Categorie archief: boeken

Gemopper in de kantlijn

gisteren gekocht: Hooligans (1989) van Jan Hendrik van den Berg
metabletisch onderzoek naar de betekenis van Centre Pompidou en Crystal Palace

hooligansSoms koop je wel eens een boek waarin een vorige lezer aantekeningen heeft gemaakt. Meestal is dat hinderlijk, maar soms is het leerzaam en een enkele keer zelfs amusant. De boekverkoper van boekwinkeltjes.nl had mij netjes geattendeerd op “aantekeningen in potlood”. De volgende dag was het boek er al. Het bleek mee te vallen. De aantekeningen zijn in een klein en fijn handschrift (met een scherp geslepen H-potlood gemaakt) zodat ze tijdens het lezen nauwelijks storend zijn. Hoe ‘fluisterend’ het commentaar visueel ook is, inhoudelijk is het met een vette marker gemaakt. Schreeuwende kritiek genoteerd in een uiterst bescheiden handschrift heeft iets komisch.

De aantekeningen werden misschien wel dertig jaar geleden gemaakt, want Hooligans van Jan Hendrik van den Berg werd gepubliceerd in 1989 (uitgeverij G.F. Callenbach in Nijkerk.) Blijkbaar had deze lezer geen hoge dunk van de metableticus Van den Berg. Dit blijkt al op het titelblad, waar hij achter de naam dr. Jan Hendrik van den Berg geschreven heeft: ‘rechtse rakker, gevaarlijk eenzijdig, bijziend, oppervlakkig, onrechtvaardig, sociale racist – en nog zo wat.’

commentaar
de vorige eigenaar van het boek waarschuwt op het titelblad van Hooligans voor het “weerzinwekkend mens- en wereldbeeld” en de “verderfelijke theorieën” van dr. Jan Hendrik van den Berg.

Het bovenstaande is een voorproefje van wat mijn commentator in de marges van de volgende 230 bladzijden noteert. Zo ontlokt het conservatisme van Van den Berg hem meermalen een spottend ‘ochot!’ Wanneer hij Van den Berg ergens op meent te kunnen betrappen dan staat er: ‘alsjeblieft, de aap uit mouw’. Bij verontwaardiging: ‘Wel ja, toe maar’. En tenslotte laat hij zich kennen als een progressieve moralist: ‘Van den Berg heeft een weerzinwekkend mens- en wereldbeeld. Bovendien bedenkt hij verderfelijke theorieën.’, ‘Heeft Van den Berg sympathie voor bepaalde methoden van Hitler om de minderen en de minsten te laten verdwijnen?’, ‘Van den Berg: dirty mind’, ‘Wat een smeerlapperij’.

Ondanks al dit gemopper in de marge, blijkt het boek Hooligans een interessante cultuurkritische studie over de relatie tussen moderne architectuur en het wegvallen van gezagsverhoudingen in de samenleving. De Hooligans zijn voor Van den Berg voor de cultuur en menselijke waardigheid bedreigender dan de Barbaren dat zijn voor Alessandro Barricco. De laatste, onthoudt zich uit vrees voor cultuurpessimisme van een duidelijke stellingname. Van den Berg schrijft vanuit een dapper conservatisme, waarvoor hij door zijn commentator genadeloos afgerekend wordt.

De Krimoorlog [ 16 ]

Deze maand gelezen: Sebastopol vertellingen (1855) van Tolstoj

De derde en laatste vertelling van Tolstoj over Sebastopol, speelt zich af in augustus 1855, een maand voor de val van de Russische havenstad. Het is het verhaal van de broers Mikhail en Vladimir Semjonytsj Kozeltsov. Met het gegeven van twee broers voegt Tolstoj een extra dimensie toe aan de gruwelijke setting die Sebastopol tijdens het beleg van 1854 en 1855 vormde. Natuurlijk versterkt het de dramatiek, maar met de twee broers brengt Tolstoj juist ook veel tederheid en psychologie zijn vertelling binnen.

De hel van Sebastopol
Dante had zijn inferno opgebouwd als een trechter van concentrische ringen en deze waren gerangschikt volgens een hiërarchie van verschrikkingen. De aardse hel van Sebastopol bestond in zekere zin ook uit concentrische ringen in een toenemende graad van pijn en dodelijkheid. Alleen was het hier precies omgekeerd: het dieptepunt van de hel bevond zich niet in het centrum maar aan de randen van de stad. Bastion 4, het meest vooruitgeschoven bolwerk, gold als het gevaarlijkste. Degenen die dit bastion binnen gingen konden “alle hoop laten varen”.

SebastopolLuitenant Mikhail Semjonytsj Kozeltsov, gedeeltelijk hersteld van zijn verwondingen, keert vanuit Simferopol weer terug naar de loopgraven van Sebastopol. Onderweg loopt hij zijn jongere zeventienjarige broer Wladimir tegen het lijf. Wladimir, zo schrijft Tolstoj, “leek veel op zijn broer Mikhail, maar dan zo als een uitbottende knop op een uitgebloeide roos lijkt.” Boven zijn lippen groeide wat licht donshaar. Russen hebben de gewoonte elkaar te noemen met de naam van hun vader als tweede naam en gebruiken vaak ook een koosnaam om genegenheid uit te drukken. “De oorlog is anders dan jij denkt, Wolodja” zegt zijn oudere broer wanneer ze elkaar op weg naar Sebastopol onverwacht ontmoeten. “Het woordje ‘Wolodja’ ontroerde de jongste broer.”

Tolstoj beschrijft de psychologische dimensie van de oorlog, zoals hij twintig jaar later in zijn magnum opus Oorlog en Vrede opnieuw zou doen. De jongste broer wil graag dapper zijn maar loopt tot zijn schaamte tegen zijn angst aan. Hij probeert dit tegenover zijn oudste broer, die wel frontervaring heeft, te verbergen. Hij verwijt zichzelf dat hij een lafaard is, want zijn angst is veel groter dan zijn voornemen om een held te zijn. Tolstoj fileert het heldendom genadeloos, met name onder officieren. En toch bespeurt hij “een wil tot dapperheid”, met name onder gewone soldaten, die grenst aan het heroïsche. Dit is echter een heroïek ondanks onszelf. In het gebed van Wladimir Kozeltsov geeft Tolstoj een heel persoonlijke en universele uitdrukking aan de wil om dapper te zijn:

“Hij wierp zich op zijn knieën, sloeg een kruis en vouwde zijn handen zo samen, als hij dat in zijn jeugd had geleerd. Dat gebaar gaf hem een lang vergeten gevoel van gelukzaligheid. “Als ik moet sterven, als het nodig is dat er een eind komt aan mijn leven, laat dat dan gebeuren Heer”, dacht hij, “en laat het dan zo snel mogelijk gebeuren; en als daarvoor dapperheid en vastberadenheid nodig zijn – die ik niet heb – geef me die dan, maar bewaar me voor de schande en smaad die ik niet kan verdragen, en leer mij, wat mij te doen staat om Uw wil te vervullen.” Zijn kinderlijke, angstige, kleine ziel was plotseling volwassen geworden, zag alles duidelijker en een nieuwe brede, lichtere horizon tekende zich af.
…en als daarvoor dapperheid en vastberadenheid nodig zijn – die ik niet heb – geef me die dan, maar bewaar me voor de schande en smaad die ik niet kan verdragen, en leer mij, wat mij te doen staat om Uw wil te vervullen.

de Krimoorlog [ 15 ]

gisteren gekocht: Sebastopol vertellingen (1855) van Tolstoj

Sebastopol vertellingenIn de winter van 1854/55 was de jonge Tolstoj (1828-1910) als artillerist ingekwartierd in Sebastopol, de Russische havenstad die van oktober 1854 tot september 1855 door de Engelsen en Fransen belegerd werd. Hier schreef hij zijn drie vertellingen onder de eenvoudige namen Sebastopol in december, Sebastopol in mei en Sebastopol in september. De drie verhalen verschenen in 1855 en 1856 in het literaire tijdschrift Sovremennik.

Ze maakten grote indruk. Net als de Engelse fotograaf Roger Fenton geeft Tolstoj een realistisch beeld van de strijd. Waar Fenton door de beperking van een lange sluitertijd met zijn camera niet kan doordringen, lukt het Tolstoj wel om ons een levendig beeld te geven van een stad die lijdt onder een langdurig beleg. Hij richt zich rechtstreeks tot de lezer met ‘stelt u eens voor’ en leidt de lezer vervolgens rond door de stad. Tolstoj neemt ons mee op een virtuele wandeling door Sebastopol in de winter, het voorjaar en in de nazomer.

Destijds was Tolstoj 26 jaar. Hij was nog niet de titaan van Oorlog en Vrede en Anna Karenina. Maar zijn vertellingen uit Sebastopol waren een sensatie. Niet alleen door de weergave van de gruwelijke werkelijkheid, maar ook door zijn realistische verslaggeving en compassie met de lijdende mens.

De Krimoorlog [ 1-14 ]

de Krimoorlog [ 14 ]

gelezen: der ewige Zankapfel van Stefan Korinth
aan het herlezen: De Krimoorlog van Orlando Figes

De KrimoorlogDeze maand is het 166 jaar geleden dat de sultan van het Osmaanse Rijk Rusland de oorlog verklaarde. Hij deed dit met de rugdekking van Engeland. Op 30 november 1853 schakelde Rusland de Osmaanse vloot uit in de Slag van Sinope. Dit veroorzaakte met name in Engeland grote morele verontwaardiging. De Engelse pers stookte het vuur zover op dat in het voorjaar van 1854 Engeland en Frankrijk samen Rusland de oorlog verklaarden en het Osmaanse Rijk als bondgenoten te hulp kwamen.

De Krimoorlog wordt vaak de eerste moderne oorlog in de geschiedenis genoemd. Dat kwam niet alleen omdat het de eerste industriële oorlog was, met de massaproductie van granaten die trommelvuur mogelijk maakte. (Het woord ‘kanonnenvlees’ werd in deze oorlog voor het eerst gebruikt, om precies te zijn door Tolstoj die tijdens het beleg van Sebastopol in deze havenstad als jonge officier ingekwartierd was.) Het was ook de eerste moderne oorlog doordat spoorwegen, stoomschepen en telegraafverbindingen voor het eerst een rol speelden in oorlogsvoering.

En niet in de laatste plaats was het een moderne oorlog, door de rol van de pers. Zonder de Engelse pers was de invloed op de publieke opinie zeker niet zo groot geweest. Waarschijnlijk was het Palmerston, een van de grootste aanjagers van de oorlog, dan niet gelukt om Engeland in een oorlog te storten. En als Napoleon III er niet geweest was, had hij vrijwel zeker nooit Frankrijk zover gekregen om samen ten strijde te trekken tegen Rusland.

Große britische Zeitungen schickten Kriegsberichterstatter auf die Krim. Ihre Nachrichten und Bilder von der Front erreichten die Öffentlichkeit im damals unglaublich schnellen Tempo weniger Tage. Nachdem die Briten im April 1855 ein Unterwasserkabel von der Krim aufs bulgarische Festland verlegt hatten, kamen Meldungen sogar innerhalb weniger Stunden in London an.
 
Bron: rubikon.news

Wanneer we de relatie tussen oorlog en publieke opinie willen onderzoeken, dan komen we uiteindelijk bij de Krimoorlog uit, als de eerste oorlog waarbij beeldvorming in de pers een cruciale rol heeft gespeeld. Dit werd mogelijk gemaakt door de geïllustreerde pers, die in de jaren veertig in Londen was ontstaan. Ook de fotografie begon zich in deze jaren te ontwikkelen. De Krimoorlog is natuurlijk verbonden met Roger Fenton, de allereerste oorlogsfotograaf. Zijn foto’s werden omgezet naar staalgravures die in grote oplagen gedrukt konden worden in geïllustreerde bladen.

Realistische beelden van het front waren iets nieuws. Tijdens de Napoleontische oorlogen was beeldvorming een zaak van satire. Met de vijand werd de spot gedreven, hoofdrolspelers werden gedemoniseerd. Maar in de Krimoorlog leek de werkelijkheid voor het eerst ongefilterd binnen te komen. De staalgravures die aan de hand van foto’s werden gesneden, presenteerden voor de Victoriaanse burgerij de objectieve werkelijkheid.

The Illustrated London News
The Illustrated London News 1854
De staalgravures die aan de hand van foto’s werden gesneden, presenteerden voor de Victoriaanse burgerij de objectieve werkelijkheid.

In der ewige Zankapfel schrijft Stefan Korinth over de rol van beeldvorming in de media tijdens de Krimoorlog, in het bijzonder het westerse beeld over Rusland. Hij vergelijkt dit met onze tijd waarin de russofobie in zogenaamde kwaliteitskranten nog steeds aanwezig is. Terwijl islamofobie in dezelfde kranten morele verontwaardiging oproept. Dat de westerse geopolitiek in de twintigste eeuw nog altijd gericht is tegen Rusland en steunt op islamitische bondgenoten, bewijst het Turkse lidmaatschap van de NAVO.

Anti-russische Lobbyisten, die meist auch den Freihandel befürworteten, warnten vor russischen Zöllen und dem Ausgreifen Russlands auf für die Briten wichtige Häfen und Überlandhandelswege und fanden so Gehör bei Unternehmern. Anspruchsvolle Zeitschriften der intellektuellen Kreise wie die Foreign Quarterly Review oder die British and Foreign Review berichteten so neben den Tageszeitungen ebenfalls immer russlandfeindlicher, wie der Wissenschaftler erklärt. Manche dieser Schriften erinnern an die Domino-Theorie aus dem Kalten Krieg. Generell prägten viele britische Gedanken des 19. Jahrhunderts die anglo-amerikanische Russophobie des 20. Jahrhunderts, erläutert Figes. Diese Erkenntnis lässt sich wohl mühelos auch auf das 21. Jahrhundert übertragen.
 
Bron: rubikon.news

De Krimoorlog [ 1- 13 ]

Who the *) is? [ 13 ]

voetnoten bij de negentiende eeuw

In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en alleen daar ben je onsterfelijk. Dat geldt in het bijzonder voor schrijvers. Immers, wie schrijft die blijft. Zolang we hen blijven lezen en gedenken, leven zij voort. En wanneer ze zijn weggezonken in het collectieve geheugen, kunnen ze met een lemma op wikipedia weer even tot leven worden gewekt.

De eeuw van de machtRichard J. Evans begint ieder hoofdstuk van De eeuw van de macht (2016) met het verhaal van een nauwelijks of minder bekende historische figuur. Omdat de geschiedenis van de negentiende eeuw vooral geschreven is door mannen, voert Evans voor de helft vrouwen op. Emmeline Pankhurst is daarbij de bekendste. Veel minder bekend zijn haar landgenote Flora Tristan, de Zweedse Frederika Bremer en de Duitse Hermynia zur Mühlen. Van de laatste drie had ik nog nooit gehoord. De andere helft bestaat uit mannen: Giovani Battista Belzoni, Bertalan Szemere, Jakob Walter en Sava Dmitrijevitsj Poerlevskij. De laatste, een Russische lijfeigene, kan nog steeds niet door de zoekmachines gevonden worden. Mogelijk stond hij wel op het lijstje van Tschitschikov.

De eeuw van de macht
Hoofdstuk 1 Jakob Walter 1788-1864
Hoofdstuk 2 Sava Dmitrijevitsj Poerlevskij 1800-1868
Hoofdstuk 3 Flora Tristan 1803-1844
Hoofdstuk 4 Hermynia zur Mühlen 1883-1951
Hoofdstuk 5 Bertalan Szemere 1812-1869
Hoofdstuk 6 Frederika Bremer 1801-1865
Hoofdstuk 7 Emmeline Pankhurst 1858-1928
Hoofdstuk 8 Giovani Battista Belzoni 1778-1823

voetnoten bij de negentiende eeuw [ W&V ]

Van Waterloo tot Sarajevo

aan het lezen in: De eeuw van de macht (2016) van Richard J. Evans

De eeuw van de machtDe Eeuw van de macht is opgedragen aan Eric Hobsbawm (1917-2012). Deze marxistisch georiënteerde Britse historicus is vooral bekend geworden door zijn trilogie over de negentiende eeuw (the Age of Revolution 1789-1948, the Age of Capital 1748-1870 en the Age of Empire 1870-1914) Later volgde nog een boek over de twintigste eeuw (The Age of Extremes – The Short Twentieth Century 1914-1991).

Hobsbwam is ook de bedenker van de termen de lange negentiende eeuw (1789-1914) en de korte twintigste eeuw (1914-1989) en deze tijdspanne die hij bepaald heeft, vindt onder historici veel navolging. Ook Richard J.Evans schrijft in de inleiding van De Eeuw van de macht dat de rationele afbakening 1801-1900 voor de negentiende eeuw chronologisch uiteraard correct is, maar geen recht doet aan de negentiende eeuw als tijdperk.

Net als Hobsbawm ziet hij de negentiende eeuw pas met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 ten ondergaan. Daarom eindigt zijn boek met de laatste paragraaf Aftellen voor de ramp op bladzijde 1035. Maar Evans kiest niet zoals Hobsbawm voor een lange eeuw van 125 jaar die begint met de Franse Revolutie in 1789, maar voor een eeuw die precies honderd jaar duurt. De Eeuw van de macht laat hij beginnen in 1815, het jaar waarin Napoleon bij Waterloo definitief verslagen wordt. Evans’ Eeuw van de Macht loopt dus van Waterloo tot Sarajevo, van juni 1815 tot en met juni 1914.

De negentiende eeuw van Evans loopt van Waterloo tot Sarajevo, van juni 1815 tot en met juni 1914

In het Engels is zijn boek gepubliceerd onder de titel The pursuit of power – Europe 1815-1914. Het wordt voorafgegaan door The Pursuit lf Glory – Europe 1648-1815 en opgevolgd door het boek To Hell and back – Europe 1914-1949 (vertaald onder de titel De afdaling in de hel) van Ian Kershaw. Zo zijn er dus twee reeksen van standaardwerken over de afgelopen eeuwen, die van Hobsbawm en die van Blanning, Evans en Kershaw.

Een overzicht geven van honderd jaar Europese geschiedenis is een titanenarbeid. De historicus moet moeilijke keuzen maken op het gebied van selectie en leesbaarheid. Bovendien moet hij zelf steeds navigeren in een paar boekenkasten vol aan bronmateriaal. Welke data die je gesleept hebt, komen in de index van het boek en hoe voorkom je dat de fact and namedropping niet ten koste gaat van de leesbaarheid. Een standaardwerk over de negentiende eeuw is een boek dat uitnodigt om van kaft tot kaft gelezen te worden en geen naslagwerk, al kan De Eeuw van de Macht door zijn zeer toegankelijke index heel goed als naslagwerk gebruikt worden.

Maar een schrijver van een ambitieus werk dat de negentiende eeuw moet samenvatten, heeft ook te maken met structurering. Hoe deelt hij zijn werk in? Chronologisch, thematisch, of een combinatie van beide? Evans heeft gekozen voor slechts 8 hoofdstukken, die ieder weer in tien lange paragrafen verdeeld zijn. De meeste hoofdstukken hebben betrekking op politieke en sociale verhoudingen in de negentiende eeuw. Alleen hoofdstuk 5 en 6 gaan over cultuurgeschiedenis, maar dan wel in de meest brede zin van het woord.

Niet alleen literatuur, schilderkunst, beeldhouwkunst, muziek, theater en film komen voorbij. Ook wetenschap, religie en technologie worden behandeld en uitgesplitst in zeer uiteenlopende onderwerpen: ontbossing, infrastructuur, bevolkingsgroei, begrafeniswezen, psychiatrie, prostitutie, tijdzones, internationale scheepvaart, persbureau’s, tuchthuizen, analfabetisme, haarmode, bestrijding van ziekten als tuberculose, vlektyfus en cholera, de lift en de roltrap, enz. Het pak van sjaalman, samengeperst in twee hoofdstukken (de verovering van de natuur en de eeuw van de emoties).

Evans opent zijn verhaal vaak met een onbekend of minder bekend personage uit de negentiende eeuw. Zo’n verhaal komt niet alleen de leesbaarheid ten goede, maar brengt de negentiende eeuw ook veel dichterbij. Er zijn ontelbare ingangen om het verhaal van Waterloo, de Restauratie of de Great Exhibition van 1851 te vertellen. Hoe onbekender de naam, hoe dichter de negentiende eeuw ons nadert. Want de meesten van ons staan nu eenmaal niet op het niveau van een Charles Darwin of Werner von Siemens. Toch kijken we meestal naar de geschiedenis via de hoofdrolspelers, de historische reuzen. Daarom werkt het zo goed om te beginnen met een onbekende historische figuur.

Neem nu ene Jakob Walter (1788-1864), een steenhouwer uit het dorpje Ellwangen in Württemberg. Gewoon een ambachtsman zoals ontelbare andere. Maar hij liep in 1812 wel in het Grande Armee helemaal mee naar Moskou. En wat het nog uitzonderlijker maakt: hij liep ook weer helemaal terug. Zijn dagboeken kwam via allerlei omzwervingen tenslotte in Kansas terecht. Het is een unieke historische bron die dankzij familietraditie bewaard gebleven is. Dergelijke “kleine geschiedenissen” maken de Grote Geschiedenis in Eeuw van de macht toegankelijk. De duizenden feiten, namen en cijfers die Evans geeft, komen er enigszins door in balans.

De eeuw van de macht [historiek.nl] | Boekbespreking door Tim de Wit [athenaeum.nl]

Spengler’s onheilsprofetie

gisteren gekocht: De ondergang van het avondland (1918-1922)

Samen met Johan Huizinga en Jose Ortega y Gasset wordt Oswald Spengler gezien als een van de grondleggers van het cultuurpessimisme. Hun namen zijn vastgeklonken aan het interbellum (1919-1939). Deze interval tussen de twee wereldoorlogen was een periode van gespannen vrede tijdens de Urkatastrophe des 20. Jahrhunderts (1914-1945). Der Untergang des Abendlandes is ongetwijfeld het eerste boek waar we aan denken wanneer we over cultuurpessimisme komen te spreken. Oswald Spengler schreef het eerste deel vlak voor de Eerste Wereldoorlog, maar kon het pas in december 1918 laten verschijnen. Het tweede deel verscheen vier jaar later, toen Duitsland volledig onderuit lag. Uitgeverij Boom gaf vorig jaar een fraai uitgevoerde jubileumeditie uit in twee banden. Deze uitgave wordt begeleid door een website.

De ondergang van het avondland
De Nederlandse vertaling in een jubileumuitgave in een fraaie art deco vormgeving.

oikofobieDe zelfhaat van het avondland
Soms lijkt het dat rechts een monopolie op cultuurpessimisme heeft. Hedendaagse cultuurpessimisten als Theodore Dalrymple en Roger Scruton schrijven vanuit een conservatief en rechts georiënteerd standpunt vanwaaruit ze het al te rooskleurige maakbaarheidsideaal van de links-progressieve politiek bekritiseren. Zo wordt het begrip oikofobie (gemunt door Roger Scruton) uitgewerkt door Thierry Baudet in zijn boek Oikofobie. De angst voor het eigene. De huidige polarisatie wordt gemarkeerd door sleutelwoorden. Progressief-links verwijt zijn tegenstanders xenofobie terwijl vanuit de conservatieve hoek progressief-links oikofobie verweten wordt. Joseph Ratzinger (later paus Benedictus XVI) is er nog explicieter in en sprak over de zelfhaat van het avondland.

De meest gehoorde kritiek op cultuurpessimisten is dat het zwartkijkers zouden zijn die te weinig oog hebben voor positieve ontwikkelingen en vooral voor het positieve in de mens. Zo reageerde Beatrice de Graaf onlangs op het boek De meeste mensen deugen van Rutger Bregmans: ‘Cynici en zwartkijkers kunnen inpakken. Een heerlijk boek voor iedereen die echt realistisch wil zijn.’ Realistisch willen zijn, daar gaat het dus om. Is het glas half vol of half leeg? De realist probeert een middenpositie in te nemen, maar zal steeds weer tot de ontdekking komen dat aan zorgvuldige beschouwingen en afwegingen een optimistische of pessimistische levenshouding ten grondslag ligt.

Overigens is cultuurpessimisme van alle tijden. Dat beschavingen opkomen, blinken en verzinken was al lang voor Spengler bekend. In het laatste kwart van de achttiende eeuw publiceerde Edward Gibbons zijn monumentale The History of the Decline and Fall of the Roman Empire over het verval en de ondergang van het Romeinse Rijk. Door hun hegemonie in de wereld begonnen de Victorianen in de negentiende eeuw zich te identificeren met de romeinen. Daarnaast leefde ook sterk het besef van vergankelijkheid. Een schilder als John Martin (1789-1854) oogstte veel succes met zijn apocalyptische landschappen, een soort vanitas landschapsschilderkunst.

The course of the empire
Thomas Cole The Course of the Empire, 1833-1836

Ook de Amerikaanse schilder Thomas Cole (1801-1848) wilde zijn tijdgenoten herinneren aan de vergankelijkheid en schilderde tussen 1833-1836 een serie van vijf schilderijen die hij The Course of the Empire noemde. Hij schilderde de opkomst, bloei en ondergang van een beschaving in vijf stadia om zijn Amerikaanse tijdgenoten te waarschuwen dat een trotse beschaving, net als het Romeinse Rijk, ooit ten onder zal gaan.

Wie was Oswald Spengler? [ leesspengler.nl ]