Athene aan de Isar [ 1 ]

architectuur in München uit de negentiende eeuw
gekocht: München – Die große Zeit um 1900 van Rainer Metzger

Het centrum van München kreeg zijn huidige vorm in de negentiende eeuw. Toen Napoleon in 1806 van Beieren een koninkrijk had gemaakt, ging Beieren mee in de vaart der volkeren. Van 1815 tot 1866 maakte het deel uit van Drittes Deutschland dat tegenover Oostenrijk en Pruisen een machtsblok vormde binnen de Duitse Bond. Koning Ludwig I (1825-1848) maakte van München in het tweede kwart van de negentiende eeuw een Europees centrum van kunst.

Zijn bouwmeesters, onder wie Leo von Klenze de belangrijkste was, staken München in een classicistisch jasje. Vol trots werd de Beierse hoofdstad Isar-Athen genoemd. De Alte Pinakothek die in 1836 gereed kwam, huisvest nog altijd een van de belangrijkste kunstcollecties in de wereld. München had zich in het rijtje van Wenen, Berlijn, Londen, Parijs en Sint Petersburg geplaatst.

München
München onder Maximillian I en Ludwig I
de Glyptothek (1813-1830) en een blik vanuit de Feldhernnhalle (1841-1844)

Toen Beieren in 1871 een deel van het Duitse Keizerrijk (1871-1918) werd, ging het meeblazen in het concert der grote mogendheden. De grandeur van München die in de eerste helft van de negentiende eeuw onder Ludwig I vorm had gekregen, werd in de Gründerzeit verder opgeblazen. In de jaren vijftig was Napoleon III begonnen om Parijs te voorzien van brede boulevards en neobarok. Andere Europese hoofdsteden namen het grootstedelijke allure over en zo verschenen na 1860 ook in München, Wenen en Berlijn brede boulevards en pompeuze gebouwen. Tijdens het imperialisme was de hoofdstad de kop van het Rijk die boven alles moest imponeren.

München
Maximilianeum (1857-1874) – Max II Denkmal (1875) – Siegestor (1852) – onderbouw Siegessäule (1899)
Tijdens het imperialisme was de hoofdstad de kop van het Rijk
die boven alles moest imponeren.

Doordat men elkaar probeerde te overtroeven, gingen de hoofdsteden eruit zien als opgeblazen kikkers. Van de jaren negentig tot aan de Eerste Wereldoorlog was het nationalistische gebral oorverdovend geworden. Voor de bouwkunst betekende dit dat postkantoren eruit zagen als gotische kathedralen, gemeentehuizen als Florentijnse paleizen en stationsgebouwen als barokke kerken. Maar meestal was het een mengelmoesje.

Kortom: men maakte er een zootje van.

München
München in de Gründerzeit
Justizpalast (1890-1897) – Akademie der Bildenden Künste (1876-1885) – Neues Rathaus (1867-1909) – Bayrisches Nationalmuseum (1894-1900) – Pacelli Palais (1880-1881)

In Heidegger und sein Zeit (1994) schrijft Rüdiger Safranski over het eclecticisme van de late negentiende eeuw:

Het plezier van het onechte greep om zich heen. Wat als iets anders eruit zag, maakte indruk. Elke gebruikte stof wilde meer voorstellen dan ze was. Het was een tijdperk van materiaalzwendel: marmer was beschilderd hout, glanzend albast was gips; het moest er oud uitzien, Griekse zuilen voor het beursportaal, het fabriekscomplex als middeleeuwse burcht, de ruïne nieuwbouw.
 
Bron: Heidegger en zijn tijd, uitgeverij Contact 2000, vertaling: Mark Wildschut
München
het reusachtige beeld van Bavaria (1843-1850) was een megalomaan project onder Ludwig I waarmee hij zijn land wilde opstoten in de vaart der volkeren. Wilhelm van Kaulbach maakte in 1854 een ontwerp voor een fresco voor de Neue Pinakothek waarop te zien is hoe het gigantische bronzen beeld uit de oven wordt opgetakeld.

(Alle foto’s bij dit stukje werden gemaakt op 10, 11, 12 en 13 juni 2013)

Munchen um 1900München was door nationalisme en historisme zo ver opgezwollen, dat het tenslotte zou gaan barsten. In de jaren negentig scheidde in Wenen en München een groep jonge kunstenaars zich af van de oude garde en vormde de Secession. De nieuwe beweging zou in München bekend worden als Jugendstil, genoemd naar het tijdschrift Die Jugend dat hier vanaf 1896 verscheen. De stad werd samen met Berlijn een centrum waar de abstracte schilderkunst tot ontwikkeling zou komen. Net als de Secession zetten de kunstenaars van Der Blaue Reiter (1911-1914) zich af tegen het bekrompen nationalisme van de negentiende eeuw. En omdat München daar zoveel van in huis had, vormde deze stad een startblok voor de moderne kunst.

München – Die große Zeit um 1900 [ dtv.de ]

say cheese !

twee verschillende visies op het familiekiekje

Gisteren schreef ik hier iets over het familieportret dat Franz von Lenbach in 1903 schilderde. Het is geen lief familieportret, integendeel. Vader, moeder en dochters hebben last van een boos oog. Marion de oudste dochter met haar donker omrande ogen, roept bij mij herinneringen op aan Linda Blair in The Exorcist. Von Lenbach zette zich af tegen het gangbare beeld van het burgerlijke gezinnetje. Dat beeld blijkt hardnekkig. De Lenbachjes verontrusten in hun pose en passen honderd jaar later nog steeds niet in het ideale plaatje dat een willekeurige zorgverzekeringsmaatschappij op het gezin wil plakken.

familie Lenbach
de Lenbachjes 1903
De Lenbachjes verontrusten in hun pose en passen honderd jaar later nog steeds niet in het ideale plaatje dat een willekeurige zorgverzekeringsmaatschappij op het gezin wil plakken.

Wanneer een schilder vroeger zijn eigen gezin portretteerde was dat, behalve als hij bij zijn vrouw onder de plak zat, nooit in opdracht. Hij was dan in het algemeen vrijer dan wanneer hij het gezin van zijn opdrachtgever moest portretteren. Toch liep een portret van de schilder en zijn gezin bijna altijd uit op propaganda voor zijn familie. De decadente schilder Franz von Lenbach wilde dat doorbreken. In plaats van de toeschouwer te behagen met zijn voorbeeldige echtgenote en kroost doet hij het omgekeerde. Hij schept een sfeer van onbehagen. Wat is dit voor occult gezinnetje?

familie Tischbein
de Tischbeintjes 1796
Als kind van zijn tijd geloofde Tischbein dat kunst het volk moest opvoeden tot burgerschap en moest laten zien wat zedelijk was.

Vader Johann Heinrich Wilhelm Tischbein vereeuwigde zijn familie ruim honderd jaar eerder. Als kind van zijn tijd geloofde hij dat kunst het volk moest opvoeden tot burgerschap en moest laten zien wat zedelijk was. Tischbein vond dat zijn gezin dit moest uitstralen. Dus is zijn voorbeeldige echtgenote een toegewijde moeder en zijn de meisjes poeslief. Voor Von Lenbach moet een dergelijke voorstelling schone schijn zijn geweest. Een mooie façade die een mix van overspel, hysterie, alcoholisme en huiselijk geweld moest bedekken.

Johann Heinrich Wilhelm Tischbein | Franz von Lenbach

Villa Poltergeist

drie weken geleden bezochten we het Lenbachhaus in München

Op 8 mei opende in München het vernieuwde Lenbachhaus en op 11 juni gingen we er kijken. De Toscaanse villa die de steenrijke schilder Franz von Lenbach aan het einde van de negentiende eeuw liet bouwen, doet denken aan een optrekje van een filmdiva in Beverley Hills. Geld speelde nauwelijks een rol, dus werden overal dure materialen gebruikt. Toch dringt het gevoel van namaak zich onmiddellijk aan je op. De Malerfürst was net als zijn collega Franz von Stuck een decadent in hart en nieren. Door het historisme en opgeblazen eclecticisme van de negentiende eeuw was het bedrog zo groot geworden, dat decadente kunstenaars met de namaak gingen flirten en het onechte en kunstmatige verkozen boven het authentieke. De filosoof Hans Vaihinger schreef er in 1911 een boek over: Die Philosophie des Als Ob.

Lenbachhaus
Michaela in het voormalige atelier
van Franz von Lenbach

In 1903 schilderde Franz von Lenbach een familieportret dat in zijn voormalige atelier hangt. Wij schrokken er een beetje van. Hier woonde duidelijk geen gewoon gezin. De heer des huizes heeft zichzelf en zijn vrouw Lolo en dochters Marion en Gabriel afgebeeld als een soort Adams Family.

Lenbachhaus
…glaasje draaien in Villa Poltergeist…
In 1979 brachten de twee sterkste merknamen uit de moderne kunst een toast uit vóór de familie Von Lenbach. Warhol moet zich in zijn decadente voorganger herkend hebben.

Lenbachhaus