Categorie archief: wetenschap

one small step … [ 1 ]

berichten over 40 jaar Apollo 11 en de maanlanding op 20 juli 1969
crew Apollo 11
Neil Armstrong, Michael Collins en Buzz Aldrin
Armstrong daarentegen was een stille, sterke en moedige man:
een typische Amerikaanse held
Buzz Aldrin en niet Neil Armstrong moest als eerste de ‘one small step‘ op de maan zetten. Maar NASA wijzigde de regels en koos voor Amerikaanse held Armstrong. Tijdens de Gemini-missies voorafgaande aan het Apollo-project was er een vaste rolverdeling: de missieleider bleef altijd in de capsule en de piloot maakte uitstapjes in de ruimte. In aanloop naar de lancering van Apollo 11 dachten NASA en Aldrin dat dit zo bleef. Armstrong zat als missieleider in de capsule en Aldrin zou de eerste stapjes op de maan doen. Maar managers bij NASA waren bezorgd over het imago van deze pionier. Het zou de nieuwe Christoffer Columbus worden en moest dan ook een goed uithangbord van Amerika zijn. Aldrin was bekend als open en rechtdoorzee en had hiermee veel vrienden gemaakt bij NASA. Armstrong daarentegen was een stille, sterke en moedige man: een typische Amerikaanse held. NASA veranderde daarop de regels en vertelde Armstrong dat hij de eer kreeg. Aldrin was woedend en maakte later nog plannen voor een maanlander met twee deuren, zodat de astronauten tegelijk voet op de maan konden zetten.
 
geschiedenis.vpro.nl
bemanning van de Apollo 11 in 1999
Michael Collins, Neil Armstrong en Buzz Aldrinbij de 30-jarige Apollo 11 herdenking in 1999. De mannen hebben niet alleen het grootste avontuur uit de geschiedenis met elkaar gemeen maar zijn ook net als mijn vader geboren in 1930. Laten we hopen dat ze alle vier de tachtig halen.

de pijn van het worden

gelezen in Beweging: In de aap gelogeerd door Jan Hoogland
en Zonder Begin is er niets van Ad Prosman in Letter & Geest, Trouw

Charles DarwinHet Darwinjaar is inmiddels halverwege en iedere week verschijnen er wel publicaties over de betekenis van Darwin’s evolutietheorie voor onze tijd. Natuurlijk speelt daarbij (gelukkig!) nog altijd de vraag ‘Evolutie of Schepping?’ Aanhangers van ID (Intelligent Design) of theïstisch evolutionisme menen dat het én-én is. Terecht krijgen zij kritiek van zowel degenen die van de evolutietheorie uitgaan als van degenen die trouw willen blijven aan het Scheppingsverhaal.

Afgelopen weekend stond in Letter & Geest (Trouw) een waardevolle kritiek op ID van de theoloog en predikant Ad Prosman. Eerder las ik in Beweging, een uitgave van de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte, een artikel van Jan Hoogland (‘In de aap gelogeerd’) waarin hij het thema Schepping/evolutie als non-issue bestempelt. Beide auteurs gaan uit van het primaat van de liefdevolle Schepper die aan het begin en aan het einde staat. Jan Hoogland besluit zijn essay met het primaat van dit geloof, de keuze voor de Weg van Christus en de rijkdommen die het Scheppingsverhaal verbergt voor degenen die deze Weg willen gaan:

Volgens mij is de kern van het het christelijk geloof dat het een levenskeuze is: de keuze om een bepaalde weg te gaan. Bij het gaan van die weg behoren onvermijdelijk ook bepaalde noties of vooronderstellingen over de werkelijkheid. Die noties geven bijvoorbeeld antwoord op de vraag waarom het goed of belangrijk is om die weg te gaan en wat je ervan mag verwachten. In het geval van het christelijk geloof zijn bij het gaan van die weg tal van dat soort noties en vooronderstellingen van belang: dat het in het gaan van die weg gaat om de ander,de naaste; dat mensen vaak gericht zijn op zichzelf en de kracht van God nodig hebben om dat te doorbreken; dat zij door Christus verlost moeten worden van die gerichtheid op zichzelf; dat de navolging van Christus een weg is tot behoud; dat alleen het gaan van de weg achter Christus aan tot heil kan leiden.
 
Dat alles tezamen vormt de kern van het christelijk geloof. Het geloof is met andere woorden een levenskeuze om een weg te gaan in vertrouwen dat die weg ten goede leidt. Geloof is daarmee ook overgave aan de trouw en goede bedoelingen van God die je leven leidt. De Bijbel speelt voor het gaan van die weg een belangrijke rol als gids, een routebeschrijving, een handleiding, een bemoedigend woord. Om het die rol te laten spelen, zal de gelovige iedere keer weer voor de uitdaging gesteld worden om de betekenis van een bepaald gedeelte voor het eigen leven zichtbaar te krijgen. Dat lukt het beste wanneer hij daarbij niet gehinderd wordt door al te stellige opvattingen over wat die betekenis zou moeten zijn. Ook de eerste Bijbelhoofdstukken barsten van betekenis voor mensen die in navolging van Christus leven. Ook al hebben we geen flauw benul van de lengte van dagen die in deze hoofdstukken beschreven staan.
 
Bron: In de Aap gelogeerd? door Jan Hoogland in Beweging, zomer 2009

Ad Prosman kijkt in zijn artikel ‘Zonder begin is er niets’ (Trouw, zaterdag 4 juli) vooral naar de gevolgen van de evolutietheorie voor onze zingeving. Hij doet dat door te onderzoeken hoe één van de eerste en tegelijkertijd invloedrijkste Westerse filosofen het gedachtengoed van Darwin begon te verwerken. Zoals bekend verscheen Darwin’s ‘coming out’ (On the origin of Species) in 1859 en werd het direct gretig gelezen, niet alleen in Engeland, maar dankzij vertalingen ook in Frankrijk en Duitsland. Overigens is de eerste Duitse vertaling van de paleontoloog en zoöloog Heinrich Georg Bronn die al in 1860 verscheen geen betrouwbare gebleken. Bronn had bijvoorbeeld ‘bevoorrechte soorten’ consequent vertaald met ‘perfecte rassen’ en dat zegt genoeg. In 1867 verscheen tenslotte een verbeterde Duitse vertaling van de entomoloog en zoöloog Julius Victor Carus die daarna de Duitse standaardvertaling werd.

Friedrich NietzscheProsman meldt niet welke vertaling Nietzsche gelezen heeft, want over deze filosoof gaat het, maar wéll dat hij in de jaren zestig van de negentiende eeuw de opkomst het darwinisme meemaakte tijdens zijn studie in Basel en dat hij er zeer door geschokt was. Je zou Nietzsche‘s filosofie zelfs als een radicale geestelijke uitwerking van Darwin’s biologische evolutietheorie kunnen zien: het einde van de teleologische visie op de geschiedenis en ‘het begin’ van de grote nivellering die Nietzsche die ewige Wiederkehr deze Gleichen noemt en die nog altijd prima in staat is de bodem onder ons bestaan weg te slaan zodat we vervolgens in een zwart gat wegzinken. Het gaat hier om het nihilisme, dat in bedekte of onbedekte vorm altijd deprimerend is. Daar helpt geen lieve welvaart aan. Integendeel, we zijn welvarender dan ooit en slikken met z’n allen meer anti-depressiva dan ooit tevoren. Een wereld waaronder de bodem is weggeslagen, verzinkt in een depressie. Dat is wat Nietzsche voorzag. Als gewoon mens kon hij die gedachte niet (ver)dragen, dus ontwikkelde hij een filosofie om dat wéll te kunnen. Door zijn concept van de Übermensch als ‘kroon op een doelloos (lees: zinloos) universum’ te gaan léven, wilde hij de zinloosheid kunnen trotseren.

Nietzsches Denkweg. Theologie - Darwinismus - NihilismusDe Duitse filosofe Edith Düsing schreef een dik boek over Nietzsche en de evolutietheorie, Nietzsches Denkweg. Theologie – Darwinismus – Nihilismus Daarin schrijft ze dat Nietzsche niet zozeer geschokt was door het evolutionaire feit dat de mens van het dier afstamt, maar juist wéll over het feit dat de natuur ‘blind’ (zinloos en wreed) is. Düsing spreekt zelf van fysiocratie in plaats van theocratie. Niet God regeert, maar de natuur (het recht van de sterkste). Ook spreekt ze van ‘een vreselijke verdrijving’ van de mens uit zijn geborgenheid in God.

Vroeger probeerde men het gevoel van heerlijkheid van de mens te bereiken door op zijn goddelijke afkomst te wijzen: dit is inmiddels een verboden weg geworden, want aan de ingang ervan staat de aap, en ander gruwelijk gedierte, en laat vol begrip zijn tanden zien als om te zeggen: niet verder in deze richting!
 
Bron: Friedrich Nietzsche in Morgenrot

Nog steeds wordt niet voldoende beseft, wát het aannemen van de evolutietheorie (en wie doet dat eigenlijk niet, al dan niet in combinatie met het christelijk geloof?) precies betekent. Nietzsche was zich er pijnlijk van bewust.

Evolutie wil niet méér zeggen dan dat alles komt en vergaat, dat alles in beweging is en dat alles zich ontwikkelt. Maar er is geen doel. Alles ontwikkelt zich volgens de wetten van de natuur en tegelijk is alles toeval.

Zonder begin is er niets
Ad Prosman

De Darwin-shock opende Nietzsche de ogen voor het feit dat het Darwinisme niet alleen ingrijpende gevolgen had voor de wetenschap, maar voor alle sectoren van het leven. Evolutie wil niet méér zeggen dan dat alles komt en vergaat, dat alles in beweging is en dat alles zich ontwikkelt. Maar er is geen doel. Alles ontwikkelt zich volgens de wetten van de natuur en tegelijk is alles toeval. We hebben te maken met de woeste stroom van het worden (Heraclitus). De natuur wordt niet meer geleid, niet meer in toom gehouden., Voor Nietzsche werd het steeds duidelijker dat als God de natuur niet leidt, de mens dit zal moeten doen. De mens moet voorkomen dat het blinde toeval zal regeren. Om die reden ontwikkelde hij zijn gedachten over de Uebermensch.
 
Anders dan voor Nietzsche bestaat voor de christen de pijn van het worden uit het feit dat het de opheffing is van de geschiedenis. Het worden slaat een bodem daaronder vandaan. Want het begin van het worden is niet meer te achterhalen en er is evenmin een doel, omdat er geen midden is van waaruit oorsprong en doel bepaald kunnen worden. Dat gevoel van ontworteling is het ergste dat een mens kan overkomen en dat wordt niet goedgemaakt door bijna stiekem nog een plaatsje voor God te willen inruimen.
 
Bron: trouw.nl
Anders dan voor Nietzsche bestaat voor de christen de pijn van het worden uit het feit dat het de opheffing is van de geschiedenis. Het worden slaat een bodem daaronder vandaan .( … )
Dat gevoel van ontworteling is het ergste dat een mens kan overkomen en dat wordt niet goedgemaakt door bijna stiekem nog een plaatsje voor God te willen inruimen.

Zonder begin is er niets
Ad Prosman

bewegingonline.nl | zonder begin is er niets [ trouw.nl ]

De heimweefabriek

gekocht: de heimweefabriek (2008) van Douwe Draaisma

De heimweefabriekEen jaar of vijftien geleden kocht ik bij De Slegte Het Verborgen Raderwerk (Over Tijd, Machines En Bewustzijn) van de toen nog tamelijk onbekende Douwe Draaisma. Tegenwoordig liggen zijn boeken niet meer bij De Slegte, want Douwe Draaisma is een bestsellerauteur geworden die oplagen haalt van meer dan 100.000 exemplaren. Ook heeft hij zijn weg naar het buitenland gevonden met vertalingen in het Engels, Frans, Duits, Italiaans en Pools. Dit succes heeft hij enerzijds te danken aan zijn expertise en schrijftalent. Aan de andere kant aan de overweldigende belangstelling voor het zogenaamde ‘autobiografische geheugen’, een collectieve behoefte die ook Geert Mak de afgelopen tien jaar tot een bestsellerauteur heeft gemaakt. De individualisering doet ons op een persoonlijke manier naar de geschiedenis kijken: niet meer vanuit de kronieken, lijstjes met jaartallen of chronologieën die zich achteraf en van bovenaf gevormd hebben, maar van binnenuit. De Duitse familiekroniek Heimat van Edgar Reitz die vijfentwintig jaar geleden op de VPRO-televisie te zien was, is daar een goed voorbeeld van. De grote geschiedenis gezien vanuit een boerendorpje op de Hunsrück. In de jaren negentig volgde in Nederland het enorme succes van De eeuw van mijn vader en Hoe God verdween uit Jorwerd. Inmiddels wordt deze vorm van kleine en persoonlijke geschiedschrijving breed nagevolgd.

Douwe DraaismaDouwe Draaisma voegt nog iets toe aan deze belangstelling voor geschiedenis vanuit het persoonlijke perspectief. Als hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie is hij geen historicus als Geert Mak (maar Mak is op zijn beurt natuurlijk ook geen academisch gevormde historicus zoals bijvoorbeeld Johan Huizinga, Pieter Geyl of Jan Romein dat waren.) Zijn vakgebied is het menselijk brein en in het bijzonder het geheugen. Draaisma kijkt niet naar de geschiedenis zelf maar naar het instrument waarmee we deze geschiedenis, die in de eerste plaats onze eigen geschiedenis is, ordenen, interpreteren en begrijpen. Het geheugen raakt ons allemaal omdat we zo geneigd zijn ons met het geheugen te identificeren. Maar er komt nog iets bij: door de vergrijzing komt er voor steeds meer Nederlanders tijd vrij voor creatieve hobbies, lezen, reizen of genealogisch onderzoek. En al die jongere en oudere senioren zijn bijzonder vertrouwd met verschijnselen waar Draaisma over schrijft: vergeetachtigheid bijvoorbeeld. Of de vraag waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt. Draaisma schrijft de bevindingen uit de wetenschap toegankelijk op en weet daarbij effectief te citeren. Bijvoorbeeld Confucius: “de bleekste inkt is beter dan het voortreffelijkste geheugen”. Of Cees Nooteboom: “De herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil.”

De herinnering is als een hond
die gaat liggen waar hij wil.

Cees Nooteboom in Rituelen

De wijsheid komt met de jaren. Maar vergeetachtigheid gaat haar voor. En daarom zetten we alles in om ons geheugen scherp te houden, van braintraining tot vitaminepreparaat. Maar is het zinvol al die hersengymnastiek? Douwe Draaisma neemt het op voor het oude geheugen. Met oog voor detail ontzenuwt hij de gemeenplaatsen over het brein en vertelt op liefdevolle wijze het ware verhaal over de dingen die voorbij gaan. Over de ongrijpbaarheid van de herinnering, de markt van het grote vergeten en over de heimwee naar de wereld die alleen nog in de herinnering bestaat. Maar ook over de onverwachte genoegens van een ouder wordend geheugen, zoals het zogenaamde reminiscentie-effect,dat maakt dat herinneringen aan de jeugd soms met nieuwe kracht terugkeren. De Heimweefabriek maakt duidelijk dat de tijd niet alleen iets doet met het geheugen, het geheugen doet ook iets met de tijd.
 
Bron: historischeuitgeverij.nl

douwedraaisma.nl | recensieweb.nl