fijne plaatjesboeken [ 1 ]

Nieuwe uitgaven bij Benedikt Taschen: Berlin

Ooit begonnen als punker met een stripboekenwinkeltje in Keulen, is Taschen ruim 25 jaar later een sexy merk geworden met vestigingen over de hele wereld. Publishers of Art, Anthropology and Aphrodesia staat er op de omslag van de nieuwe voorjaarscatalogus. Gisteren viel hij weer op de mat. Sex sells, dus een flink deel van het Taschenfonds bestaat uit erotische, semi-pornografische en soms ranzige boeken (onder de noemer camp, want dan is het intellectueel verantwoord), die wat mij betreft niet zo hoeven. Voor de rest wel veel fijne plaatjesboeken over kunst, architectuur, design en film.

Berlin
Glienicker Brücke bij Potsdam. In de jaren 1961-1989 vaak gebruikt om spionnen uit te wisselen en soms ging dat in een lijkkist. In de zomer van 2004 ben ik er fluitend overheen gefietst.
BerlinBerlin has survived two world wars, was divided by a wall during the Cold War, and after the fall of the Wall was re-united. The city emerged as a center of European power and culture. From 1860 to the present day, this book presents the story of Berlin in photographs, portraits, maps, and aerial views. With nearly 700 pages of emotional, atmospheric images, from giddy pictures of the Roaring Twenties to devastating images of war to heartwarming postwar photos of a city picking up the pieces -the Reichstag in ruins and later wrapped by Christo and Jeanne-Claude- this is the most comprehensive photographic study on Berlin ever made. More than a tribute to the city and its civic, social, and photographic history, this book especially pays homage to Berlin’s inhabitants: full of hope and strength, in their faces is reflected Berlin’s undying soul.
 
Bron: taschen.com

meer van Taschen op deze weblog

twee schilders

gisteren gezien: tentoonstelling Antoon van Welie
en film Goya’s Ghosts van Milos Forman in Nijmegen

Vorige week schreef ik hier dat ik binnenkort de film Goya’s Ghosts en de tentoonstelling De laatste decadente schilder wilde gaan zien. Gisteren kwam het er dan van in Nijmegen.

Antoon van WelieAntoon van Welie
Eerst naar het Valkhof Museum. Samen met Thijn die hier werkt en de foto’s voor deze tentoonstelling (high res te downloaden) gemaakt heeft, een rondgang gemaakt. Als je deze weblog de laatste weken een beetje gevolgd hebt, dan heb je gelezen dat ik me met een paar boeken had ondergedompeld in de periode rond de Eerste Wereldoorlog. Je gaat er voor je gevoel dan zelf een beetje naar ruiken. Ik voelde me dan ook onmiddellijk thuis tussen de schilderijen, pastels en tekeningen van Antoon van Welie die gemaakt zijn in de periode 1895-1915 en die te zien zijn in de eerste zalen van de tentoonstelling. Er is zelfs een interieur uit het begin van de twintigste eeuw nagebouwd met strakke lambrizeringen, om een echo van de Victoriaanse salon op te roepen. Antoon van Welie was beslist salonfähig, een man van de wereld. Rond 1895 was hij al een veelgevraagd portretschilder en hij maakte naam in heel Europa. Hij portreteerde zelfs drie pausen, Mussolini en een hele reeks mannen van aanzien al dan niet met hun vrouw en/of kinderen.

Waar Thijn en ik het beiden wel overeens waren dat hij het vak in zijn vingers had. Op sommige momenten maakt de verf zich echt los en beweegt het zich over het doek met een virtuositeit van een John Singer Sargent of Thérese Schwartze, beiden tijdgenoten die in dezelfde vijver visten: de high society. Maar het werk van Antoon van Welie is zeer wisselend van niveau. Dat zie je in elke zaal steeds duidelijker naar voren komen en tenslotte eindigt deze tentoonstelling in een dieptepunt met onderstaande Allegorie van het Koninklijk Huis die juist als apotheose gepresenteerd is. Je ziet niet alleen een totale aftakeling van de techniek maar ook van de goede smaak. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo’n ontluisterend slotaccoord op een oeuvre heb gezien.

Allegorie op het Koninklijk Huis
Allegorie op het Koninklijk Huis, 1948-1949
Van Welie maakte in zijn laatste levensfase ernst met een ‘stalinistische’ wansmaak

Wat hij hier presteert, is zo vet over the top en zo erbarmelijk slecht geschilderd, dat het tegenwoordig weer camp zou moeten zijn, maar Van Welie bedoelde dit allemaal zoo ernstig… Na de oorlog was hij een anachronisme geworden, ongeschikt voor de moderne tijd en verguisd door de critici ondanks zijn successen in de hogere kringen. Toch is deze tentoonstelling de moeite waard en ik ben blij dat Antoon van Welie weer uit het stof is gehaald. Er zijn een paar portretten van beeldschone dames die tegelijkertijd technisch van zeer hoge kwaliteit zijn.

Goya’s Ghosts
‘s Avonds met René en Thijn naar lux. Niet helemaal onbevooroordeeld, want ergens had ik iets gelezen van ‘slecht scenario, wel veel mooie plaatjes’. Een film met een slecht scenario is eigenlijk al niet meer te redden, maar voor mij is er bij een historisch drama altijd een escape. Ik zet dan op een gegeven moment de knop om en bekijk de film daarna niet meer als film, maar als een slideshow van vaak mooie plaatjes en allerlei historische details. Voor een regisseur is dat niet bepaald complimenteus. Die krijgt dan ook een vette onvoldoende, maar voor het werk van de cameraman, rekwisiteurs, stylistes, kostuumspecialisten en historici die aan zo’n film hebben meegewerkt, heb ik dan meestal des te meer lof.

Goya's Ghosts
Goya onthult een ruiterportret van de koningin aan het koninklijk paar

Nu is Milos Forman natuurlijk niet zomaar een regisseur. Wanneer hij een slecht scenario in handen krijgt, weet hij er altijd nog iets van te maken. Ook herken je zijn films altijd aan de typische Forman-signatuur, en kan hij als meester knipogen naar zijn meesterwerken One Flew over the Cukoo’s Nest en Amadeus. Maar daarmee is de film nog niet gered. Voor René wordt deze film dan ook genomineerd voor het Gouden Kruidvat, met andere woorden: zo vlug mogelijk als DVD verramsjen bij het Kruidvat. Thijn vond de film helemaal zo slecht nog niet. Waar we het met elkaar wel overeens zijn, is het slechte scenario van Goya’s Ghosts. Een ongeloofwaardig verhaal dat bovendien nog eens platgewalst wordt onder teveel dynamiek en teveel revoluties (gaap). En er is geen echte centrale hoofdpersoon. Met Antonio Salieri in Amadeus kan iedereen zich wel identificeren, juist omdat het emotional center van Amadeus de jaloezie is. En de jaloezie van de ander is een gemakkelijke bron van vermaak.

Goya's Ghost DVDMaar waar gaat Goya’s Ghosts eigenlijk over? Misschien gaat het over loyaliteit en de bereidheid om te lijden voor je principes. En dus ook over lafheid en opportunisme. Het moment waarop dit het duidelijkst naar bovenkomt, is wanneer Goya en Lorenzo elkaar verwijten ‘de hoer’ te zijn. Uiteindelijk is het Lorenzo , mooi gespeeld door Javier Bardem, die zijn geloof in de idealen van de revolutie niet opgeeft. En Goya blijft wat hij in deze hele film is: een voorbijganger, iemand die toekijkt. Als een fotojournalist avant la lettre blijft hij betrokken bij het oorverdovende tumult van zijn tijd, maar vanwege zijn doofheid is hij veroordeeld tot een terugetrokken bestaan in een doodstille wereld.

De casting is, zoals we van Forman gewend zijn, weer opvallend goed. Een prachtige Carlos IV gespeeld door Randy Quaid, een mooie rol van José Luis Gómez als Tomás Bilbaten Michael Lonsdale als vader Gregorius met een overtuigende combinatie van oprechte inleving en lafheid op zijn gezicht.

Goya schilderijen | Goya grafiek

vader van het spotzieke ongeloof

vorige maand verscheen een Nederlandse vertaling van de briefwisseling
tussen Voltaire en Frederik de Grote van Pruisen

De afgelopen jaren lijken we een heuse Verlichtingsrevival te beleven. Als antwoord op religieus fundamentalisme wordt teruggegrepen naar het motto van de Verlichting: “Mens durf te denken!”, m.a.w. “Wees eens redelijk!”. Na 9/11 horen we regelmatig dat de islam door de (Europese!) Verlichting heengejaagd moet worden. En blijkbaar is voor andere religieuze groeperingen de Verlichting ook nog niet voltooid. Dat blijkt nu de drie kamerleden van de Partij van de Dieren plotseling als een obscuur groepje sectaristen (want: Zevende Dag Adventisten) wordt afgeschilderd en hun partijprogramma vermengd zou zijn met religieuze uitgangspunten. Het lijkt alsof er een soort seculiere inquisitie is ingesteld onder het banier van de Verlichting die elke religieuze overtuiging de ‘privésfeer’ in moet knuppelen. Ook dat is Verlichting.

het schrikbewind
het is naief om nog steeds aan te nemen dat religie altijd tot oorlog leidt en Verlichting “zum ewigen Frieden”
Immanuel Kant heeft de Verlichtingsidealen nog zien ontaarden.

Want als we de geschiedenis er eens bijpakken, dan zien we dat de Verlichtingsidealen tijdens de omwentelingen in Frankrijk al snel leidden tot een schrikbewind, waarbij religie (toen uitsluitend het Christendom) werd afgeschaft. Dat gebeurde in 1793 toen Robbespiere een Eredienst voor het Opperwezen instelde, een nieuwe kalender begon en de Notre Dame in Parijs omdoopte in de Tempel van de Rede. Dat was allemaal al voorbereid door een aantal Verlichtingsfilosofen waaronder Voltaire ongetwijfeld de scherpste was. Wanneer er nu aan het begin van deze nieuwe eeuw beweerd wordt dat de islam een Voltaire nodig heeft, moeten we ons goed realiseren wie Voltaire was. Als vrolijke vernietiger van heilige huisjes doet hij het goed in het tijdperk van individualisme, maar honderd jaar geleden zag men dat heel anders. Gisteren las ik dit over hem in een katholiek leerboek geschiedenis uit 1907:

Voltaire

Hij was opgegroeid in de hoogere kringen der maatschappij en daarin behoorde lichtzinnige nietsontziende spot tot den modetoon. Hij was de vader van het spotzieke ongeloof en met een daemonische haat tegen het christendom bezield. Als mensch en als karakter stond hij zeer laag. Langen tijd was hij bevriend met Frederik de Groote, die hem uitnoodigde zich aan zijn hof te vestigen.
“Hij was de vader van het spotzieke ongeloof en met een daemonische haat tegen het christendom bezield.”

Natuurlijk wordt dit zo gezien vanachter katholieke brillenglazen van honderd jaar oud. Maar het is goed om de huidige visie daarmee te relativeren. Om Voltaire zélf eens goed te leren kennen, kun je bijvoorbeeld zijn brieven lezen die hij schreef naar Frederik van Pruisen. Sinds vorige maand kan dat ook in een Nederlandse vertaling. Het is ook een uitstekende manier om een groot deel van de achttiende eeuw van binnenuit te leren kennen. De correspondentie beslaat namelijk een periode van 42 jaar ! (1736-1778) Egodocumenten bieden vaak een heel natuurlijke ingang tot een historische periode. En dat beide heren een ego hadden, daar hoeven we niet aan te twijfelen.

Voltaire en Frederik de Grote, twee van de allergrootste figuren van de achttiende eeuw, twee bijzonder gecompliceerde figuren ook, die zich onweerstaanbaar tot elkaar aangetrokken voelden, maar elkaar vaak ook niet konden verdragen. Ze voerden een correspondentie van 42 jaar, een correspondentie die een heel leven omvatte en bijna een hele eeuw. Frederik was 24 jaar oud en nog geen koning toen hij zijn eerste brief vol bewondering schreef naar de al internationaal beroemde Voltaire. De laatste brief schreef Voltaire op zijn ziekbed in april 1778. In mei zou hij sterven. Door middel van deze eerste Nederlandse uitgave van alle bewaard gebleven brieven kan de lezer zich rekenschap geven van de grote rijkdom van stijl en onderwerpen. De typische achttiende-eeuwse gewoonte om elkaar te prijzen neemt vaak hyperbolische vormen aan, waardoor de lof, hoewel meestal gemeend, een ironisch tintje krijgt. Ook de gewoonte om een briefte versieren met een gedichtje wordt trouw gevolgd.
 
Correpondentie Voltaire en Frederik de GroteDe onderwerpen raken aan praktisch alles wat de mensen van die tijd bezighield, van filosofie, literatuur, natuurwetenschappen, medicijnen, rijkdom en armoede, economie en politiek en de grote vraagstukken van oorlog en vrede, tot alledaagse zaken zoals de vele ziekten van Voltaire, de jicht van Frederik, zijn wanhoop en verbetenheid tijdens de zevenjarige oorlog, of eenvoudigweg het porseleinen servies dat Voltaire van Frederik krijgt, en in het voorbijgaan maken we kennis met een groot aantal uiteenlopende persoonlijkheden en hun door de schrijvers al dan niet bewonderde theorieën. Kortom, een genot om te lezen en een bron van kennis ontrent de achttiende eeuw en de ideeën van de Verlichting.
 
Bron: nnbh.com

Voltaire [ wikipedia ]