrijk Denemarken. Dit leidde tot grote verontwaardiging binnen de Duitse Bond. Bismarck maakte gebruik van de publieke opinie en adviseerde de Pruisische koning om Denemarken de oorlog te verklaren. De Denen konden ditmaal niet rekenen op Britse steun, omdat ze zich niet aan het Verdrag van Londen hadden gehouden.

Slaget ved Dybbøl
Slaget ved Dybbøl (Slag bij de Düppeler Schanzen)
schilderij van Jørgen Valentin Sonne 1871

De Tweede Duits-Deense Oorlog werd een afgang voor Denemarken. De Vrede van Wenen (1864) die een einde maakte aan het conflict, bepaalde dat de twee hertogdommen het gezamenlijke bezit zouden worden van Pruisen en Oostenrijk. Al gauw zou dit leiden tot spanningen binnen de Duitse Bond. Twee jaar later zou het tijdens de Slag bij Königgfratz (1866) tot een krachtmeting komen tussen Pruisen en Oostenrijk.

Düppeler Schanzen
de aanval op de Düppeler Schanzen, 18 april 1864

Achteraf was de oorlog van 1864, met name voor Bismarck, de generale repetitie voor de oorlogen in 1866 en 1870 waarin Pruisen respectievelijk de grootmachten Oostenrijk en Frankrijk zou verslaan. De Tweede Duits-Deense Oorlog vormde het startschot voor de Pruisische opmars in Europa. De gevreesde confrontatie tussen Pruisen (als aanvoerder van het Duitse Keizerrijk) met de grootmachten, Rusland, Engeland zou in 1914 volgen. De deelname aan de Eerste Wereldoorlog van de opkomende grootmacht Amerika in 1917 zou Duitsland tenslotte fataal worden.

1863 en 1865
met de Vrede van Wenen in 1864 verliest het Koninkrijk Denemarken éénderde van haar grondgebied en éénvijfde van haar bevolking

1864 PDFDer Zweite Schleswigsche Krieg 1864
Meer dan 3.500 boeken en publicaties zijn er al over de Tweede Deens-Duitse Oorlog geschreven. Ter gelegenheid van de 150-jarige herdenking van deze oorlog komt daar nu dit boekje van Inge Adriansen en Jens Ole Christensen bij. Het is via internet als PDF in drie talen (Deens, Duits en Engels) te downloaden.

Der Deutsch-Dänische Krieg 1864 [ preussenweb.de ] | Düppeler Schanzen

belleza di Bellini

aan het lezen in Nicolosia (2004) van Joost Divendal
Giovanni Bellini en zijn Venetiaanse model

NicolosiaNicolosia is een aanstekelijk verslag van een obsessie. Joost Divendal beschrijft zijn jarenlange zoektocht naar het model dat Giovanni Bellini (1430-1516), de vader van de Venetiaanse School, gebruikt heeft voor zijn madonna op het altaarstuk in de San Giobbe in Venetië. Bij Bellini is de breuk tussen de traditionele typos van de Moeder Gods op de Byzantijnse icoon en de Italiaanse madonna van vlees en bloed definitief geworden. De heilige maagd Maria zit bij Bellini nog altijd op een troon, meestal geflankeerd door heiligen en eventueel opdrachtgevers, maar is zoveel aardser dan de Byzantijnse Theotokos.

De aardsheid komt bij Bellini overigens niet uit de lucht vallen, maar krijgt wel iets definitiefs. Verschillende factoren spelen daar een rol bij: Bellini is een Venetiaan, hij schildert als Italiaan voor het eerst met olieverf (Antonella da Messina had deze vanuit Vlaanderen geïmporteerd en in 1475 naar Venetië gebracht) én hij werkt naar levend model. Vooral dat laatste is van doorslaggevend belang. De moeder Gods wordt in de Italiaanse schilderkunst van de late 15e eeuw een vrouw van vlees en bloed. Karl Marx zou opmerken dat de Moeder Gods bij Rembrandt een Hollandse boerenmeid is. Maar 150 jaar vóór Rembrandt was zij al een Italiaans meisje.

Divendal is geobsedeerd door de blik van de heilige maagd Maria op het altaarstuk in de San Giobbe, waarin hij het goddelijke en het menselijke ziet samengaan. Rond de intimiteit van deze blik trekt hij concentrische cirkels die uitdijen over de lagunestad. Soms ziet hij bij serveersters op de terrasjes of meisjes op de boten het sublieme en het banale onverwacht samenkomen. Nicolosia is te lezen als een ode aan het vrouwelijke en een loflied op de schoonheid.

Ik weet door het kijken uit ervaring dat kunst die verleidt tot blijven kijken, vrouwelijk is. Zij nodigt mij uit om op haar in en in haar op te gaan.
Bellini
de heilige maagd Maria op het altaarstuk van de San Giobbe door Giovanni Bellini (detail) “Ave virginei flos intemerae pudoris” (uit het Magnificat)
Natuurlijk ben ik meer gericht op de schoonheid van vrouwen dan van mannen. Dit is zo niet genetisch bepaald dan toch een kwestie van smaak. Hun fysieke soepelheid bepaalt mijn waarneming eerder dan de hoekigheid die mannen eigen is. Ik weet door het kijken uit ervaring dat kunst die verleidt tot blijven kijken, vrouwelijk is. Zij nodigt mij uit om op haar in en in haar op te gaan. Mannelijke kunst stoot af door haar zelfverzekerdheid, die de toeschouwer geen ruimte laat. Wanneer la belleza mijn uitnodigt en ik voor haar opensta, laat ik mij ontwapenen. En ik kijk.
 
uit: Nicolosia, uitgeverij Meulenhoff Amsterdam, 2004, blz. 96
Bellini
detail van de heiligen op het altaarstuk van de San Giobbe: Franciscus, Johannes de Doper, Job, Dominicus, Sebastiaan en Lodewijk van Toulouse
het altaarstuk van San Giobbe door Giovanni Bellini (ca.1487)
 
Dit altaarstuk is een voorbeeld van een sacra conversazione: een voorstelling waarbij in een in perspectief geschilderde ruimte een gesprek lijkt plaats te vinden tussen een Madonna met kind en een aantal heiligen uit verschillende tijdsperiodes. In dit geval zijn dat van links naar rechts: Franciscus, Johannes de Doper, Job, Dominicus, Sebastiaan en Lodewijk van Toulouse. Zowel Job als Sebastiaan zijn pestheiligen. Aan de voet van de troon van de Madonna zijn drie musicerende engelen te zien, die Bellini met grote precisie heeft geschilderd. Franciscus, die gekleed gaat in zijn traditionele bruine habijt en wiens stigmata duidelijk te zien zijn, nodigt de toeschouwer uit deel te nemen. Aan de rechterzijde valt met name Sebastiaan op die vrijwel naakt en in contrapposto is weergegeven.
 
Bellini creëerde evenwicht door aan de andere kant van Maria ook de oude Job ontkleed te schilderen. Dergelijke gedetailleerde afbeeldingen van het menselijk lichaam zijn typerend voor de hoogrenaissance. Op de mantel van Lodewijk van Toulouse is Job in miniatuur nogmaals afgebeeld, een eerbewijs aan de naamgever van de kerk. De figuren zijn geplaatst in een kapel met een cassetteplafond. Deze ruimte wordt afgesloten door een apsis met een gouden mozaïek, dat fonkelt in het licht en herinneringen oproept aan de Basiliek van San Marco. Op het mozaïek zijn zes engelen en de inscriptie Ave virginei flos intemerae pudoris te zien.
 
Bron: nl.wikipedia.org