Dagelijks archief: vrijdag 8 mei 2026

Stiamo sbagliando tutto

gezien: La dolce vita (1960) van Frederico Fellini
Een van de beste films ooit gemaakt

La Dolce VitaIn de iconische nachtscène bij de Trevifontein verleidt Silvia (Anita Ekberg) haar metgezel Marcello (Marcello Mastroianni) om bij haar in het water te komen. Marcello zit eerst betoverd op een bankje naar haar te kijken, met een glas melk in zijn hand, en stapt uiteindelijk zelf de fontein in. Dan mompelt hij: “Ma sì, ha ragione lei: sto sbagliando tutto! Stiamo sbagliando tutti.” (“Maar ja, ze heeft gelijk: ik doe het helemaal verkeerd! We doen het allemaal verkeerd.”)

Met zijn visuele pracht schept La Dolce Vita zoveel open ruimte dat talloze interpretaties mogelijk zijn. Filmcritici wijzen vaak op de existentialistische onderstroom. Achter Fellini’s oogverblindende eye-candy – de voluptueuze waternimf met haar goddelijke profiel in het kletterende water – schuilt een diepe leegte en verveling.

Marcello prikt in eerste instantie door haar verschijning heen. Hij vindt haar “net een grote pop”, de zoveelste vulgaire platina blondine. In de jaren vijftig waren Jayne Mansfield, Mamie Van Doren en in Engeland Diana Dors het prototype; daaraan voegde zich de Zweedse Anita Ekberg, die in La Dolce Vita eigenlijk vooral zichzelf speelt. Ook al vindt Marcello haar maar oppervlakkig, toch is het juist de oppervlakkigheid die hem betovert.

De nachtelijke scène bij de Trevifontein laat zich lezen als een moderne zondeval. Marcello is verloofd met Emma, maar heeft zich laten verleiden door de vulgaire actrice Silvia. Het is de oogverblindende schijn die hem bekoort, meer is er niet nodig. Hij weet dat het verkeerd is en geeft dat ook toe: sto sbagliando tutto. Ik doe het helemaal verkeerd.

ik doe het helemaal verkeerd!
We doen het allemaal verkeerd.

Wanneer hij in het water bij haar staat, tast hij niet haar lichaam af, maar haar aura. Daarmee benadrukt Fellini dat haar aantrekkingskracht als een magnetisch veld rond haar hangt. Silvia is eigenlijk meer een verschijning dan een lichaam. Om aan te kunnen blijven trekken moet ze voor Marcello onbereikbaar blijven, de godin van het witte doek die ze voor de toeschouwer is.

La Dolce Vita
Sylvia, ma chi sei? (Silvia, wie ben jij?)

Ook al kust hij haar niet, hij is toch gevallen door de fontein in te lopen en heeft hij daardoor een hap van de verboden vrucht genomen. Hij had ook toeschouwer kunnen blijven op het bankje tegenover de fontein, bij zijn glas melk, symbool van zuiverheid in een nacht vol alcohol. Of toch niet? Had hij dat glas melk niet juist voor Silvia gehaald, omdat ze een straatkatje melk wilde geven. Deed hij al niet alles voor haar? Was het glas melk de opmaat naar zijn doop in de zonde van de fontein?

De katholieke interpretatie spreekt mij meer aan dan de existentialistische. Fellini heeft de christelijke symboliek bewust in de film verweven – dat wordt al meteen duidelijk in de theatrale openingsscène. Daarin wordt een Christusbeeld met gespreide armen onder een helikopter over Rome gevlogen. Het begint met religieuze bombast. Rome is de stad van de barok maar ook van de decadentie. Het Christusbeeld is net zo nep als de voluptueuze, rondborstige pop in de Trevifontein. Is alles dan slechts façade? En schuilt er achter die façade werkelijk niets anders dan leegte? En tenslotte het zwarte gat van de dood?

Het Christusbeeld is net zo nep als de voluptueuze, rondborstige pop in de fontein. Is alles dan slechts façade? En schuilt er achter die façade werkelijk niets anders dan leegte? En tenslotte het zwarte gat van de dood?

Dat is precies de kwellende vraag van de moderne mens: is alles een sluier waarachter alleen de leegte wacht? Marcello kiest voor de schijnwereld vol hedonisme en offert zijn diepere verlangens op. Eigenlijk wilde hij een serieus schrijver worden, maar hij verkoos een snelle baan bij de boulevardpers. De oppervlakkigheid zuigt hem langzaam leeg.

De slotscène draagt een onmiskenbaar religieuze lading. Na een nachtelijke orgie strompelen de feestgangers in het vroege ochtendlicht naar het strand. Vissers hebben een monsterlijk grote rog gevangen. Marcello bekijkt het beest met een scheve, dronken blik. Het monster staart terug met één oog. Zo ziet het uitgeholde bestaan eruit: een groot oog dat je wezenloos aanstaart vanuit een vormeloze massa.

La Dolce Vita
Marcello maakt een gebaar van “jammer dan, niets aan te doen” en keert dan het meisje (zijn beschermengel?) de rug toe.

Toch eindigt La Dolce Vita met een zweem van hoop. Marcello keert zich af van het gezelschap en ziet verderop op het strand een meisje dat hij kent. Ze maakt gebaren en roept iets, maar hij kan haar niet verstaan. Uiteindelijk haalt hij zijn schouders op, draait zich om en sluit zich weer aan bij de anderen. Het meisje kijkt hem na. Ze lijkt op een Umbrisch engeltje: haar blik is liefdevol en zonder oordeel.

La Dolce Vita
Het meisje kijkt Marcello na en daarna draait haar blik langzaam recht in de camera. De wakkere toeschouwer zou kunnen denken: “Marcello, dat ben ik!”

Zo eindigt de bittere ironie van “het zoete leven” in de liefdevolle en vergevende blik van dat meisje. De liefde, de onschuld en het niet-oordelen blijken sterker dan onze zonden en onze uitgestelde wanhoop via het oppervlakkige vermaak. In La Dolce Vita hebben we dat in een bonte stoet aan ons voorbij zien trekken. Maar we zijn ook gewaarschuwd. Tijdens de orgie zegt een van de travestieten: “Nel ’65 sarà tutto una depravazione completa. Ah, no? Mamma mia, che schifezza ne verrà fuori!” (“In 1965 zal alles volkomen verdorven zijn. Jemig, wat zal dat een puinzooi worden!”)