Categorie archief: boeken

acteur van Christus

zondag geluisterd naar VRT 1 Touché:
Friedl’ Lesage in gesprek met Jozef van den Berg
Jozef van den Berg
In het najaar verschijnt het boek Jozef Van den Berg – Van poppenspeler tot acteur van Christus bij uitgeverij Lannoo
Jozef Van den Berg was in jaren 70 en 80 een internationaal vermaard theatermaker. Tot God hem een roeping gaf en Jozef alles opgaf omwille van die roeping. In 2006 interviewde Friedl’ Lesage Jozef Van den Berg onder zijn kweeperenboom in het Nederlandse Neerijnen. Op 14 september 1989 verkondigde hij, op het podium van deSingel in Antwerpen dat hij door God werd geroepen. Vijf minuten voor de voorstelling ‘Genoeg gewacht’ zou beginnen, vertelde hij het publiek dat hij er mee ophield. De mensen geloofden hem niet, ze dachten dat het theater was. Na een zware innerlijke strijd verliet hij zijn gezin en sindsdien leeft hij het échte leven, als acteur van Christus en als volgeling van de Grieks-Orthodoxe kerk. Dit jaar is het 25 jaar geleden dat Jozef Van den Berg de planken vaarwel zei. Friedl’ Lesage zoekt hem opnieuw op in diezelfde hut in Neerijnen.
 
Bron: radio1.be

Jozef van den Berg – van poppenspeler tot acteur van Christus

betbetovergrootvader Jacob [ 3 ]

Jacob van den Heuvel (1794-1842)

JacobMijn betbetovergrootvader Jacob van den Heuvel (1794-1842) was een ongeletterde wolkammer. Toen hij in 1824 trouwde, was hij al dertig jaar. Santje de Kleuver was acht jaar jonger. Tussen 1826 en 1839 kregen ze zes kinderen. Toen mijn betovergrootvader Sander geboren werd, was zijn vader 43. Vier jaar later stierf Jacob op 47-jarige leeftijd. Santje overleefde hem zes jaar, maar stierf zelfs nog op jongere leeftijd dan haar man.

Wanneer ik mij het leven van mijn betbetovergrootouders probeer voor te stellen, kom ik in een andere wereld. Uiterlijk zag Veenendaal er totaal anders uit dan tweehonderd jaar later, net als de rest van de wereld. Deze uiterlijke veranderingen hangen niet alleen maar samen met de technische vooruitgang. Stoom, elektriciteit en chemie hebben onze wereld de afgelopen twee eeuwen onvoorstelbaar veranderd, maar achter de technische en industriële revolutie zit nog een heel andere omwenteling.

Stoom, elektriciteit en chemie hebben onze wereld de afgelopen twee eeuwen onvoorstelbaar veranderd, maar achter de technische en industriële revolutie zit nog een heel andere omwenteling.

In Romantiek. Een Duitse Affaire dat voor een groot deel over de Goethetijd (1770-1830) gaat, noemt Rüdiger Safranski deze omwenteling “de ontdekking van het ik”. Deze “ontdekking” hangt nauw samen met de Franse Revolutie (1789-1799) die eerder het gevolg dan de oorzaak was van een nieuw soort mens die was ontstaan: de burger. Deze was, anders dan de onderdaan van de koning, een soeverein individu. Het duurde nog wel tot 1848 totdat de moderne burger zich echt kon gaan ontplooien, maar de Franse Revolutie heeft daar wel het startschot toe gegeven.

Jacob werd geboren op 22 juni 1794. Vier dagen later vond de Slag bij Fleurus plaats, waarbij Franse revolutionaire troepen de Oostenrijkse Nederlanden wisten te bezetten. Deze gebeurtenis werd de opmaat naar de Franse Tijd. Een half jaar later rukten de Fransen verder op, staken de grote rivieren over en bezetten daarna ook de Noordelijke Nederlanden.

Mijn betbetovergrootvader is groot geworden tijdens de Franse Tijd. Tot zijn zevende levensjaar was hij een burger van de Bataafse Republiek (1795-1801). Deze republiek was in feite een vazalstaat van Frankrijk. Daarna werd dit het Bataafs Gemenebest. Op zijn twaalfde werd Jacob een onderdaan van koning Lodewijk Napoleon. Nederland heette nu het Koninkrijk Holland (1806-1810). Tenslotte werd hij als alle Nederlanders en Belgen een ingezetene van het Eerste Franse Keizerrijk (1810-1813). Toen de Fransen in het najaar van 1813 ons land moesten ontvluchten, was Jacob 19 jaar oud.

kaart 1816
Koninkrijk der Nederlanden (1816, detail)
Veenendaal, op de grens tussen Utrecht en Gelderland, staat hier duidelijk vermeld.

De Franse Tijd is niet langs Veenendaal heengegaan. Toch zal er maar weinig van de grote geschiedenis in het eenvoudige bestaan van de wolkammers in de voormalige veenkolonie zijn doorgesijpeld. In 1806 werd er een onderwijswet ingesteld, waarbij leraren voor het eerst klassikaal les moesten gaan geven. Maar het zou nog tot 1901 duren voordat de leerplicht werd ingevoerd. Wolkammers konden kaarden en twijnen, maar niet lezen en schrijven. Hoe klein moet de wereld wel niet zijn voor een analfabeet?

Analfabetisme houdt de ontplooiing van het individu tegen en daarmee de ongelijkheid in stand. Onderwijs voor alle kinderen werd in de loop van de negentiende eeuw in Europa ingevoerd om op te voeden tot burgers en iedereen gelijke rechten te geven. Op school werd je onderricht in christelijke en burgerlijke waarden. De kinderen leerden lezen en schrijven omdat de natie door wilde stoten in de vaart der volkeren.

“De ontdekking van het ik” in het laatste kwart van de achttiende eeuw, waarover Safranski spreekt, heeft alles te maken met geletterdheid. Door boeken te lezen, worden nieuwe werelden ontsloten. Wanneer je geen boeken of kranten leest, dan blijft je wereld beperkt door wat je om je heen ziet en hoort. In zo’n wereld leefde Jacob van den Heuvel: een godvrezend wolkammersdorp in de Gelderse Vallei.

Volgens Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) waar Jacob natuurlijk nog nooit van gehoord had, moet hij zonder boeken gelukkig zijn geweest. In zijn opvoedkundige boek Émile, ou De l’éducation uit 1762 stelde Rousseau dat kinderen zonder boeken zuiverder en dichter bij de natuur konden blijven. Het enige boek dat hij voor kinderen goed achtte, was Robinson Crusoe, omdat dit boek de mythe van “nobele wilde” uitdroeg.
 
Behoorden de ongeletterde wolkammers uit Veenendaal anno 1800 ook tot deze “nobele wilden”? Op deze vraag zal ik in een volgend stukje ingaan.

de blanco cheque

gekocht in Oberhausen: Der erste Weltkrieg van Hew Strachan

Hew Strachan: Der erste WeltkriegDe gebeurtenissen tussen 28 juni 1914, de dag van de moord op aartshertog Franz Ferdinand van Oostenrijk en 28 juli 1914, de oorlogsverklaring van Oostenrijk aan Servië zijn al ontelbare malen geanalyseerd. Maar na 100 jaar lijkt er nog steeds geen einde gekomen aan de speculaties over het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Steeds weer bestuderen historici de noodlottige opeenvolging van gebeurtenissen die bekend is als de julicrisis van 1914. Net als in een schaakpartij wordt bij elke zet gespeculeerd welke loop de geschiedenis zou hebben genomen, if…

Het grote drama begint natuurlijk in Serajewo. Het lot van de geschiedenis ligt soms in de handen van één man en dat hoeft niet altijd een belangrijke persoon te zijn. Wat zou er gebeurd zijn als de chauffeur van Franz Ferdinand niet de verkeerde afslag had genomen? Dan was hij niet langs Gavrilo Prinzip gereden en waren de aartshertog en zijn vrouw ongedeerd gebleven. “Meer dan 20 miljoen doden door een verkeerde afslag” is de ondertitel van een artikel dat Bas Broekhuizen en Marcel Stuivenga in 2002 schreven over de Eerste Wereldoorlog. Had Europa dan wel de rust in de tent kunnen houden als de chauffeur zich niet vergist had? Of was de krankzinnige wapenwedloop tussen de naties ook wel langs een andere verkeerde afslag tot een escalatie gekomen? Want oorlog is natuurlijk altijd de verkeerde afslag.

De meeste historici zijn het er over eens dat er één cruciale zet gedaan is, die na de moord op Frans Ferdinand de gebeurtenissen in een noodlottige richting hebben gestuurd. Deze zet staat bekend als de blanco cheque en vond plaats op vrijdag 5 juli 1914, acht dagen na de moordaanslag. De Oosterijkse-Hongaarse diplomaat Alexander Graf von Hoyos nam deze op 6 juli in Berlijn in ontvangst. Wenen zou kunnen rekenen op rugdekking van Berlijn, “wat er ook zou gebeuren”. Deze noodlottige toezegging wordt daarom “blanco cheque” genoemd.

De meeste historici zijn het er over eens dat er één cruciale zet gedaan is, die na de moord op Frans Ferdinand de gebeurtenissen in een noodlottige richting hebben gestuurd.

John Keegan: De eerste wereldoorlogSommige historici wijzen erop dat we de blanco cheque niet zonder meer het groene licht van Duitsland aan Oostenrijk was om een grote oorlog te beginnen. Niemand wilde begin juli 1914 dat bij een mogelijke Derde Balkanoorlog de vlam in de pan zou slaan en zou escaleren in een grote Europese oorlog. De toezegging van keizer Wilhelm II damde dit risico echter niet in, maar vergrootte het.

De Engelse historicus John Keegan schrijft in het standaardwerk The First World War (1998) over de blanco cheque:

Met de komst van Berchtolds afgezant Graf von Hoyos in Berlijn op 5 juli, ging de taxatie van het belang van oorlogsplannen over naar Duitse kant. Nog dezelfde dag overhandigde de Oostenrijkse ambassadeur Berchtolds memorandum aan de keizer. Bij de lunch machtigde Wilhelm II hem keizer Franz Jozef te melden dat hij kon “rekenen op Duitslands volledige steun.”

Als bron vermeldt John Keegan The Lions of July (1995) van William Jannen.

Hew Strachan legt in zijn boek The First World War (2003) de nadruk op de rol van Graf von Hoyos. Toen Graf von Hoyos de blanco cheque in Wenen presenteerde, speelde hij volgens hem Duitsland en Oostenrijk tegenover elkaar uit:

(…) die unmittelbare Bedeutung des “Blankoschecks” lag nicht darin, was er über Deutschlands Annahmen besagte, sondern wie ihn Hoyos bei seiner Rückkehr in Wien benutzte. Er spielte beide Seiten gegeneinander aus. Als er am 7.Juli wieder in Wien eintraf, stellte er, was er in Potsdam gehört hatte, vor dem Ministerrat so dar, als dränge Deutschland zum Handeln.

Dit soort interpretaties schijnen weer een nieuw licht op de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog, waarbij de blanco cheque zo cruciaal is geweest.

de Europese politiek van 1871 tot 1914 [ door Menno Wielenga ]

“ter overtuiginge van ongodisten”

de fysicotheologie van Bernard Nieuwentijt (1654-1718)

Bernard NieuwentijtDe naam van Bernard Nieuwentijt zal buiten het Bernard Nieuwentijt College in Monnickendam nauwelijks bekend zijn in ons land. Toch schreef deze arts, filosoof, wiskundige en burgemeester van Purmerend in de eerste helft van de achttiende eeuw de bestseller Het regt gebruik der wereldbeschouwingen (ter overtuiginge van ongodisten en ongelovigen) die in het Engels, Frans en Duits vertaald werd. Het maakte hem ook buiten de landgrenzen bekend.

Het Spinoza blog besteedde drie jaar geleden aandacht aan Bernard Nieuwentijt. Aanvankelijk was hij een volgeling van Descartes en Spinoza, maar later ging hij ze bestrijden. Vooral het pantheïsme van Spinoza moest het ontgelden. Nieuwentijt noemde hem een “ongodist”. Net als zijn tijdgenoot Leibniz verdedigde Nieuwentijt het bestaan van God. In die zin was hij nog niet “radicaal verlicht” zoals de Franse filosofen die meestal atheïst waren.

Nieuwentijt
De twee boeken waarmee Bernard Nieuwentijt ook buiten Nederland in de eerste helft van de achttiende eeuw een beroemdheid werd. Als wiskundige legde hij de nadruk op “Regt gebruik” en “Regte betoogwyse” al is zijn theologie onorthodox.
Natuur-kunde onbeschroomt door ‘t onbetwist’lyk waar
Der Ondervinding, pronkt hier veiligh op ‘t Altaar.
Sy ligt den Philosooph, die door sigh selfs bedrogen
Op syn Verbeelding rust, den blind-doek van syn oogen.
‘t Veelvuldigh konst-tuigh, dat beneden haar omringt,
Leert, hoe ‘t regt ondersoek der dingen dieper dringt
In ware wond’ren van Natuurs verborgentheden;
Dan’t vleyende Verstant, ‘t bloot Denkbeelt of de Reden
Die als Ervarentheit ontbreekt, hoe trots, alleen
Ryk in gedagten syn en arm in saak’lyk heên.
Sy wyst met d’andre hand; waar ymand met vertrouwen
En eerbied ‘t heerlyk ligt der Waarheit kan beschouwen.
Ter wyl een Sterke Geest, die ‘t ondersoek veragt,
Op desen glans vergrimt, in ‘t duist’re van syn nagt.
Een straal der Godheit vergeselschapt dese kennis
Der schepselen, in spyt der stoutste Heilig-schennis;
En toont in ‘t groot Heel-al, ‘t onloochenbare merk
Des Sprekers in syn Woort, des Makers in syn Werk.
 
verklaring bij de titelprent uit Het regt gebruik der wereldbeschouwingen

Zijn wetenschappelijke thuishaven had hij gevonden bij de Engelse empiristen Newton en Boyle. Met natuurkundige proeven konden ze bewijzen dat de natuur aan wetten gehoorzaamt. Nieuwentijt meende langs dezelfde empirische weg het Woord en de Wet die God door de Bijbel aan de mens had gegeven, te kunnen bewijzen. Zijn theologie wordt fysicotheologie genoemd.

Het 39e hoofdstuk van Het regt gebruik der wereldbeschouwingen is getiteld Beschouwinge, Van de Mogelykheit der opstandinge. Hier toont Nieuwentijt zich onorthodox, omdat hij wonderen probeert te bewijzen. Zijn fysicotheologie bewandelt in wezen dezelfde weg als de wetenschap maar is bevooroordeeld. De uitkomst ligt namelijk al vast. Ware theologie is een heel andere weg. De kerkvaders zijn er duidelijk over: “een god die je met het verstand begrijpen kunt, is God niet.”

Bernard Nieuwentijt, criticus van Spinoza, schreef Europese bestseller [ spinoza.blogse.nl ]

Religie zonder God

gelezen: boekbespreking door Klaas van der Zwaag in Soφie
over Religie zonder God van Theo de Boer en Ger Groot

sophie_201402Afgelopen week verscheen de nieuwe Soφie, een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie. Ik las als eerste een boekbespreking van Klaas van der Zwaag over het boek Religie zonder God van Theo de Boer en Ger Groot. Het is een actueel onderwerp. Zo schreef de immens populaire Alain de Botton in 2011 Religie voor atheïsten. Een heidense gebruikersgids. Het boek van Theo de Boer en Ger Groot is geschreven in de vorm van een gesprek. Beiden nemen religie serieus maar geloven niet meer in God als transcendent wezen, laat staan als transcendente Persoon.

In de inleiding van deze bespreking beschrijft Klaas van der Zwaag de huidige situatie in het debat over religie. Dat is de afgelopen jaren flink aangescherpt, met name vanuit Engeland dat van oudsher een bastion van atheïsten en vrijdenkers is. Schrijvers als Dawkins, Hitchens, Denett, Harris en Onfry worden daar de New Atheists genoemd. Zij stellen zich vijandig op tegenover religie en het christendom in het bijzonder. In navolging van de postivist Auguste Comte beschouwen ze godsdienst als een van de grote vergissingen van de mensheid. Maar sinds de negentiende eeuw toen het christendom onder druk van de wetenschap in het Westen werd teruggedrongen, zien ze vooruitgang.

De New Atheists hebben ook tegenreacties losgemaakt. Met name John C. Lennox wordt hier genoemd. Hij beschouwt Dawkins en consorten niet alleen als a-theïsten maar ook als anti-theïsten omdat ze religie bestrijden. Lennox vindt hun houding bekrompen omdat alleen datgene dat met het verstand te bevatten is voor hen waar kan zijn. “Dat God bestaat en dat Jezus is opgestaan is niet met de rede te vatten en dus onwaar. De nieuwe atheïsten hebben volgens Lennox iets totalitairs, door de wetenschap in plaats van God te stellen.”

Blijft er van de religie nog iets meer over dan een verzameling rituelen, aangevuld met het vage besef dat er in het leven ‘iets meer’ moet zijn dan het banale hier en nu?

religie zonder GodTheo de Boer & Ger Groot
Religie zonder God - Een dialoog

Hoewel de godsdienst voortdurend wordt dood­verklaard, weigert hij hardnekkig te verdwijnen. Maar de manier waarop gelovigen denken over God en het heilige is niet meer dezelfde als vijftig jaar geleden. Wat kan godsdienst nog betekenen? Blijft er van de religie nog iets meer over dan een verzameling rituelen, aangevuld met het vage besef dat er in het leven ‘iets meer’ moet zijn dan het banale hier en nu? Valt er nu nog iets redelijks te zeggen over transcendentie, het hart van de religie zelf? In plaats van te willen spreken als een wetenschap zal de theologie zich moeten laten inspireren door het denken van Pascal en Levinas, zo betoogt De Boer. Groot pleit daartegenover voor een materialistische benadering van de godsdienst waarin het religieuze handelen centraal staat. (Bron: uitgeverijsjibbolet.nl)

Soφie [ sophieonline.nl ]