Maandelijks archief: april 2014

onderwereldpriester

opnieuw gezien: The Godfather (1972)

the godfatherVrijdagavond keek ik voor de zoveelste keer naar The Godfather (1972) op het Belgische Canvas. Deze klassieker van Francis Ford Coppola staat met zijn beide opvolgers (uit 1974 en 1990) in de film top 250 van imdb.com en moviemeter.nl op een tweede en derde plaats. Het is een monument uit de filmgeschiedenis waar niemand om heen kan.

Ik hou op zich niet van gewelddadige films, maar wanneer het psychologische element centraal staat, laat ik mij nog wel eens verleiden door een misdaadfilm. “Waarom kies je voor misdaad en hoe vrij ben je daar in?” Deze vraag kan ik nog persoonlijker stellen: “waarom kijk ik naar misdaad en hoe vrij ben ik daar in?”

“Waarom kies je voor misdaad en hoe vrij ben je daar in?” Deze vraag kan ik nog persoonlijker stellen: “waarom kijk ik naar misdaad en hoe vrij ben ik daar in?”

Als de personages mij de mogelijkheid geven om mij met hen te identificeren, kan ik de keuze op mijzelf betrekken. In Good Fellas (1990) van Martin Scorsese wordt deze keuze zeker zo diep uitgewerkt als in The Godfather, maar in de laatste film komt een religieus aspect naar voren: de godfather is hier een priesterfiguur van de onderwereld.

Zijn status wordt in de eerste briljante scene van de film duidelijk. We horen het dramatische verhaal van Bonasera, een brave middenstander van Italiaanse afkomst. Hij vertelt in frontale close up dat zijn dochter door twee Amerikaanse jongens ernstig mishandeld is en nu “nooit meer een mooi meisje” zal zijn. De daders werden wel berecht maar kwamen dezelfde dag nog vrij. Nu vraagt de wanhopige vader van het meisje aan Don Corleone of hij de daders wil laten vermoorden. Hij weet dat deze een machtig netwerk heeft en moordenaars om zich heen heeft die dit klusje zo kunnen opknappen.

godfather1972still
uit de beginscène: Bonasera fluistert Don Corleone in welke misdaad hij van hem verlangt

Don Corleone speelt dat hij erg teleurgesteld is. Hij mist namelijk het respect van Bonasera. Daarmee bedoelt hij eigenlijk dat de brave man zich nooit met hem heeft willen verbinden, omdat hij zich te goed voelde voor Don Corleone. Maar nu hij wraak wil nemen, is Don Corleone plotseling wél goed voor hem. Vanuit de positie van de peetvader is het logisch dat hij “respect” mist: Bonasera heeft hem altijd links laten liggen, maar nu hij naar genoegdoening verlangt, wil hij ineens “vriendschap”. Deze “vriendschap” kan hij alleen krijgen wanneer hij onvoorwaardelijk loyaal wordt aan de peetvader en zijn hand kust.

de monoloog van Bonasera aan het begin van de film
 
I believe in America. America has made my fortune. And I raised my daughter in the American fashion. I gave her freedom but I taught her never to dishonor her family. She found a “boy friend,” not an Italian. She went to the movies with him. She stayed out late. I didn’t protest. Two months ago he took her for a drive, with another boy friend. They made her drink whiskey and then they tried to take advantage of her. She resisted. She kept her honor. So they beat her. Like an animal. When I went to the hospital her nose was broken. Her jaw was shattered, held together by wire. She couldn’t even weep because of the pain. But I wept. Why did I weep? She was the light of my life. A beautiful girl. Now she will never be beautiful again.
 
Bron: imdb.com

Zo zien we in de eerste minuten van de film gelijk al hoe het mechanisme van het kwaad werkt. Zodra we zélf geneigd zijn tot kwaad door bijvoorbeeld wraak te willen nemen, verbinden we ons met het kwaad en raken we in haar web verstrikt. De maffia is hier een krachtige metafoor van. En de peetvader is de spin in dat web. Hij spreekt over “vriendschap” en “respect” maar deze “vriendschap” en dit “respect” dankt hij aan afpersing, intimidatie, marteling en moord. Bonasera is een van de vele Italiaanse Amerikanen die zich in het web van de maffia verstrikken. Nadat je je vrijwillig met het kwaad verbonden hebt, wordt de wereld op zijn kop gezet en gaat de angst regeren.

Frans meesterwerkje

gezien op Een: Fan fan la tulipe (1952) van Christian-Jaque

fanfan la tulipe_posterIn 1819 schreef Paul Émile Debraux een chanson onder de titel Fan fan la tulipe. Uit dit lied ontstond de gelijknamige operettefiguur en personage uit de mantel-en-degenfilm. In 2003 verscheen er nog een remake met o.a. Penelope Cruz van het origineel uit 1952 dat als de meest geslaagde versie wordt beschouwd.

Fan fan la tulipe (1952) van Christian-Jaque is een zwierige en luchtige Franse film waarin Gérard Philippe een erg leuke schelm speelt. In vlagen doet hij mij met zijn ondeugende, jongensachtige uiterlijk denken aan Michael J. Fox. Als tegenspeelster heeft hij een rondborstige Gina Lollobridgida tegenover zich.

Fan fan la tulipe is luchtig van toon, het verhaal wordt vlot verteld en de casting en cinematografie zijn erg goed. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de Zevenjarige Oorlog (1756-1763). Er zijn ook enkele historische figuren bij, waaronder de Franse koning Lodewijk XV en zijn maîtresse de markiezin de Pompadour.

fan fan la tulipe
Noël Roquevert, Geneviève Page, Gerard Philippe en Olivier Hussenot in Fan fan la tulipe (1952)

Ik ben ervan overtuigd dat Stanley Kubrick deze film ook gezien heeft voordat hij begon aan de verfilming van de schelmenroman The Luck of Barry Lyndon (1844) van William Makepeace Thackeray. Ook Barry Lyndon (1975) speelt zich af tijdens de Zevenjarige Oorlog.

Net als Christian-Jaque balanceert Kubrick op het randje van de karikatuur, met name in de types. De nuffige en verveelde types die de decadentie onder de Franse adel voortbracht, zie je zowel in Fan fan la Tulipe als in Barry Lyndon.

Anders dan Barry Lyndon is Fan fan la Tulipe een uitgesproken komische film. Zoals in de meeste swashbucklers zijn de schermgevechten meer choreografisch dan realistisch. Regelmatig neigt Christian-Jaque naar de burlesque. Als er in het legerkamp per ongeluk kruitvaten ontploffen, hangen de soldaten even later met een beroet gezicht en in gescheurde uniformen over een boomtak.

fan fan la tulipe
still uit Fan fan la tulipe

Fanfan la Tulipe [imdb.com]

de terugkeer van Het Gele Teken [2]

gelezen: Blake en Mortimer – de Septimus-Golf (2013)

septimusgolfIn februari schreef ik al iets over het nieuwste album van de retrostrip Blake en Mortimer. Het verscheen in december 2013 en afgelopen woensdag las ik De Septimus-Golf voor de eerste keer. Het is het tweede verhaal dat de Franse tekenaar Antoine Aubin voor zijn rekening genomen heeft. Met het tweede deel van De vloek van de dertig zilverlingen had hij al bewezen de stijl van Edgar P. Jacobs overtuigend na te kunnen bootsen. Ditmaal werkte hij samen met de Belgische scenarist Jean Dufaux.

Het tiende album uit de retroserie die in 1996 van start ging, dompelt ons weer helemaal onder in de wereld van Edgar P. Jacobs. We gaan terug naar het thuisland van de retro, de jaren vijftig. Het verhaal speelt zich af in 1954, een jaar na het avontuur met het Gele Teken. Natuurlijk speelden er commerciële motieven mee om met een vervolg te komen op dit legendarische stripverhaal dat zich weer helemaal in de jaren vijftig afspeelt.

In deze retrostrip draait alles om stijl en om een onderdompeling in een wereld die er niet meer is.

Helaas is De Septimus-Golf een erg rommelig verhaal geworden. De tekeningen van Antoine Aubin verdienden een beter scenario. Dufaux heeft te veel registers open willen trekken waardoor er onnodig veel personages worden geïntroduceerd en veel verbanden worden gelegd die wat mij betreft weggelaten konden worden. In voetnoten wordt er regelmatig verwezen naar Het Gele Teken, volgens Belgische stripkenners het Album van de Eeuw. Natuurlijk duikt aartsvijand Olrik weer op en ook spookt de krankzinnige geleerde Septimus uit het Gele Teken in het verhaal rond.

donlevy
De Iers-Amerikaanse acteur Brian Donlevy die meestal de gentleman/villain speelde, doet mij erg aan Olrik denken. Hij speelt een van de hoofdrollen in The Quatermass Xperiment (1955)

Het scenario bouwt zich vrij snel op. Nadat er in het Londen van 1954 een aantal “vreemde dingen” gebeurd zijn, zitten we al snel op surrealistische hoogten. En steeds komt er weer iets bij. Op een gegeven moment raakte ik net als bij een film van David Lynch de draad kwijt. Professor Philip Mortimer probeert ons telkens wél keurig te verklaren wat er allemaal gebeurt, terwijl de tekstballonnen de tekeningen wegdrukken. Maar de geniale inval die hij tenslotte krijgt, kunnen wij niet meer begrijpen. Het hoeft ook allemaal niet, want in deze retrostrip draait alles om stijl en om een onderdompeling in een wereld die er niet meer is. Zoals ik al eerder schreef: Het gaat om het terugvinden van dat twaalfjarige jongetje dat met rode oortjes een stripboek leest.

quatermass_xperiment_posterFilmkenners vinden in de Septimus-Golf knipogen naar Nosferatu, eine Symphonie des Grauens (1921) van F.W.Murnau en 2001: a space odyssey van Stanley Kubrick. In een korte inleiding schrijft scenarist Dufaux dat hij ook inspiratie heeft gevonden in de zesdelig Engelse televisieserie The Quatermass Xperiment (1953). In 1955 verscheen er ook een speelfilm gebaseerd op deze serie. Het was de eerste science fiction serie op de Engelse televisie en zou in de jaren zestig opgevolgd worden door de in ons land veel bekendere serie Dr.Who. In De Septimus-Golf zit dus ook een stevige scheut jaren vijftig pulp op basis van science fiction en horror. Maar het blijft ook de wereld van Blake en Mortimer en dat is een wereld zonder vrouwen. Dat nodigt behalve de trouwe fans natuurlijk geen nieuwe lezers uit, laat staan lezeressen. Daarom is er in de retroalbums plaatsgemaakt voor vrouwelijke personages.

xperiment
still uit The Quatermass Xperiment (1955)

De Septimus-Golf [ nl.wikipedia.org ]