mama

gelezen: interview met Stef Bos in Trouw
De manier waarop mijn moeder is gestorven, heeft voor mij het afscheid aanvaardbaar gemaakt. Zij, de vrouw die ons het leven heeft gegeven, heeft ons voorgedaan hoe je dood moet gaan. Dat vind ik het grootste cadeau dat ik ooit heb gekregen. Ja, ze stierf in de Heer. Ze had altijd heel erg veel van haar vader gehouden en ze was ervan overtuigd dat ze hem in de hemel terug zou zien. Dat zei ze ook: ‘Nu ga ik eindelijk terug naar waar ik vandaan kom’. Vlak voor ze stierf stond ze toe dat mijn zus en ik haar masseerden. Dat was een ongelooflijk mooi moment. Ze was altijd zo zorgzaam voor ons geweest -’Gaat het goed met je jongen?’ ‘Eet je wel genoeg?’- en nu liet ze alles los, ze gaf zich helemaal over. Daarna… het spijt me, maar dit emotioneert mij nog altijd… daarna vroeg ze of we haar alleen wilden laten. ‘Ik kan van alles en iedereen afscheid nemen’, zei ze, ‘behalve van mijn kinderen’. Toen ze was gestorven hebben wij, mijn broer, mijn zus en ik, haar gewassen en haar haren gekamd. Het was het begin van een afscheid, van een rouwproces. Ik heb ook voor haar een liedje geschreven. Het heet ‘Verstild in steen’. Het gaat natuurlijk allang niet meer alleen over haar. Het is geen ‘sentimentele flauwekul’, zoals sommige critici beweerden. Het is een metafoor, net zoals het liedje ‘Papa’. Het gaat over een gevoel dat verder gaat dan die ene relatie, verder ook dan welk geloof in God dan ook. Het gaat over oergevoelens, over iets dierlijks haast. Het is een poging onder ogen te zien dat er een einde komt aan alle dingen. Maar nu komt de paradox: zodra je aanvaardt dat het leven eindig is, zul je merken dat het nooit voorbijgaat; dat de verbinding altijd blijft bestaan.”

lees het hele interview …
Niemandsland [ website van Stef Bos ]

papa

gelezen: interview met Stef Bos in Trouw
Ik schreef ‘Papa’, een liefdeslied voor mijn vader, toen bij hem kanker werd geconstateerd. Natuurlijk, ik heb mijn vader niet altijd zo’n fantastische man gevonden, maar ik heb leren zien wat hij bedoelde. Ik heb me niet goedkoop af willen zetten, ik heb iets willen toevoegen aan wat hij mij heeft meegegeven. Dat heeft hem, uiteindelijk, ook milder gemaakt. Inmiddels zijn er twintig jaren voorbijgegaan. Mijn vader heeft de ziekte overleefd. We zien elkaar vaak en ik vraag hem het hemd van het lijf over vroeger. Ons ‘boek’ is al af; het is een prachtig verhaal geworden. In iedere nieuwe tournee laat ik Veenendaal opnemen -daar woont hij nog steeds- en dan zing ik, speciaal voor hem. Er is, zeker sinds de dood van mijn moeder in 1998, veel in hem veranderd. Ook zij bleek kanker te hebben, maar in haar geval was er niets meer aan te doen. Dat kankerproces… ach jongen, je wordt geestelijk en lichamelijk afgepeld. Daar ga je tegen in, of je laat je gaan -zoals mijn moeder heeft gedaan. Ik zie nog hoe mijn vader erbij zat, heel Gereformeerd: ‘We zijn blij met elke dag die God ons nog geeft’. ‘Nee’, zeiden wij, ‘niet van die vrome teksten pa, je moet haar vastpakken. Hou haar vast!’ Hier moest zijn geloof van vlees en bloed worden. Nu moest de Bijbel gaan léven. Hij heeft dat ingezien en het heeft een ongelooflijke uitwerking gehad. Je kunt hem zijn geloof niet afnemen, maar hij staat, op zijn 83ste, helemaal open voor wat er om hem heen gebeurt.

lees het hele interview …
Niemandsland [ website van Stef Bos ]

verstrikt in de waarheid, kan dat?

“Het kwam veeleer doordat de mensen in hun bewustzijn geen ruimte wilden vrijmaken voor een dergelijke onvoorstelbare verschrikking. Ze bezaten noch de verbeeldingskracht, noch de moed die verschrikking onder ogen te zien. Het blijkt mogelijk te zijn om te leven in het schemergebied tussen kennen en ontkennen.”
W.A. Visser ‘t Hooft, Memoirs
Londen 1973

Dit is het motto van het boek “Albert Speer: verstrikt in de waarheid” geschreven door Gitta Sereny.

Interessant boek. Albert Speer is een van de weinigen die de dans ontsprongen bij de Neurenberger processen tegen Nazi-misdadigers, hij werd ‘slechts’ veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf. In de gevangenis is hij boeken gaan schrijven, waarin hij tot een soort gewetensonderzoek kwam. In die zin is was hij beter dan de meeste andere nazis : hij gaf toe dat hij ‘fout’ geweest was. Echter, hij is, ondanks dat de ‘feiten’ hebben ‘aangetoond’ dat hij wel op de hoogte geweest moést zijn van de Holocaust, blijven ontkennen dat hij hier iets van wist .

Nietzsche heeft de vraag gesteld “hoeveel waarheid verdraagt de mens”.

Blijkbaar zit er in mensen, zie Albert Speer, een mechanisme, dat er voor zorgt dat we ‘bepaalde waarheden’ over onszelf, niet onder ogen krijgen, er is iets dat zich hardnekkig verzet.

Dit mechanisme beschermt ons, zou je kunnen zeggen, tegen die waarheden die we niet aankunnen.

Behoort dit mechanisme tot het Goede ( bijvoorbeeld omdat het ons dan pas met waarheden confronteert, op het moment dat we het aankunnen) of tot het Kwade( bijvoorbeeld omdat het ons afhoudt van de waarheden die we, hoe verschrikkelijk ze ook zijn ,
nodig hebben om tot onszelf te komen.

gepost door Kees Straks

Reactie Woest & Vredig
De vraagstelling blijft enerzijds gesteld binnen het relativisme, omdat er over waarheden gesproken wordt. Aan de andere kant veronderstelt de vraag juist het Goede en het Kwade met een hoofdletter. De vraag zou consistenter zijn als gesproken zou worden over de Waarheid i.p.v. waarheden. In dat geval lijkt het mij dat elke gedachte die mij afhoudt van de Waarheid nooit uit het Goede kan voortkomen. Het Goede wil dat we tot de Waarheid komen en niet dat we gevangen raken in deelwaarheden. Een deelwaarheid die grote macht uitoefent, is bijvoorbeeld de opvatting dat de Waarheid uit stukjes (van de Waarheid) zou bestaan. Of de gedachte dat elk mens en elke tijd zijn eigen waarheid heeft.

Het Goede openbaart mij persoonlijk dat er één ongedeelde Waarheid bestaat. Dat is voor de achterdochtige postmoderne mens een levensgevaarlijke uitspraak. Maar ik weet het zeker: ook al hebben wij in deze gebroken wereld de neiging ons te laten misleiden door stukjes van de waarheid, we kunnen nog altijd de ongebroken Waarheid (her)kennen, mits we daarbij het hart gebruiken. Vanuit mijn verstand kan ik hoogstens een relativistisch standpunt innemen of juist een absolute waarheid liegen.