Categorie archief: boeken

geloofsfilosoof

gelezen over Friedrich Heinrich Jacobi (1743-1819)
in Duitse Filosofie 1760-1860 van Terry Pinkard
en Goethe. Kunstwerk van het leven van Rüdiger Safranski

Sinds het begin van deze eeuw lijkt de Verlichting helemaal terug, met name als de remedie tegen religieus fanatisme. Dat de islam nog “door de Verlichting moet” is een stelling die sinds 9/11 veel geklonken heeft. Ooit begon de Verlichting als een beschavingsoffensief. Dat was in de eerste plaats gericht tegen de misstanden van kerk en koning. Voltaire ging met zijn Décrasez l’infâme! voorop.

Immanuel Kant benadrukte dat de mens zijn onmondigheid achter zich moest laten en spoorde hem met de imperatief sapere aude aan zelf te durven denken. Verlichting stond voor de volwassenwording van de mensheid. Na een lange “kindertijd” waarin geloof en bijgeloof heersten, werd de mensheid door de Verlichting uit zijn dogmatische sluimer gewekt. Aan het einde van de achttiende eeuw ontstond zo de moderne burger. Tegenwoordig is de durf om zelf na te denken even vanzelfsprekend als onze hartslag.

Regnault 1795
Jean-Baptiste Regnault
La Liberté ou la Mort 1795
De Verlichting (Apollo) en de Franse Revolutie (Jakobijnenmuts) gingen in 1795 hand in hand.

Toch waren er sinds de opkomst van de Verlichting denkers die twijfels hadden bij de triomftocht van de Ratio. In de Verlichting domineerden het verstand en de wetenschap terwijl geloof en intuïtie werden weggedrukt. De uitspraak van Pascal, het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent benadrukte de kennis van het hart. Sinds de zeventiende eeuw kunnen we een traditie onderscheiden die van Pascal via Rousseau en de romantici naar Schopenhauer, Freud en Bergson leidt en waarin de Verlichting gerelativeerd wordt. Het is een illusie te denken dat de rede in staat is ons bewustzijn helemaal te verlichten, want er blijven altijd verborgen hoekjes waarin ons verstand buitenspel staat en waarin we aangewezen zijn op ons geloof. Het waren vooral de romantici die hier de aandacht op vestigden.

Het is een illusie te denken dat de rede in staat is ons bewustzijn helemaal te verlichten, want er blijven altijd verborgen hoekjes waarin ons verstand buitenspel staat en waarin we aangewezen zijn op ons geloof.

JacobiEen van de eerste criticasters van de Verlichting was Friedrich Heinrich Jacobi. In 1785 publiceerde hij Über die Lehre des Spinoza in Briefen an den Herrn Moses Mendelssohn waarin hij Spinoza onder de aandacht bracht onder de Duitse intellectuelen. Dit geschrift werd een opmaat voor het Duitse Idealisme, de filosofie die met Fichte, Hegel en Schelling een stempel zou drukken op het intellectuele klimaat in Duitsland tussen 1790 en 1830.

Twee jaar later schrijft Jacobi David Hume über den Glauben oder Idealismus und Realismus: Ein Gespräch waarin hij de filosofie van Immanuel Kant onder vuur neemt. Hij stelt dat het geloof allesbepalend is voor de mens, ook voor de wetenschapper. Want tenslotte is elke grond waarop wij bouwen een aanname. Tegenwoordig wordt Jacobi samen met Johann Gottfried von Herder, Johann Georg Hamann en Friedrich Schleiermacher gerekend tot de zogenaamde geloofsfilosofen.

Jacobi über Spinoza
Über die Lehre des Spinoza in Briefen an den Herrn Moses Mendelssohn (1785, 1789)

metafysische navelstreng

de inleiding gelezen van : de esthetische revolutie
het ontstaan van het moderne autonome kunstbegrip (2015) van Arnold Heumakers

de esthetische revolutieBegin april plaatste ik de esthetische revolutie bovenaan op mijn verlanglijstje. Ik was toen vergeten dat ik bij het verschijnen van Goethe – Kunstwerk des Lebens van Rüdiger Safranski twee jaar geleden de Nederlandse vertaling prioriteit had gegeven. Dus ben ik nu nog aan het lezen in de vertaling van Mark Wildschut die eind mei verscheen. Maar het boek van Arnold Heumakers is al in huis en ik kon het niet laten de inleiding alvast te lezen. Overigens staan in de literatuurlijst van dit boek vier titels van Safranski vermeld, waaronder zijn biografie over Goethe en Romantik. Eine Deutsche Affaire.

In de inleiding van de esthetische revolutie las ik een zin die mij op het lijf geschreven is: “Sinds we de metafysische navelstreng met de eeuwigheid hebben doorgeknipt, vinden we onze diepte nog alleen in de geschiedenis.” In de negentiende eeuw werd de geschiedenis een substituut voor de religie. Het historiseren leidde niet alleen tot een objectiveringskoorts (“wie es eigentlich gewesen ist”) en het verwetenschappelijken van het verleden, maar ook tot de evolutietheorie van Darwin. In plaats van een schepsel van een persoonlijke God, werd de mens het product van natuurlijke selectie, voor de een “een schitterend ongeluk” en voor de ander “een bedrijfsongeval van de natuur”. Dat is de consequentie wanneer we onze “metafysische navelstreng met de eeuwigheid” doorknippen en onze longen zich volzuigen met objectieve wetenschap.

Sinds we de metafysische navelstreng met de eeuwigheid hebben doorgeknipt, vinden we onze diepte nog alleen in de geschiedenis.
Michaud
Hippolyte Michaud La Mansarde, 1865
Via sprankelende en diepgaande analyses van dichters en denkers als Shaftesbury, Baumgarten, Rousseau, Kant, Hamann, Hemsterhuis, Herder, Moritz, Schiller, Goethe, Schlegel, Novalis en vele anderen beschrijft Arnold Heumakers het ontstaan en de ontwikkeling van het romantisch-moderne kunstbegrip. Op magnifieke wijze laat hij in De esthetische revolutie zien hoe autonomie en engagement, deze schijnbare tegenpolen, tot op de dag van vandaag bepalen hoe wij kunst en literatuur ervaren.
 
Bron: boomfilosofie.nl

Franklin & Canada

aan het lezen in Het jaar 1759 – Een doorsnede van de Verlichting
van Paul Frentrop (2014)

1759In mijn vorige stukje over Het jaar 1759 – Een doorsnede van de Verlichting merkte ik op dat Paul Frentrop in het hoofdstuk over de French and Indian War (Oost en West) de Slag om Quebec op 13 september 1759 onvermeld laat. Maar in het hoofdstuk over Benjamin Franklin brengt hij dit keerpunt in de geschiedenis van de strijd om Noord-Amerika tussen de Engelsen en de Fransen gelukkig wel ter sprake. En meer nog. Hij schrijft ook over de nasleep van deze veldslag die nog geen kwartier duurde maar het leven kostte van beide bevelhebbers, de generaals James Wolfe en Louis-Joseph de Montcalm.

Benjamin Franklin die op dat moment in Londen verbleef, speelde een belangrijke rol in de onderhandelingen tussen de Engelsen en de Fransen. Als geboren Amerikaan maakte hij zich sterk van de positie van de Amerikaanse kolonisten, op dat moment nog onderdanen van George II, de koning van Engeland. Franklin wilde per se dat de Fransen uit Noord-Amerika zouden verdwijnen en dat Canada moest worden opgegeven.

Engeland had weinig belang bij Canada en veel Engelsen hadden liever het suikereiland Guadeloupe in plaats van de koude en vochtige wouden van Canada. Maar de Fransen waren voor de Amerikaanse kolonisten gevaarlijk omdat ze nog altijd de plaatselijke indianenstammen tegen hen konden opzetten. Canada moest dus onder de Engelse kroon.

Canada 2013
Canadese postzegel uit 2013 eert Benjamin Franklin die er voor pleitte dat Canada onder de Engelse kroon moest komen.

In 1760 publiceerde Franklin het pamflet The Interest of Great Britain Considered, With Regard to Her Colonies. Hierin pleit hij ervoor dat heel Canada bij Engeland moet komen. Het argument dat het land te groot is en te noordelijk gelegen om optimaal gekoloniseerd te kunnen worden, ontkracht hij:

The objection I have often heard, that if we had Canada, we could not people it, without draining Britain of its inhabitants, is founded on ignorance of the nature of population in new countries. When we first began to colonize in America, it was necessary to send people, and to send seed-corn; but it is not now necessary that we should furnish, for a new colony, either one or the other. The annual increment alone of our present colonies, without diminishing their numbers, or requiring a man from hence, is sufficient in ten years to fill Canada with double the number of English that it now has of French inhabitants.
 
Bron: The Interest of Great Britain Considered, With Regard to Her Colonies
kaart van Amerika in 1763
kaart van Noord-Amerika in 1763 (detail): de westelijke grenzen van de Britse kolonies worden voorlopig doorgetrokken tot aan de Mississippi.

Franklin had succes want op 10 februari 1763 werd het Verdrag van Parijs ondertekend waarmee Frankrijk afstand deed van alle gebieden in Noord-Amerika. Canada viel voortaan onder Engeland, maar tot op de dag van vandaag wordt in Quebec Frans gesproken.

kunstwerk van het leven

aangekomen op blz. 400 van Goethe – kunstwerk van het leven (2015)
van Rüdiger Safranski (vertaald door Mark Wildschut)

Goethe - kunstwerk van het levenEen nieuwe gezaghebbende biografie over het natuurverschijnsel Goethe, welke biograaf durft zich daar nog aan te wagen? Biograaf én filosoof Rüdiger Safranski deed het. En hoe. Bij het verschijnen in augustus 2013, werd de biografie door de Frankfurter Allgemeine gelijk gecanoniseerd: “Het boek van Safranski zal voor lange tijd het standaardwerk over Goethe blijken te zijn.” lezen we op de flap van de Nederlandse vertaling, die twee maanden terug verscheen. FAZ- criticus Lorenz Jäger schreef:
Er hat ein Buch geschrieben, das, in seinen Vorzügen wie in seinen Schwächen, wohl auf einige Zeit das Hausbuch der Goethe-Liebhaber bleiben wird.

Safaranski‘s palmares zijn indrukwekkend: de afgelopen deritg jaar schreef hij lijvige biografieën over E.T.A. Hoffmann (1984), Schopenhauer (1988), Heidegger (1994), Nietzsche (2000) en Schiller (2004). Daarna schreef hij in 2007 een prachtig boek over de Duitse Romantiek. Sinds 2003 koop ik elk boek van hem, meestal in een voortreffelijke vertaling van Mark Wildschut.

Johann Wolfgang Goethe (1749-1832) wordt alom beschouwd als een van de grootste Duitse literaire personen: dichter, roman- en toneelschrijver, criticus, jurist, wetenschapper en politicus. Misschien wel de laatste homo universalis, even klassiek als Shakespeare en Dante. Goethe. Kunstwerk van het leven is niet de eerste biografie van Goethe maar het is zeker de meest gezaghebbende. Rüdiger Safranski is een van de grootste biografen van onze tijd en zijn ongeëvenaarde kennis van en fascinatie met zijn onderwerp zijn al gebleken uit zijn beroemde biografie van Schiller en zijn portret van de vriendschap tussen Schiller en Goethe. Hij baseert zich zo veel mogelijk op de primaire bronnen: het werk zelf, brieven en dagboeken, getuigenissen van tijdgenoten. Het uitzonderlijk rijke leven van Goethe wordt door Safranski op magistrale wijze verbeeld.
 
Bron: athenaeum.nl

Goethe, der urbanisierte Olympier [ faz.net ]

licht en duisternis in 1759

aan het lezen in Het jaar 1759 – Een doorsnede van de Verlichting
van Paul Frentrop (2014)

1759In het vierde hoofdstuk (Oost en West) van 1759 staan de Russische Petr Ivanovich Rychkov (1712-1777) en de Ierse George Croghan (1718-1782) centraal en daarmee de gebeurtenissen aan de periferie van de Westerse wereld. Rychkov zat helemaal op het randje in het oosten (Orenburg in de Oeral) en Croghan op het randje in het westen (Pittsburgh aan “forks” van de Ohio). “Het was tussen Orenburg in het oosten en Pittsburg in het westen dat de Verlichting zich in 1759 voltrok”, schrijft Paul Frentrop. Want de Verlichting is de rode draad in het jaar 1759 dat als ondertitel Een doorsnede van de Verlichting heeft.

Dat betekende niet dat 1759 een verlicht jaar was. De Zevenjarige Oorlog ging op 18 mei 1759 het vierde jaar in en de conflicten strekten zich over drie werelddelen uit. Niet alleen in Europa, maar ook in de Europese kolonies in Noord-Amerika en India stonden de Engelsen en Fransen tegenover elkaar. Sommige historici wijzen daarom de Zevenjarige Oorlog aan als de eerste wereldoorlog in de geschiedenis.

In het hart van Rusland werd trouwens ook stevig gevochten. Het reusachtige gebied tussen de Oeral en de Wolga behoorde al honderden jaren tot de Basjkieren. Maar in de achttiende eeuw begon Rusland zijn vleugels naar het oosten toe uit te slaan en lonkten de natuurlijke rijkdommen in en achter de Oeral. Vanuit Orenburg, gesticht in 1735, begon de kolonisatie van Siberië. De Basjkieren werden bloedig onderworpen.

Amerika omstreeks 1759
Na meer dan honderd jaar vreedzame coëxistentie botsten rond het midden van de achttiende eeuw de handelsbelangen van de Engelsen en de Fransen, zodat er een lange reeks conflicten uitbrak in de vallei van de Ohio (gele gebied). De omcirkelde locatie is Fort Duquesne, het huidige Pittsburgh.

De Verlichting ging van Oost naar West dus gepaard met bruut geweld dat we sindsdien “middeleeuws” zijn gaan noemen. In Noord-Amerika brak in de jaren vijftig definitief de pleuris uit, na een reeks conflicten tussen Franse bonthandelaren en Engelse kolonisten. De handelsbelangen van Engeland en Frankrijk stonden op het spel. Tijdens de conflicten tussen 1749 en 1755, die de opmaat vormden van de French and Indian War had Engeland op Nova Scotia de Franse forten Fort Beauséjour en Louisbourg ingenomen en daarmee de toevoer van de St Lawrence afgesloten. Zo kwam het conflict tussen de Engelsen en de Fransen in de Nieuwe Wereld op scherp te staan want de Franse kolonisten waren nu van het moederland afgesneden.

De Verlichting ging van Oost naar West gepaard met bruut geweld dat we sindsdien “middeleeuws” zijn gaan noemen.

Frentrop beschrijft de vreselijke gevolgen: de Fransen verschansen zich in de Ohio vallei, laten Fort Duquesne (het huidige Pittsburg, op de “forks van de Ohio) bouwen en stoken de plaatselijke indianenstammen op tegen de Engelsen. Kolonisten worden op gruwelijke wijze afgeslacht. En dan zijn de rapen gaar: Engeland stuurt generaal Edward Braddock (1695-1755) erop af, die de Fransen mores moet leren. Maar zijn troepen blijken helemaal niet opgewassen tegen de verrassingsaanvallen van de indianen in de dichte wouden van Pennsylavania.

Braddock
The Wounding of General Braddock
schilderij van Robert Griffing

Het loopt allemaal vreselijk uit de hand. Op 18 mei 1756 zijn Engeland en Frankrijk officieel met elkaar in oorlog. Het keerpunt van de oorlog in Amerika komt in oktober 1758 nabij met het Verdrag van Easton waarmee de Engelsen de plaatselijke indianen aan hun zijde weten te verenigingen tegen de Fransen. George Croghan speelt een sleutelrol in de lange onderhandelingen met de stamhoofden van de indianen.

Croghan
gedenkplaat in Cooperstown (NY) waar George Croghan zich in 1769 vestigde

Dan moeten de Fransen zich terugtrekken uit de Ohio vallei en komt het tenslotte in september 1759 tijdens de Slag bij Quebec tot een Engelse overwinning. In 1763 moet Frankrijk zijn gebieden in Noord-Amerika opgeven. Frentrop laat de gebeurtenissen van september 1759 onvermeld en dat is jammer, want in zijn boek over 1759 mag dit keerpunt in de Amerikaanse geschiedenis juist niet ontbreken.

het jaar 1759 [ uitgeverijprometheus.nl ]

genadeklap

halverwege (blz. 85) in: Leven na de genadeklap van Arie de Rover
genadeklapIn Leven na de genadeklap beschrijft Arie de Rover het proces van een christen die opnieuw geboren wordt nadat hij de genade heeft ontdekt. En daarbij schuwt hij de confrontatie niet: “De christelijke wereld hangt van lievigheid aan elkaar, maar echte liefde is ontzettend zwaar. Het vraagt om overgave en vertrouwen; het vraagt om een leven waarin je alle zekerheden uit handen geeft.”
 
Arie de Rover (51) was jarenlang een succesvol manager en trainer in het bedrijfsleven. Na de draai in zijn leven werd hij spreker, trainer en coach op het gebied van identiteitsvragen.
 
Bron: eo.nl

Leven na de genadeklap [ buijten.nl ]

volg de meester [ 84 ]

kopie van Alexander von Humboldt door Friedrich Georg Weitsch (1806)

Friedrich Georg Weitsch (1758-1828) uit Braunschweig was misschien geen grote meester. Zijn naam leeft nu vooral voort door het beroemde portret van de Duitse natuurvorser Alexander von Humboldt (1769-1859). Deze laatste kwam de afgelopen jaren weer onder de aandacht door de roman Die Vermessung der Welt (2005) van Daniel Kehlmann.

Alexander von Humboldt
toonschildering op geprepareerd papier als basis voor een kopie in olieverf

Het portret van Weitsch is via de cover van Kehlmann‘s bestseller doorgedrongen in de massacultuur. Ik besloot om het te kopiëren omdat ik het een mooi beeld vind van de romantische wetenschapper. Von Humboldt wordt ook wel eens de laatste huomo universalis genoemd. Hij overleefde namelijk de onvermijdelijke Goethe.

volg de meester [ 1-84 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan