my favourite things [ 17 ]

lang leve de zwart-witfilm!
afgelopen week gezien op Arte : Casablanca (1942)

De filmcritici van het American Film Institute kozen Casablanca (1942) na Citizen Kane (1941) in 1998 als de beste Amerikaanse film van de twintigste eeuw. The Godfather (1972) kwam op een derde plaats. In de top 250 van The Internet Movie Database en moviemeter.nl voeren The Shawschank Redemption (1992) en The Godfather (1972) de lijst aan. In Nederland komen Citizen Kane en Casablanca bij het grote publiek niet hoger dan een 181e en 69e plaats. In Amerika is dat resp. een 37e en 16e plaats. Zwart-witfilms scoren nu eenmaal lager dan kleurenfilms en natuurlijk speelt daarbij de gedateerdheid een rol. Meestal is ‘zwart-wit’ synoniem met ‘belegen’. Gelukkig dat filmcritici hier anders over denken en Casablanca en Citizen Kane een ereplaats in de filmgeschiedenis geven.

casablanca
Humphrey Bogart en Ingrid Bergman in Casablanca

Ook als het om niet-Amerikaanse films gaat, scoren zwart-witfilms hoog bij filmcritici. Velen beschouwen zelfs de Russische film The Battleship Potemkin (1925) als de beste film ooit gemaakt. In mijn persoonlijke film top 100 zou ik films van vóór 1960 hoog noteren: The Maltese Falcon (1941), The Big Sleep (1946), Ladri di biciclette (1947), The Third Man (1949), Touch of Evil (1958), Ascenseur pour l’ Échafaud (1958) en Some like it hot (1959) om er een paar te noemen. Allemaal zwart-wit en alles behalve saai. En de fotografie en de belichting zijn vaak om je vingers bij af te likken.

my other favourite things

maatschappelijke verruwing

Wat een hufter! van Bas van Stokkum

Wat een hufterOm diagnoses te stellen over het lichaam en de ziel van de samenleving hebben sociologen statistieken nodig. Bij de interpretatie van deze statistieken wordt doorgaans grote terughoudendheid betracht, want een moraliserende socioloog is uit den boze. Socioloog én filosoof Bas van Stokkum levert met zijn nieuwste boek Wat een hufter! deze terughoudendheid in. Hufterigheid is volgens hem in Nederland de norm geworden. Vermoedelijk bestaat er een verband tussen een gure samenleving en het taboe op moraliseren. Onderbouwing blijft echter lastig, want dan zou in de openbare ruimte overal ons gedrag gemeten en in statistieken vastgelegd moeten worden. Daarvoor heb je een politiestaat nodig. We kunnen daarom beter op onze eigen waarneming afgaan en er maar in berusten dat deze geen wetenschappelijke waarde heeft. Het beste bewijs van hufterigheid leveren we tenslotte zelf. Of niet.

Het ideaalbeeld van de deugdzame patriarch is vervangen door het nieuwe mannelijke ideaalbeeld: de krijger. De krijger moet vooral streetwise en assertief zijn.
Masculiene rolmodellen zijn aan een opgang bezig. Het ideaalbeeld van de deugdzame patriarch is vervangen door het nieuwe mannelijke ideaalbeeld: de krijger. De krijger moet vooral streetwise en assertief zijn. Hij moet er vervaarlijk uitzien, bijvoorbeeld met behulp van producten uit de „gangsta-cultuur„
 
Bron: trouw.nl

Wat een hufter! [ uitgeverijboom.nl ]

Nederlandse Realisten naar Assen

ING schenkt Nederlandse Realisten aan Drents Museum

Nederlandse Realisten na 1950Het Drents Museum in Assen krijgt 271 kostbare schilderijen van de ING art collection. Het zijn werken van o.a. Barend Blankert, Dick Pieters en Matthijs Röling. Bladerend door de catalogus Nederlandse Realisten na 1950 die verscheen bij de gelijknamige tentoonstelling in de Kunsthal in 2001, valt onmiddellijk op dat de ING veel realistische kunst in zijn collectie heeft. Ook Frans Clement, Peter Durieux, Kenne Grégoire, Theo l’Herminez, Pieter Pander, Piet Sebens, Bernardien Sternheim, Frans Stuurman, Jan van Tongeren, Aat Verhoog, Gerrie Wachtmeester en Kik Zijler zijn in de ING art collection vertegenwoordigd.

Fijnrealisme
Wat deze schilders onderscheidt van de modernistische schilders is dat de voorstellingen in het algemeen weinig tot geen ruimte laten voor een andere interpretatie dan wat geschilderd is. We herkennen een steen als een steen, een groen veld als een weiland of een grasveld etc. Het perspectief is meestal correct, de kleurtoepassing natuurgetrouw. De toeschouwer heeft nauwelijks ruimte voor een eigen visuele interpretatie die de verbeelding aan het werk zet.
 
Het is met name dit aspect dat bij liefhebbers van moderne kunst veel weerstand oproept. Het zou te schools, te ‘af’ zijn, geen uitdaging betekenen voor de fantasie van de toeschouwer; immers alles is al aanwezig op het doek. Het wordt gezien als een teruggrijpen op tradities; ambacht prevaleert boven artistieke kwaliteit.
 
Hoewel fijnrealisten tot nu toe weinig bekendheid genieten, hebben ze sinds de jaren zestig een groeiende groep verzamelaars gevonden, die tegenwoordig bereid is aanzienlijke prijzen voor hun werk te betalen. Daarnaast betreft het een kunstvorm die door een breed publiek wordt gewaardeerd om zijn herkenbare voorstelling en technisch vakmanschap. Een vergelijking met onze kunst uit de Gouden Eeuw is hier op zijn plaats.
 
Heleen Buijs in Nederlandse Realisten na 1950, Waanders Uitgevers Zwolle, 2001
Matthijs Röling
Matthijs Röling Herfst, 1975/76

Nederlandse Realisten na 1950Directeur Michel van Maarseveen van het Drents Museum spreekt van een „absolute topcollectie„ en „het beste van de hedendaagse figuratieve kunst in Nederland„. „We zijn er ontzettend blij mee.„ Het museum wordt op dit moment verbouwd en uitgebreid. Daarbij zal ook een nieuwe opstelling voor figuratieve kunst worden gecreëerd waar deze werken deel van uitmaken. Als het museum in het najaar van 2011 weer open gaat, zullen de van de ING gekregen werken allemaal te zien zijn.

Het Drents Museum, dat is gespecialiseerd in hedendaagse figuratieve kunst, werkte eerder al met ING Art samen met exposities en publicaties. Daarom krijgt dit museum als eerste 271 werken. ING onderhandelt nu ook met andere musea die kunst uit de collectie zouden willen ophangen. Maar er wordt ook gekeken naar mogelijkheden in ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen.
(Bron: volkskrant.nl )

ING collectie Nederland | ING stoot grote kunstcollectie af