Maandelijks archief: december 2018

Habsburg revisited

gezien op Arte: Maria Theresia (2017)

Maria TheresaMaria Theresia (1717-1780) van Oostenrijk zal waarschijnlijk nooit de sterstatus van Elisabeth van Beieren (Sissi) bereiken. Toch is zij samen met haar dochter Marie-Antoinette en keizerin Catharina de Grote (van geboorte ook al een Duitstalige prinses!) een van de meest tot de verbeelding sprekende vrouwen uit de achttiende eeuw. Haar leven werd in 1951 en 1980 al eens verfilmd. De meest ambitieuze verfilming is die van 2017 ter gelegenheid van haar 300e geboortedag. Deze miniserie (200 minuten) die voor het eerst in december 2017 in twee afleveringen werd uitgezonden in Oostenrijk, Tsjechië, Slowakije en Hongarije, is een samenwerking tussen de Österreichische Rundfunk (ORF), Beta Film, de Tsjechische televisie Česká Televize, de Slowaakse RTVS en de Hongaarse MTVA. Een echte Habsburgse productie dus.

Biopics over historische figuren uit de achttiende en negentiende eeuw sla ik zelden over. Voor mij is het vaak een geschiedenisles waarbij het verleden zich maximaal concretiseert. Natuurlijk weet ik dat historische biopics zelden betrouwbaar zijn, dus kijk ik kritisch naar kostuums en decors. Gelukkig zijn set decorators en art directors zich steeds beter aan de historische werkelijkheid gaan houden. Maar scenaristen krijgen van de producent vanuit commerciële overwegingen nog altijd de ruimte om de geschiedenis te verdraaien zodat deze beter aansluit bij de mores en wensen van onze tijd. Soms zitten er in historisch drama pertinente onjuistheden (omwille van het scenario) maar meestal vind ik de framing nog storender. In de meeste historische films kijken we naar het verleden door de bril van het heden (lees hier: de heersende opvattingen). Zo zit er in vrijwel alle biopics over historische vrouwen tegenwoordig een flinke dosis girl power gepompt. De vrouw in de hoofdrol komt vaak naar voren als een sterke persoonlijkheid die precies weet wat ze wil. De mannen die haar omringen zijn niet zelden sukkels, lui geworden door hun privileges.

In de meeste historische films kijken we naar het verleden door de bril van het heden (lees hier: de heersende opvattingen). Zo zit er in vrijwel alle biopics over historische vrouwen tegenwoordig een flinke dosis girl power gepompt.

De miniserie Maria Theresia uit 2017 zal een Midden-Europese aangelegenheid blijven. In Nederland is er geen brede belangstelling voor geschiedenis, laat staan voor de geschiedenis van de Habsburgers in de achttiende eeuw. Maar in Oostenrijk, Tsjechië, Slowakije en Hongarije ligt dit anders. De geschiedenis van de Habsburgers is daar bepalend voor de nationale identiteit. Niet alleen voor de Oostenrijkers, maar ook voor de Hongaren, Tsjechen en Slowaken, ooit minderheden binnen het Habsburgse Rijk. Nog altijd zijn hun culturen doordrenkt door het Huis Habsburg en draagt dat culturele erfgoed bij aan de nationale trots. Zo werd deze film voor een groot deel opgenomen in Valtice en Kroměříž in Tsjechië op locaties waar je je nog in het Habsburgse Rijk waant.

Valtice
Schloss Valtice in Tsjechië

Degenen die iets weten van de geschiedenis uit de eerste helft van de achttiende eeuw zal het opvallen dat Maria Theresa recht doet aan de complexiteit van de politieke situatie op dat moment. Met de Vrede van Utrecht in 1713 was in Europa een nieuwe orde gekomen. Maar deze zorgde al gauw weer voor onrust in Spanje en Polen en ook de spanningen tussen de aartsrivalen Frankrijk en Habsburg bleven. Onder Maria Theresia zou dat laatste veranderen. In 1756 zou met de zogenaamde renversement des alliances zouden Frankrijk en Oostenrijk na eeuwenlange strijd eindelijk bondgenoten worden. De film gaat niet zover en beperkt zich tot de jaren dertig en veertig van de achttiende eeuw, waarin het koninkrijk Pruisen de nieuwe vijand van Habsburg zou worden.

Prag 1723. Die sechsjährige Maria Theresia sieht ihren Lebensweg klar vorgezeichnet, sie wird eines Tages Franz Stephan von Lothringen heiraten und mit ihm viele Kinder bekommen. Alle warten auf den ersehnten männlichen Nachkommen von Maria Theresias Vater Karl VI., neun Jahre später ist dieser noch immer nicht geboren. Der Mediziner hat mittlerweile aufgrund des fortgeschrittenen Alters der Kaiserin Elisabeth Christine von Braunschweig-Wolfenbüttel alle Hoffnung aufgegeben, es kann nur noch um ein Wunder gebetet werden. Professor Gottfried Philipp Spannagel empfiehlt daher die Erziehung der erstgeborenen Maria Theresia zu vertiefen, um sie auf eine mögliche Regentschaft vorzubereiten.
 
Bron: de.wikipedia.org

de wetten van het melodrama

Tweede Kerstdag gezien op ONS: Oliver Twist (2007)

Oliver Twist 2007Naast Sissi hoort Oliver Twist in het rijtje ultieme kerstfilms. Het beroemde boek van Charles Dickens uit 1838 werd sinds 1909 al twintig keer verfilmd. De laatste verfilming, een BBC miniserie uit 2007, werd op Tweede Kerstdag uitgezonden door nostalgie-zender ONS. Ik moest wel even wennen omdat de rol van Fagin gespeeld wordt door Timothy Spall. Zeven jaar later zou hij de schilder William Turner in Mr. Turner. Zo smolt Fagin voor mij steeds samen met William Turner in een groteske, Dickensiaanse personage.

Afgelopen zomer las ik les Miserables (1862) van Victor Hugo en nu viel mij op hoe Hugo en Dickens beiden uit hetzelfde vaatje getapt hebben. De ellende lag rond het midden van de negentiende eeuw vooral op straat. En blijkbaar doet al die sociale ellende het uitstekend in de musical, want zowel Oliver Twist en Les Miserables werden in de twintigste eeuw enorme kassuccessen.

Volgens de wetten van het melodrama moet het weeskind eerst misbruikt worden om tenslotte door een onbaatzuchtige redder uit de ellende te worden getrokken.

Waarschijnlijk staat het weeskind (Oliver of Cosette) op de eerste plaats in de melodramatische top tien. Volgens de wetten van het melodrama moet het weeskind eerst misbruikt worden om tenslotte door een onbaatzuchtige redder uit de ellende te worden getrokken. En als het een familievoorstelling (alle leeftijden) betreft, mag dit misbruik niet te expliciet worden gemaakt.

The adaptation makes several major alterations to the plot of the source material, which include both alterations of events as well as familial relationships. Rose Maylie is living with Mr Brownlow, and she addresses him as “uncle”, but explains that he is in fact her guardian who took her and her sister, Agnes, in when her mother died. Her sister has been missing for many years, and the search for her has been ongoing. Mr Brownlow is now a part of the overall family tree, since Edward Monks is made his grandchild. As in the book, Monks becomes aware that Oliver is his half-brother, born to the missing Agnes who had a relationship with his father, and seeks to end his life so that there is no competition to his inheritance. As a result, Oliver is ultimately revealed to be Mr Brownlow‘s grandchild, in addition to being Rose’s nephew and Monks‘ half-brother, as in the novel. Unlike the book, however, Monks is not an unattractive, nervous and cowardly epileptic, but a scheming, manipulative and attractive cad seeking engagement to Rose, who clearly doesn’t like him.
 
Bron:en.wikipedia.org

Hitch en de trein

gezien op Arte: Strangers on a train (1951)

Vorige week zag ik mijn achttiende film van Hitchcock. Strangers on a train had ik al lang willen zien en gelukkig zond Arte deze uit, gevolgd door The Lady Vanishes. Al in de Britse periode spelen treinen een grote rol bij Hitchcock, in the 39 Steps (1935) en The Lady Vanishes (1938) is de trein uitdrukkelijk aanwezig en in North by Northwest (1959), een soort adaptie van the 39 steps volgen we de hoofdpersoon opnieuw tijdens een treinreis.

Strangers on a train
Strangers on a train 1951

Anders dan de titel doet vermoeden, speelt Strangers on a train zich maar voor een klein deel af in de trein. Ik had een film verwacht die slechts op één locatie gefilmd zou zijn, want Hitchcock koos sinds Rope (1948) vaker voor deze beperking. Zijn twee films met Grace Kelly uit 1954, Dial M. for Murder en Rear Window zijn net als Rope extreem plaatsgebonden. Maar zo niet Strangers on a train.

Ik vind het fijn dat de film in zwart-wit is opgenomen, want dan komen de typische kenmerken van film noir het best tot hun recht. Dat begint al direct in de openingsscène met het vervreemdende effect waarbij alleen de schoenen van de hoofdfiguren in beeld komen en door de stationshal gevolgd worden. Later in de trein zien we het klassieke film noireffect met de streepschaduw veroorzaakt door de jaloezieën.

Strangers on a train
Strangers on a train 1951

Qua verhaal zien we al een voorafschaduwing van Norman Bates uit Psycho (1960). In Nederland was deze Hitchcock destijds in de bioscoop te zien onder de titel ‘de Maniak’. Robert Walker speelt hier Bruno Anthony, een verwend moederskindje met een neurotische moeder en een autoritaire vader. Net als Norman Bates leeft hij in een fantasiewereld waarin hij de greep op de werkelijkheid soms verliest. Strangers on a train was niet de eerste keer dat Hitchcock een verhaal rond een maniakale hoofdpersoon heeft verfilmd. In Shadow of a doubt (1943) waarin Joseph Cotton ‘uncle Charly’ speelt, confronteerde Hitchcock zijn publiek ook al met een maniak.

De muziek van Dimitri Tiomkin is een traktatie. Hij werkte al eens met Hitchcock samen in Shadow of a doubt en zou na Strangers on a train nog twee keer filmscores schrijven voor Hitchcock (I Confess en Dial M for Murder). Op de website van Dimitri Tiomkin staat de complete cue sheet van de soundtrack.

Strangers on a train [ en.wikipedia.org ]

voltooid verleden [ 1 ]

Terug op mijn oude middelbare school
het Christelijk Lyceum Veenendaal

Door omstandigheden keerde ik afgelopen maand na 35 jaar niet alleen terug in de kerk uit mijn jeugd maar ook op mijn oude middelbare school. Onvermijdelijk kwam het verleden daarbij op mijn weg. Plekken uit het verleden waar ontelbare voetstappen van ons liggen, roepen nu eenmaal, net als platen uit de TOP 2000, onmiddellijk herinneringen op. Zo werkt het blijkbaar in de geest: bepaalde prikkels stimuleren het geheugen en we zien onszelf weer in een jongere uitvoering. Het zelf verwondert zich hierover, dat het zichzelf kan zien van zo’n grote afstand. In dit geval zie ik de brugpieper die bijna 16.000 dagen geleden hier met zijn veel te grote schooltas voor het eerst naar binnen ging.

Mijn oude school, het Christelijk Lyceum in Veenendaal, is na 35 jaar van binnen bijna onherkenbaar veranderd. Het kleine trappenhuis in het hoofdgebouw is de enige plek die vrijwel gelijk gebleven is aan de situatie van 1975, toen ik hier voor het eerst de trap omhoog ging. Terwijl de rest van de school gepimpt is met veel kleur, ademt het hier nog de sfeer uit het bouwjaar 1968. Retro noemen we het nu.

CLV
in het kleine trappenhuis in de hoofdvleugel heeft de tijd stilgestaan…

De trappen waren veel te smal voor een school van 1500 (tegenwoordig 2100) leerlingen zodat het gebouw vooral op deze plek aan constipatie leed. Ik zie op deze plek weer hoe de klassen zich verdrongen tijdens de wisseling van de lessen, want eind jaren zeventig en begin jaren tachtig ging het hier in twee richtingen en op elke verdieping stroomden er weer klassen in of uit. Als de eerste bel ging moest je opschieten want bij de tweede bel was je te laat.

CLV
de voorzijde van het CLV met de hoofdvleugel uit 1968 die er in 2019 niet lang meer zal staan…

In januari begint er een grote verbouwing. De hoofdvleugel uit 1968 zal in fasen ontmanteld worden en er zal een ‘eigentijdse’ gevel rond het betonframe getrokken worden. Dan zal ook bovenstaande plek verdwijnen en wat rest er dan, behalve de plek, nog van mijn oude school? Het zal bijna net zo gaan als met de CNS II in Veenendaal, mijn oude lagere school. Mijn laatste bezoek aan mijn oude middelbare school bleek zo het definitieve afscheid van een verleden dat natuurlijk allang voltooid was maar mij onverwacht weer terugriep.

Napoleon & Josephine

aan het lezen in: Napoleon van Adam Zamoyski (2018)
aan het herlezen: Josephine van Kate Williams (2014)

Drie weken geleden begon ik aan de biografie over Napoleon van Adam Zamoyski. Ik vergeleek deze toen alvast met de biografie van Andrew Roberts. Beide Engelse historici hebben een heel verschillende benadering van Napoleon: Roberts tilt hem op het voetstuk waar veel Fransen hem zo graag zien en noemt zijn biografie zelfs Napoleon de Grote. Zamoyski , die behalve een wereldberoemd historicus ook graaf is en stamt uit een adellijke Poolse familie, probeert Napoleon in zijn juiste proporties te zien en zoekt de mens achter de mythe.

Dit was vooral de mythe die Napoleon rond zijn eigen persoon creëerde. Met dank aan imagebuilders als Jacques-Louis David, Antoine-Jean Gros e.v.a. De snelle opkomst van Napoleon na 1796 was niet alleen te danken aan zijn militaire successen maar ook aan zijn efficiënte overdrijving daarvan. Hij zag al snel het enorme belang van propaganda. Het Directoire, het vijfkoppige bestuur van Frankrijk dat tussen november 1795 en november 1799 regeerde, had de jonge generaal evenzeer nodig als dat men hem vreesde.

Napoleon en Josephine
Drie biografieën die ik permanent naast elkaar opensla: een over Josephine van Kate Williams en twee over Napoleon van Andrew Roberts en Adam Zamoyski

Tijdens het lezen van de biografie van Zamoyski heb ik er naast de biografie van Roberts nog een tweede biografie bij gepakt. Geen biografie over Napoleon maar over Josephine en geschreven door een vrouw, de Engelse historica Kate Williams. Deze biografie las ik in het voorjaar van 2015 nadat ik in het Hermitage Amsterdam de tentoonstelling Alexander, Napoleon en Josephine gezien had.

Napoleon heeft een gigantische correspondentie nagelaten, die in Frankrijk bezorgd wordt in een voortreffelijke uitgave van 28 kloeke delen. Het zijn 22 duizend brieven. Tel je daarbij dan nog de bevelen en decreten op, dan kom je uit op een totaal van 30-35 duizend brieven. We kunnen Napoleons leven dan ook van dag tot dag volgen. Dat geldt ook voor zijn relatie met Josephine de Beauharnais. Napoleon leerde haar in het najaar van 1795 kennen tijdens een etentje bij Barras, die de twee aan elkaar probeerde te koppelen. Met succes. Napoleon was onmiddellijk verkocht, hoewel Jospehine zes jaar ouder en zeker geen schoonheid was. Maar met haar charme maakte ze op iedereen indruk.

Hippolyte CharlesIn maart trouwden ze, maar Napoleon was razend druk met het voorbereiden van zijn veldtocht naar Italië. Het huwelijk was allang geconsumeerd. Dat de eerste huwelijksnacht geen succes werd, is dus dramatischer dan het lijkt. Desondanks ging Josephine , nadat haar kersverse man als opperbevelhebber van het revolutionaire Italiëleger was vertrokken, onmiddellijk vreemd met de dandy Hippolyte Charles. Vanuit Noord-Italië schreef Napoleon haar brieven waarin hij openhartig en, weliswaar verhuld door een sluier van romantiek, schaamteloos plat zijn lust voor haar beschrijft. Thuis maakt Josephine zich met haar vriendinnen en haar minnaar vrolijk om zijn geëxalteerde taalgebruik.

Zowel Kate Williams en Adam Zamoyski hebben veelvuldig gebruik gemaakt van de brieven van Napoleon en Josephine. Zelf schreef ze hem niet vaak en het waren zeker geen lange brieven. Ze was vooral bezig met haar minnaar. Voor Zamoyski moeten deze brieven aan Josephine die Napoleon aan het begin van hun huwelijk en tijdens de Italiaanse veldtocht schreef, vruchtbaar materiaal zijn geweest om ‘Napoleon de Grote’ terug te brengen tot zijn ware proporties. En deze brieven zijn beslist ook voer voor psychologen.

Matho Tonga

De klassieker Matho Tonga (1948-1954) van Hans Georg Kresse
verscheen opnieuw in stripweekblad PEP (1 t/m 29) van 1970

Matho TongaAf en toe blader ik weer eens door de PEP’s uit de jaren zeventig. Het jeugdsentiment ben ik dan meestal ver voorbij. PEP is een schatkamer van Nederlandse stripmakers. Een van de nog levende meesters Dick Matena (Den Haag, 1943) tekende al vanaf 1968 voor PEP. Eerst De Argonautjes (1968-1973) en Ridder Roodhart (1969-1971) naar scenario’s van Lo Hartog van Banda. Tussen 1971 en 1975 tekende en schreef hij de strip Grote Pyr. Na 1970 werd PEP uitgebreid van 32 naar 48 pagina’s en verschenen nog meer strips van Nederlandse makelij. Hans G. Kresse (1921-1992) tekende vanaf 1966 voor PEP. In 1970 verscheen zijn klassieker Matho Tonga – de laatste der Mandan’s met nieuwe belettering opnieuw in PEP.

Kresse tekende verschillende verhalen van Matho Tonga. Het derde verhaal, het geheim van dr. Dorian, verscheen in Nederland in 1955 in Jaargang 58 van De Wereldkroniek.

Matho Tonga
plaatje uit Matho Tonga (pagina 59)

Het aantrekkelijke van Matho Tongha is dat deze strip niet ingekleurd is. Het fenomenale tekenwerk komt zo veel beter tot zijn recht. In 1970 zou Hans G. Kresse starten met zijn indianenstrips. PEP publiceert daarvan de eerste verhalen: De wraak van Minimic [#36 1970], Mangas Coloradas – Woestijn van wraak [#43 1971 t/m #9 1972] en Wetamo – De heks van Pocasset [#40 1972 t/m #8 40 1973]. Deze strips zijn wel ingekleurd waardoor het tekenwerk lang niet meer zo mooi uitkomt.

Matho Tonga
laatste pagina van Matho Tonga in PEP
Matho Tonga
plaatje uit Matho Tonga (pagina 59)
Matho Tonga
In 1977 verscheen bij Uitgeverij Oberon een fraai album in zwart-wit van Matho Tonga – de laatste der Mandan’s. Daarna verscheen nog het tweede deel De strijd in de Zwarte Bergen

Matho Tonga [ depepsite.nl ] | Matho Tonga [ vlaamsstripcentrum.be ]