Categorie archief: boeken

into the shadows

100 all-time favorite film noirs and neo-noirs
van Paul Duncan en Jürgen Müller verschijnt in mei 2014 bij Taschen
film-noir-taschenEnter a world populated by private eyes, gangsters, psychopaths, and femmes fatales, where deception, lust, and betrayal run rampant. The first film-by-film photography book on film noir and neo-noir, this essential collection begins with the early genre influencers of German and French silent film, journeys through such seminal works such as Double Indemnity, The Postman Always Rings Twice, and Vertigo, and arrives at the present day via Chinatown, Pulp Fiction, Heat, and the recent cult favorite Drive.
 
Entries include posters, tons of rare stills, cast/crew details, quotes from the films and from critics, and analyses of the films. Film director, film noir scholar, and Taxi Driver screenwriter Paul Schrader provides the introduction to this feast of noir worship. Populated by the genre’s most revered directors, like Hitchcock, Wilder, Welles, Polanski, Mann, and Scorsese, the book also pays homage to its iconic faces, including Mitchum, Bogart, Hayworth, Bergman, Grant, Bacall, Crawford, Nicholson, Pacino, and so many more.
 
Bron: taschen.com

a brave new world

de utopie van het modernisme op de Wereldtentoonstelling van 1958
in Brussel gekocht: Moderne architectuur op expo 58

expo 1958Mil de Kooning en Rika Devos beginnen de inleiding van Moderne architectuur op expo 58 met een citaat uit Grand Hotel Solitude van Eric De Kuyper: “In België was na de Expo niets meer zoals tevoren. (…) De wereldtentoonstelling betekende als het ware een vreedzame oorlog. Na afloop brak voorgoed een nieuw tijdperk aan. Dat zou de tijd van de consumptie heten; 1958 was een breukjaar, een aardbeving, een aardverschuiving in de Belgische geschiedenis.”.

Zelden was een evenement zo de uitdrukking van zijn tijd als de wereldtentoonstelling van 1958. Europa was na de oorlog halverwege de jaren vijftig weer opgekrabbeld en er heerste voor het eerst weer optimisme. De welvaart was net op gang gekomen en toonde nog niet haar keerzijde. De blik was uitgesproken toekomstgericht. Men had ook weinig keus. In het recente verleden lagen de puinhopen van het oude Europa. De toekomst behoorde toe aan een vreedzaam modernisme, ook al sprak men van het atoomtijdperk. Angst voor een nucleaire oorlog was er in de jaren vijftig wel, maar men geloofde dat spanning van de Koude Oorlog bezworen kon worden als Oost en West zich beiden richtten op hun gedeelde humaniteit.Een wereldtentoonstelling bood een ideale gelegenheid om elkaar over de muren heen de hand te reiken.

De blik was in 1958 uitgesproken toekomstgericht. Men had ook weinig keus. In het recente verleden lagen de puinhopen van het oude Europa.

Op de expo 58 waren er dan ook nauwelijks muren. Er waren wel veel vliesgevels en gebogen constructies. Nog nooit was er mondiaal zo´n grote eensgezindheid geweest in de keuze voor moderne architectuur. De utopie van het modernisme werd op de expo 58 de uitdrukking van het geloof in een wereld zonder oorlog. De breuk met het verleden was een soort van medicijn dat de mensheid kon genezen van haar ziekten en kwalen, waarvan oorlog de meest verschrikkelijke is. Het jaar 1958 markeert het hoogtepunt van het naoorlogse optimisme waar de geest van de Verlichting opnieuw opbloeide. Kant´s zum ewigen Frieden kwam op de expo 58 volledig tot uitdrukking.

Expo 58
vale viewmasterkleuren uit 1958…

De timing van de expo 58 was niet alleen voor het jaar 1958 perfect. Vijftig jaar later bleek de revival van 1958 ook op het juiste moment. In 2008 sprak de expo aan vanwege het uitgesproken retro-gehalte. Met retro wordt meestal midcentury modern bedoeld. Deze stijl had zijn hoogtepunt in de jaren vijftig met een nabloei in de vroege jaren zestig. De bollen van het atomium werden voor het herdenkingsjaar 2008 weer opgepoetst.

Bij elke revival worden collectieve nostalgie en marketing met elkaar verweven. Bijna 56 jaar na de opening op 17 april 1958 is de Expo nog steeds een Belgisch exportartikel waarvan het atomium nog altijd het embleem is. De vorm van het atomium is bijzonder effectief omdat het universeel, abstract en modulair is. Elk “bolleke” kan gebruikt worden om een aspect van Brussel en België uit te lichten: chocolade, bier, strips, art nouveau, enz… En de bruggen tussen de “bollekes” verbinden alles tot één geheel. Een icoon zonder uiterste houdbaarheidsdatum.

USSR plan 58
de vormgeving van de plattegrond van het paviljoen van de Sovjet Unie is in een stijl die we tegenwoordig retro noemen en geïnspireerd heeft tot het flat design van web 2.0 met vereenvoudigde vormen, duidelijke contouren en heldere kleuren.

De grafische vormgeving van 1958 heeft inmiddels een naam gekregen. In 2009 bezochten we in het atomium een tentoonstelling over de atoomstijl: A la recherche du “Style Atome”.

Expo 58 moest de balans opmaken van een wereld die de oorlog achter zich had gelaten en die de kaart trok van een vreedzame moderniteit. Het initiatief was voor de Belgische Staat een uitgelezen kans om de welvaart van het naoorlogse België in de kijker te zetten. De wereldtentoonstelling was een eclatant succes en beïnvloedt ook nu nog onze maatschappij op veel vlakken. Uiteindelijk kreeg de tentoonstelling 42 miljoen bezoekers; 80 procent van alle Belgen bezochten Expo 58. Zij maakten op de Heizel kennis met een nieuwe wereld en de nieuwe architectuur.
 
De verscheidenheid aan paviljoenen op de Expo weerspiegelde de grote architectuurdiscussies van die tijd: de experimenten met nieuwe constructies, vormen en materialen; de popularisering van de moderne architectuur; de tendens om de mens, zijn lichaam en zintuiglijke waarnemingen, centraal te stellen; de vernieuwde aandacht voor de confrontaties met historische bouwconcepten of elementen uit lokale bouwtradities.

volkskrant.nl

(schuldvraag)

Historisch Nieuwsblad: Alles wat u moet weten over de Eerste Wereldoorlog
NRC Handelsblad: Special Eerste Wereldoorlog

NRC boeken 2014In juli 1984 had ik bij Verdun mijn eerste ervaring van de Eerste Wereldoorlog. Twee maanden later zouden François Mitterrand en Helmut Kohl gebroederlijk voor het Ossuarium van Douaumont staan. Deze gebeurtenis was een belangrijke stap voorwaarts in de richting van Europese eenwording. Mitterand en Kohl symboliseerden hand in hand op het slagveld de as Parijs-Berlijn, het hart van de Europese Unie. La Poignée de main van Kohl en Mitterand in 1984 zou de opmaat zijn naar het Verdrag van Maastricht, de EMU en de Euro.

Maar de belangstelling voor de Eerste Wereldoorlog werd er door deze gebeurtenis, althans in Nederland, niet groter op. Het veranderde pas in de jaren negentig. In 1993, 75 jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog, verscheen het boek Velden van weleer – reisgids naar de Eerste Wereldoorlog van Chrisje en Kees Brants. De uitgever zag er op dat moment nog geen brood in, maar binnen tien jaar lag er toch al een zesde druk in de winkel. Mede door dit boek is er nu ook vanuit Nederland een stroom “slagveldtoerisme” bijgekomen. In 2007 maakte ik met mijn vader een reis langs de slagvelden van Verdun, de Somme en Ieper.

Sindsdien lees ik regelmatig over de Eerste Wereldoorlog en volg ik op de Duitse, Franse en Engelse zenders documentaires. De Special van het NRC Handelsblad kon ik natuurlijk niet overslaan. Voordat ik erin begon, las ik eerst nog Alles wat u moet weten over de Eerste Wereldoorlog van Bas Broekhuizen en Marcel Stuivenga uit 2002. Twaalf jaar geleden constateerden zij al dat ons beeld van de Eerste Wereldoorlog aan het kantelen is.

De NRC Special opent met een interview met de Engelse historicus Christopher Clark: “Elk land heeft een smoking gun in de hand” Bij Clark gaat het niet om de schuldvraag. In Slaapwandelaars beschrijft hij zeer gedetailleerd hoe de julicrisis van 1914 kon escaleren in een mondiale oorlog.

Christopher Clark benadert de mythische Eerste Wereldoorlog alsof hij vandaag zou kunnen uitbreken en maakt met Slaapwandelaars een levendige reconstructie van de feiten. Clark put uit de interessantste archieven, bouwt zijn verhaal even grondig als adembenemend op, en laat alle hoofdspelers aan bod komen. Hij vertelt het verhaal van beslissers – koningen, keizers, ministers van Buitenlandse Zaken, ambassadeurs, commandanten en een horde lager geplaatste militairen – die het gevaar naderden met voorzichtige, berekende stappen, met aandacht voor dreiging en risico, maar blind voor de gruwel die ze onherroepelijk teweeg zouden brengen. (Bron: debezigebijantwerpen.be)

Alles wat u moet weten over de Eerste Wereldoorlog [ historischnieuwsblad.nl ]
NRC Special Eerste Wereldoorlog [ nrc.nl ]

a tale of the coming terror

The angel of the revolution : a tale of the coming terror (1893)
van George Chetwynd Griffith

Twintig jaar voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verscheen The angel of the revolution : a tale of the coming terror van George Chetwynd Griffith. Net als Jules Verne schreef hij science fiction verhalen die met met staalgravures geïllustreerd waren. Bladerend langs deze prenten trekt een stoet wetenschappelijke fantasieën voorbij. Meestal lachwekkend, maar soms beangstigend realistisch in de vooruitziende blik.

Griffith, a tale of the coming terror
bovenstaande prent heeft als onderschrift: “Do you understand now why you could not make terms for Russia?” (credits: archive.org)

De hel van de loopgravenoorlog lag in 1893 nog achter de horizon, maar soms leek de lezer er aan het einde van de negentiende eeuw er al een glimp van mee te krijgen. Het verhaal heeft als ondertitel a tale of the coming terror, een profetische “evergreen”.

The Angel of the Revolution: A Tale of the Coming Terror (1893) is a science fiction novel by English writer George Griffith. It was his first published novel and remains his most famous work. It was first published in Pearson’s Magazine and was prompted by the success of The Great War of 1892 in Black and White magazine, which was itself inspired by The Battle of Dorking.
 
A lurid mix of Jules Verne’s futuristic air warfare fantasies, the utopian visions of News from Nowhere and the future war invasion literature of Chesney and his imitators, it told the tale of a group of terrorists who conquer the world through airship warfare. Led by a crippled, brilliant Russian Jew and his daughter, the ‘angel’ Natasha, ‘The Brotherhood of Freedom’ establish a ‘pax aeronautica’ over the earth after a young inventor masters the technology of flight in 1903. The hero falls in love with Natasha and joins in her war against society in general and the Russian Czar in particular.
 
Bron: en.wikipedia.org

Waarheid en methode

gelezen in Letter en Geest (Trouw): “Hij opende mij de ogen”
Maarten van Buren over Waarheid en Methode (1960) van Hans-Georg Gadamer
gadamer_boekIn zijn hoofdwerk Waarheid en methode verzet Hans-Georg Gadamer (1900-2002) zich tegen de opvatting dat kennis en waarheid alleen bereikbaar zijn via streng wetenschappelijke methodes. In plaats daarvan verdedigt hij de praktijk van het interpreteren, die zowel in het dagelijks leven als in de wetenschap het onvermijdelijke uitgangspunt vormt van de zoektocht naar kennis en waarheid.
 
Sleutelbegrip bij Gadamer is Verstehen (verstaan): ‘direct deelhebben aan het leven, zonder de theoretische bemiddeling door het begrip’. Verstaan roept, meer dan begrijpen, het beeld op van de luisteraar die zijn oor leent aan degene met wie of datgene waarmee hij in gesprek is. Het gesprek dient voor Gadamer als model voor de omgang met de ander, met teksten, met de overlevering, kortom: met alles wat verstaan wil worden.
 
Met Waarheid en methode legde Gadamer in 1960 de grondslag van de hedendaagse hermeneutische filosofie. In de vertaling van Mark Wildschut is deze klassieker nu voor het eerst in het Nederlands beschikbaar.
 
Bron: vantilt.nl

Hans-Georg Gadamer [ nl.wikipedia.org ]