Categorie archief: 19e eeuw

kameleon

gelezen in: Nationalisme, naties en staten (2012)
onder redactie van Leo Wessels en Toon Bosch

NationalismeNadat ik het college Vaderlandsliefde – over nationalisme en nationaal gevoel van Joep Leersen enkele malen op CD beluisterd had, wilde ik ook eens een goed boek lezen over nationalisme. Ik meen dit gevonden te hebben in Nationalisme, naties en staten, een schitterend verzorgd boek van ruim 700 bladzijden dat in 2012 voor het eerst verscheen bij Uitgeverij VanTilt en dat vorig jaar herdrukt werd.

Nationalisme, naties en staten is opgebouwd uit zes delen die ieder een periode uit de Europese geschiedenis behandelen en die door verschillende historici zijn geschreven: Arnold Labrie nam met de eerste drie delen (nationalisme tot 1848) het leeuwendeel voor zijn rekening. Matthijs Lok schreef het vierde deel (1848-1914), Patrick Dassen het vijfde deel (1914-1945) en André Gerrits het laatste deel (Europa na 1945).

In de ruim dertig pagina’s tellende inleiding schrijft de redactie (Leo Wessels en Toon Bosch) dat nationalisme geen ideologie is als het liberalisme of socialisme. Het is een kameleontisch verschijnsel. Het is noch rechts noch links, noch progressief noch conservatief. Het past zich telkens opnieuw aan bij veranderende omstandigheden. Wessels en Bosch schrijven: “In de negentiende eeuw treffen we actieve pleitbezorgers van een nationalistisch gedachtegoed aan onder traditionalisten, klerikalen, monarchisten, republikeinen, liberalen, socialisten, utopisten, sociaal-darwinisten, kortom: representanten van een waaier van stromingen en opvattingen die zo ongeveer het hele ideologische fundament bestrijkt.”

Nationalisme is geen ideologie
als liberalisme of socialisme,
maar een kameleon.

Uit de colleges van Joep Leersen had ik dat al geleerd: nationalisme is door zijn conceptuele vaagheid een moeilijk te vatten fenomeen. Maar het gaat waarschijnlijker dieper dan de ideologieën waarmee het zich verbindt. Nationalisme kwam aan het begin van de negentiende eeuw tot rijpheid toen twee stromingen bij elkaar kwamen: het zogenaamd “civic nationalism” van Rousseau en het “ethnic nationalism” van Herder. Beide “bronrivieren” van het nationalisme vermengden zich aan het begin van de negentiende eeuw en zouden daarna zelden nog in een onvermengde vorm voorkomen. In Frankrijk en de Verenigde Staten zou het “civic nationalism” vaker present zijn, terwijl in Duitsland, Italië en Midden-Europa het “ethnic nationalism” zou gaan domineren.

Völkerschlachtdenkmal Leipzig
Völkerschlachtdenkmal Leipzig (1913) van nationalistisch Denkmal tot Mahnmal tegen het fascisme.
Nationalisme is na 1945 in een kwade reuk komen te staan. Dat geldt in het bijzonder voor het “staatsnationalisme” van het Duitse Keizerrijk (1871-1918). De vele monumenten die tijdens het Keizerrijk gebouwd zijn, tonen het gesloten exclusieve karakter van het zogenaamde “ethnic nationalism”
[ credits: wikimedia ]

Na 1945 zou nationalisme als een spook uit het verleden gezien worden. Nationalisme werd gezien als de oorzaak van de twee wereldoorlogen die bijna waren uitgelopen op Europese zelfvernietiging. Het naoorlogse kosmopolitisme was een direct gevolg van het nationalisme van de negentiende en twintigste eeuw tot aan 1945. Het uitbannen van oorlog stond gelijk aan het uitbannen van nationalisme.

Sinds 1990 steekt nationalisme in Europa weer de kop op. Het begon in de jaren negentig in het voormalige Joegoslavië, maar breidde zich uit naar andere delen van Europa. Nationalisme bindt zich nu aan rechts populisme maar is niet hetzelfde. Rechts populisme speelt weliswaar in op anti-Europa sentimenten en op nationale gevoelens. Maar deze nationale gevoelens zijn op zich niet rechts. In de revoluties van 1848 ging nationalisme samen met liberalisme en vanuit de positie van de koning was dat juist links. Vaderlandse gevoelens, waaronder trots op Nederland, zijn dus geen exclusief rechtse gevoelens. Nationalisme is een kameleon die in staat is zich aan elke ideologie aan te passen.

Nationalisme, naties en staten [ vantilt.nl ]

vrijheid volgens de Hongaren

Een historische speech van de Hongaarse premier Viktor Orbán
Vandaag, 168 jaar sinds de grote onafhankelijkheidsoorlogen der Europese volkeren, is Europa ons gemeenschappelijke huis nog steeds niet vrij. Dames en Heren. Europa is niet vrij. Want vrijheid begint met het uitspreken van de waarheid. In het hedendaagse Europa is het verboden de waarheid te spreken. Een muilkorf blijft een muilkorf, ook al is hij van zijde gemaakt.

HongarijeIn zijn speech van 15 maart j.l. verwees de Hongaarse premier Victor Orbán naar het revolutiejaar 1848. Hij sprak “Vandaag, 168 jaar sinds de grote onafhankelijkheidsoorlogen der Europese volkeren, is Europa ons gemeenschappelijke huis nog steeds niet vrij.” Wat gebeurde er op 15 maart 1848? Iedere Hongaar weet dat, want 15 maart is in Hongarije wat 5 mei voor ons is: Bevrijdingsdag. Dan wordt de Hongaarse Revolutie, de opstand van de Hongaren tegen de Oostenrijkers herdacht. Deze werd weliswaar neergeslagen maar van 1867 tot 1918 maakte Hongarije deel uit van de zogenaamde dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije en kreeg het alsnog relatieve zelfstandigheid.

Vandaag, 168 jaar sinds de grote onafhankelijkheidsoorlogen der Europese volkeren, is Europa ons gemeenschappelijke huis nog steeds niet vrij.

Viktor Orbán op 15 maart 2016

In 1920 werd Hongarije voor het eerst een onafhankelijke staat, nadat met het Verdrag van Trianon het grondgebied tot 29% was teruggebracht. Het multinationale monstrum Oostenrijk-Hongarije was uiteengevallen in verschillende landen: Oostenrijk, Hongarije, Tsjecho-Slowakije, Polen en Joegoslavië. Zuid-Tirol, Trentino en Triëst gingen naar Italië en Transsylvanië en Boekovina naar Roemenië.

Oostenrijk-Hongarije in 1910
Oostenrijk-Hongarije in 1910
De dubbelmonarchie (1867-1918) was een multinationaal monstrum, waar naast Duitsers en Hongaren minstens acht grote minderheden samenleefden. Mede doordat de Verenigde Staten het zelfbeschikkingsrecht van volkeren ging propageren moest het na de Eerste Wereldoorlog wel uiteenvallen.

Hongarije bleef tussen de wereldoorlogen zelfstandig maar in maart 1944 werd het door nazi-Duitsland bezet en een jaar later door de Sovjet Unie. Na de Tweede Wereldoorlog zat Hongarije 45 jaar lang gevangen achter het IJzeren Gordijn. De Hongaarse Opstand van 1956 werd door de Sovjet Unie met harde hand neergeslagen en daarna duurde het tot 1989 voordat de Hongaren bevrijd werden van het communistische juk.

Der Ausgleich 1867
In 1867 ontstond met Der Ausgleich de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Het Koninkrijk Hongarije (wit) omvatte Slowakije, grote delen van Roemenië, Slovenië en Kroatië en vanaf 1908 ook Bosnië-Herzegovina.

Pas In 1990 waren er voor het eerst sinds bijna vijftig jaar weer parlementsverkiezingen. De Hongaren weten net als de Polen en zoveel andere volkeren in Midden-Europa wat bezetting is. Ze hebben zich vrijwillig bij de Europa aangesloten, maar laten een heel ander geluid horen dan de Europese kernlanden Duitsland en Frankrijk. Vanuit West-Europa wordt Oost-Europa maar al te gemakkelijk het verwijt van xenofobie gemaakt. Het begrip voor de “xenofobe” stem van Oost-Europa zou groeien wanneer we ons wat bewuster worden van de geschiedenis van Oost-Europa.

In 1848 stond geschreven in het boek van het noodlot dat niets uitgericht kon worden tegen het Habsburgse Rijk. Als we ons toen neergelegd hadden bij deze uitspraak dan was dat ons lot geweest en de Duitse zee zou de Hongaren opgeslokt hebben. In 1956 stond geschreven in het boek van het noodlot dat we bestemd waren een bezet en gesovjetiseerd land te worden waar het patriottisme in de laatste Hongaar opgedroogd zou zijn. Als we toen berust hadden bij dat vooruitzicht dan zou ons lot bezegeld zijn geweest en de sovjetzee zou alle Hongaren opgedronken hebben. Vandaag de dag staat geschreven in het boek van het noodlot dat verborgen gelaatloze wereldse machten al datgene wat uniek is, willen doen laten verdwijnen. Al datgene wat zelfstandig is, eeuwenoud en nationaal. Ze willen culturen samensmelten en met hen de religies, de bevolkingen, opdat tenslotte ons trotse Europa met al haar facetten omgebogen zal worden tot een bloedeloos en tam geheel. En als wij ons hierbij zullen neerleggen en dit het eindresultaat zal zijn, is ons lot al getekend en dan zullen we opgeslokt en verteerd worden in de enorme buik van de Verenigde Staten van Europa.
 
Viktor Orbán in zijn speech op 15 maart 2016

liberalisme en nationalisme

gelezen: de laatste twee hoofdstukken van De fantoomterreur (2015)
hoofdstuk vijf van Aardse Machten (2005) en gezien: Noi Credevamo (2011)

de fantoomterreurVorig jaar juni schreef ik hier iets over De Fantoomterreur van Adam Zamoyski. In dit boek, dat verscheen na zijn twee succesvolle boeken over Napoleon, beschrijft hij de onderdrukking van liberale bewegingen tussen 1815 en 1848. Tijdens de Restauratie liep in Europa de paranoia hoog op. Het grootst was deze in het Habsburgse en Russische Keizerrijk. Met name het Habsburgse Rijk had te maken met vele bevolkingsgroepen die met het nationalisme besmet konden worden. Nationalisme en liberalisme gingen in die tijd hand in hand. Ook Rusland voelde zich bedreigd door de Poolse minderheid. Het oostelijk deel van Polen was eerst een Russische vazalstaat maar na de bloedige onderdrukking van de opstand van 1832 ging deze op in het Russische Rijk.

In Italië en Duitsland was het nationalisme zo nog sterker. Het nationalisme toonde hier een ander gezicht dan in Midden-Europa. In plaats van separatisme speelde hier unificatie nationalisme. Goethe en Schiller schreven in 1796 al “Deutschland? Aber wo liegt es? Ich weiß das Land nicht zu finden.” Hetzelfde kon toen ook voor Italië geschreven worden. Tot 1871 was er nog geen sprake van de Duitse en Italiaanse eenheidsstaat resp. onder Berlijn en onder Rome.

Deutschland? Aber wo liegt es? Ich weiß das Land nicht zu finden.

Goethe en Schiller in Xenien, 1796

Zamoyski beschrijft in De fantoomterreur vooral de bestrijding van liberale en nationale bewegingen door de staat en de toenemende paranoia tijdens het repressieve Systeem Metternich, zoals de Restauratie ook wel eens genoemd wordt. Europa was tussen 1815 en 1848 in feite één grote politiestaat. De revolutie mocht geen tweede keer uitbreken en moest overal de kop in gedrukt worden. Ook in het “liberale” Engeland.

In Parijs kwam het in juli 1830 opnieuw tot een revolutie en Frankrijk werd tussen 1830 en 1848 een toevluchtsoord voor gevluchte of verbannen Italiaanse en Duitse liberalen en nationalisten. Tenslotte kwam het in 1848 voor een derde maal in Parijs tot een uitbarsting en werden opnieuw barricaden opgeworpen.

In het laatste hoofdstuk “De duivel op oorlogspad” volgt Zamoyski de ontwikkelingen van 1847 en 1848. Overal kwam het in Europa tot opstand: in Berlijn, Wenen en in veel Italiaanse steden waaronder Milaan, Venetië en Rome. De laatste twee steden werden zelfs voor korte tijd een republiek. De grootste angst van Metternich was uitgekomen. “Eindelijk is de ziekte dan uitgebroken!” zei hij toen hij vanuit het raam van de kanselarij naar een boze menigte keek. Hals over kop moest hij vluchten, nota bene naar Londen, het bolwerk van het door hem zo verfoeide liberalisme.

Eindelijk is de ziekte
dan uitgebroken!

Metternich op 11 maart 1848

De revolutie van 1848 zou niet leiden tot een totale omwenteling zoals die van 1789. Al gauw kwamen overal in Europa contrarevolutionaire krachten in beweging en in de zomer van 1849 was bijna alles weer bij het oude. De enige monarch die afstand had moeten doen van de kroon was burgerkoning Louis Philippe en Frankrijk was weer een republiek. Maar in 1852 proclameerde Napoleon III het Tweede Keizerrijk . Frankrijk werd reactionair. In Parijs werden brede boulevards aangelegd. Nooit meer barricaden!

Noi CredevamoIk keek vrijdag ook weer eens naar de Italiaanse miniserie Noi Credevamo (2011), een epos over de pijnlijke Italiaanse eenwording in de negentiende eeuw, ter gelegenheid van de 150e verjaardag van het Koninkrijk Italië. Buiten Italië heeft deze film helaas weinig aandacht gekregen. Dat is begrijpelijk want het vraagt enige voorkennis van de Italiaanse geschiedenis. Voor ons zijn Mazzini, Cavour en Garribaldi historische figuren die eerst afgestoft moeten worden, terwijl ze voor de Italiaan nationale helden zijn. De muziek komt veel dichterbij. Het meeslepende Va pensiero uit Nabucco (1842) van Verdi is wereldberoemd. Maar bij het engelachtige, zweverige gevoel dat Va Pensiero oproept, hoort ook een grote pijn en om die te voelen, moet je Italiaan zijn. Deze zingt Va Pensiero met de hand op het hart.

Aardse MachtenTenslotte ben ik weer aan het lezen in Aardse Machten van Michael Burleigh (2005). In het vijfde hoofdstuk (uitverkoren volkeren: politiek messianisme) gaat het over de vaderlandsliefde. In de vijfde paragraaf schrijft Burleigh over Giuseppe Mazzini (1805-1872) de oprichter van La Giovine Italia. Hij noemt hem een martelaar. Zo schrijft de Italiaanse historica Anna Banti ook over Mazzini en Jong Italië: “Mazzini probeert zijn volgelingen te leiden met een kracht die zij al in zich hebben. Het moet gezegd dat zijn aanhangers die stierven voor de zaak, dat deden met zoveel moed en zoveel toewijding dat ze doen denken aan de eerste martelaren van het christendom.”