Categorie archief: boeken

kwetsbare democratie

Gelezen in Afdaling in de hel (2015) van Ian Kershaw
woelige vrede, over de kwetsbare democratie in Europa na 1919

Afdaling in de helDe eerste reeks van Heimat (1984) begint in 1919. Paul Simon is te voet van het front teruggekeerd en staat plotseling in de deuropening van zijn ouderlijk huis. Zijn ouders denken dat ze een geest zien. Repin heeft een indrukwekkend schilderij gemaakt van een vergelijkbare situatie. Een dood gewaande echtgenoot is teruggekeerd uit de goelag en verschijnt in de kamer waar de familieleden op de grond genageld staan. Deze “inbraak” zal in 1919 in menig huishouden hebben plaatsgevonden. Het is een variatie op het verhaal van de verloren zoon. 1919 is misschien wel het Jaar van de Verloren Zoon: de soldaat keert terug in het ouderlijk huis. Je kunt het ook als een metafoor zien: Europa keert na zijn hellevaart terug naar huis.

Heimat
still uit Heimat, Fernweh (1984)
1919. Paul Simon is uit Frankrijk komen lopen terwijl zijn ouders, broers en zus veronderstelden dat hij gesneuveld was.

Dat huis is inmiddels grondig veranderd. In de Grote Oorlog zijn vier rijken ten ondergegaan: Het Russische keizerrijk, het Osmaanse Rijk, het Duitse Keizerrijk en het Habsburgse Rijk. Omdat West-Europa zich handhaaft, verbrokkelt met name de kaart van Midden-Europa door de ineenstorting van deze vier imperia. De Amerikaanse president Woodrow Wilson had in januari 1918 zijn 14 punten gepresenteerd. Een van de belangrijkste punten ging over het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. De verliezers van de oorlog, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije voorop, wisten dat de etnische minderheden na de oorlog hun natiestaat zouden eisen en dat de geallieerden daarin zouden toestemmen.

Alleen al in het Habsburgse Rijk leefden meer dan tien bevolkingsgroepen en die zouden (bijna) allemaal hun eigen natiestaat krijgen. De Polen, Tsjechen (samen met de Slowaken), de Hongaren en de Slovenen (samen met de Kroaten, Serviërs en Macedoniërs) kwamen na 1919 in opvolgerstaten te wonen: Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije en Joegoslavië. Dat waren republieken met een parlementaire democratie. Maar zoals Kershaw schrijft: “In de opvolgerstaten was de parlementaire democratie nog een teer bloemetje dat niet bepaald in vruchtbare bodem was geplant.”

Europa 1920
Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Roemenië een enorme gebiedsuitbreiding doordat het Transsylvanië kreeg met een grote Hongaarse minderheid. Maar vooral de Duitse minderheden in Sudetenland (West-Tsjechië) en Polen zouden uiteindelijk leiden tot de volgende grote wereldbrand.

In het derde hoofdstuk (“woelige vrede”) van De afdaling in de hel geeft Kershaw goede samenvattingen van de ontwikkelingen na 1919 in elk van de nieuwe democratieën die na de Eerste Wereldoorlog het licht zagen. Het interbellum betekende voor mij altijd een focus op de Weimar Republiek, Italië en de Sovjet-Unie, waarschijnlijk omdat haar daar echt goed mis ging. Maar ook in andere landen liep het uit de hand. In Spanje vestigde zich onder Miguel Primo de Rivera een militaire dictatuur, in Polen in 1926 onder Józef Klemens Piłsudski. En in Hongarije heerste in de zomer van 1919 zelfs een toestand van chaos. Op 21 maart van dat jaar werd in Hongarije een sovjetrepubliek uitgeroepen.

In de opvolgerstaten was de parlementaire democratie nog een teer bloemetje dat niet bepaald in vruchtbare bodem was geplant.

Ian Kershaw

Zeker niet alleen de Weimar Republiek was instabiel. In zekere zin was de Weimar Republiek in de tweede helft van de jaren twintig veel minder instabiel als menig andere jonge democratie in het nieuwe Europa. Toen de (hyper)inflatie eenmaal weer onder controle was, kon Duitsland gaan opkrabbelen. In Polen was dat niet het geval. De hyperinflatie van november 1923 raakte ook Polen en de nieuw ingevoerde munt, de złoty, kwam in 1925 alweer onder hoge druk te staan.

Ian Kershaw heeft ervoor gekozen om in het hoofdstuk “woelige vrede” geen aandacht te besteden aan de oprichting van de de Paneuropese Unie in 1922. De naam van Richard Coudenhove-Kalergi, de oprichter van de oudste Europese eenheidsbeweging, laat hij pas vallen in hoofdstuk 9 (“vreedzame veranderingen in de duistere decennia”).

stream of consiousness

gelezen: Hersenschimmen (1984) van J.Bernlef

HersenschimmenDe roman Hersenschimmen kende ik sinds het verschijnen in 1984 van naam en al jaren had ik mij voorgenomen dit boek te gaan lezen. Pas toen mijn moeder Alzheimer kreeg, kwam het boek langs onverwachte weg naar mij toe. Hersenschimmen is één lange monologue intérieur van Maarten Klein, een zeventiger die steeds vaker geplaagd wordt door vergeetachtigheid. We volgen het proces van toenemende dementie vanaf het moment dat hij met zijn vrouw Vera een huis aan de Amerikaanse Oostkust bewoont. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat Maarten thuis niet meer te handhaven is. Hij dwaalt ‘s nachts door het huis, loopt zonder jas de winterkou in en verwart personen met elkaar.

Eerst komt er thuiszorg maar tenslotte belandt hij in een verpleeghuis. Bernlef maakt gebruik van een verteltechniek die stream of consiousness wordt genoemd. De lezer komt komt zo in het hoofd van de hoofdpersoon te zitten. Maarten verliest zijn grip op de werkelijkheid, omdat hij ook de grip op de taal verliest. Zijn zinnen worden steeds korter. De discontinuïteit neemt steeds meer toe. Op de laatste bladzijden van de roman is het ontbindingsproces van Maarten’s gedachten zo ver gevorderd dat de taal erodeert. Om met de Chandos-Brief van Hugo von Hofmannstal te spreken: “De abstracte woorden waar de tong zich begrijpelijkerwijs van moet bedienen om enig oordeel het licht te doen zien, vielen in mijn mond uiteen als rotte paddenstoelen.”

Hersenschimmen [ nl.wikipedia.org ]

100 jaar oktoberrevolutie

gisteren gezien op BBC2: Countdown to revolution
gelezen in De afdaling in de hel van Ian Kershaw over de Oktoberrevolutie

OktoberOp 7 november is het honderd jaar geleden dat in Petrograd (zoals Sint-Petersburg in 1917 heette) de Oktoberrevolutie (volgens de Juliaanase kalender was het op 24 oktober 1917) plaatsvond. In de media zal er deze maand dus veel teruggekeken worden op de Russische Revolutie van 1917. Gisteren was op BBC2 de documentaire Countdown to revolution te zien, waarin vanaf 245 dagen vóór 7 november 1917 wordt teruggekeken op de ontwikkelingen die tot de Russische Revolutie hebben geleid.

Ruslandhistoricus Orlando Figes schreef naast een boek over de Krimoorlog ook een boek over het revolutionaire Rusland. In Revolutionair Rusland 1891-1991 schrijft hij: “Toen de bolsjewieken de macht grepen, bleven de theaters en restaurants gewoon open en ook de trams bleven volgens de dienstregeling rijden. De revolutie van oktober was een staatsgreep die slechts door een kleine minderheid van de bevolking werd gesteund.” (bron)

Dat is een heel ander verhaal dan verteld wordt in Октябрь (1927) van Sergei Eisenstein. In deze beroemde propagandafilm, die ter gelegenheid van het tienjarige jubileum van de Russische Revolutie werd gemaakt, wordt de revolutie juist voorgesteld als een beweging van mensenmassa’s. De bolsjewistische elite had besloten dat de revolutie als hét momentum van het volk moest worden herinnerd.

Октябрь – Десять дней, которые потрясли мир Oktober – tien dagen die de wereld schokten (1927) van Sergei Eisenstein
Toen de bolsjewieken de macht grepen, bleven de theaters en restaurants gewoon open en ook de trams bleven volgens de dienstregeling rijden.

Orlando Figes

Eisenstein pleegt dus ware geschiedvervalsing. Acht jaar later zou Leni Riefenstahl een andere beroemde propagandafilm maken. Maar ditmaal waren de massa’s wél echt.

The Russian Revolution of 1917 is one of the most controversial events of the 20th century. Three men – Lenin, Trotsky and Stalin - emerged from obscurity to forge an entirely new political system. In the space of six months, they turned the largest country on earth into the first Communist state. Was this a triumph of people power or a political coup d’etat that led to blood-soaked totalitarianism? A hundred years later, the Revolution still sparks ferocious debate. This film dramatizes the 245 days that brought these men to supreme power. As the history unfolds, a stellar cast of writers and historians, including Martin Amis, Orlando Figes, Helen Rappaport, Simon Sebag-Montefiore and China Mieville, battle over the meaning of the Russian Revolution and explore how it shaped the world we live in today.
 
Bron: bbc.co.uk

Oktoberrevolutie [ nl.wikipedia.org ]

Europa 1914-1949

gekocht in Wageningen: De afdaling in de hel van Ian Kershaw

De afdaling in de helGisteren was ik even in Wageningen en liep Kniphorst en een antiquariaat op de markt binnen. Mijn vader kocht kort na de oorlog al bij deze boekhandels. Het is een goede traditie om mijn vader, 70 jaar later, hierin na te volgen. Wageningen is bovendien de plek waar de Duitsers de capitulatie tekenden. Daarom besloot ik hier de twee jaar geleden verschenen vertaling van To hell and back – Europe 1914-1949 van Ian Kershaw te kopen. Dit boek is het eerste deel van een tweeluik over de twintigste eeuw. Kershaw werkt op dit moment nog aan deel twee, die de periode 1950-2008 moet beslaan. Daar wordt met belangstelling naar uitgekeken, want de gelauwerde Britse historicus begeeft zich daarmee als historicus op onbekend terrein, al kent Kershaw (1943) deze periode natuurlijk wél uit eigen ervaring.

Kershaw is niet een verteller zoals Geert Mak, Philipp Blom of Simon Schama. Geen “sappige” verhalen dus, maar wel heldere analyses. Ik verwacht van hem een bredere blik dan John Keegan of Anthony Beevor, die beiden bestsellers schreven over de Eerste en Tweede Wereldoorlog of Eric Hobsbawm die de twintigste eeuw ook al eens bundelde in één dik boek Een eeuw van uitersten – de korte twintigste eeuw 1914-1989. De eerste twee auteurs zijn eerder militaire historici en de laatste is eerder een economische (marxistische) historicus. Daardoor hebben zij een specifieke invalshoek. Ik hoop dat Kershaw in De afdaling in de hel economische, sociale en culturele factoren met elkaar weet te verbinden zodat we de eerste helft van de twintigste eeuw holistisch kunnen gaan verstaan.

Ian Kershaw schetst vier factoren die ervoor zorgden dat Europa zich verloor in twee allesvernietigende oorlogen, vier factoren die al voor de Eerste Wereldoorlog aanwezig waren, en die door de rampzalige Vrede van Versailles alleen maar werden versterkt. De Tweede Wereldoorlog was vanaf het sluiten van die ‘vrede’ bijna onafwendbaar. Na die monstrueuze oorlog en de volledige vernietiging van Duitsland kon eindelijk gewerkt gaan worden aan een blijvende vrede.
 
Bron: unieboekspectrum.nl

portretten lezen met Schama

gelezen in het gezicht van een wereldrijk van Simon Schama

Simon SchamaDe Britse historicus Simon Schama is zo succesvol dat inmiddels elk groot project van hem standaard een eigen BBC-serie krijgt. The Face of Brittain kreeg twee jaar geleden bovendien ook een tentoonstelling in The National Portrait Gallery. Ik wachtte de Nederlandse vertaling af en kreeg deze van geliefde op mijn verjaardag. Op een camping in de Elzas begon ik aan Het gezicht van een wereldrijk.

Het boek volgt de indeling van de BBC-serie The Face of Brittain en bestaat uit vijf delen: het gezicht van de macht, het gezicht van de liefde, het gezicht van de roem, het gezicht in de spiegel en gezichten van het volk. Schama opent zijn boek met een voorwoord (op het eerste gezicht) en sluit af met een nawoord (op het laatste gezicht).

Uit het voorwoord klinkt al onmiddellijk Schama‘s persoonlijke benadering van zijn onderwerp. Hij schrijft over de geboorte van zijn dochter op 15 mei 1983 en wat er gebeurt als hij voor het eerst een blik uitwisselt met de pas geborene: “Die pupillen waren geheel gebruiksklaar, de irissen opvallend kobaltblauw. We keken elkaar aan met omfloerste ogen – de mijne bewolkt door tranen; de hare worstelend met de optische musculatuur van de pasgeborene – en dronken elkaar in.”

Wie een gezicht vastlegt, legt de geschiedenis vast, zo is de overtuiging van Simon Schama. De manier waarop Churchill ruziede met zijn schilder zegt iets over de politieke verhoudingen na de Tweede Wereldoorlog. Dat John Lennon een paar uur nadat hij in foetushouding was gefotografeerd door Annie Leibovitz, werd doodgeschoten is een wonderlijk wrede speling van het lot. En de plaatjes van Charlie Chaplin of George Bernard Shaw die je bij een pakje sigaretten kreeg, zeggen iets over het begrip roem, dat steeds meer verschijningsvormen kreeg. Schama kijkt met liefde en aandacht naar schilderijen en foto’s uit de afgelopen eeuwen. Hij leest er de karakters in: daadkracht, dromerigheid, passiviteit, frustratie, irritatie. Zijn vertelling over Groot-Brittannië aan de hand van portretten ontstijgt de geschiedenis: zijn verhalen worden meesterwerkjes over menselijke emotie en menselijk handelen. Hij beweegt zich met vertrouwde, stilistische virtuositeit tussen kunst en geschiedenis om te laten zien hoe mensen leven met macht, liefde, roem – en ondergang. Zo geeft hij een uniek beeld van een wereldrijk
 
atlascontact.nl

in de voetsporen van Fabrizio

op 4 juli j.l. bezochten we Parma

StendhalDit voorjaar schreef ik al iets over De Kartuize van Parma van Stendhal (1783-1842). In het Woord vooraf schrijft Stendhal dat hij tijdens de Franse bezetting van Italië door Napoleon was ingekwartierd in het huis van een kanunnik in Padua met wie hij bevriend raakte. Toen hij bijna dertig jaar later terugkeerde in Padua besloot hij dat huis nog eens op te zoeken. De kanunnik was allang overleden, maar Stendhal maakte er kennis met zijn neef en zijn vrouw. Ze nodigden de Fransman uit en Stendhal haalde herinneringen op aan zijn oom. Het werd een lange avond want de neef en zijn vrouw vertelden de geschiedenis van de hertogin Sanseverina en haar neef Fabrizio del Dongo. Stendhal schrijft dan:

In het land waar ik naar toe ga”, zei ik tegen mijn vrienden, “zal ik bijna geen avonden als deze meemaken. Om de lange avonduren door te komen, zal ik uw geschiedenis tot een roman verwerken.

De Kartuize van Parma werd rond 1830 geschreven, niet door Stendhal zelf, maar door zijn secretaris die door zijn meester gedicteerd werd. Pas in 1839 werd de roman gepubliceerd. Stendhal voorzag dat zijn roman aanvankelijk geen succes zou zijn en dat pas na zijn dood de waarde van zijn oeuvre zou worden ingezien. Hij heeft gelijk gekregen.

Samen met Julien Sorel uit Le rouge et le noir is Fabrizio del Dongo een van de bekendste romanfiguren uit de negentiende eeuw. Ze lijken op elkaar en natuurlijk ook een beetje op Stendhal zelf. Beter gezegd: Stendhal had zoals Julien of Fabrizio willen zijn. Beiden worden verscheurd tussen het rood (het leger) en het zwart (de kerk). In 1815 besluit de dan 17-jarige Fabrizio om Napoleon tijdens de Honderd Dagen te steunen en vertrekt naar Noord-Frankrijk. Daar neemt hij deel aan de achterhoedegevechten rond Waterloo. In de beschrijvingen van de schermutselingen kon Stendhal putten uit zijn eigen ervaringen. In 1812 reisde hij in de legers van Napoleon mee naar Moskou.

Grianta
In 2011 en 2016 waren we in Grianta aan het Comomeer. Hier bevindt zich het kasteeltje van Markies Del Dongo, de vader van Fabrizio.

Fabrizio‘s besluit om voor Napoleon te gaan vechten, heeft grote gevolgen voor hem. Als jonge edelman wordt hij geacht de revolutionairen te haten en niet om met hen te sympathiseren. Hij moet zijn ouderlijk huis in Grianta aan het Comomeer ontvluchten. Zijn tante Gina, de hertogin Sanseverina, die bijzonder op haar neef gesteld is, speelt een belangrijke rol. Samen met haar minnaar, graaf Mosca, zorgt ze ervoor dat Fabrizio een nieuw leven kan beginnen in Parma.

Aanvankelijk verloopt alles goed. Maar dan begaat Fabrizio uit noodweer een moord en wordt door Ernest Ranuce IV, de tiran van Parma, en de politieke tegenstanders van hertogin Sanseverina en graaf Mosca ter dood veroordeeld. Eerst wordt hij opgesloten in de Farnesische toren. Maar tijdens zijn gevangenschap beleeft hij de gelukzaligste ogenblikken van zijn leven. Fabrizio is namelijk verliefd geworden op Clelia, de dochter van generaal Conti, die de citadel van Parma bewaakt.

Tijdens onze vakantie in Noord-Italië las ik enkele hoofdstukken die zich afspelen in Parma en probeerde ter plekke plaatsen op te zoeken die Stendhal beschrijft. De Farnesische toren heeft nooit bestaan en de citadel blijkt tegenwoordig een park waarbij alleen nog een enkele verdedigingsmuur bewaard gebleven is. Wel vond ik vlak achter het baptisterium een gebouw waar ik met enige fantasie de Farnesische toren in kon zien.

Parma
de Farnesische toren is in Parma niet te vinden, maar achter het baptisterium zag ik in mijn verbeelding hoog boven mij Fabrizio en Clelia.

Fabrizio wordt de hulpbisschop van aartsbisschop Landriani van Parma. Deze kijkt tegen Fabrizio omdat deze van adelijke afkomst is en een van zijn voorvaderen bisschop was. Als hij Fabrizio voor het eerst ontvangt in het bisschoppelijk paleis, weet hij dat allemaal nog niet en laat hem te lang wachten. Daar krijgt hij vreselijke spijt van. Stendhal beschrijft met psychologische precisie de omgangsvormen rond 1825 en alle gevoeligheden in het sociale netwerk.

Parma
het bisschoppelijk paleis

Het hertogdom Parma en Piacenza heeft overigens nooit een aartsbisschop Landrini of een vorst Ernest Ranuce IV gekend. Dat is een verzinsel van Stendhal. Van 1814 tot 1847 werd Parma geregeerd door Marie Luise van Oostenrijk, de tweede vrouw van Napoleon.

Parma
ingang van de dom

De Kartuize van Parma [ nl.wikipedia.org ]

Vilnius 19 mei 1812

herlezen in 1812: hoofdstuk 6 – Confrontatie
de ontmoeting tussen de Narbonne en Alexander I in Vilnius

1812 - Adam ZamoyskiNa 1809 liepen de spanningen tussen Napoleon en zijn “bondgenoot” Rusland steeds verder op. In het voorjaar van 1812 was de spanning zo groot geworden, dat Frankrijk en Rusland mobiliseerden. De confrontatie tussen Napoleon en Alexander was in meerdere opzichten een strijd. Allereerst was het een strijd tussen twee ego’s. De keizer van Frankrijk en de tsaar van Rusland hadden de status van een halfgod en wilden beslist niet voor elkaar buigen, alleen al om voor eigen volk geen gezichtsverlies te lijden. Alexander I had in juli 1807 al genoeg gezichtsverlies geleden toen hij met zijn rug naar de muur stond en zich door Napoleon had laten dwingen tot het sluiten van de Vrede van Tilsit. Hij was nu “bondgenoot” geworden van de in zijn land zo gehate “antichrist” Bonaparte. In Rusland werd de Vrede van Tilsit als verraad gezien en Alexander I wist dat hij zijn positie daardoor in het wankelen had gebracht en dat hij bij een volgende confrontatie niet meer met Napoleon zou mogen onderhandelen. Die confrontatie kwam vijf jaar later.

Napoleon van zijn kant wilde wél onderhandelen. Ook al had hij een leger van 600.000 soldaten naar de Russische grens gebracht, hij wilde in zijn hart geen oorlog. In plaats daarvan wilde hij Alexander I opnieuw dwingen tot een akkoord. In mei 1812 stuurde hij vanuit Dresden de diplomaat De Narbonne naar Vilnius waar Alexander op dat moment verbleef. Op 18 mei arriveerde hij in Vilnius en werd door de tsaar ontvangen. Maar deze had niet de behoefte om te praten. Alexander I was steeds duidelijk geweest: hij zou alleen met Napoleon onderhandelen als deze zijn legers zou terugtrekken achter de Rijn. Dat was uiteraard een no go, want zo redeneerde Napoleon, waarom zou hij zich helemaal moeten terugtrekken als de Russische legers zich langs de grenzen van zijn rijk hadden opgesteld en zo het hertogdom Warschau en Pruisen konden binnenvallen? Het noodlot had beide wereldleiders met hun legers pal tegenover elkaar gezet. Napoleon probeerde een oorlog te voorkomen, maar Alexander I wilde niet meer praten.

Zamoyski beschrijft het onderhoud tussen de Franse diplomaat en de tsaar. Op een gegeven moment spreidde Alexander I een kaart van Rusland uit op tafel en sprak: “Mijn beste graaf, ik ben ervan overtuigd dat Napoleon de grootste generaal van Europa is, dat zijn legers het meest gehard zijn in de strijd, zijn luitenants het dapperst en het meest ervaren; maar ruimte is een hindernis. Als ik me na een paar nederlagen terugtrek, de bevolking met me meesleep, kan ik de strijd overlaten aan de tijd, de wildernis en het klimaat en kan ik nog steeds winnen van het geduchtste leger van onze tijd.”

Russian campaign 1812
kaart van de Russische veldtocht van 1812
… maar ruimte is een hindernis. Als ik me na een paar nederlagen terugtrek, de bevolking met me meesleep, kan ik de strijd overlaten aan de tijd, de wildernis en het klimaat en kan ik nog steeds winnen van het geduchtste leger van onze tijd.

tsaar Alexander op 18 mei 1812

Op 19 mei 2012, vandaag precies 205 jaar geleden, stond er een rijkelijk bevoorraad rijtuig klaar voor de Narbonne voor zijn terugreis naar Dresden. Het zou nog vier weken gewapende vrede zijn voordat Napoleon Rusland binnentrok. De Pruisische majoor Carl von Clausewitz, die op dat moment voor de tsaar vocht, zou later in zijn beroemde theoretische werk Vom Kriege schrijven dat oorlog een voortzetting is van diplomatie met andere middelen.

Russia and the Napoleontic warsRussia played a fundamental role in the outcome of Napoleonic Wars; the wars also had an impact on almost every area of Russian life. Russia and the Napoleonic Wars brings together significant and new research from Russian and non-Russian historians and their work demonstrates the importance of this period both for Russia and for all of Europe.
 
Bron: palgrave.com
 
verschenen in de serie War, Culture and Society, 1750-1850

Chronologie 16 mei – 28 juni 1812
16 mei Napoleon komt in Dresden aan en logeert in het kasteel van de koning van Saksen.
18 mei Napoleon en Frans I van Oostenrijk ontmoeten elkaar in Dresden.
18 mei Graaf de Narbonne probeert in Vilnius tevergeefs te onderhandelen met tsaar Alexander I.
26 mei Napoleon heeft een onderhoud met Wilhelm Friedrich III van Pruisen in Dresden.
26 mei De graaf de Narbonne komt in Dresden aan en rapporteert Napoleon de mislukte onderhandelinspoging met tsaar Alexander I.
28 mei In Boekarest sluiten Rusland en het Ottomaanse Rijk vrede.
29 mei Napoleon vertrekt uit Dresden op weg naar het Grande Armée aan de Njemen.
7 juni Napoleon arriveert in Danzig en verblijft daar tot 11 juni.
12 juni Napoleon komt aan in Koningsberg (het huidige Kaliningrad).
18 juni De Verenigde Staten verklaren Engeland de oorlog.
21 juni In Gumbinnen spreekt Napoleon de Grande Armée toe en kondigt de “seconde guerre de Pologne” af.
24, 25 en 26 juni Napoleon en zijn Grande Armée steken de Njemen over. De Russische veldtocht is begonnen.
28 juni Napoleon arriveert in Vilnius nadat de Russen zich hebben teruggetrokken.