Nederland tussen 1910 en 1920
Het geschiedenisprogramma Andere Tijden zendt ieder jaar een special uit met onbekend archiefmateriaal uit een bepaalde periode van onze nationale geschiedenis. Toen het programma in 2005 het eerste lustrum vierde, was er bijvoorbeeld De Andere Jaren Vijftig te zien met zeldzame kleurenfilmpjes uit de jaren vijftig. En in 2008 waren er amateurfilms te zien van Nederlandse families uit het ‘pre-videotijdperk’ (1920-1980). Afgelopen zondagavond ging het honderd jaar terug in de tijd. Bijzonder vond ik de beelden van luchtvaartpioniers. Het eerste Nederlandse luchtvaartslachtoffer Clement van Maasdijk verongelukte in 1910 op de Warnsbornerheide bij Schaarsbergen. Op de website is interessante achtergrondinformatie te vinden en de special is permanent op geschiedenis24.nl te bekijken.
zo zijn de jaren tien
van de twintigste eeuw
de geschiedenisboeken ingegaan.
Bron: geschiedenis24.nl
Vorige maand werd Hans Achterhuis (1942) aangesteld als eerste
Het panopticum is misschien wel dé architectonische uitdrukking van centraal gezag en autoriteit. In de jaren zestig was alles dat naar autoriteit neigde, bij voorbaat al verdacht en in potentie gewelddadig. Door het anti-autoritaire klimaat in de jaren zeventig veranderde ook de gevangenisarchitectuur. Dat is heel goed te zien in de Penitentiaire Inrichting Over-Amstel (Bijlmerbajes) uit 1978. Deze gevangenis ziet er eerder uit als een reusachtig Ibishotel. In plaats van tralies hebben de cellen ramen van dik kogelvrij glas om de gevangenen geen opgesloten gevoel te geven. Het is een gematerialiseerd eufemisme, zoals de beleefdheidswoorden ‘penitentiaire inrichting’ en ‘gedetineerde’. Maar de gevangenen maakt dit juist agressief omdat het kogelvrije glas het gevoel geeft op een hotelkamer te zitten. Intussen zit je achter het vriendelijke glas even gevangen als achter de grimmige tralies. Wat dat betreft is een panopticum duidelijker en ‘eerlijker’.
In de documentaire komen historische beelden voorbij die Hans Achterhuis in zijn denken over geweld gevormd hebben: de atoombommen op Japan, de oorlog in Indonesië, de rassenrellen in Zuid-Afrika, de dood van Che Guevarra en Ulrike Meinhof en de moord op Pim Fortuyn. De laatste gebeurtenis vormde een aanleiding om zijn reflecties op geweld te gaan bundelen en in 2008 verscheen het vuistdikke Met alle geweld. Achterhuis is een maatschappelijk betrokken filosoof die telkens probeert om de algemene vraag “Bestaat er rechtvaardig geweld?” zo concreet en actueel mogelijk te maken. De filosofische en abstracte vraag “Wanneer is geweld geoorloofd?” neemt bij hem altijd een heel concrete gedaante aan, bijvoorbeeld “Moet de Nederlandse regering een politiemissie naar Kunduz zenden?” 
Achterhuis noemt dit het ‘doel-middel denken’. Daarbij is het doel altijd een hoger en abstract ideaal. Alle totalitaire systemen zijn hier exemplarisch voor. Om het goede te bereiken, moet het kwade worden uitgeroeid. Bij humanitaire interventie ligt het allemaal veel genuanceerder. Volgens Achterhuis moeten we bij humanitaire interventie in navolging van Hannah Arendt onze doelen zo concreet mogelijk benoemen om ons te beschermen tegen het kwaad. Want we worden voortdurend bedreigd door het gevaar van imagologie, het scheppen van een mooi beeld over onszelf. “Het beschermen van de burgerbevolking” is een veel te abstracte omschrijving. Er moeten juist heel concrete, militaire doelstellingen naar voren gebracht worden. Dan wordt ook duidelijk waar de humanitaire interventie over gaat en kan een verborgen agenda aan het licht komen. We moeten genadeloos eerlijk zijn tegenover onszelf zodat we niet genadeloos hoeven te zijn tegenover de ander.












