Maandelijks archief: september 2019

Who the *) is? [ 13 ]

voetnoten bij de negentiende eeuw

In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en alleen daar ben je onsterfelijk. Dat geldt in het bijzonder voor schrijvers. Immers, wie schrijft die blijft. Zolang we hen blijven lezen en gedenken, leven zij voort. En wanneer ze zijn weggezonken in het collectieve geheugen, kunnen ze met een lemma op wikipedia weer even tot leven worden gewekt.

De eeuw van de machtRichard J. Evans begint ieder hoofdstuk van De eeuw van de macht (2016) met het verhaal van een nauwelijks of minder bekende historische figuur. Omdat de geschiedenis van de negentiende eeuw vooral geschreven is door mannen, voert Evans voor de helft vrouwen op. Emmeline Pankhurst is daarbij de bekendste. Veel minder bekend zijn haar landgenote Flora Tristan, de Zweedse Frederika Bremer en de Duitse Hermynia zur Mühlen. Van de laatste drie had ik nog nooit gehoord. De andere helft bestaat uit mannen: Giovani Battista Belzoni, Bertalan Szemere, Jakob Walter en Sava Dmitrijevitsj Poerlevskij. De laatste, een Russische lijfeigene, kan nog steeds niet door de zoekmachines gevonden worden. Mogelijk stond hij wel op het lijstje van Tschitschikov.

De eeuw van de macht
Hoofdstuk 1 Jakob Walter 1788-1864
Hoofdstuk 2 Sava Dmitrijevitsj Poerlevskij 1800-1868
Hoofdstuk 3 Flora Tristan 1803-1844
Hoofdstuk 4 Hermynia zur Mühlen 1883-1951
Hoofdstuk 5 Bertalan Szemere 1812-1869
Hoofdstuk 6 Frederika Bremer 1801-1865
Hoofdstuk 7 Emmeline Pankhurst 1858-1928
Hoofdstuk 8 Giovani Battista Belzoni 1778-1823

voetnoten bij de negentiende eeuw [ W&V ]

Van Waterloo tot Sarajevo

aan het lezen in: De eeuw van de macht (2016) van Richard J. Evans

De eeuw van de machtDe Eeuw van de macht is opgedragen aan Eric Hobsbawm (1917-2012). Deze marxistisch georiënteerde Britse historicus is vooral bekend geworden door zijn trilogie over de negentiende eeuw (the Age of Revolution 1789-1948, the Age of Capital 1748-1870 en the Age of Empire 1870-1914) Later volgde nog een boek over de twintigste eeuw (The Age of Extremes – The Short Twentieth Century 1914-1991).

Hobsbwam is ook de bedenker van de termen de lange negentiende eeuw (1789-1914) en de korte twintigste eeuw (1914-1989) en deze tijdspanne die hij bepaald heeft, vindt onder historici veel navolging. Ook Richard J.Evans schrijft in de inleiding van De Eeuw van de macht dat de rationele afbakening 1801-1900 voor de negentiende eeuw chronologisch uiteraard correct is, maar geen recht doet aan de negentiende eeuw als tijdperk.

Net als Hobsbawm ziet hij de negentiende eeuw pas met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 ten ondergaan. Daarom eindigt zijn boek met de laatste paragraaf Aftellen voor de ramp op bladzijde 1035. Maar Evans kiest niet zoals Hobsbawm voor een lange eeuw van 125 jaar die begint met de Franse Revolutie in 1789, maar voor een eeuw die precies honderd jaar duurt. De Eeuw van de macht laat hij beginnen in 1815, het jaar waarin Napoleon bij Waterloo definitief verslagen wordt. Evans’ Eeuw van de Macht loopt dus van Waterloo tot Sarajevo, van juni 1815 tot en met juni 1914.

De negentiende eeuw van Evans loopt van Waterloo tot Sarajevo, van juni 1815 tot en met juni 1914

In het Engels is zijn boek gepubliceerd onder de titel The pursuit of power – Europe 1815-1914. Het wordt voorafgegaan door The Pursuit lf Glory – Europe 1648-1815 en opgevolgd door het boek To Hell and back – Europe 1914-1949 (vertaald onder de titel De afdaling in de hel) van Ian Kershaw. Zo zijn er dus twee reeksen van standaardwerken over de afgelopen eeuwen, die van Hobsbawm en die van Blanning, Evans en Kershaw.

Een overzicht geven van honderd jaar Europese geschiedenis is een titanenarbeid. De historicus moet moeilijke keuzen maken op het gebied van selectie en leesbaarheid. Bovendien moet hij zelf steeds navigeren in een paar boekenkasten vol aan bronmateriaal. Welke data die je gesleept hebt, komen in de index van het boek en hoe voorkom je dat de fact and namedropping niet ten koste gaat van de leesbaarheid. Een standaardwerk over de negentiende eeuw is een boek dat uitnodigt om van kaft tot kaft gelezen te worden en geen naslagwerk, al kan De Eeuw van de Macht door zijn zeer toegankelijke index heel goed als naslagwerk gebruikt worden.

Maar een schrijver van een ambitieus werk dat de negentiende eeuw moet samenvatten, heeft ook te maken met structurering. Hoe deelt hij zijn werk in? Chronologisch, thematisch, of een combinatie van beide? Evans heeft gekozen voor slechts 8 hoofdstukken, die ieder weer in tien lange paragrafen verdeeld zijn. De meeste hoofdstukken hebben betrekking op politieke en sociale verhoudingen in de negentiende eeuw. Alleen hoofdstuk 5 en 6 gaan over cultuurgeschiedenis, maar dan wel in de meest brede zin van het woord.

Niet alleen literatuur, schilderkunst, beeldhouwkunst, muziek, theater en film komen voorbij. Ook wetenschap, religie en technologie worden behandeld en uitgesplitst in zeer uiteenlopende onderwerpen: ontbossing, infrastructuur, bevolkingsgroei, begrafeniswezen, psychiatrie, prostitutie, tijdzones, internationale scheepvaart, persbureau’s, tuchthuizen, analfabetisme, haarmode, bestrijding van ziekten als tuberculose, vlektyfus en cholera, de lift en de roltrap, enz. Het pak van sjaalman, samengeperst in twee hoofdstukken (de verovering van de natuur en de eeuw van de emoties).

Evans opent zijn verhaal vaak met een onbekend of minder bekend personage uit de negentiende eeuw. Zo’n verhaal komt niet alleen de leesbaarheid ten goede, maar brengt de negentiende eeuw ook veel dichterbij. Er zijn ontelbare ingangen om het verhaal van Waterloo, de Restauratie of de Great Exhibition van 1851 te vertellen. Hoe onbekender de naam, hoe dichter de negentiende eeuw ons nadert. Want de meesten van ons staan nu eenmaal niet op het niveau van een Charles Darwin of Werner von Siemens. Toch kijken we meestal naar de geschiedenis via de hoofdrolspelers, de historische reuzen. Daarom werkt het zo goed om te beginnen met een onbekende historische figuur.

Neem nu ene Jakob Walter (1788-1864), een steenhouwer uit het dorpje Ellwangen in Württemberg. Gewoon een ambachtsman zoals ontelbare andere. Maar hij liep in 1812 wel in het Grande Armee helemaal mee naar Moskou. En wat het nog uitzonderlijker maakt: hij liep ook weer helemaal terug. Zijn dagboeken kwam via allerlei omzwervingen tenslotte in Kansas terecht. Het is een unieke historische bron die dankzij familietraditie bewaard gebleven is. Dergelijke “kleine geschiedenissen” maken de Grote Geschiedenis in Eeuw van de macht toegankelijk. De duizenden feiten, namen en cijfers die Evans geeft, komen er enigszins door in balans.

De eeuw van de macht [historiek.nl] | Boekbespreking door Tim de Wit [athenaeum.nl]

Gothic Revival

Augustus Welby Northmore Pugin (1812-1852)
en de neogotiek in de negentiende eeuw

PuginZoals in Nederland en Frankrijk de neogotiek vooral aan één naam gebonden is (Pierre Cuypers en E.E. Viollet-le-Duc) is in Engeland A.W.N. Pugin (1812-1852) meestal de eerste naam die genoemd wordt in verband met de Gothic Revival. Deze begint in de jaren dertig en duurt ongeveer tot 1870. Pugin is bekend als de ontwerper van het House of Parliament, de Elisabeth Tower (in de volksmond de Big Ben genoemd naar de reusachtige klok die bovenin hangt) en de Victoria Tower.

Augustus Welby Northmore Pugin (1812-1852) is niet alleen de grote man achter de Gothic Revival in Engeland maar ook de geestelijk vader van het functionalisme.

In de serie Victoria wordt Prins Albert door premier Robert Peel in 1842 voorgedragen als beschermheer van de nieuwbouw van het House of Parliament dat door de brand van 1834 bijna volledig verwoest was. In de aflevering Warp en Weft zien we hoe hij wordt rondgeleid door een deel van het Palace of Westminster dat voor de grote brand van 1834 gespaard was gebleven.

Dat lijkt op het eerste gezicht vreemd. Hoe kan een van de frontmannen van een historische stijl nu aan het begin staan van de stijl die het gezicht van de twintigste eeuw zou gaan bepalen? Functionalisme had toch een broertje dood aan historische stijlen met hun overvloedige ornamentiek? Toch is het begrijpelijk dat juist vanuit de neogotiek in de negentiende eeuw de afslag werd genomen naar het functionalisme, een opvatting die in het modernisme bepalend werd voor architectuur en industriële vormgeving. Want de gotiek is een stijl, die op het kruispunt staat van functioneel en ornamenteel. Onderdelen uit het gotische maaswerk zoals de tweesnuit en de driepas zijn geen loze versierselen, maar in de eerste plaats bouwelementen.

Victoria Tower and Woolworth Building
Wanneer we de geleding van de gevel van de Victoria Tower (1843-1860) vergelijken met die van de Woolworth Building (1910-1913) zien we dat neogotiek en functioneel bouwen uitstekend samengaan.

Maar neo-gotiek kon zich ook uitleven in overdadige ornamentiek. Een duidelijk voorbeeld van een rijk versierd bouwwerk in neogotische stijl is het Albert Memorial (1872-1876) in Londen.

Neogotiek [ nl.wikipedia.org ]

geruststellende Biedermeier

opnieuw gezien: Victoria II-1: A soldier’s daughter (2017)

VictoriaHet eerste seizoen van Victoria (2016) volgde dezelfde periode als de film The young Victoria (2009), van haar kroning in 1837 tot de geboorte van haar dochter Victoria (‘The Royal Princes’) in 1840. De art direction in de eerste elf episoden is van Tanya Bowd. (inmiddels opgevolgd door Niki Longmuir). Op de website architecturaldigest.com zien we een aantal Victoriaanse interieurs die door Tanya Bowd ontworpen zijn.

De benaming Victoriaans die we voor de periode 1837-1901 zijn gaan gebruiken, is overigens geen stijlaanduiding. Tijdens de lange regeerperiode van koningin Victoria was er een opeenvolging van neostijlen, waarbij in Engeland vooral de neogotiek (ca. 1840- ca.1870) veel invloed had. Maar ook Biedermeier komen we in Victoria’s interieurs veel tegen. Victoria was immers de dochter van een Duitse prinses en Albert van Saksen-Coburg was natuurlijk zelf een Duitser.

Biedermeier vertegenwoordigde hét levensgevoel van de Restauratie.

Biedermeier vertegenwoordigde hét levensgevoel van de Restauratie en keerde zich af van de pracht en praal van de achttiende eeuw. Huiselijke eenvoud en intimiteit, daar ging het om. Biedermeier stelde ook gerust in een tijd die onder hoogspanning stond, want de moderniteit wilde via het liberalisme binnendringen. Dat werd door alle vorstenhuizen in Europa in de eerste helft van de negentiende eeuw als zeer bedreigend ervaren.

De tv-serie Victoria laat naast al dat geruststellende Biedermeier ook zien wat er mis is in de Victoriaanse tijd. Het tweede seizoen begint in januari 1842 en de eerste beelden die we te zien krijgen komen niet uit Buckingham Palace maar uit Afghanistan. Daar was sinds 1838 namelijk een oorlog aan de gang, die bekend zou worden als de Eerste Brits-Afghaanse Oorlog.

In november 1841 dwong Mohammed Akbar Khan de Britten om zich terug te trekken. Aanvankelijk gebeurde dit ook, maar door onenigheid onder de Afghanen, maakten de Britten pas op de plaats. Op 23 december liet Akbar Khan de Britse leiders vermoorden waarop de definitieve terugtrekking op 6 januari 1842 begon. Daarbij werden ze aangevallen door omwonende Afghanen, al dan niet met steun van de autoriteiten in Kaboel, die de Britten juist een vrijgeleide hadden beloofd. Veel soldaten sneuvelden of werden krijgsgevangen gemaakt. Op 12 januari hielden de Britten bij Gandamak hun last stand. Slechts één overlevende, dr. William Brydon, wist op 13 januari veilig Jalalabad te bereiken. Daar sprak hij de legendarisch woorden “I am the army”.

Last stand at Gandamak
Last stand at Gandamak, January 1842
door William Barnes Wollen, 1898

De beelden uit het onherbergzame Afghanistan contrasteren enorm met de knusse interieurs in Buckingham Palace waar Queen Victoria het slechte nieuws uit Afghanistan verneemt. Met de Eerste Brits-Afghaanse Oorlog wordt er ook een parallel met het heden getrokken. Ook toen al liet een westerse grootmacht zich Afghanistan inzuigen en liep het verkeerd af.

Maar de oorlog in Afghanistan is niet het enige contrast dat in Victoria gebruikt wordt. Veel dichterbij huis, in de sloppenwijken van Londen, kwijnen de arbeiders weg in bittere ellende. Karl Marx, die na de revolutie van 1848 in 1850 naar Londen vlucht heeft deze aan den lijve ondervonden en schreef zijn magnum opus in de stad waar Victoria resideerde, daarbij gebruik makend van de bibliotheek van het British Museum. En in Ierland sterven tussen 1845 en 1849 honderdduizenden van de de honger, terwijl Engeland het rijkste land was dat de wereld tot dan toe gezien had.

A soldier’s daughter [ imdb.com ]

Spengler’s onheilsprofetie

gisteren gekocht: De ondergang van het avondland (1918-1922)

Samen met Johan Huizinga en Jose Ortega y Gasset wordt Oswald Spengler gezien als een van de grondleggers van het cultuurpessimisme. Hun namen zijn vastgeklonken aan het interbellum (1919-1939). Deze interval tussen de twee wereldoorlogen was een periode van gespannen vrede tijdens de Urkatastrophe des 20. Jahrhunderts (1914-1945). Der Untergang des Abendlandes is ongetwijfeld het eerste boek waar we aan denken wanneer we over cultuurpessimisme komen te spreken. Oswald Spengler schreef het eerste deel vlak voor de Eerste Wereldoorlog, maar kon het pas in december 1918 laten verschijnen. Het tweede deel verscheen vier jaar later, toen Duitsland volledig onderuit lag. Uitgeverij Boom gaf vorig jaar een fraai uitgevoerde jubileumeditie uit in twee banden. Deze uitgave wordt begeleid door een website.

De ondergang van het avondland
De Nederlandse vertaling in een jubileumuitgave in een fraaie art deco vormgeving.

oikofobieDe zelfhaat van het avondland
Soms lijkt het dat rechts een monopolie op cultuurpessimisme heeft. Hedendaagse cultuurpessimisten als Theodore Dalrymple en Roger Scruton schrijven vanuit een conservatief en rechts georiënteerd standpunt vanwaaruit ze het al te rooskleurige maakbaarheidsideaal van de links-progressieve politiek bekritiseren. Zo wordt het begrip oikofobie (gemunt door Roger Scruton) uitgewerkt door Thierry Baudet in zijn boek Oikofobie. De angst voor het eigene. De huidige polarisatie wordt gemarkeerd door sleutelwoorden. Progressief-links verwijt zijn tegenstanders xenofobie terwijl vanuit de conservatieve hoek progressief-links oikofobie verweten wordt. Joseph Ratzinger (later paus Benedictus XVI) is er nog explicieter in en sprak over de zelfhaat van het avondland.

De meest gehoorde kritiek op cultuurpessimisten is dat het zwartkijkers zouden zijn die te weinig oog hebben voor positieve ontwikkelingen en vooral voor het positieve in de mens. Zo reageerde Beatrice de Graaf onlangs op het boek De meeste mensen deugen van Rutger Bregmans: ‘Cynici en zwartkijkers kunnen inpakken. Een heerlijk boek voor iedereen die echt realistisch wil zijn.’ Realistisch willen zijn, daar gaat het dus om. Is het glas half vol of half leeg? De realist probeert een middenpositie in te nemen, maar zal steeds weer tot de ontdekking komen dat aan zorgvuldige beschouwingen en afwegingen een optimistische of pessimistische levenshouding ten grondslag ligt.

Overigens is cultuurpessimisme van alle tijden. Dat beschavingen opkomen, blinken en verzinken was al lang voor Spengler bekend. In het laatste kwart van de achttiende eeuw publiceerde Edward Gibbons zijn monumentale The History of the Decline and Fall of the Roman Empire over het verval en de ondergang van het Romeinse Rijk. Door hun hegemonie in de wereld begonnen de Victorianen in de negentiende eeuw zich te identificeren met de romeinen. Daarnaast leefde ook sterk het besef van vergankelijkheid. Een schilder als John Martin (1789-1854) oogstte veel succes met zijn apocalyptische landschappen, een soort vanitas landschapsschilderkunst.

The course of the empire
Thomas Cole The Course of the Empire, 1833-1836

Ook de Amerikaanse schilder Thomas Cole (1801-1848) wilde zijn tijdgenoten herinneren aan de vergankelijkheid en schilderde tussen 1833-1836 een serie van vijf schilderijen die hij The Course of the Empire noemde. Hij schilderde de opkomst, bloei en ondergang van een beschaving in vijf stadia om zijn Amerikaanse tijdgenoten te waarschuwen dat een trotse beschaving, net als het Romeinse Rijk, ooit ten onder zal gaan.

Wie was Oswald Spengler? [ leesspengler.nl ]

Lodewijk de Laatste

vandaag is het 195 jaar geleden dat Lodewijk XVIII (1755-1724) overleed

Vandaag precies 195 jaar overleed Lodewijk XVIII, de laatste Lodewijk van Frankrijk. Hij was de zoon van Lodewijk Ferdinand (1729-1765) en werd geboren als Lodewijk Stanislaus Xaverius. Zijn vader was de troonopvolger van Lodewijk XV (1710-1774) maar overleed al in 1765. Toen Lodewijk XV in 1774 stierf, werd hij opgevolgd door zijn oudste kleinzoon Lodewijk XVI (1754-1793). Met het koningschap ging de guillotine aan Lodewijk Stanislaus Xaverius voorbij. Na de mislukte vlucht van naar Varennes van zijn broer en schoonzuster Marie-Antoinette op 21 juni 1791, vluchtte hij naar Brussel. Overigens niet voor de laatste keer, want tijdens de Honderd Dagen in 1815 moest hij weer hals over kop vluchtten, ditmaal naar Gent.

Lodewijk XVIII
De Restauratie verzette zich tegen de vooruitgang. François Gérard, de schilder van dit staatsieportret, grijpt terug naar het Ancien Régime en negeert de Franse Revolutie volkomen. Lodewijk XVIII krijgt dezelfde behandeling als de Zonnekoning.
Lodewijk XVIII in ballingschap (1792-1814)
Lodewijk XVI werd onthoofd in 1793 tijdens de revolutie. Lodewijk XVIII was toen reeds gevlucht naar Brussel en daarna naar Westfalen en verklaarde zich tot regent van Frankrijk voor zijn minderjarige neef Lodewijk XVII. Dit kind was een gevangene van de revolutionairen en zou nooit regeren. Toen Lodewijk XVII in 1795 op tienjarige leeftijd onvindbaar was, verklaarde Lodewijk XVIII zichzelf tot koning. Hij woonde achtereenvolgens in Pruisen en in Verona in Italië en had te kampen met eenzaamheid en geldzorgen. Waar hij kwam moest hij smeken om gastvrijheid en financiële hulp. Uiteindelijk bood tsaar Paul van Rusland hem een paleis aan te Mittau in Koerland, vanwaar hij tevergeefs probeerde bij buitenlandse hoven belangstelling voor zijn zaak te wekken. Hij kon er wel een mini-hofhouding met een honderdtal trouwe hovelingen op na houden. In 1807, bij de Vrede van Tilsit tussen Napoleon en de nieuwe tsaar Alexander, werd hij gedwongen het vasteland van Europa te verlaten. Hij besefte dat hij nu slechts de keuze had tussen een ballingschap in Amerika of in het Verenigd Koninkrijk en bovendien was zijn relatie met zijn broer Karel, die reeds in Engeland woonde, slecht. De Britse regering had Lodewijk het liefst gehuisvest in Schotland, ver van Londen, om te voorkomen dat hij politieke invloed zou uitoefenen, maar dankzij de Britse koninklijke familie kon hij in het noorden van Essex blijven, op voorwaarde dat hij niet aan politiek zou doen. Zelfs werd hem verboden te titel van koning van Frankrijk te gebruiken.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Na de val van Napoleon keerde Lodewijk Stanislaus Xaverius terug uit ballingschap en werd in 1814 koning Lodewijk XVIII van Frankrijk. De Bourbons waren na 22 jaar weer in ere hersteld. Hij werd de achttiende Lodewijk omdat Lodewijk XVII, het kind van Lodewijk XVI en Marie-Antoinette in 1795 in gevangenschap was gestorven. Omdat de Restauratie de Franse Revolutie terugdraaide, werd Lodewijk XVII met terugwerkende kracht erkend als wettige koning van Frankrijk, ook al heeft hij door de Franse Revolutie nooit kunnen regeren. Zijn beide ooms volgden hem op. Na de dood van Lodewijk XVIII werd zijn andere oom Karel X (1757-1836) koning van Frankrijk.

Karel X
Ook opvolger Karel X was tussen 1824 en 1830 nog bereid om zich als Prins Carnaval te laten portretteren. Het absolutisme was in de negentiende eeuw belachelijk geworden. Louis Philippe liet zich na de Revolutie van 1830 portretteren in burgerkleding in plaats van een hermelijnen mantel. En een paraplu nam de plaats in van de scepter.

Karel X was de jongste broer van de in 1793 vermoorde koning van Frankrijk. Een koning Lodewijk zou er in Frankrijk nooit meer komen, hoewel Lodewijk Anton (1775-1844), de zoon van Karel X na 1830 als Lodewijk XIX nog aanspraak maakte op de troon.

Victoria & Victoria

Gisteren gekeken naar Victoria Et in Arcadia (derde reeks 2018)
en afgelopen week opnieuw gezien: The Young Victoria (2009)

VictoriaDeze maand begon op NPO2 en Canvas bijna gelijktijdig de derde reeks van Victoria (2018). Deze begint in het revolutiejaar 1848. Victoria en Albert zijn dan 29 jaar. Jenna Coleman en Tom Hughes die de hoofdrollen spelen, waren met de opnames resp. 31 en 32 jaar oud. De derde reeks sluit af met de opening van de Great Exhibition in Crystal Palace in 1851 toen Victoria en Albert (ze scheelden drie maanden) 32 waren. De hoofdrolspelers lopen zo’n 170 jaar later dus precies mee met hun levens. Maar op dit moment is het de grote vraag of Jenna Coleman in het vierde seizoen terugkeert. Onlangs liet ze nog weten: “There’s a lot of conversations: do you start at the Crimean War, or do you start later? I mean there’s too much story, unless I literally did commit until I am 63.”

The Young VictoriaVoor mij was de start van het derde seizoen, aanleiding om nog eens naar The Young Victoria te kijken, een film die tien jaar geleden werd uitgebracht met Emily Blunt en Rupert Friend als Victoria en Albert. Deze waren destijds resp. 26 en 28. The Young Victoria gaat over de eerste vier jaar van Victoria‘s regeerperiode (1837-1840) en speelt vooral in 1837, het jaar waarin ze 18 werd en mocht gaan regeren zonder regentschap (van haar moeder). Maar Blunt is vergeleken met Coleman toch minder geloofwaardig als Victoria, ook al waren haar acteerprestaties uitstekend. Door haar kogelronde gezicht en zeer jonge, meisjesachtige uitstraling is Jenna Coleman een perfecte 18-jarige Victoria.

De eerste reeks van Victoria volgt dezelfde periode als The Young Victoria en we komen weer de bekende historische figuren tegen: Victoria’s oom koning William IV, Koning Leopold I van België, de hertog van Wellington, Lord Melbourne en Robert Peel. De tweede reeks speelt zich af in 1842 en 1843, al speelt de episode Faith, Hope & Charity zich iets later af, namelijk tijdens de Grote Hongersnood in Ierand (1845-1849). Tussen de tweede en derde reeks werd een extra lange kerstspecial gemaakt (Comfort and Joy) die zich afspeelt rond kerst 1846.

De tv-serie Victoria is zowel naar vorm als naar inhoud sterk geromantiseerd. Toch weerhoudt mij dat er niet van om elke aflevering meerdere malen te bekijken. Op het gebied van cinematografie, kostumerie en set decoration is er veel te genieten. De interieurs zijn historisch nauwkeurig gereconstrueerd zodat ons een prachtig inkijkje gegeven wordt in de vroeg-Victoriaanse tijd waarin het historisme zich vanuit de romantische neogotiek begon te ontwikkelen. De buitenkant van Victoria is om door een ringetje te halen.

Osborne House
Osborne House op het eiland Whight
Dit zomerverblijf, gebouwd in in de stijl van een Italiaans renaissancepaleis tussen 1845 en 1851, vormt het decor in de aflevering Et in Arcadia (derde seizoen) In het revolutiejaar 1848 vluchtten Victoria, Albert en de kinderen naar dit zomerverblijf, dat in 1848 nog niet voltooid was.

Maar inhoudelijk zijn er nogal wat kanttekeningen bij te plaatsen. Hoewel de meeste gebeurtenissen en historisch aspecten juist zijn, wordt er soms toch een loopje genomen met de geschiedenis. In 2017 analyseerde Kate Samuelson voor Time al het eerste seizoen op een aantal onjuistheden. Victoria is dan ook geen docudrama maar geromantiseerde geschiedenis.

Osborne House, Queen Victoria and Prince Albert’s Seaside Escape [townandcountrymag.com]