De traditie van het Amerikaanse presidentenportret bestaat al ruim 200 jaar. Het begon in 1795 toen Gilbert Stuart het zgn. „Athenaeum„ portret van George Washington schilderde. Dit portret staat nog altijd op het ééndollarbiljet en is waarschijnlijk het meest gereproduceerde portret uit de geschiedenis. Het is een mooi verstild en psychologisch portret. George Washington kijkt met een minzame blik langs ons heen, ontoegankelijk als een sfinx.
Gilbert Stuart’s „Athenaeum„ portret
van George Washington
Gilbert Stuart schilderde George Washington in 1795 en 1796 in totaal driemaal en maakte op basis van die drie „lifeportraits„ in zijn verdere loopbaan meer dan honderd portretten waar hij zeer goed voor betaald kreeg. Wanneer het waar is dat het portret de spiegel van de ziel is, heeft Stuart dus driemaal de gelegenheid gehad om in Washington’s ziel door te dringen.
De relatie tussen de eerste president van de Verenigde Staten en Stuart moet niet bijzonder hartelijk zijn geweest. In ieder geval vond de portretschilder Washington tijdens de sessies geen geduldig model. Voor de oud-generaal moet zijn officiële portret een verplicht nummer zijn geweest. Op Stuart’s portretten zie je steeds dezelfde afstandelijke man. Washington stierf in 1799, drie jaar nadat hij geportretteerd was.
portret van Obama
Ruim tweehonderd jaar en 43 presidenten later heeft Amerika zijn eerste zwarte president. Barack Obama‘s portret oogt fris, helder, krachtig en vernieuwend en dat is precies de boodschap. Amerika’s Hoop in Bange Dagen. Yes we can!
Nee, dan het portret van zijn voorganger George W.Bush. In 2004 koos TIME magazine hem als Person of the Year en Daniel Adel maakte een vlot geschilderd portret voor de cover. Bush jr. is hier afgebeeld als de Grote Roerganger, een visionair die zijn blik over het volk heen in de verte richt. Alsof hij het licht ziet en de stem van God hoort.
Dat hij in werkelijkheid een grote zwarte olievlek zag en steeds meer protest hoorde, daar weet dit portret niets van. Zo werden in het verleden keizers en koningen geportretteerd, als visionaire geesten die boven hun volk staan. En dictators laten zich nog steeds zo afbeelden. Als ze tenminste geen peuter op hun arm houden.
zondagmorgen gezien bij Boeken: Wim Brands in gesprek
met Paul Verhoeven en Rob Scheers over Volgens Verhoeven
De afgelopen twee jaar knipte ik een stapeltje columns uit uit De Volkskrant waarin regisseur Paul Verhoeven samen met zijn biograaf Rob Scheers een aantal klassiek geworden films bespreekt. Onlangs verschenen de 65 columns in boekvorm en zondag waren Verhoeven en Scheers in het programma Boeken te gast om over hun boek te praten. Dankzij de uitgeknipte columns kende ik de inhoud van Volgens Verhoeven dus al.
Bovendien was de regisseur twee jaar geleden uitgebreid aan het woord geweest in Zomergasten zodat ik al enigszins op de hoogte ben van zijn visie. Hij legde toen Jelle Brandt Corstius uit wat hij zo intrigerend vindt aan de film Lawrence of Arabia. Een echte Jezusfilm, volgens Verhoeven, net als de western Shane. Ook in een van zijn columns en in het gesprek met Wim Brands werd het meesterwerk van David Lean weer besproken.
De films in Volgens Verhoeven vormen geen canon, al komen er een aantal klassiekers in voor die ook in de AFI’s 100 years 100 movies list van het American Film Institute staan. Voor filmcritici is dat een gezaghebbende lijst en deze geldt meer als een canon dan de top 250 van imdb.com of moviemeter.nl die door een breed publiek wordt samengesteld.
tien klassiekers (volgens mij)
nummer 1, 3 en 9 staan ook in
de selectie van Paul Verhoeven
Hitchcock knocks Welles off top of ‘greatest film’ poll Alfred Hitchcock’s “Vertigo” has been named the greatest movie of all time, knocking long-time favorite Orson Welles‘ “Citizen Kane” off the top of a once-in-a-decade survey of critics from around the world. Hitchcock’s thriller, starring James Stewart and Kim Novak, came top of Sight & Sound magazine’s poll of 846 film experts more than 50 years after the movie was first released — to little critical acclaim — in 1958.
Verhoeven brandt de klassieker Casablanca (nummer 3 op de AFI-lijst) ongenadig af: “Ik zie toch vooral een draak die al decennialang overschat wordt.” In zijn gesprek met Wim Brands werden er ook niet meer dan vijf woorden besteed aan Casablanca. wéll ging het tot mijn genoegen over Vertigo van Hitchcock, de regisseur aan wie Verhoeven het boek opdraagt.
De selectie van Paul Verhoeven (1938) legt de nadruk op films uit de jaren vijftig en zestig. Hij selecteerde slechts zes films uit de laatste dertig jaar, waaronder The Artist, een ode aan de zwijgende film. Zelf zag ik dertig films uit zijn selectie. (hieronder in vet en cursief)
The Gold Rush (1925), The General (1926), La passion de Jeanne d’Arc (1928), Triumph des Willens (1935), Way out West (1937), Gone with the wind (1939), Casablanca (1942), Double Indemnity (1944), Ivan de Verschrikkelijke II (1946/58), A Matter of Life and Death (1946), The Third Man (1949), Rashomon (1950), Los olvidados (1950), Sunset Boulevard (1950), Strangers on a Train (1951), Viva Zapata! (1952), Shane (1953), Vera Cruz (1954), On the Waterfront (1954), Glimlach van een zomernacht (1955), Touch of Evil (1957), La règle du jeu (1957), Vertigo (1958), Ben Hur (1959), North by Northwest (1959), Some like it Hot (1959), La dolce vita (1960), Lávventura (1960), Ride the high country (1962), Jules et Jim (1962), Lawrence of Arabia (1962), Otto e mezzo (1963), Il vangelo secondo Matteo (1964), Doctor Zhivago (1965), La Battalglia di Algeri (1966), Belle de Jour (1967), The Stalking Moon (1968), Il giardino dei Finzo Contini (1970), Patton (1970), The French Connection (1971), The Godfather (1972/74), Scènes uit een huwelijk (1973), One Flew over the Cuckoo’s Nest (1975), Taxi Driver (1976), Annie Hall (1977), The Shining (1980), Das Boot (1981), Scarface (1983), The Terminator (1984), Schindler’s List (1993), City of God (2002), Das weisse Band (2009) en The Artist (2011).
Kort na de Eerste Wereldoorlog wonnen twee Amerikaanse romans over de Gilded Age (1870-1900) de Pulitzer Prize. In 1919 The Magnificent Ambersons (1918) van Booth Tarkington en in 1921 The Age of Innocence (1920) van Edith Wharton. Beide romans werden meerdere malen verfilmd. Martin Scorcese maakte in 1993 een weelderige verfilming van The Age of Innocence die je onderdompelt in de luxe wereld (en bekrompen moraal) van de New Yorkse upper class. De roman van Tarkington werd in 1925 voor de eerste maal verfilmd onder de titel Pampered Youth. Maar de verfilming van Orson Welles uit 1942 is legendarisch geworden.
De Belgische zender Een heeft de goede gewoonte om op zondagmiddag een filmklassieker uit te zenden. Ik nam The Magnificent Ambersons in januari op en keek afgelopen week. Het is voor mij een soort Citizen Kane Part Two. Voor de duidelijkheid: Een geslaagd Part Two.
The Magnificent Ambersons 1942
The Magnificent Ambersons is net als Citizen Kane in meerdere opzichten een briljante film. Net als bij zijn voorganger is de manier van vertellen origineel en vaak grappig terwijl dat laatste niet ten koste gaat van de diepgang. Ook cinematografisch is de film een genot om naar te kijken. Er wordt vaak gebruik gemaakt van diagonale close ups die van onderaf zijn genomen.
De oorspronkelijke versie duurde 133 minuten maar producent RKO kortte deze in tot 88 minuten. Orson Welles vond dat zijn film met een grasmaaier bewerkt was. “They destroyed “Ambersons” and “it” destroyed me” was zijn commentaar. Het zou niet de laatste keer zijn dat er in het werk van “wonder boy” Welles door een producent gesnoeid zou worden. Achttien jaar later zou filmmaatschappij Universal zijn film Touch of Evil stevig inkorten.
The Magnificent Ambersons still
In de lange openingsscene neemt de voice over van Orson Welles ons mee in de wereld van de Ambersons, een rijke familie die kort na de Amerikaanse Burgeroorlog zijn kapitaal vergaard heeft. Ze leven als Medici‘s in Minneapolis. Net als alle andere nieuwe rijken uit de gilded age wonen ze in een mansion.
The Magnificent Ambersons openingsmonloog: “The magnificence of the Ambersons began in 1873.”
The magnificence of the Ambersons began in 1873. Their splendor lasted throughout all the years that saw their midland town spread and darken into a city. In that town, in those days, all the women who wore silk or velvet knew all the other women who wore silk or velvet, and everybody knew everybody else’s family horse and carriage. The only public conveyance was the streetcar. A lady could whistle to it from an upstairs window, and the car would halt at once and wait for her, while she shut the window, put on her hat and coat, went downstairs, found an umbrella, told the girl what to have for dinner, and came forth from the house. Too slow for us nowadays, because the faster we’re carried, the less time we have to spare.
In een van de scenes zien we de kleine George met zijn ouders in de tuin. De verwende Amberson kid is gekleed als een kleine zonnekoning met pijpenkrullen en een schuine baret op. Op de achtergrond staat het Louvre-achtige mansion met hoge mansardedaken. Het kinderachtige imiteren van de Europese cultuur door de Amerikaanse noveau riche aan het einde van de negentiende eeuw kan bijna niet beter in een beeld gevat worden.
de kleine George voor het mansion
van The Magnificent Ambersons
Zo is de kleine George veel meer dan het verwende zoontje van de Amberson clan, hij staat ook voor de Amerikaanse jet set. Net als de roman van Edith Wharton is The Magnificent Ambersons van Booth Tarkington een zedenschets van de verwende upper class uit de Gilded Age.
Naast de neergang van een rijke Amerikaanse familie omstreeks 1900, gaat The Magnificent Ambersons ook over de opkomst van de automobiel. Toen Booth Tarkington aan het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn roman schreef, was het straatbeeld in Amerika door de massaproductie van de Ford-T (1908-1927) al ingrijpend veranderd. Het leven was niet alleen veel drukker en sneller geworden. Met de automobiel kwam er ook nog meer lawaai en nog meer vervuiling.
Automobiles are a useless nuisance
George (Tim Holt)
in The Magnificent Ambersons
Tijdens een diner met de Ambersons en Morgans geeft de verwende George zijn ongezouten mening over de automobiel aan de autofabrikant Eugene Morgan. Zijn ouders vinden dat hij zich moet verontschuldigen voor deze onbeschaamdheid. Maar Eugene Morgan geeft George gelijk.
… automobiles have come and almost all outwards things will be different because of what they bring. They’re going to alter war and they’re going to alter peace. And I think men’s minds are going to be changed in subtle ways because of automobiles.
Eugene (Joseph Cotten)
in The Magnificent Ambersons
Maj. Amberson: So your devilish machines are going to ruin all your old friend, eh Gene? Do you really think they’re going to change the face of the land? Eugene: They’re already doing it major and it can’t be stopped. Automobiles…
[cut off by George] George: Automobiles are a useless nuisance. George: What did you say George? George: I said automobiles are a useless nuisance. Never amount to anything but a nuisance and they had no business to be invented. Jack: Of course you forget that Mr. Morgan makes them, also did his share in inventing them. If you weren’t so thoughtless, he might think you were rather offensive. Eugene: I’m not sure George is wrong about automobiles. With all their speed forward they may be a step backward in civilization. May be that they won’t add to the beauty of the world or the life of the men’s souls, I’m not sure. But automobiles have come and almost all outwards things will be different because of what they bring. They’re going to alter war and they’re going to alter peace. And I think men’s minds are going to be changed in subtle ways because of automobiles. And it may be that George is right. May be that in ten to twenty years from now that if we can see the inward change in men by that time, I shouldn’t be able to defend the gasoline engine but agree with George – that automobiles had no business to be invented.
Volgens Hannah Arendt trok er door het denken van haar leermeester Martin Heidegger een storm. “Hij komt uit het oeroude en wat hij achterlaat, is iets volmaakts, dat zoals al het volmaakte terugvalt aan het oeroude.” Wij gingen bij de beroemde blokhut in Todtnauberg kijken of Arendt gelijk had.
In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en daar alleen ben je onsterfelijk. Zolang je maar niet vergeten wordt, leef je voort. Maar als je bent weggezonken in het collectieve geheugen, kun je met een lemma op wikipedia.org weer boven water komen.
Deze serie begon op 9 april 2010, precies 145 jaar na het einde van de Civil War, misschien wel het grootste trauma uit de Amerikaanse geschiedenis. Het laatste artikel verscheen op 3 juli 2013. Dat was precies 150 jaar na de Slag bij Gettysburg, het keerpunt in de oorlog.
Weinig historische figuren zijn zo vaak geschilderd als Napoleon Bonaparte. Niet alleen tijdens zijn bewind maar ook daarna bleven schilders historische gebeurtenissen vastleggen met Napoleon in het centrum van de aandacht. Geschiedvervalsing. Omdat het moest.
Met de Goethezeit wordt in Duitsland de periode 1770-1830 aangeduid. Niet alleen de filosofie, literatuur, beeldhouwkunst, architectuur en muziek kwamen in het Duitse taalgebied tot bloei maar ook de romantische landschapsschilderkunst.
Tot in de 19e eeuw was de reis naar Italië voor veel kunstenaars een verplicht nummer. Tijdens de Grand Tour werden Venetië, Florence en Rome bezocht waar de meesters bestudeerd werden. Maar het Italiaanse landschap bleek voor veel kunstenaars aantrekkelijker.
Nu de overheid zich als mecenas heeft teruggetrokken worden veel kunstenaars weer afhankelijk van rijke opdrachtgevers en verzamelaars. Net als vroeger dus, toen veel kunstenaars vaak tegen wil en dank de lakeien van de heersende klasse waren.
De Philokalia is een verzameling geestelijke geschriften die tussen de vierde en veertiende eeuw (in het Grieks) geschreven zijn en in de achttiende eeuw door de heilige Nikodimos van de berg Athos gebundeld zijn. Zijn tijdgenoot Paisius Velichkovsky maakte een vertaling in het Kerkslavisch.
In de Middeleeuwen was er eigenlijk maar één boek. Na de revolutie van de boekdrukkunst kreeg de Bijbel concurrentie van eigentijdse maar vooral ook van klassieke geschriften. De compilatie van mythen die Ovidius aan het begin van onze jaartelling in klassiek Latijn had samengesteld, werd een inspiratiebron voor ontelbare schilders.
Dante stelt zich het Inferno voor als een trechter die breed begint onder het aardoppervlak en dan toeloopt naar het ijskoude middelpunt van de aarde. Daar zetelt Lucifer. Er zijn negen kringen. Dante en Vergilius ontmoetten er steeds grotere zonden en grotere zondaars.
Chicago en New York werden eind 19e eeuw proeftuinen waar de skyscraper dankzij een stalen constructie steeds hoger kon worden. Er lagen ook twee Amerikaanse gedachten aan ten grondslag:
"Form follows function" en "The sky is the limit."
In de zomer van 2009 was in het Atomium in Brussel de tentoonstelling A la recherche du “Style Atome” te zien. Het is een swingende stijl uit de jaren vijftig die nog steeds beoefend wordt. Noem het geen retro. De atoomstijl is iets speciaals.
In 1963 begon de Franse striptekenaar Jean Giraud (1938-2012) samen met scenarist Jean-Michel Charlier (1924-1989) aan zijn levenswerk: Blueberry. Ze lieten zich daarbij inspireren door de spaghettiwestern. Het 50-jarige jubileum van zijn antiheld maakte Giraud net niet meer mee. Hij overleed in 2012.
Belgian woodcuts & Russian Luboks. Underground comics & Midcentury Modern. Genesis, Pink Floyd & Film Noir ...
These are a few of my favorite things ...