Categorie archief: boeken

Straatsburg [ 2 ]

De Alsatia Illustrata (1761) van Johann Daniel Schöpflin

Goethe studeerde in 1770 en 1771 rechten in Straatsburg. Ik kwam weinig sporen van hem tegen. Indirect kwam ik hem op het spoor via zijn Straatsburgse universiteitsleraar Johann Daniel Schöpflin. In een antiquariaat in de Rue des Juifs zag ik een exemplaar van zijn Alsatia Illustrata uit 1761. Goethe zou het in zijn handen gehad kunnen hebben. Het boek staat gecatalogiseerd op internet.

Jean-Daniel Schoepflin
Alsatia Illustrata (1761) van Johann Daniel Schöpflin in een etalage aan de Rue des Juifs
Er gehörte zu den glücklichen Menschen, welche Vergangenheit und Gegenwart zu vereinigen geneigt sind, die dem Lebensinteresse das historische Wissen anzuknüpfen verstehen.

Goethe over zijn geschiedenisleraar
Johann Daniel Schöpflin

Johann Daniel Schöpflin [ Allgemeine Deutsche Biographie ]

Beste Geschiedenisboek

vandaag is de laatste dag om je favoriete geschiedenisboek te kiezen
Historisch Nieuwsblad bestaat 25 jaar! Om dit te vieren organiseren wij de verkiezing van het Beste Geschiedenisboek aller tijden. De redactie stelde in samenwerking met bekende historici als Hans Blom, Herman Pleij, Marita Mathijsen en Fik Meijer een longlist van 250 Geschiedenisboeken op. Wat zijn uw favoriete geschiedenisboeken?
 
Bron: historischnieuwsblad.nl
boeken
Tien geschiedenisboeken uit mijn kast
De volgorde is willekeurig, maar Romantiek. Een Duitse Affaire van Rüdiger Safranski heb ik opgegeven als mijn favoriet. Schama, Zamoyski of Nolthenius hadden het eigenlijk ook kunnen zijn.

Beste Geschiedenisboek aller tijden [ historischnieuwsblad.nl ]

souvenir de Solferino [ 4 ]

op 16 juli bezochten we de Rocca di Solferino
Slag bij Solferino
de posities van de Sardijnse, Franse en Oostenrijkse divisies tijdens de Slag van Solferino en San Martino op 24 juni 1859 (klik voor vergroting)
Het is een man-tegen-man-gevecht in al zijn gruwelijkheid en afschrikwekkendheid; Oostenrijkers en geallieerden die elkaar onder de voet lopen, elkaar afmaken op stapels bloedende lijken, hun vijanden vellen met hun geweerkolven, schedels inslaan, buiken openrijten met sabel en bajonet. Er wordt geen meter weggegeven; het is een ware slachting; een strijd tussen wilde beesten, opgezweept door bloed en razernij. Zelfs de gewonden vechten tot hun laatste ademtocht. Wanneer ze geen wapens over hebben, grijpen ze hun vijanden bij de keel en verscheuren ze met hun tanden.
 
Bron: rodekruis.nl
Solferino
gevechten op het kerkhof van Solferino
Daar komt de artillerie, achter de cavalerie aan, in volle galop. De kanonnen verpletteren de doden en gewonden die her en der over de grond verspreid liggen. Hersenen spatten uiteen onder de wielen, ledematen worden gebroken en uit elkaar gescheurd, lichamen onherkenbaar verminkt – de grond staat letterlijk vol plassen bloed, en de vlakte ligt bezaaid met menselijke resten.
 
Bron: rodekruis.nl
Solferino
gravure met op de achtergrond de Rocca di Solferina die als bijnaam “de spion van Italië” heeft.
De strijd was zo vurig dat op sommige plaatsen, wanneer de munitie op was en de musketten kapot, de mannen doorvochten met stenen en vuisten. De Kroaten doodden iedere man op hun pad; ze gaven de geallieerde gewonden de genadeklap met de kolf van hun musketten; ook de Algerijnse scherpschutters hadden, ondanks alle pogingen van hun leiders om hun wreedheid te beteugelen, geen enkele consideratie met gewonde Oostenrijkse officieren en manschappen, en vielen de vijandelijke gelederen met beestachtige brullen en angstaanjagende schreeuwen aan.
 
Bron: rodekruis.nl
Solferino
detail van een schilderij van de Franse schilder Adolphe Yvon (1817-1893)
Rocca di Solferino
in de Rocca di Solferino is een museum ingericht
Rocca di Solferino
museumkaartje Rocca di Solferino

souvenir de Solferino [ 1 ]

op 16 juli bezochten we Castiglione delle Stivere
de geboorteplaats van het internationale Rode Kruis

Castiglione delle Stivere is een stadje van 23 duizend inwoners op de moreneheuvels ten zuid-westen van het Gardameer. Ik kende het van de Tweede Slag bij Castiglione op 5 augustus 1796 waarbij Napoleon met zijn generaals Pierre Augereau en André Masséna de Oostenrijkers terugdreef. Er waren in totaal zo’n 50 duizend manschappen bij betrokken.

Castiglione
zijaanzicht van de dom van Castiglione

Dat Castiglione al eens eerder en in de negentiende eeuw nog eens een rol gespeeld heeft tijdens een veldslag, was mij niet bekend. Het stadje heeft door zijn ligging op de meest westelijke moreneheuvel een strategische positie. Daardoor was het in 1706 tijdens de Spaanse Successieoorlog strijdtoneel tussen Frankrijk en Oostenrijk in de Eerste Slag bij Castiglione. En in de Tweede Italiaanse Onafhankelijkheidsoorlog speelde het weer een rol, al werd het toen geen strijdtoneel. De Derde Slag bij Castiglione is er dus niet gekomen. Maar op enkele kilometers van het stadje woedde op 24 juni 1859 wel de Slag bij Solferino en vooral van deze zeer bloedige veldslag vind je nog altijd sporen in Castiglione.

Castiglione
Alle donne eroiche
beeld opgedragen aan de heldhaftige vrouwen

Toen we op het plein voor de dom van Castiglione kwamen, werd ik getroffen door een beeld van een vrouw die een gewonde soldaat verzorgt. Onder deze wereldse pietà las ik het onderschrift: Alle donne eroiche (“aan de heldhaftige vrouwen”).

Langzaam drong het tot mij door dat het domplein op de dagen na 24 juni 1859 vol gewonde en stervende soldaten heeft gelegen. De plaatselijke bevolking, met name de vrouwen, werden door de Zwitser Henri Dunant aangespoord om de gewonden te verplegen. Hij wilde niet dat er onderscheid gemaakt moest worden tussen Fransen of Oostenrijkers. Hier, in Castiglione delle Stivere, werd bij Dunant het idee voor het onafhankelijke internationale Rode Kruis geboren.

Dunant
gevelsteen in het huis naast de dom waar Henri Dunant van 24 op 25 juni 1859 de nacht doorbracht.

Naast het plein ligt een huis waar Henri Dunant na de slachting van 24 juni 1859 de (waarschijnlijk slapeloze) nacht doorbracht. Zijn schokkende ervaringen zou hij later vastleggen in zijn beroemd geworden boek Souvenir de Solferino.

Dunant
Belgische herdenkingspostzegel 100 jaar Rode Kruis

Het volgende stukje gaat over de Slag bij Solferino.

who the *) is … ? [ 12 ]

Cornelis Kraijenhoff (1758-1840)

In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en alleen daar ben je onsterfelijk. Dat geldt in het bijzonder voor schrijvers. Immers, wie schrijft die blijft. Zolang we hen blijven lezen en gedenken, leven zij voort. En wanneer ze zijn weggezonken in het collectieve geheugen, kunnen ze met een lemma op wikipedia weer even tot leven worden gewekt. Vandaag: Cornelis Kraijenhoff (1758-1840)

biografie van Cornelis KraijenhoffMeestal lees je een biografie omdat je een persoon wilt leren kennen, maar het kan ook omgekeerd. Een biografe vertelde mij ooit dat een biografie de beste manier is om een tijd van binnenuit goed te leren kennen. Het tijdsbeeld komt dan door en in allerlei vaak onverwachte details tevoorschijn. Mijn motivatie om de biografie van Cornelis Kraijenhoff (1758-1840) te kopen, heeft weinig te maken met Kraijenhoff met wie ik (nog) helemaal niets heb. Maar ik heb wel steeds meer met de tijd waarin hij leefde, de periode 1760-1840. Nu besloeg zijn leven precies dat tijdvak, dus ik hoop dat ik via zijn leven nog meer verbonden wordt aan de tweede helft van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw. Overigens ben ik niet bang dat Kraijenhoff mij zal teleurstellen, want hij was natuurkundige, arts, generaal, waterbouwkundige en cartograaf. Een zeer veelzijdig mens dus.

Cornelis Kraijenhoff [ nl.wikipedia.org ]

de propaganda van het genot

gelezen: voorpublicatie van Platter & dikker in De Groene
door Henk Hofland (tekst) en Roel Visser (foto’s)

Toen ik ooit als cultuurpessimist uit de kast kwam, kon ik de reacties voorspellen. Ik zou een zure oude man geworden zijn, een ouwe mopperaar en nog wel meer: bang voor de toekomst, ja zelfs bang voor het leven. Het had meestal geen zin uit te leggen dat cultuurpessimisme iets anders is dan pessimisme en dat ik cultuurpessimisme prima kan verenigen met mijn optimisme.

Nu de nestor van de vaderlandse journalistiek Henk Hofland, die afgelopen dinsdag op bijna 89-jarige leeftijd overleed, een essay heeft geschreven waarin hij Nederland gewogen heeft en te plat en te dik bevonden heeft, worden de cultuuroptimisten in hun gelijk bevestigd. Weer een zure oude man die zijn gal spuwt over “de jeugd van tegenwoordig”. (Voor Hofland liepen de generaties na hem tot 65 jaar.) Cultuurpessimisten worden ook weer bevestigd: “weer iemand die zijn ogen open heeft en het durft (in) te zien.”

Platter en dikkerOp de omslag van Platter en dikker staat een dikke man met tatoeages. Tatoeages kwam je vroeger uitsluitend tegen bij zeelieden en (ex)bajesklanten. De laatste vijfentwintig jaar is het mainstream geworden. Zelfs hoger opgeleiden doen er aan mee, al houden die het meestal bescheiden (lees: chique). De voetballer met de vol getatoeëerde onderarmen is een vertrouwd verschijnsel op het veld. De tatoeage beschouwen als een teken van verval is not done. Daarmee stigmatiseer je de gestigmatiseerden. Toch is de tatoeage een duidelijk signaal van de oprukkende onderkant van de samenleving en het verdwijnen van de Hochkultur.

De tatoeage beschouwen als een teken van verval is not done. Daarmee stigmatiseer je de gestigmatiseerden.

Cultuuroptimist Alessandro Baricco vindt dat overigens niet verkeerd. Hij relativeert en spreekt van een “transformatie naar een nieuw bewustzijn”. Hadden onze voorouders ook niet te maken met veranderingen die ze als decadent zagen maar die tegenwoordig volledig geaccepteerd zijn? Toen de eerste bioscopen verschenen, keerde de elite zich daarvan af. Het nieuwe medium was veel te plat en meer voor arbeiders. De burgerij bezocht liever het theater. Toch werd film in de loop van de vorige eeuw een gewaardeerde kunstvorm.

Met de digitale media is het niet anders. We krijgen daardoor een nieuw bewustzijn waarbij het gaat om “het scannen van de oppervlakte”. Onze beleving van de werkelijkheid wordt steeds meer een surfbeleving waarbij we het liefst over de toppen scheren.

Maar wat zijn die toppen dan precies? Eigenlijk is het heel simpel. We jagen steeds meer piekervaringen na, daarbij aangemoedigd door de reclame. We willen liever geen consumenten zijn, maar we zijn het onvermijdelijk als we gebruik maken van massamedia. In de consumptiemaatschappij worden we voortdurend blootgesteld aan de propaganda van het genot. Alles moet leuk en lekker zijn. F*cking lekker. Fotograaf Roel Visser laat zien wat deze propaganda met ons doet.

Wat is er mis in Nederland? De nieuwe rijken etaleren als nooit tevoren hun bezittingen, obesitas is de nieuwe volksziekte en agressie en geweld zijn normale aspecten van het dagelijks leven.’De nieuwe mens is overal. Hij is dikker. Hij praat harder en vlugger maar niet duidelijker. Hij steekt zijn middelvinger op, hij is eerder bereid een medemens uit te schelden, op zijn gezicht te slaan. Hij zal iedereen laten weten dat hij hier op aarde is. Respect!’
 
In een lang essay fileert H.J.A. Hofland deze nieuwe nationale cultuur. Fotograaf Roel Visser struinde met zijn camera langs voetbalvelden, snackbars, Miljonairs Fairs en strandtenten en maakte verontrustende foto’s. In een dubbelessay nemen journalist Henk Hofland en fotograaf Roel Visser de excessen van de welvaart onder de loep. Een confronterend boek over heb- en vraatzucht, over hufterigheid, agressie, consumentisme en exhibitionisme.
 
Bron: lubberhuizen.nl

voorpublicatie van Platter en dikker [ groene.nl ]

de “geboorte” van Frankenstein

In de nacht van 16 juni 1816 werd de kiem gelegd voor Frankenstein

Mary ShelleyIn mei 1816 reisden Mary Godwin, Percy Shelley en hun zoontje naar Genève met Claire Clairmont. Ze wilden daar de zomer doorbrengen met de dichter Lord Byron. Hij had op dat moment een affaire met Claire Clairmont en zij was in verwachting van hun kind. In Geneve begon Mary Godwin zich Mary Shelley te noemen. Op 25 mei 1816 voegde Lord Byron zich bij het gezelschap samen met de jonge natuurkundige William Polidori. Hij huurde daar de Villa Diodati aan het Meer van Genève. Percy Shelley huurde het nabijgelegen Maison Chapuis.

Ze brachten hun tijd door met schrijven, varen op het meer en met lange nachtelijke gesprekken. Het jaar 1816 wordt wel eens “het jaar zonder zomer” genoemd. In 1831 herinnerde Mary Shelley dat het onafgebroken leek te regenen en dat ze de meeste tijd binnen doorbrachten. Rond het haardvuur vermaakte het gezelschap zich met griezelverhalen van de Duitse romantici. Lord Byron stelde voor dat elk van hen een ghost story zou schrijven. De jonge Mary Godwin begon te broeden op een idee. Halverwege juni gingen de nachtelijke gesprekken in Villa Diodati over de biologische principes van het leven. Vlak voordat ze ging slapen, liet Mary zich door haar verbeeldingskracht meevoeren. Later vertelde ze dat ze een waking dream had en vertelde deze na:

“I saw the pale student of unhallowed arts kneeling beside the thing he had put together. I saw the hideous phantasm of a man stretched out, and then, on the working of some powerful engine, show signs of life, and stir with an uneasy, half vital motion. Frightful must it be; for supremely frightful would be the effect of any human endeavour to mock the stupendous mechanism of the Creator of the world.”
Frankenstein
“I saw the pale student of unhallowed arts kneeling beside the thing he had put together”

Aanvankelijk dacht Mary Shelley aan een kort verhaal, maar aangemoedigd door Percy Shelley begon ze dit om te werken naar een roman onder de titel Frankenstein or: The Modern Prometheus. Het boek zou twee jaar later in 1818 gepubliceerd worden.

In september 2011 is de astronoom Donald Olson, na een bezoek aan de villa het Meer van Genève in het voorgaande jaar en bestudering van de stand van de maan en de constellatie van de hemel, tot de conclusie gekomen dat Mary Shelly’s waking dream plaatsvond op 16 juni 1816 tussen twee en drie uur ‘s nachts.