Als toetje bij de tentoonstelling Portretfabriek Van Mierevelt keek ik zaterdag naar de documentaire Frans Hals, snapshots uit het verleden op Nederland 1 bij Close Up. De titel van deze documentaire is goed gekozen, want bij Frans Hals denk je aan de spontaniteit en levendigheid van een snapshot en dat zijn kwaliteiten die we tegenwoordig allemaal kunnen waarderen. Aan momentopnamen zijn we helemaal gewend geraakt. Iedereen die op een knopje kan drukken, kan er eentje maken. Maar aan het begin van de zeventiende eeuw was je een soort tovenaar als je een snapshot kon maken. Als schilder moest je niet alleen beschikken over een buitengewoon visueel geheugen en een soort steno om razendsnel vast te kunnen leggen. Je moest in zekere zin ook non-conformistisch zijn en oog hebben voor het spontane en terloopse.

Er is een wereld van verschil tussen de weergave van de kanten kraag bij Frans Hals en Michiel van Mierevelt. Bij Frans Hals blijft deze ruw en schetsmatig. Ook als hij de kleding verder uitwerkte, zoals in het beroemde portret van de lachende cavalier uit 1624, bleef dit ondergeschikt aan een levendige gelaat.
Vergeleken bij Michiel van Mierevelt is Frans Hals een echte non-conformist, die zijn klanten tot informele poses weet te verleiden. Terwijl de manier van schilderen bij Van Mierevelt vanuit ambachtelijk oogpunt voortreffelijk is, heeft Frans Hals “sprezaturra” in zijn vingers. Zijn penseelstreek is losjes maar helemaal raak en dus virtuoos. Laatst hoorde ik iemand het werk van René Daniels becommentariëren en hij noemde een bepaald fragment in het schilderij “virtuoos” geschilderd. Maar virtuoos is iets pas als het niet alleen losjes en spontaan is, maar ook overtuigend iets anders dan de verf representeert. En dat was bij het schilderij van René Daniels allesbehalve het geval. “Nonchalant kwasten” en “virtuoos schilderen” zijn totaal verschillende dingen. Maar dit even terzijde.
Frans Hals werd in 1582 of 1583 geboren en was ruim vijftien jaar jonger dan Van Mierevelt. Hij wordt gerekend tot de eerste generatie grote schilders uit de Gouden Eeuw. Gemakshalve kun je Frans Hals (1582/83-1666) indelen bij de eerste, Rembrandt bij de tweede (1606-1669) en Vermeer (1632-1675) bij de derde generatie . Wat daarbij opvalt, is dat ze in dezelfde periode zijn gestorven zijn (resp. in 1666, 1669 en 1675). Frans Hals markeerde het eerste hoogtepunt in de schilderkunst van de zeventiende eeuw met zijn schuttersstuk uit 1616. De “portretfabriek” van Van Mierevelt was toen al aardig op stoom gekomen.
Frans Hals’ portretten waren in de eerste decennia van de zeventiende eeuw revolutionair. Niet alleen door de spontaniteit en de treffende gelijkenis, maar ook door de vaak nonchalante poses en composities. Vóór Frans Hals was een groepsportret zoals een schuttersstuk meestal een paar rijen koppen boven en onder elkaar zoals op een stijve en formele foto van een voetbalteam. Soms probeerde de schilder met handgebaren of met een draaiing van het hoofd de compositie wat te verlevendigen.

de anatomische les van dr. Willem van der Meer, 1617. De restauratie is tijdens de tentoonstelling in Museum Prinsenhof in Delft live te volgen.

Wat Frans Hals deed, was volkomen nieuw. Net als bij een snapshot, heb je het gevoel dat je de ander(en) in het moment betrapt. De schutters kijken je nieuwsgierig aan en lijken je uit te nodigen een glas mee te drinken. Dat informele is ondenkbaar in de traditie waarin Van Mierevelt werkt. Bij hem is alles nog formeel en plechtig. Geen lachende gezichten, hooguit een flauwe glimlach. En in de individuele portretten is er áltijd die ene pose: de man kijkt driekwart naar rechts en de vrouw driekwart naar links. Zo is het en niet anders.

Dit portret zag ik voor het eerst op de tentoonstelling Hollanders in Beeld (2007) in het Mauritshuis. In die tijd was het zeer gedurfd om een voornaam iemand met zijn stoel te laten wippen, maar Frans Hals had het lef en kwam er mee weg.
In de documentaire komen verschillende kenners aan het woord: Pieter Biesboer ex-conservator van het Frans Hals Museum in Haarlem, restaurateur Martin Bijl en ook de wereldberoemde kunsthistoricus en Frans Hals kenner Seymour Slive uit Chicago. Hij deelt niet alleen zijn hoge leeftijd (91!) met Frans Hals maar ook zijn bruisende enthousiasme.
AVRO Close Up : snapshots uit het verleden [ nederland1.nl ]
Kaffeefahrt ins Krematorium van Sergej Kreso is een van de beste documentaires die ik de laatste tijd gezien heb: informatief, boeiend, goede montage en uitstekende muziek. In de documentaire reizen we een dag mee met een groep ouderen uit het Ruhrgebied die met een gratis busreisje over de grens gelokt wordt naar Venlo. Daar worden ze twee uur losgelaten, zodat ze kunnen gaan koffie shoppen. Maar het eigenlijke doel van de reis is het crematorium in Venlo waar de groep wordt rondgeleid over het terrein en zelfs een kijkje krijgt bij de ovens van het crematorium. “U bent zomers gekleed mevrouw, u dacht natuurlijk, het wordt heet in het crematorium vandaag!” grapt de buschauffeur, wanneer de ouderen bij het crematorium de bus verlaten.
Meer familiedrama schemert ook door bij Karl Schuhmacher, de begrafenisondernemer uit Essen, die in deze documentaire mooi geportretteerd wordt. Zijn vader, die ook Karl heette, maakte 35 jaar geleden een eind aan zijn leven en had zijn zoon gevraagd hem op te volgen. De kleinzoon wordt geïnterviewd op de begraafplaats bij de familiegraven. Hij geeft een korte toelichting bij het rijtje voorouders. Waarom er geen steen ligt op het graf van zijn grootvader, wil de interviewer weten. De familie achtte het destijds niet verstandig wanneer zijn vader zijn eigen naam op het graf van zijn grootvader zou lezen, legt de kleinzoon uit. Karl Schuhmacher blijkt de dood van zijn vader nog altijd niet goed verwerkt te hebben. Ook al positioneert hij zijn begrafenisonderneming op de markt als een prijsvechter, als begrafenisondernemer is hij onberispelijk en integer. Kaffeefahrt ins Krematorium is 












