Italiëgangers [ 2 ]

Pierre-Henri de Valenciennes (1750-1819)
en de Prix de Rome voor het historische landschap (vanaf 1817)

Sinds de zestiende eeuw was de reis naar Italiëvoor de meeste kunstenaars een bijna verplicht nummer. Toch gaven niet alle kunstenaars gehoor aan de lokroep van het land van de antieken. Aan het einde van de zestiende eeuw was een levendige handel van prenten op gang gekomen, zodat de kunstenaars ten noorden van de Alpen hun voorbeelden konden bestuderen zonder de moeizame reis te ondernemen. Zo had Rembrandt bijvoorbeeld geen enkele behoefte om de reis naar Italiëte maken. Hij gebruikte zijn omvangrijke collectie prenten en rekwisieten, zoals wij nu het internet gebruiken om een virtuele reis te maken naar een ander land. Ook Delacroix, die bijna 200 jaar later leefde, wilde Italiënooit bezoeken; hij gaf de voorkeur aan Noord-Afrika. Maar de meeste schilders die in de gelegenheid waren om hun Italiëreis te maken, die gingen. Vanaf 1666 was door Lodewijk XIV de Prix de Rome ingesteld, die de reis naar Italiëen Rome in het bijzonder onder jonge kunstenaars stimuleerde.

Prix de Rome
Villa MediciDe Prix de Rome vindt zijn fundament bijna 350 jaar geleden in Frankrijk. Vanaf het begin van de zestiende eeuw geldt de klassieke oudheid als bakermat van de Europese kunst. Voor de meeste Noordeuropese kunstenaars ontbreken dan echter de mogelijkheden om het klassieke Rome te bezoeken. Een enkeling durft de (voet-)tocht over de Alpen wel te maken. En komt terug met verhalen, prenten en een enkele keer met een klein schilderij met een klassiek, mythologisch onderwerp of een landschap uit de omgeving van Rome. Koning Lodewijk XIV besluit dat Franse kunstenaars de klassieken met eigen ogen moeten kunnen bekijken en bestuderen. De door hem opgerichte „Académie Royale de Peinture et de Sculpture„ stelt daartoe in 1666 de Prix de Rome in. De prijs is een vorstelijk geldbedrag (stipendium) waarmee de winnaar maar liefst vier jaar in Rome kan werken: aan de „Académie de France„ die dan is gevestigd in de Villa Medici. Temidden van de klassieke omgeving van het Oude Rome.

Met Frankrijk als voorbeeld groeit in Nederland aan het einde van de achttiende eeuw de belangstelling voor een kunstreis naar Italië. Tijdens de Franse bezetting geeft Lodewijk Napoleon, de jongere broer van de keizer, opdracht tot oprichting van een Koninklijke Akademie. Ook voert hij, eveneens naar Frans voorbeeld, de Nederlandse Prix de Rome in. In 1817 is één en ander onder koning Willem I vastgelegd.
Bron: prixderome.nl

Ook de Franse schilders, die de grootste reputatie hadden op het gebied van landschapsschilderkunst, gaven vanaf de zeventiende eeuw steeds vaker gehoor aan de lokroep van Rome. Dat werd gestimuleerd door de oprichting aldaar, in 1666, van de Académie de France die de studie van de beste leerlingen van de Koninklijke School voor schilder- en beeldhouwkunst moest bevorderen. Al snel zwierven Franse kunstenaars uit over heel Italië. Zo werd Venetiëeerst een pelgrimsoord van de romantici en vervolgens van de symbolisten. In Florence leek het landschap volgens de neoclassicistische schilder Pierre Henri de Valenciennes “op de schilderijen van Poussin“. En ook het zuiden van het land, met al zijn archeologische schatten, maakte al vroeg deel uit van de grand tour. Het voornaamste doel van de Italië-reis bleef echter Rome. De beursstudenten van de Villa Medici, waar de Académie de France in de negentiende eeuw werd gevestigd, dienden daar hun opleiding tot de grand goût te vervolmaken.
 
Bron: gemeentemuseum.nl/

Pierre-Henri de Valenciennes, een van de leerlingen van Jacques-Louis David, verbleef lange tijd in Rome en propageerde de landschapsschilderkunst in Frankrijk. Hij schreef een theoretisch werk over het zgn. ‘historische landschap’ en ijverde voor een aparte Prix de Rome voor deze categorie. Pas in 1817, twee jaar voor zijn dood, werd voor het eerst een Prix de Rome voor het historische landschap uitgereikt. Het betekende een officiële herwaardering van de landschapsschilderkunst, die met de School van Barbizon en de impressionisten in de negentiende eeuw zo belangrijk zou worden.

Valenciennes
Pierre Henri de Valenciennes, 1790
klassiek Grieks landschap met meisjes die aan de rivier hun haar offeren aan de godin Diana

In Parijs had men al in 1791 voorgesteld om de leerlingen van de Académie des Beaux-Arts les te geven in landschapskunst en een aparte Prix de Rome in te stellen voor het ‘historische landschap’. Pas in 1817 werd de eerste prijs uitgereikt, vooral door toedoen van één van de docenten aan de Parijse Académie, Pierre Henri de Valenciennes, die een voorstander was van een herwaardering van de landschapskunst. Het ‘historische landschap’ was echter een landschap in de traditie van Poussin, dat wil zeggen een geïdealiseerd landschap in een Italiaanse sfeer, voorzien van tempels of ruïnes en bevolkt door figuren uit de Griekse of Romeinse mythologie.
Bron: digischool.nl

Valenciennes
Twee cypressen bij Villa Farnese
Dit Hopperiaanse schilderij uit 1785 van
Valenciennes was zijn tijd ver vooruit
Pierre-Henri de Valenciennes est né le 6 décembre 1750 dans la capitale languedocienne d’un père maître perruquier, Pierre Devalenciennes (1724-1754) et de Marguerite Abel, fille d’un maître tapissier. Son éducation artistique commence par l„apprentissage de la musique et du violon à la maîtrise de la cathédrale Saint-Étienne. Il étudie ensuite la peinture à  l’Académie royale de Toulouse en 1770-1771, ou Jean-Baptiste Despax (1710-1773) et Guillaume Bouton (1730-1782) sont ses professeurs. Il effectue des voyages dans le sud de la France et découvre l Italie en 1769, au cours d„une excursion en compagnie de son protecteur et mécène Mathias Dubourg (1746-1794), futur conseiller au parlement de Toulouse.
 
Entre 1777 et 1785, sans doute grâce à ses appuis financiers et à ses relations, Pierre-Henri de Valenciennes s’établit à  Rome. Le peintre entretient des contacts avec les pensionnaires du palais Mancini, mais également avec les autres artistes établis ou de passage dans la ville éternelle, comme les Parisiens Jacques-Louis David et Quatremère de Quincy, ou les Toulousains François Cammas et Joseph Roques. Au contact de ses pairs, en étudiant les ” antiques ” et les paysages romains, il affine son goût pour les représentations de la nature qui s éloignent de la manière traditionnelle et tendent vers un nouveau langage formel, épuré, choisissant des angles de vue insolites ou privilégiant le traitement atmosphérique des scènes. Il revient peu à Paris, ou l’on signale néanmoins sa présence vers 1781, date à laquelle il a probablement fréquenté le paysagiste Claude-Joseph Vernet (1714-1789).
 
Bron: pedagogie.ac-toulouse.fr

Pierre-Henri de Valenciennes [artcyclopedia.com]

Italiëgangers [ 1 ]

Karl Eduard Ferdinand Blechen (1798-1840)
en Josephus Augustus Knip (1776-1846)

De Alte Nationalgalerie in Berlijn is vooral bekend vanwege de Duitse romantische schilderkunst met de Caspar David Friedrich-zaal als hoogtepunt. Op dezelfde verdieping vinden we ook een deel van de 34 schilderijen die het museum van Karl Blechen in bezit heeft. Karl Blechen is bij ons tamelijk onbekend, maar wat mij betreft staat hij samen met Friedrich aan de top van de Duitse romantische landschapsschilderkunst.

Karl Blechen
Karl Blechen, Amalfi, capucijner klooster
dit Italiaanse landschap ademt eenzelfde rust als de landschappen van Corot

In 1823 ontmoette Blechen als student de 24 jaar oudere Caspar David Friedrich in Dresden. Na zijn studietijd werkte hij eerst als decoratieschilder en maakte in 1828/29 een reis naar Italië. In tegenstelling tot de schilderijen van zijn voorbeeld Friedrich die Italiënooit bezocht heeft, is het werk van Blechen vaak licht en kleurrijk.

Karl Blechen
Bocht van Rapallo, 1829/30
Deze olieverfschets die Blechen in de buitenlucht maakte, doet denken aan de atmosferische momentopnamen van Turner

Ook stond Blechen in Italiëaan het begin van wat men in Duitsland de Freilichtmalerei noemt; in Nederland zijn we de Franse term plein air gaan gebruiken omdat het vooral de Franse Barbizonschilders waren die buiten gingen schilderen. Jean Baptiste Camille Corot, ook een echte Italiëganger, stond net als Blechen aan het begin van deze revolutionaire verandering in de landschapsschilderkunst.

Und trotzdem: wir fahren nach Italien
Erlagen die Mittel- und Nordeuropäer nicht immer schon der Faszination und der Magie des südlichen Lichts, in dem die Küsten Italiens wie Sehnsuchtsorte erster Güte erstrahlten? Im 18. und 19. Jahrhundert waren es noch vorwiegend junge Adlige und Künstler, die dieser Sehnsucht folgten und die atemberaubenden Landschaften und spektakulären Überreste antiker Kultur bereisten, bewunderten und darzustellen versuchten.

Karl BlechenUnter ihnen war auch der Maler Karl Eduard Ferdinand Blechen (Cottbus 1798 – 1840 Berlin), der 1828/29 den lang gehegten Wunsch einer Italienreise verwirklichen konnte. Bis zu diesem Zeitpunkt vor allem durch Caspar David Friedrich (Greifswald 1774 – 1840 Dresden) und Johan Christian Clausen Dahl (Bergen 1788 – 1857 Dresden) beeinflußt (s. hierzu kleines Bild), verhalf ihm sein Italienaufenthalt zu einer lichtdurchfluteten Malerei von vorimpressionistischer Leichtigkeit.
( Bron: museenkoeln.de )

Knip: De Golf van Napels
Josephus Augustus Knip
Golf van Napels, 1818

Ook Nederland kende in het begin van de negentiende eeuw Italiëgangers, zoals bijvoorbeeld Josephus Augustus Knip die in 1808 de eerste Nederlandse Prix de Rome won en naar Italiëvertrok. Vijf jaar na zijn terugkeer, schilderde hij in 1818 bovenstaand Italiaans landschap in een geïdealiseerde en classisistische stijl. Knip liet zich inspireren door zeventiende eeuwse voorbeelden als Jan Dirckzn. Both. Op de website van het Rijksmuseum (Aria) wordt het schilderij geanalyseerd. Er zijn vier tekeningen en schetsen bewaard gebleven die hij ter plekke maakte en samenvoegde in dit atelierstuk.

De Prix de Rome is de oudste kunstprijs van Nederland. De Prix de Rome werd in 1808 door Lodewijk Napoleon in Nederland ingevoerd. Met de oprichting van de Rijksakademie van beeldende kunsten in 1870 legde koning Willem III de staatsprijs vast in de Wet op de Rijksakademie.
prixderome.nl

Und trotzdem: wir fahren nach Italien

boze wereld vol slechteriken

gezien: The Good, the Bad and the Ugly (1966)

DVDLos van de overtuigende cinematografie en filmmuziek viel mij op dat het in deze western juist niet om geloofwaardigheid gaat. Net als in James Bond-films gaat het om de mythe van ‘de man-die-alles-kan’. Dit ‘alles’ wordt gemakshalve even beperkt tot het koelbloedige neerschieten van de tegenstander. De man als rover en revolverheld.

Eigenlijk zijn alle films waarin mensen worden vermoord walgelijk en het moet gezegd: vrouwen willen dat doorgaans veel beter inzien dan mannen. De man is een jager en onder de andere mannen veroordeeld tot jager onder de jagers. Door competitie wordt het killerinstinct aangesproken. Dat maakt in principe elke man tot tegenstander. Homo homini lupus. Zo gezien kan de man in het Wilde Westen waar elke moraal versmald is tot the survival of the fittest (de snelste, de wreedste, de gemeenste, enz…) eigenlijk geen vrienden hebben, maar is elke soortgenoot een tegenstander.

The Good, the Bad and the Ugly
de blik van het roofdier

Dit is het boze universum waarin The Good, the Bad and the Ugly zich afspeelt. De man moet koelbloedig, genadeloos en snel zijn en mag de ander nooit vertrouwen. Wanneer we als filmkijker de moraal achter ons laten en ons in de drie bandieten verplaatsen (dus alleen nog maar aan onszelf denken) hebben we de inwonende slechterik in onszelf gevonden. In deze film is hij er in drie uitvoeringen en kunnen we eventueel kiezen: een échte slechte, een weerzinwekkende maar grappige slechte én een slechte die eigenlijk zo slecht nog niet is. Met The Good (gespeeld door Clint Eastwood) wordt het verlangen naar rechtvaardigheid, ook in deze wereld vol slechterikken, enigszins nog bevredigd.

The Good, the Bad and the Ugly vertelt het verhaal over drie criminelen die tijdens de Amerikaanse burgeroorlog jacht maken op een goudschat. Hoewel ze elkaar voortdurend haten, worden ze door een samenloop van omstandigheden steeds gedwongen tot samenwerking. The Good, the Bad and the Ugly is een studie naar de hebzucht in de mens. Iedereen in de film is hebberig, achterbaks, corrupt en a-moralistisch. Leone schetst een wereld vol chaos waarin iedereen individueel zijn hoofd boven water moet houden. Het verhaal wordt verteld in een vreemde combinbatie van experimentele stijloefeningen, cynische humor, keiharde acties, opera-achtige dramatiek en episch-historische scènes. Volgens velen is The Good, the Bad and the Ugly een van de beste westerns ooit gemaakt.
 
Bron: wikipedia
The Good, the Bad and the Ugly
v.l.n.r. Clint Eastwood, Eli Wallach en Lee van Cleef als the Good, the Ugly en the Bad

The Good, the Bad and the Ugly Na a Fistful of Dollars en For a Few Dollars More is deze film de definitieve afsluiting van het drieluik. Leone’s regiestijl is nu tot in het perfecte doorgevoerd. Ontelbare close-ups, talloze langzaam opgebouwde scènes en talloze vreemde totaalshots maken van deze film een experimenteel staaltje avant-garde cinema. Het verhaal is volledig ondergeschikt gemaakt aan het beeld. Het is slechts dit keer een achtervolging door het wilde westen waarbij de personages van de ene locatie naar en van de ene actiescène naar de andere lopen. Terwijl de vorige twee delen zich nog afspeelden in een niet nader genoemde periode, is deze film duidelijk geplaatst tegen een historische setting. De Amerikaanse burgeroorlog is een perfecte achtergrond voor het verhaaltje van hebzucht en verraad. Het is een duidelijke studie naar het slechte in de mens en de aanwezigheid van een zinloze oorlog geeft de film een extra dimensie.

De muziek van Ennio Morricone is zowaar beroemder geworden dan de film zelf en het fluitdeuntje wordt tegenwoordig door iedereen geassocieerd met het wilde westen. In deze film is de muziek nog nadrukkelijker aanwezig dan de vorige delen. De combinatie tussen beeld en muziek begint hier zelf opera-achtige proporties aan te nemen. Voor een aantal scènes is aparte muziek geschreven die speciaal bij die ene scène past. Die scènes worden dan gedragen door de muziek zoals zangpartijen dat bij een opera doen.

Volgens Leone zelf was de aanwezigheid van Tuco (Eli Wallach) de grootste bijdrage aan de film. Hij zorgt voor een komische noot en geeft tegengas aan de sombere dramatiek en al het geweld. Eastwood en Van Cleef kopiëren eigenlijk hun rollen uit de eerdere twee films. Eli Wallach zet als hyperactieve, druk pratende, diepgelovige, laffe, achterbakse, hebzuchtige en vooral smerige bandiet een humoristisch personage neer dat nog niet eerder in een western voorkwam. Hij is eigenlijk een soort parodie op de slechtheid van de mens.
( Bron: wikipedia)

The Good, the Bad and the Ugly [ moviemeter.nl ] [ movie2movie.nl]
Once Upon a Time in the West [woest & vredig]