in de Orthodoxe Kerk is het de Zondag van Gregorios Palamas


Vaak omschrijf ik mijzelf als retrovert, iemand die leeft met de blik naar het verleden. Niet omdat ik denk dat vroeger alles beter was, wel omdat ik denk dat het moeilijk anders kan. Ik ben namelijk geen helderziende die in de toekomst kan kijken. En het heden gaat voor mij sneller dan ik kijken kan. Het is voor mij vaak alsof ik omgedraaid in een auto zit en ‘achteruit’ moet rijden om verder te komen, kijkend naar de weg die ‘achter’ mij ligt. Om een goed beeld van het heden te krijgen en realistische verwachtingen over de toekomst, moet nog eens heel goed naar dat verleden gekeken worden.
Maar het verleden kan voor mij ook een vlucht uit de werkelijkheid worden. Gisteren kon ik wat dat betreft even op adem komen bij een van grootste retroverts die ons land gekend heeft, iemand die zijn lange leven lang (1895- 1987) het modernisme getrotseerd heeft: Anton Pieck.

Op de kunstacademies werd in de twintigste eeuw zijn grafische werk meestal neerbuigend als ziekelijke retromanie in de ban gedaan. Maar gelukkig heeft Anton Pieck (1895-1987) nog tijdens zijn leven in 1984 een museum gekregen in Hattem. Hier is te zien wat voor een ambachtsman hij was. Of, zoals je wilt, wat voor een kunstenaar.
Anton Pieck

In het museum wordt permanent een video getoond waar we Anton Pieck weer zien en horen. Een heer uit een andere tijd. Een beetje de laatste der mohikanen, maar ook niet helemaal. Want ook Marten Toonder en Carel Willink bleven met hun ascetische indianengezichten hun lange leven vasteberaden tegen de wind in fietsen. Hun kracht was de rotsvaste overtuiging dat de traditie en het ambacht de basis vormen.

Twee Anton Pieck-stadjes
Afgelopen week wilde ik mijn Duitse vriendin iets van het historische Nederland laten zien. Niet de grote steden ditmaal, maar kleine schilderachtige stadjes. Donderdag bezochten we Oudewater, op de grens van Utrecht en Zuid-Holland en vrijdag Hattem op de grens van Gelderland en Overijssel.
Jammergenoeg was het Museum De Heksenwaag in Oudewater afgelopen week nog niet opengesteld. Morgen gaan de deuren weer open en blijven dan dagelijks (behalve op maandag) geopend van 11.00-17.00 tot 1 november. Het Anton Pieck Museum en Voerman Museum zijn dankzij de vrijwilligers het hele jaar geopend.
Een van de mooiste tentoonstellingen die ik de afgelopen jaren zag, is de grote overzichtstentoonstelling van John Everett Millais. Deze is nog tot 18 mei 2008 in het Van Gogh Museum te zien. In de jaren zestig, zeventig en tachtig zou een dergelijke tentoonstelling voor een groot publiek ondenkbaar geweest zijn. Alles wat aan de Victoriaanse tijd herinnerde was in naam van de seksuele revolutie in de ban gedaan. Kitsch, was het eenvoudige maar vernietigende oordeel en daarmee was alles gezegd. Het tij is inmiddels gekeerd. Twaalf jaar geleden bracht hetzelfde Van Gogh Museum een grote overzichtstentoonstelling van het werk van onze eigen Victoriaanse salonschilder Laurens Alma Tadema, toen nog in de donkere gangen op de bovenste verdieping. De overzichtstentoonstelling van Millais is gelukkig in de ruime nieuwe vleugel ondergebracht. Ondanks de royale opstelling verdrongen op zondagmiddag de bezoekers zich voor de schilderijen en dat van Ophelia in het bijzonder.

The painting Isabella is structured with deliberately distorted perspective, elongating the right hand side of the table and flattening the figures ranged along it. Following Pre-Raphaelite theory, Millais almost eliminates chiaroscuro and exaggerates the intensity of juxtaposed colours and tones – as evidenced in the flat black tunic set against the sharply modelled white cloth of the servant at the right, whose lower body virtually disappears as his yellow stockings semi-merge with the background.
(Bron: wikipedia)
Het was mijn eerste kennismaking met het werk van Millais buiten de reproducties om. Gelukkig heeft men gekozen voor een chronologische opstelling, zodat we de stijlontwikkeling kunnen volgen. Naast schilderijen worden ook tekeningen getoond. In zijn begintijd, rond 1850, zien we uiterst gedetailleerde schilderijen. Met een inventariserende blik heeft hij elk detail geschilderd. Daarin gaat hij bewust terug op de Vlaamse Primitieven, die zo natuurgetrouw schilderden dat we nog steeds de afgebeelde planten kunnen determineren.

Het overzicht is zeer representatief al ontbreken er enkele topstukken, zoals het hier afgebeelde Isabella. Met dit schilderij kreeg hij in 1849 gunstige kritiek op de tentoonstelling van de Royal Academy. Maar het jaar daarop werd hij zwaar bekritiseerd met een schilderij van de jonge Jezus in de werkplaats van zijn vader Jozef. Dit schilderij hangt gelukkig wel op de tentoonstelling in het Van Gogh Museum.
Isabella
In de voetsporen van Heidegger
Voetnoten bij de 19e eeuw
Amerikaanse Burgeroorlog
Napoleon en zijn schilders
Landschapsschilders uit de Goethezeit
Schilders in Italië
De schilder en zijn broodheer
De waakzaamheid van het hart
Ovidius’ Metamorphosen
Dantes Divina Commedia
Wolkenkrabbers
Op zoek naar de atoomstijl
Een avontuur van luitenant Blueberry
My favourite things