Duecento [ 2 ]

op 22 juni j.l. bezochten we Montepulciano
gelezen: Duecento (1951) van Hélène Nolthenius
 

Een ouder Nederlands echtpaar dat we in Umbrië ontmoetten, liet er geen twijfel over bestaan: Perugia was veel en veel mooier dan Assisi. In Duecento (1951) van Hélène Nolthenius dat ik als literaire reisgids gebruikte, las ik een soortgelijk oordeel. Nadat we Assisi en Perugia bezocht hadden, moest ik ze gelijk geven. Als je echt iets van de rauwe, bonkige Middeleeuwen wilt proeven, kun je beter naar Perugia gaan dan naar Assisi. Binnen de muren van Perugia en andere stadjes die als adelaarsnesten op de heuvelkam liggen, kun je de dertiende eeuw nog ervaren.

Montepulciano
impressies uit Montepulciano 22 juni 2013
Maar dan komt ge boven op het stadsplein uit, klokkegalm heeft u de weg gewezen. Daar staat de kathedraal, romaans en grauw, met uitgesleten staatsietrappen onder een gevel die niet eens is voltooid. Natuurlijk trippen er duiven rond met pittoresk raffinement, en zwaluwen vliegen in en uit de rozet, barbaars en verrukkelijk kantwerk van steen, dat boven de bronzen deur hangt tussen vier starre evangelistsymbolen. Doch aan de overkant staat ruig en massaal het gemeentehuis, schrap onder zijn kantelen en hoge klokketoren, de vensters klein en getralied, de schilden van eindeloze Podestà-geslachten boven de poort en onderaan de buitentrap twee vervaarlijke leeuwen.
 
Bron: Duecento (1951) van Hélène Nolthenius
Montepulciano
impressies uit Montepulciano 22 juni 2013
Doch aan de overkant staat ruig
en massaal het gemeentehuis,
schrap onder zijn kantelen
en hoge klokketoren, de vensters
klein en getralied (…)

Hélène Nolthenius in Duecento

Montepulciano [ nl.wikipedia.org ]

Duecento [ 1 ]

op 21 juni j.l. bezochten we Perugia
gelezen: Duecento (1951) van Hélène Nolthenius
 

Een ouder Nederlands echtpaar dat we in Umbriëontmoetten, liet er geen twijfel over bestaan: Perugia was veel en veel mooier dan Assisi. In Duecento (1951) van Hélène Nolthenius dat ik als literaire reisgids gebruikte, las ik een soortgelijk oordeel. Nadat we Assisi en Perugia bezocht hadden, moest ik ze gelijk geven. Als je echt iets van de rauwe, bonkige Middeleeuwen wilt proeven, kun je beter naar Perugia gaan dan naar Assisi. Binnen de muren van Perugia en andere stadjes die als adelaarsnesten op de heuvelkam liggen, kun je de dertiende eeuw nog ervaren.

Perugia
impressies uit Perugia 21 juni 2013
Ziet ge haar liggen daar boven op de berg, de kleine stad in haar grauwe wallen? Noem haar zoals ge wilt: Todi of Orvieto, Spello of Cortona. Zij is overal dezelfde, want overal houdt ze de Middeleeuwen vast binnen haar ringmuur. Daarom moet ge haar eigenlijk kennen, als ge van die oude tijden en het lief en leed begrijpen wilt. Rome, daar leert u weinig van, Milaan en Napels behoeft ge er niet voor te bezoeken, misschien zelfs Florence niet, die Renaissance-schrijn. Maar de kleine Umbrische stad op haar rots moet ge kennen.
 
Bron: Duecento (1951) van Hélène Nolthenius
Perugia
impressies uit Perugia 21 juni 2013
Maar de kleine Umbrische stad
op haar rots moet ge kennen

Hélène Nolthenius in Duecento

Hebt ge wel op de namen gelet, die de stegen en trapjes hier dragen, op de “: Straat der Gelukkigen”, het “Paadje van het Arme Leven”, het “Trappetje van de Heilige Geest”? Door ieder boogje en steegje heen ziet gij steeds weer, over de wingerd van de stadsmuur, het wijde verschiet: de magere Umbrische bergen in een blauw zonnewaas. Ergens achter een kloostertje vallen de rotsen steil naar omlaag. Geleund over de bonkige borstwering ontdekt ge beneden langs de slingerweg een slenterende processie ossenwagens die van heinde en ver de vruchten der akkers aanrijden naar de markt van deze metropolis.
 
Bron: Duecento (1951) van Hélène Nolthenius

Perugia [ nl.wikipedia.org ]

Pleinvrees

Pleinvrees op de Odeonplatz in München (12 juni 2013)

Drie weken geleden zagen we de voorstelling Agoraphobia van Omsk op de Odeonplatz in München.

München
Michaela (midden vooraan) op de trap van de Feldherrnhalle tijdens het theaterstuk Agoraphobia van Omsk (Lotte van den Berg)
Een plein
Dat is georganiseerde leegte

Rob de Graaf, Pleinvrees

De Odeonplatz is een plein met een rijk verleden. De huidige vorm kreeg het in 1844 toen het door de Feldherrnhalle aan de zuidzijde werd afgesloten. Dit open gebouw dat min of meer een kopie is van de Loggia dei Lanzi in Florence vormt het ene uiteinde van de Ludwigstrasse. Het andere uiteinde wordt gevormd door de Siegestor. Daartussen strekt zich de één kilometer lange Prachtmeile van München uit waar vroeger tijdens militaire en feestelijke parades de toeschouwers zich rijen dik verzameld hadden. Op 2 augustus 1914 werd vanuit de Feldherrnhalle het Duitse volk opgeroepen ten strijde te trekken tegen Frankrijk. De Eerste Wereldoorlog was uitgebroken. Op een foto die van het juichende volk op de Odeonplatz gemaakt is, zien we een op dat moment nog volslagen onbelangrijke man: Adolf Hitler.

München
de Odeonplatz op 2 augustus 1914 bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De 25-jarige Hitler was er bij.

Negen jaar later zou Hitler weer terugkeren op de Odeonplatz. Ditmaal als leider van de NSDAP in een poging om aan de macht te komen. In navolging van Mussolini een jaar eerder organiseerde hij een mars van duizenden medestanders van de Bürgerbräukeller naar de Feldherrnhalle. De staatsgreep mislukte en Hitler belandde voor 13 maanden in de gevangenis in Landsberg waar hij Mein Kampf schreef.

München
de Odeonplatz negen jaar later kort na de mislukte Hitlerputsch op 9 november 1923 (Bundesarchiv, Bild 119-1426 / CC-BY-SA)

In 1935 verscheen in het Derde Rijk een postzegel om de Hitlerputsch uit 1923 te herdenken. Op de achtergrond is de Feldherrnhalle afgebeeld.

München
postzegel uit 1935 om de Hitlerputsch
(9 november 1923) te herdenken
AGORAPHOBIA ist als Reaktion auf den Verfall sozialer Strukturen entstanden, aus dem Wunsch heraus, sich als Individuum und als Gemeinschaft darüber auszusprechen. Das Stück findet unter freiem Himmel statt, auf einem belebten Platz, inmitten der Stadt. Aus der Entfernung verfolgen die Zuschauer mit ihren Handys einen Mann, der mit sich selbst spricht. Bis sie schließlich von ihm angesprochen werden und er sie in seinen einsamen Protest und seinen Appell an die Gesellschaft einbezieht. AGORAPHOBIA ist ein Stück über einen Mann, der auf der Straße seine Stimme erhebt. Ein Stück über die Menschen die ihn ignorieren, an ihm vorbeigehen, stehen bleiben und ihm zuhören.
 
Bron: muenchner-kammerspiele.de
München
Hans Kremer in Agoraphobia
op de Odeonplatz, woensdag 12 juni 2013
Als er geen leermeesters zijn
Als niemand de ander wil volgen
Dan lopen we allemaal alleen
Door een ijskoude woestijn
Luister naar mij
Ik durf te spreken
Namens jullie

Rob de Graaf, Pleinvrees

Odeonplatz