Categorie archief: boeken

painting with words

gezien: David McCullough – painting with words (2008)
begonnen in de biografie van John Adams door David McCullough

John Adams biografieIn april keek ik op DVD naar de Amerikaanse miniserie John Adams (2008) over een van de founding fathers én de tweede president van de Verenigde Staten. Op een van de DVD’s in de box stond als bonus de documentaire David McCullough – painting with words. De biograaf van John Adams won tweemaal de Pulitzer Prize en is in de Verenigde Staten een beroemdheid. Zijn gepassioneerde houding tegenover geschiedenis spreekt mij erg aan. Naast zijn schrijverschap en televisiewerk is hij ook een amateurschilder. Schrijven is voor hem schilderen met woorden en de geschiedenis is daarbij zijn bron. Niet alleen van informatie maar ook van vreugde. McCullough: “History is the story of people.”

To me history ought to be a source of pleasure. It isn’t just part of our civic responsibility. To me it’s an enlargement of the experience of being alive, just the way literature or art or music is.

David McCullough

who the *) is … [ 11 ]

Claire Élisabeth Jeanne Gravier de Vergennes de Rémusat (1780-1821)

In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en alleen daar ben je onsterfelijk. Dat geldt in het bijzonder voor schrijvers. Immers, wie schrijft die blijft. Zolang we hen blijven lezen en gedenken, leven zij voort. En wanneer ze zijn weggezonken in het collectieve geheugen, kunnen ze met een lemma op wikipedia weer even tot leven worden gewekt. Vandaag: Claire Élisabeth Jeanne Gravier de Vergennes de Rémusat (1780-1821)

Madame de RémusatClaire Élisabeth Jeanne Gravier de Vergennes begon op haar eenentwintigste in 1802 als hofdame te werken voor Joséphine Bonaparte. Haar memoires uit de periode 1802-1808 werden in 1880 in twee delen uitgegeven door haar kleinzoon Paul de Rémusat. Deze memoires vormt een van de voornaamste primaire bronnen over het leven van Joséphine Bonaparte. Ook de meest recente biografie over Joséphine uit 2014 van Kate Williams maakt gebruik van “De Rémusat”. Een andere primaire bron waar uit geput wordt, is Mémoires de Napoleon door Louis Antoine Fauvelet de Bourrienne.

schaken met Napoleon
als hofdame was je vanzelfsprekend bereid om met Napoleon te schaken. Een schaakpartij uit 1805 tussen Napoleon en Claire de Rémusat is bewaard gebleven. In veertien zetten was Madame van het bord gespeeld.

Mémoires de Madame de Rémusat [ gutenberg.org ]

I will survive

aan het lezen in: Joséphine – verlangen, ambitie, Napoleon (2014)
van Kate Williams – Uitgeverij Prometheus – Bert Bakker

JosephineIn 2014 was het tweehonderd jaar geleden dat Joséphine de Beauharnais (1763-1814) stierf, de eerste vrouw van Napoleon Bonaparte. De Britse historica Kate Williams schreef een biografie over deze ooit machtigste vrouw ter wereld. Toen ik in de VPRO-gids van 18 maart 2014 het artikel des Keizers vrouw van Katja de Bruin las, wist ik al dat ik deze biografie wilde gaan lezen. Na het zien van de tentoonstelling Alexander, Napoleon & Joséphine, kocht ik het afgelopen woensdag in de museumwinkel van het Hermitage in Amsterdam.

Inmiddels heb ik van deze zeer vlot geschreven biografie ruim honderd bladzijden gelezen. Sympathie voor Joséphine heb ik nog niet en verwacht ik ook niet te krijgen. Haar belevingswereld is die van de boulevardpers en de showbusinessrubrieken uit de kranten. Na het schrikbewind van Robespierre vormde ze samen met Therésa Tallien, Juliette Récamier en Fortunée Hamelin de Merveilleuses. Joséphine werd een stijlicoon en heel Parijs wist nu wie ze was.

Les Merveilleuses
Juliette Récamier en Fortunée Hamelin, twee andere it-girls die samen met Joséphine de Beauharnais en Therésa Tallien in Parijs grote bekendheid genoten als Les Merveilleuses

Net als de Spicegirls tweehonderd jaar later, lieten Les Merveilleuses in de jaren negentig van de achttiende eeuw girl power zien en werden ze een rolmodel. Hun girl-power bestond vooral uit seksuele energie. In een maatschappij waarin mannen de dienst uitmaakten, kon de vrouw alleen delen in zijn macht wanneer ze hem wist te behagen. Wanneer ze een invloedrijke man wist te betoveren, kon ze de macht zelfs naar zich toetrekken. Dat is precies wat Joséphine deed. Ze was zes jaar ouder dan Napoleon Bonaparte (1769-1821) en had veel meer seksuele ervaring toen ze hem in 1795 voor het eerst ontmoette. Napoleon was 25, Joséphine 31. Kate Williams schrijft over haar cynische opvatting over liefde:

Romantiek en seks waren voor haar een manier om status en financiële zekerheid te verwerven; het waren transacties die een vrouw moest doen om te overleven.

Kate Williams

Voor overleven had Joséphine een groot talent. Misschien is haar wilskracht het enige dat ik na honderd bladzijden van haar biografie in haar waarderen kan. De manier waarop ze haar wil gebruikt om te overleven, door elke moraal aan de kant te schuiven, laat mijn waardering niet boven de walging uitkomen.

Josephine
Joséphine de Beauharnais liet zich in 1812 tijdens een bezoek in Genève portretteren door de Zwitserse schilder Firmin Massot. Zijn portret wordt beschouwd als de meest waarheidsgetrouwe weergave van haar karakter. Kenmerkend voor haar pose is de glimlach met de stijf opeen geknepen lippen om haar slechte gebit te verbergen. Firmin Massot kreeg opdracht om meer dan dertig kopieën van dit portret te schilderen die Joséphine als cadeautje aan haar relaties kon geven. Bovenstaand exemplaar is een van deze kopieën. Het origineel hangt op de tentoonstelling Alexander, Napoleon & Joséphine.

Joséphine de Beauharnais [ nl.wikipedia.org ]

20 april 1945

zeventig jaar geleden begon de Slag om Berlijn

Anthony Beevor - Berlin 1945De Duitse film Der Untergang (2004) is gebaseerd op het boek Der Untergang. Hitler und das Ende des Dritten Reiches (2002) van Joachim Fest. Het ooggetuigeverslag van Hitler’s secretaresse Traudl Junge bepaalde het perspectief van het scenario voor Der Untergang.

In 2002 verscheen ook het boek Berlin. The downfall 1945 van Anthony Beevor. Beide titels in de Nederlandse vertaling staan in mijn kast. Fest begint zijn boek op 16 april 1945 toen het Rode Leger begon aan de Slag om Berlijn. Beevor neemt een lange aanloop en start op nieuwjaarsdag 1945. Pas in hoofdstuk 17 zijn we op 20 april 1945, de laatste verjaardag van Adolf Hitler.

20 april 1945
Op zijn 56e verjaardag (20 april 1945) reikte Hitler onderscheidingen uit aan kindsoldaten. Dit moment is in Der Untergang gereconstrueerd.
Vrijdag 20 april was de vierde mooie dag op rij. Het was de zesenvijftigste verjaardag van Adolf Hitler. Als het vroeger op deze datum zo’n mooie dag was, plachten vreemden elkaar op straat te wijzen naar Führerwetter, met andere woorden: weer een wonder. Nu zinspeelde alleen nog de meest verdwaasde nazi op Hilter’s bovennatuurlijke krachten.
 
uit: Anthony Beevor, Berlijn. Hoofdstuk 17: de laatste verjaardag van de Führer

kunst als religie

op mijn verlanglijstje: de esthetische revolutie (2015) van Arnold Heumakers
het ontstaan van het moderne autonome kunstbegrip

de esthetische revolutieVolgens Arnold Heumakers maakt het romantisch-moderne kunstbegrip de kunst nog altijd tot het domein van de ongebonden creativiteit. Wanneer alles in de samenleving wel ergens aan vastzit, dan is de kunst nog steeds ongebonden. Je zou echter ook kunnen stellen dat de kunst gevangen is in de romantische orde.

Voor Maarten Doorman zitten wijzelf aan het begin van de eenentwintigste eeuw nog vast aan de romantische orde: kunst moet vrij zijn en deze eis werd door de romantici ruim 200 jaar geleden voor het eerst gedicteerd. Het autonome kunstbegrip ontstond in de jaren negentig van de achttiende eeuw, toen een maatschappelijke revolutie (de Franse Revolutie) en een geestelijke revolutie (het Duitse idealisme) bij elkaar kwamen.

Het autonome kunstbegrip dat aan het einde van de achttiende eeuw ontstond is nooit meer weggeweest en bepaalt de kunst nog steeds. Toen het zich eenmaal had genesteld bracht ze een scheiding aan tussen hoge en lage kunst, tussen serieuze- en massakunst, onderscheidingen die nog steeds van kracht zijn. Het zorgde ook voor polemiek en strijd omdat er met die vrijheid meteen taboes werden doorbroken.
 
Bron: vn.nl

Karl Philipp MoritzSafranski en Doorman noemen vooral Schiller (met Über die ästhetische Erziehung des Menschen uit 1793) en de romantici van de Frühromantik als de architecten van het autonome kunstbegrip. Heumakers legt een belangrijke rol weg voor Karl Philipp Moritz (1756-1793). De fundering van de absolute vrijheid in de kunst komt daardoor iets eerder te liggen, in een periode die je de proto-romantiek zou kunnen noemen. Ook Safranski neemt in zijn studie over de romantiek een aanloop vanuit de Sturm und Drang met Herder en Goethe als protagonisten, maar laat Karl Philipp Moritz onbesproken.

Het autonome kunstbegrip ontstond in de jaren negentig van de achttiende eeuw, toen een maatschappelijke revolutie (de Franse Revolutie) en een geestelijke revolutie (het Duitse idealisme) bij elkaar kwamen.

Ik verwacht dat De esthetische revolutie voor mij een mooie aanvulling wordt op Romantiek. Een Duitse Affaire van Rüdiger Safranski en De romantische orde van Maarten Doorman. De besprekingen van Jeroen Koch in NRC Handelsblad en van Carel Peeters in Vrij Nederland beloven veel goeds.

de esthetische revolutie [ boomfilosofie.nl ]

belleza di Bellini

aan het lezen in Nicolosia (2004) van Joost Divendal
Giovanni Bellini en zijn Venetiaanse model

NicolosiaNicolosia is een aanstekelijk verslag van een obsessie. Joost Divendal beschrijft zijn jarenlange zoektocht naar het model dat Giovanni Bellini (1430-1516), de vader van de Venetiaanse School, gebruikt heeft voor zijn madonna op het altaarstuk in de San Giobbe in Venetië. Bij Bellini is de breuk tussen de traditionele typos van de Moeder Gods op de Byzantijnse icoon en de Italiaanse madonna van vlees en bloed definitief geworden. De heilige maagd Maria zit bij Bellini nog altijd op een troon, meestal geflankeerd door heiligen en eventueel opdrachtgevers, maar is zoveel aardser dan de Byzantijnse Theotokos.

De aardsheid komt bij Bellini overigens niet uit de lucht vallen, maar krijgt wel iets definitiefs. Verschillende factoren spelen daar een rol bij: Bellini is een Venetiaan, hij schildert als Italiaan voor het eerst met olieverf (Antonella da Messina had deze vanuit Vlaanderen geïmporteerd en in 1475 naar Venetië gebracht) én hij werkt naar levend model. Vooral dat laatste is van doorslaggevend belang. De moeder Gods wordt in de Italiaanse schilderkunst van de late 15e eeuw een vrouw van vlees en bloed. Karl Marx zou opmerken dat de Moeder Gods bij Rembrandt een Hollandse boerenmeid is. Maar 150 jaar vóór Rembrandt was zij al een Italiaans meisje.

Divendal is geobsedeerd door de blik van de heilige maagd Maria op het altaarstuk in de San Giobbe, waarin hij het goddelijke en het menselijke ziet samengaan. Rond de intimiteit van deze blik trekt hij concentrische cirkels die uitdijen over de lagunestad. Soms ziet hij bij serveersters op de terrasjes of meisjes op de boten het sublieme en het banale onverwacht samenkomen. Nicolosia is te lezen als een ode aan het vrouwelijke en een loflied op de schoonheid.

Ik weet door het kijken uit ervaring dat kunst die verleidt tot blijven kijken, vrouwelijk is. Zij nodigt mij uit om op haar in en in haar op te gaan.
Bellini
de heilige maagd Maria op het altaarstuk van de San Giobbe door Giovanni Bellini (detail) “Ave virginei flos intemerae pudoris” (uit het Magnificat)
Natuurlijk ben ik meer gericht op de schoonheid van vrouwen dan van mannen. Dit is zo niet genetisch bepaald dan toch een kwestie van smaak. Hun fysieke soepelheid bepaalt mijn waarneming eerder dan de hoekigheid die mannen eigen is. Ik weet door het kijken uit ervaring dat kunst die verleidt tot blijven kijken, vrouwelijk is. Zij nodigt mij uit om op haar in en in haar op te gaan. Mannelijke kunst stoot af door haar zelfverzekerdheid, die de toeschouwer geen ruimte laat. Wanneer la belleza mijn uitnodigt en ik voor haar opensta, laat ik mij ontwapenen. En ik kijk.
 
uit: Nicolosia, uitgeverij Meulenhoff Amsterdam, 2004, blz. 96
Bellini
detail van de heiligen op het altaarstuk van de San Giobbe: Franciscus, Johannes de Doper, Job, Dominicus, Sebastiaan en Lodewijk van Toulouse
het altaarstuk van San Giobbe door Giovanni Bellini (ca.1487)
 
Dit altaarstuk is een voorbeeld van een sacra conversazione: een voorstelling waarbij in een in perspectief geschilderde ruimte een gesprek lijkt plaats te vinden tussen een Madonna met kind en een aantal heiligen uit verschillende tijdsperiodes. In dit geval zijn dat van links naar rechts: Franciscus, Johannes de Doper, Job, Dominicus, Sebastiaan en Lodewijk van Toulouse. Zowel Job als Sebastiaan zijn pestheiligen. Aan de voet van de troon van de Madonna zijn drie musicerende engelen te zien, die Bellini met grote precisie heeft geschilderd. Franciscus, die gekleed gaat in zijn traditionele bruine habijt en wiens stigmata duidelijk te zien zijn, nodigt de toeschouwer uit deel te nemen. Aan de rechterzijde valt met name Sebastiaan op die vrijwel naakt en in contrapposto is weergegeven.
 
Bellini creëerde evenwicht door aan de andere kant van Maria ook de oude Job ontkleed te schilderen. Dergelijke gedetailleerde afbeeldingen van het menselijk lichaam zijn typerend voor de hoogrenaissance. Op de mantel van Lodewijk van Toulouse is Job in miniatuur nogmaals afgebeeld, een eerbewijs aan de naamgever van de kerk. De figuren zijn geplaatst in een kapel met een cassetteplafond. Deze ruimte wordt afgesloten door een apsis met een gouden mozaïek, dat fonkelt in het licht en herinneringen oproept aan de Basiliek van San Marco. Op het mozaïek zijn zes engelen en de inscriptie Ave virginei flos intemerae pudoris te zien.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Ephemera

Ephemera uit de jaren ’50 en ’60 op Pinterest

Tot een paar jaar geleden verzamelde ik plaatjes uit de jaren vijftig en zestig op de harde schijf van de computer. Tegenwoordig pin ik ze vast in de cloud van Pinterest, keurig geordend op prikborden. In het Engels worden fenomenen met een korte houdbaarheidsdatum “Ephemera” genoemd. In het Nederlands heeft dit woord niet onmiddellijk een positieve klank. Het zou zomaar een geslachtsziekte kunnen zijn. En biologen weten dat de naam verwijst naar het geslacht van de wantsen, een tamelijk onfris diertje. Tot die familie behoort ook de ephemera danica, beter bekend als de groene eendagsvlieg.

Ephemera 1960's
tien van mijn prikborden met ephemera uit de jaren zestig op pinterest.com
e·phem·er·a
things that exist or are used or enjoyed for only a short time. items of collectible memorabilia, typically written or printed ones, that were originally expected to have only short-term usefulness or popularity.

In het verzamelen van plaatjes op pinterest.com vat ik ephemera iets breder op. Alles wat kenmerkend is voor de stijlperiode van de jaren vijftig en zestig, is voor mij ephemera. Van de vinnen van de Cadillac tot de paviljoenen van de expo’s uit 1958, 1964 en 1967. De meeste expo-bauten bleken inderdaad zeer vergankelijk, maar het atomium in Brussel en ook de pink cadillac bleken juist onvergankelijke stijliconen.

Ephemera 1960 [ pinterest.com ]