Categorie archief: boeken

annus horribilis [ 3 ]

deze week uitgelezen: 1793 van Victor Hugo

1793De meeste historici markeren de Franse Revolutie tussen twee dagen: 14 juli 1789 en 18 Brumaire van het jaar VIII ofwel 9 november 1799. Deze twee data staan voor de Bestorming van de Bastille en de Staatsgreep van Napoleon die een einde maakte aan het directoire. Victor Hugo werd geboren in 1802, twee jaar na het einde van de Franse Revolutie. Zijn hele leven heeft hij nagedacht over de betekenis van de Revolutie voor zijn land en voor de wereld. Pas aan het einde van zijn leven – in 1874 – schreef hij een roman waarin hij zijn gedachten over de Revolutie bundelde. Deze roman heet Quatrevingt-Treize (93) en Hugo’s tijdgenoten wisten precies waar dat getal op sloeg. Het was een getal zoals Nine Eleven. Quatrevingt-Treize gaat over 1793, het annus horibilis van de Franse Revolutie.

De koning van Frankrijk, Lodewijk XVI was op 21 januari 1793 onthoofd. Voor de revolutionairen was hij citoyen Capet (“meneer Capet”) geworden of men sprak triomfantelijk over Lodewijk de Laatste. Zijn terechtstelling had grote gevolgen voor het revolutionaire Frankrijk dat nu alle omringende monarchieën als vijand kreeg. Frankrijk werd ingesloten door vijanden. De dreiging kwam aanvankelijk uit het Oosten, van Oostenrijk en Pruisen. Maar na het onthoofden van de koning 1793 kwam er voor het revolutionaire Frankrijk een nieuwe vijand bij die zich binnen de landsgrenzen bevond. In de Vendée en Bretagne brak burgeroorlog uit doordat de royalisten in opstand kwamen.

marat
illustratie uit 1793

De royalisten waren voor de revolutionairen opstandelingen, maar ze zagen zichzelf juist als de getrouwen van de koning en het koningschap. Daarbij konden ze op sympathie van Engeland rekenen. De Franse Revolutie, waarin Parijs het centrum vormde, werd serieus bedreigd omdat de royalisten de Engelsen in Bretagne wilde laten landen om samen de revolutionairen te verslaan. Het werd hard tegen hard. Er volgde een verschrikkelijke, meedogenloze strijd en nog steeds loopt er in Frankrijk een debat of er tijdens de Opstand in de Vendée van genocide kan worden gesproken. Als dat het geval is, dan hebben beide partijen zich schuldig gemaakt aan genocide.

Dieu le RoiVictor Hugo koos bewust de Opstand in de Vendée als decor voor zijn roman over de Franse Revolutie. Het is een historisch decor maar tegelijkertijd een mythologisch decor. Twee partijen zijn geradicaliseerd en overschrijden de grenzen van menselijkheid. Bij de geradicaliseerde jakobijnen worden in naam van de Republiek en bij de geradicaliseerde royalisten worden in naam van God en de koning de meest smerige wreedheden begaan. De eerste kiezen voor de Rede, de laatsten voor het hart. 1793 is een verhaal over radicalisering. Hoe kunnen mensen in de overtuiging het goede te dienen in staat zijn tot zoveel kwaad?

En hoe is de spiraal van geweld te doorbreken?

Hugo laat zien dat geradicaliseerde partijen dat niet meer kunnen. Alleen een wonder, een goddelijk ingrijpen, kan de menselijkheid weer terugbrengen in de hel van een burgeroorlog. In de ingenieuze plot van Hugo zijn het drie kleine kinderen die het licht in de duisternis doen schijnen. 1793 leest soms als een sprookje vol metaforen en toch gaat het ook helemaal over de Franse Revolutie, een gebeurtenis die niet alleen achter ons ligt, maar nog dagelijks doorwerkt in onze gedachten over mens en samenleving. ‘Boven het revolutionaire absolute, bevindt zich het menselijke absolute.’ is het inzicht waarmee Hugo zichzelf en de lezer boven de strijdende partijen kan plaatsen.

guillotine
illustratie uit 1793

annus horribilis [ 1 ] | annus horribilis [ 2 ]

messidor architectuur

gelezen in 1793 van Victor Hugo

Toen Victor Hugo de zeventig gepasseerd was, schreef hij zijn laatste roman 1793. Zijn hele leven had hij al een roman willen schrijven waarin hij zijn gedachten over de Franse Revolutie kon uitwerken. Hij koos voor het jaar 1793, het annus horribilis van de Franse Revolutie, waarin een verschrikkelijke burgeroorlog woedde in Bretagne en de Vendée en het jaar waarin de beruchte Loi des suspects van kracht werd, waardoor het schrikbewind op een dieptepunt kwam.

1793 is een roman én geschiedenisboek. Het tweede deel is een soort intermezzo met o.a. een uitgebreide beschrijving van de Convention Nationale. Hugo geeft een lange opsomming van namen die hij vaak van voetnoten heeft voorzien. Na 180 bladzijden zijn er al 375 voetnoten voorbijgekomen. Voor de romanlezer kan dat storend zijn, maar voor degene met interesse voor geschiedenis van de Franse Revolutie, is het een bonus.

Convention Nationale
het kale interieur van de Convention Nationale
c’était quelque chose comme Boucher guillotiné par David.
Het was alsof Boucher door David was geguillotineerd.

Hugo over het interieur

Vooral de beschrijving die Hugo geeft van het interieur van de Nationale Conventie vind ik boeiend. De sobere, uitgeklede variant van het classicisme, wordt in Frankrijk l’architecture messidor genoemd. Hugo schrijft: “Na de overweldigende orgiën van vorm en kleur in de achttiende eeuw, ging de kunst op dieet, en alleen nog de rechte lijn was toegestaan. Een dergelijke ontwikkeling mondt uit in lelijkheid. Je krijgt een kunst die gereduceerd is tot skelet. Dat is het nadeel van een dergelijke zedigheid en onthouding; de stijl is zo sober dat hij schraal wordt.”

Convention Nationale
Hugo geeft een beschrijving van het spreekgestoelte. Links de Déclaration des droits de l’homme uit 1789 en rechts de grondwet.
Tout cet ensemble était violent, sauvage, régulier. Le correct dans le farouche; c’est un peu toute la révolution. La salle de la Convention offrait le plus complet spécimen de ce que les artistes ont appelé depuis ‘l’architecture messidor’ c’était massif et grêle. Les bâtisseurs de ce temps-là prenaient le symétrique pour le beau. Le dernier’ mot de la Renaissance avait été dit sous Louis XV, et une réaction s’était faite. On avait poussé le noble jusqu’au fade, et la pureté jusqu’à l’ennui. La pruderie existe en architecture. Après les éblouissantes orgies de forme et de couleur du dix-huitième siècle, l’art s’était mis à la diète, et ne se permettait plus que la ligne droite. Ce genre de progrès aboutit à la laideur. L’art réduit au squelette, tel est le phénomène. C’est l’inconvénient de ces sortes de sagesses et d’abstinences; le style est si sobre qu’il devient maigre. En dehors de toute émotion politique, et à ne voir que l’architecture, un certain frisson se dégageait de cette salle. On se rappelait confusément l’ancien théâtre, les loges enguirlandées, le plaforid d’azur et dé pourpre, le lustre à facettes, les girandoles à reflets de diamants, les tentures gorge de pigeon, la profusion d’amours et de nymphes sur le rideau et sur les draperies,toute l’idylle royale et galante, peinte, sculptée et dorée, qui avait empli de son sourire ce lieu, sévère, et l’on regardait partout autour de soi ces durs angles rectilignes, froids et tranchants comme l’acier; c’était quelque chose comme Boucher guillotiné par David.
 
Bron: Quatre-vingt-treize, deuxième partie, livre troisième: la convention
Convention Nationale
een bladzijde met een illustratie van de Conventie uit de oorspronkelijke uitgave van Quarte-vingt-treize (1874)

Nationale Conventie [ nl.wikipedia.org ]

oppervlakkige cultuur

gezien: Les Misérables (2012)
aan het lezen in: Les Misérables (1862) van Victor Hugo

In Beschaving na de cultural turn (2011) doet Joris van Eijnatten de volgende uitspraak: “lage cultuur ontstaat daar waar mensen niet reflecteren.” De musicalfilm Les Misérables is voor mij de jongste bevestiging van deze uitspraak. Alessandro Baricco stelde in zijn essaybundel De Barbaren (2010) dat massacultuur het onderscheid tussen hoge en lage cultuur doet vervagen. Dat is niet erg, meent hij, want we leven in een tijd van transformatie waarbij een onderscheid aan het verdwijnen is dat toch altijd al arbitrair was. Zo gold aan het begin van de twintigste eeuw het medium film voor het elitaire theaterpubliek als plat volksvermaak, nu wordt het algemeen als een kunstvorm beschouwd. En ooit beschouwden we de roman eerbiedig als het ultieme kunstwerk van de literator. Maar als BN’ers romans gaan schrijven, komt er onherroepelijk inflatie. Wat lage cultuur was, werd hoge cultuur en omgekeerd. Voor de markt bestaat er tenslotte geen hoge of lage cultuur. Daar gelden alleen kijk- en verkoopcijfers. U vraagt, wij draaien.

De ellendigenVan Eijnatten schrijft: “Lage cultuur ontstaat wanneer aanzien en gezag worden misbruikt en populaire sentimenten boven het bezonnen oordeel wordt geplaatst.” En Baricco noemt “de tirannie van ratings en top tien lijstjes” die de collectieve smaak gaan aanvoeren. Marketing heeft niet alleen de massacultuur maar ook de hoge cultuur in zijn greep. En zo werd er in 1980 een musical gemaakt van Les Misérables. Overigens was deze roman (mede door een uitgekiende reclamecampagne) in 1862 een enorm verkoopsucces, terwijl de literaire kritiek niet erg positief was. Maar De ellendigen wordt nu algemeen wel als een van de grote Franse romans uit de negentiende eeuw beschouwd. Dit literaire werk werd dus het slachtoffer van de musicalindustrie. Er zat een liefdesverhaal in, de innerlijke strijd van een bekeerde boef, spektakel en een personificatie van het maatschappelijk gezag. Genoeg ingrediënten voor een avondje uit met het hele gezin.

Lage cultuur ontstaat wanneer aanzien en gezag worden misbruikt en populaire sentimenten boven het bezonnen oordeel wordt geplaatst.

Joris van Eijnatten

Les Misérables DVDDe musicalfilm uit 2012 en het boek uit 1862 zijn producten van de populaire cultuur. Er ligt 150 jaar tussen. Wat is er veranderd in die anderhalve eeuw? In de eerste plaats de factor tijd: die lijkt schaarser geworden. Maar waarschijnlijk komt dat omdat wijzelf ongeduldiger zijn geworden. Oorspronkelijk telde Les Misérables 1200 bladzijden. De versie die ik nu aan het lezen ben, is een ingekorte versie (ruim 400 bladzijden) die rond 1962 in pocket verscheen. In 1862 waren 1200 bladzijden voor het toenmalige publiek geen bezwaar. Honderd jaar later werd de roman teruggebracht naar eenderde van de oorspronkelijke lengte om het grote publiek nog te kunnen bereiken. En in 1980 verscheen de musical die de roman tenslotte terugbracht naar een avondje uit. Het inkorten of verfilmen van een roman vraagt altijd offers. Meestal gaat dat ten koste van de diepte en complexiteit.

C’est de la physionomie des années que se compose la figure des siècles

Les Misérables Tome I – En l’année 1817

Doordat de tijd wordt ingekort, wordt dus ook de diepte aan betekenis minder. Hoe meer de blik gericht wordt op de spectaculaire oppervlakte, hoe minder deze onder de oppervlakte kan kijken. Om terug te komen bij de uitspraak van Van Eijnatten: “lage cultuur ontstaat daar waar mensen niet reflecteren.” De arbeiders die in 1862 twintig stuivers inlegden om samen een exemplaar van Les Misérables te kunnen kopen, kregen dus wél wat de kosmopolieten die voor veel geld de musical zien, niet krijgen: reflectie.

Het einde van de musicalfilm lijkt mij een verkrachting van de boodschap van Les misérables. Vanaf de barricaden bezingt men de nieuwe wereld, een soort loflied op de socialistische heilstaat. Maar de boodschap die de bisschop van Digne op de hoofdpersoon (Jean Valjean) overbrengt, gaat helemaal niet over maakbaarheid van een betere wereld, maar over medelijden met de behoeftigen en verdrukten: de ellendigen.

Hij (de bisschop van Digne) wendde zich tot wat leed en boette. Het heelal kwam hem voor als één grote ziekte; overal speurde hij de koorts en tastte hij lijden en zonder te trachten het raadsel op te lossen, zocht hij de wond te verbinden. De schrikwekkende aanblik van het geschapene wekte vertedering in hem: steeds was hij erop uit de beste manier van deernis en verlichting te vinden en deze aan anderen te leren. Het bestaande was voor deze milde en uitzonderlijke priester het voorwerp van blijvende droefenis, die vertroost wilde worden. Er zijn mannen die goud delven: wat hij dolf was barmhartigheid. De ellende in al zijn vormen was zijn mijn. Hebt elkander lief, dat was zijn volledige leer.
 
uit: De Ellendigen, eerste hoofdstuk

Als Alessandro Baricco gelijk heeft wanneer hij schrijft dat we in een overgangstijd leven waarin het verschil tussen hoge en lage cultuur aan het verdwijnen is, dan is dat maar zo. Als het verschil tussen oppervlakkigheid en diepgang maar gezien blijft worden. Want als cultuur alleen nog maar over de toppen van de golven scheert, raakt ze los van haar oorsprong.

Histoire des Girondins

gelezen in: kopstukken van de Franse Revolutie
11 literaire portretten door Alphonse de Lamartine

LamartineVorige week kocht ik de Nederlandse vertaling van Histoire des Girondins (1847) van Alphonse de Lamartine (1790-1869). dat verscheen onder de titel Kopstukken van de Franse Revolutie bij Uitgeverij Boekwerk in Groningen, 1989. Het is een tweetalige uitgave met daarin elf portretten van Franse revolutionairen: Mirabeau, la Fayette, Vergniaud, Madame Roland, Rouget de Lisle, Théroigne de Méricourt, Marat, Le Bon, Danton, Saint Just en Robespierre. De schrijver heeft hen nooit ontmoet, want hij was pas vier jaar toen de meesten al dood (Mirabeau), vermoord (Marat), geëxecuteerd (Madame Roland, Danton, Saint Just, Robespierre, Le Bon) of krankzinnig waren geworden (de Méricourt). Alleen Rouget de Lisle en La Fayette haalden de negentiende eeuw en Lamartine zou hen als volwassen man ontmoet kunnen hebben.

Histoire des Girondins
Titelblad van Histoire des Girondins (1847)
En le perdant, la Montagne perdait son sommet. (Toen de Berg hem verloor, verloor ze haar top.)

Lamartine over Danton (1847)

Afgelopen maand citeerde ik op deze blog twee beschrijvingen van Georges Danton die ik las in de romans De Sans-culotten van Jo van Ammers-Küller en in 1793 van Victor Hugo. Ook Lamartine geeft een beschrijving van Danton waarvan hieronder een fragment:

C’était un de ces hommes qui semblent naître du bouillonnement des révolutions, et qui flottent sur le tumulte jusqu’à ce qu’il les engloutisse. Tout en lui était athlétique, rude et vulgaire comme les masses. Il devait leur plaire, parce qu’il leur ressemblait. Sou éloquence imitait l’explosion des foules. Sa voix sonore tenait du rugissement de l’émeute. Ses phrases, courtes et décisives, avaient la concision martiale du commandement. Sort geste irrésistible imprimait l’impulsion aux rassemblements. L’ambition était alors toute sa politique. Sans principes arrêtés, il n’aimait de la Démocratie que son trouble. Elle lui avait fait son élément.
 
uit: Histoire des Girondins – Danton

LamartineLamartine verscheen op het Franse literaire toneel op een moment dat dit bijna volledig leeg was. De schrijvers die onder het Empire gesteund waren, konden niemand echt bekoren, Madame de Staël was overleden en Chateaubriand was nog vrij klassiek ingesteld en had geen grote revolutie teweeggebracht. Lamartine wordt algemeen aanzien als de vader van de Franse Romantiek. Hij zette de eerste stappen tot de volledige bloei van de Romantiek in Frankrijk, gebruik makend van verschillende invloeden die hij in zijn werken verwerkte. Zo combineerde hij de hernieuwde interesse voor het katholicisme van Louis de Bonald en Joseph de Maistre, de aanbidding van de natuur van Rousseau en Bernardin de Saint-Pierre, het sentimentalisme van Madame de Staël, de interesse voor de Middeleeuwen van Chateaubriand en Scott en de mal du siècle van Chateaubriand en Byron. Deze mengeling kwam als zeer vernieuwend over voor zijn tijdgenoten, zo nieuw zelfs dat wordt verteld dat een uitgever zijn eerste bundel Les Méditiations poétiques weigerde omdat deze niet in lijn was met de gevestigde waarden.
(Bron: nl.wikipedia.org)

Alphonse de Lamartine [ nl.wikipedia.org ]

haal ik de eeuwigheid wel …

begonnen aan Memoires van over het graf (1848)
van François-René de Chateaubriand vertaald door Frans van Woerden (2000)

Geschiedenis is voor mij steeds meer de periode 1750-1850. In deze tijd vond een omwenteling plaats waarvan de impact twee eeuwen later nog steeds niet ten volle kan worden begrepen. De omwenteling was totaal en had zijn uitwerking op elk gebied: politiek, sociaal, economisch, religieus, artistiek, filosofisch, wetenschappelijk en technologisch. De motor van deze omwenteling of Revolutie was de Verlichting die zelf weer een uitvloeisel was van de Renaissance. Het christelijke wereldbeeld uit de Middeleeuwen had concurrentie gekregen van het antieke wereldbeeld en zou tenslotte door het wetenschappelijke wereldbeeld verdrongen worden.

In het laatste kwart van de achttiende eeuw kwam het in een stroomversnelling. De industriële revolutie was letterlijk al op stoom gekomen. En de emancipatoire krachten van de Verlichting kregen hun uitwerking in de politiek. Zo waren de Amerikaanse en Franse Revolutie de maatschappelijke concretisering van het nieuwe, soevereine mensbeeld. De onderdaan werd burger. De koning die regeert bij de gratie Gods was verleden tijd, al zou de Restauratie na 1815 nog alles op alles zetten om de Revolutie ongedaan te maken.

ChateaubriandOm de tijd van de Verlichting, Revolutie en Restauratie van heel dichtbij te leren kennen, ben ik romans aan het lezen die zich in deze periode afspelen. Een roman is toch heel iets anders dan een geschiedenisboek. Het beschrijft de tijd van binnenuit. Maar er is nog een literaire vorm die het verleden heel dichtbij kan halen: de (auto)biografie. Omdat ik lovende kritieken heb gelezen over Les Mémoires d’outre-tombe van François-René de Chateaubriand (1768-1848), besloot ik deze autobiografie, die voor het eerst na zijn dood in 1848 gepubliceerd werd, te gaan lezen. Ik kocht de Nederlandse vertaling (Memoires van over het graf) van Frans van Woerden die in 2000 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff.

In het voorwoord schrijft Frans van Woerden wat deze autobiografie zo bijzonder maakt: “Chateaubriand brengt zijn eigen bewogen tijdperk (vooral mutatie ervan) in beeld, maar geeft het tegelijkertijd een plaats in de ‘lange duur’ van de geschiedenis. Dit temporele aspect is een dermate allesdoordringend gegeven dat de Memoires in wezen ook te lezen zijn als één lange beschouwing over het verschijnsel tijd, over de wijze waarop tijdsverloop wordt ervaren, over hoe de menselijke herinnering (collectief, individueel) werkt (er zijn tal van pre-Proustiaanse passages in de Memoires), over wat eigenlijk het begrip ‘geschiedenis’ inhoudt.

Chateaubriand
Google is steeds meer het filter van ons collectief geheugen. Chateaubriand schreef in zijn memoires bezorgd: “haal ik de eeuwigheid wel?” Voor Google lijkt alleen het stukje vlees voorlopig de eeuwigheid gehaald te hebben.

François-René de Chateaubriand [ nl.wikipedia.org ]

Parijs 1832

vandaag is het 186 jaar geleden dat in Parijs de Juni Opstand uitbrak

Vandaag ontving ik als volger van Geri Walton de onderstaande tweet. Deze Amerikaanse historica schreef een boek over de hartsvriendin van Marie Antoinette: Marie Antoinette’s Confidante: The Rise and Fall of the Princesse de Lamballe. Dagelijks stuurt ze tweets die met de 18e of 19e eeuw te maken hebben. Het is een soort abonnement op de krant van (eer)gisteren. Op 5 juni 1832 braken in Parijs rellen uit en kwamen anti-monarchisten in opstand tegen burgerkoning Louis-Philippe I. Victor Hugo was als 30-jarige ooggetuige en beschreef de opstand 30 jaar later in Les Misérables.

tweet
de tweet van Geri Walton
The June Rebellion or the Paris Uprising of 1832, was an anti-monarchist insurrection of Parisian republicans on 5 and 6 June 1832. The rebellion originated in an attempt by the Republicans to reverse the establishment in 1830 of the July Monarchy of Louis-Philippe, shortly after the death of the king’s powerful supporter President of the Council Casimir Pierre Périer on 16 May 1832. On 1 June 1832 Jean Maximilien Lamarque, a popular former commander who later became a member of the French parliament and was critical of the monarchy, died of cholera. Riots following his death sparked the rebellion, which was the last outbreak of violence linked with the July Revolution of 1830. Author Victor Hugo described the rebellion in his novel Les Misérables, and it figures largely in the stage musical and films based on the book.
 
Bron: wikipedia.org

Annus horribilis [ 2 ]

gelezen in Quatrevingt-Treize (1793) van Victor Hugo
in combinatie met de oorspronkelijke illustraties uit 1874 van Émile Bayard

1793Vorige week kreeg ik van Michaela de Nederlandse vertaling van Quatrevingt-treize, de laatste roman van Victor Hugo. Ik had mij voorgenomen in juli op een Franse camping een begin te maken, maar ik kon niet wachten. Ik las het eerste hoofdstuk en het boek had mij te pakken. Het overrompelde mij. De flaptekst had mij hier overigens al voor gewaarschuwd: “Hier wordt geen geschiedenis geschreven, hier wordt de lezer meegetrokken in de chaos van de gebeurtenissen en ondervindt hij aan den lijve wat en wie er allemaal op het spel staat, als in het jaar van de Terreur de contrarevolutie losbreekt onder koningsgezinde boeren in de Vendée.”

1793 is een magistrale roman. Na 141 jaar werd deze eindelijk in het Nederlands vertaald en dat moet een zware klus geweest zijn voor Tatjana Daan. Hugo doorspekte zijn verhaal met details over de Franse Revolutie waarbij de lezer “getrakteerd” wordt met ruim 500 noten. Veel fact- en namedropping dus, en voor de lezer die het verschil niet weet tussen jacobijnen, girondijnen, cordeliers, hébertisten en montagnards zal het verhaal soms stroef lezen. Ook als je redelijke voorkennis hebt, moet je toch steeds bladeren naar de toelichting bij de noten achterin het boek. Maar wat komt de Franse Revolutie dan tot leven!

De vertaalster zal het niet altijd gemakkelijk hebben gehad met het vertalen van tijdgebonden woorden (bijvoorbeeld van kledingstukken) en jargon (zoals scheepstermen en militaire benamingen). Zo kwam ik enkele malen Nederlandse woorden tegen waar ik maar zelden van hoor of die ik nog niet kende. Dat zijn ook de cadeautjes die je krijgt bij het lezen van een historische roman: niet alleen de blik op de geschiedenis maar ook de taal wordt verruimd.

1793
In het Eerste Boek van het Tweede Deel (Cimourdain) schrijft Hugo iets over het omvertrekken van het ruiterstandbeeld van Lodewijk XIV op de Place Vendôme op 12 augustus 1792. Het beeld had er op de dag af 100 jaar gestaan. (illustratie van Émile Bayard)

Ik las de eerste 150 bladzijden in combinatie met de oorspronkelijke illustraties uit 1874 van Émile Bayard die ik vond op gallica.bnf.fr. Émile Bayard is niet zo bekend als zijn tijdgenoot Gustave Doré maar wel wereldberoemd geworden door zijn illustratie van Cosette uit Hugo‘s andere roman Les Misérables uit 1862.

Een paar weken terug citeerde ik een beschrijving van Georges Danton door Jo van Ammers-Küller in De Sans-culotten. Ook Hugo voert Danton in zijn roman op, samen met Robespierre en Marat. Danton was niet moeders mooiste. “Hij heeft een neus als een platgeslagen karbonkel boven een mond, die als een snuit van een dier vooruitsteekt.” schreef Van Ammers-Küller. Hugo deed het op zijn manier:

Le grand, débraillé dans un vaste habit de drap écarlate, le col nu dans une cravate dénouée tombant plus bas que le jabot, la veste ouverte avec des boutons arrachés, était botté de bottes à revers et avait les cheveux tout hérissés, qnoiqu’on y vît un reste de coiffure et d’apprêt; il y avait de la crinière dans sa perruque. Il avait la petite vérole sur la face, une ride de colère entre les sourcils, le pli de la bonté au coin de la bouche, les lèvres épaisses, les dents grandes, un poing de portefaix, l’œil éclatant.
 
Bron: Deuxième Partie: à Paris – Livre Deuxième – Le Cabaret de la Rue du Paon
1793
Danton, Marat en Robespierre in Le Cabaret de la Rue du Paon (illustratie van Émile Bayard)

1793 [ gutenberg.org ]