Categorie archief: boeken

fotografisch geheugen

Peter van Straaten 1935-2016

Een van de leukste boekjes van Peter van Straaten vind ik Uit m’n hoofd – getekende herinneringen. Hierin heeft Peter van Straaten vanuit Amsterdam zijn jeugdherinnering aan Arnhem opgetekend. Hij werd geboren aan de Huijgenslaan 34 en fietste in de naoorlogse jaren dagelijks via de onderstaande route naar school 10 aan de Hommelseweg. Daarbij kwam hij dwars door de wijk waar ik zelf nu 27 jaar woon.

Huijgenslaan; kruising Thomas à Kempislaan; de Marechausseekazerne; de eendenvijver, Thomas à Kempislaan heuvelop; de laan ter hoogte van de Vogelwijk; de afdaling naar de Hommelseweg; het einde van de laan, bij de kruising met de Hommelseweg; het einde van de laan, bij de kruising met de Hommelseweg en de tram naar Alteveer,en aan de overkant, met de bomen, de Dalweg; en tot slot rechtsaf naar School 10 aan de Hommelseweg.
 
uit: Uit m’n hoofd
Uit m'n hoofd
Uit m’n hoofd – getekende herinneringen

Op de achterkant van het boekje schrijft hij dat zijn getekende herinneringen zullen afwijken van de werkelijkheid, deels omdat de beelden zich in zijn geheugen vervorm hebben en deels omdat de werkelijkheid na al die jaren veranderd is. “De lezer mag gaan kijken en het controleren. Ik durf niet.” Peter moet absoluut een fotografisch geheugen gehad hebben, want de tekeningen zijn treffend.

De zilveresdoorns aan de Huijgenslaan die er in Peter’s jeugd al gestaan moeten hebben, zijn onlangs allemaal gerooid. Het is nu kaal geworden op de Huijgenslaan.

Peter van Straaten (81) overleden [ arnhem-direct.nl ]

De eeuw van de macht

op mijn boekenlijst: De eeuw van de macht van Richard J.Evans
Europa 1815-1914

De eeuw van de machtDe Engelse marxistische historicus Eric Hobsbawm sprak van de lange negentiende eeuw en schreef er drie dikke boeken over: The Age of Revolution (1789-1848), The Age of Capital (1848-1871) en The Age of Empire (1871-1914). Het leven van Eric Hobsbawm zelf overspande bijna een eeuw, hij leefde van 1917 tot 2012. Dat was in ieder geval langer dan de korte 20e eeuw waar hij ook een boek over schreef onder de titel The Age of Extremes (1914-1991).

Deze Britse historicus beschikt over een fenomenale beheersing van zijn materiaal.

Bas Heijne over Richard J.Evans

Tijdperken houden zich niet keurig aan de afbakening van ronde getallen. Zoals 1789 onbetwist een kanteljaar is in de geschiedenis, zo is 1989 dat ook. Het einde van het ene tijdperk/wereldorde en het begin van een nieuw. Ook 1815 en 1914 zijn kanteljaren. De Engelse historicus Richard J.Evans plaatst de negentiende eeuw daartussen. Dat is dus bijna een volle eeuw. De eeuw van de macht is een boek dat ik tussen andere standaardwerken in mijn boekenkast wens: Deutche Geschichte 1800-1866 van Thomas Niperdey, In Europa van Geert Mak, The Age of Extremes van Eric Hobsbawm en enkele dikke pillen over Napoleon en de Restauratie van Adam Zamoyski.

Bas Heijne schreef afgelopen weekend een aanstekelijke recensie in NRC Handelsblad.

The pursuit of power [ richardjevans.com ]

McCullough on Trump

Opnieuw gelezen in de biografie over John Adams van David McCullough

David McCullough is een historicus om van te houden. Zijn biografie uit 2001 over de tweede president van de Verenigde Staten John Adams is hartverwarmend. Eerder schreef hij Truman (1992), een biografie over de 33e president van de VS Harry Truman. Ik was benieuwd hoe McCullough tegenover Trump zou staan en vond een video in de serie Historians on Donald.

David McCullough over Trump:
“He is unwise. He is plainly unprepared, unqualified and, it often seems, unhinged. How can we possibly put our future in the hands of such a man?”
“So much that Donald Trump spouts is so vulgar and so far from the truth and mean-spirited. It is on that question of character especially that he does not measure up. He is unwise. He is plainly unprepared, unqualified and, it often seems, unhinged. How can we possibly put our future in the hands of such a man?”

over the top

gelezen: Trump and truthful hyperbole

The art of the dealOp de blog Talking Philosophy las ik Trump & Truthful Hyperbole. In zijn boek The Art of the Deal (1987) legt Donald Trump uit wat hij met dit begrip bedoelt. Hoewel “de eerlijke overdrijving” net als bijvoorbeeld “het radicale midden” vanuit de logica een onmogelijkheid is, kan het een retorische stijlfiguur zijn waarmee je iets kunt promoten. Reclametaal zit eigenlijk vol hyperbolen en een marketinggenie als Trump weet dat deze door de consument als truthful ervaren worden. Ook al weten we dat een overdrijving per definitie een leugen is, we kunnen er ook van genieten en enthousiast over zijn.

cup noodles times squareZo herinner ik mij het gigantische beker noodles boven op een van de reclametotems rond Times Square in New York. De hyperbool was perfect uitgevoerd: uit de huizenhoge beker met noodles steeg een eveneens huizenhoge damp op, mogelijk van de stadsverwarming. Een geslaagde truthful hyperbole omdat het beeld klopte en de illusie compleet was. Een dampende beker noodles, maar dan wel duizend maten te groot.

Trump weet zoals elke reclamejongen dat de moderne mens geconditioneerd is als een consument en dus reageert als een consument. Marketing behandelt de consument als een verwende koning en zorgt voor vermaak. Heeft hij reusachtige dorst? Dan krijgt hij ook een reusachtige fles Coca Cola. Ook al weet iedereen dat die reusachtige fles een uitvergroting is en dus niet bestaat, we reageren er wél op. Zoals ik ook reageerde op het gigantische beker noodles op Times Square. Wow! En nog warm ook!

Amerikanen hebben met het duo consumentisme en big, bigger, biggest een langere geschiedenis als Europeanen. Al in de negentiende eeuw stonden de Verenigde Staten erom bekend dat alles er groter was dan in de oude de wereld. Ook de superhelden die sinds de jaren dertig verschenen zijn hyperbolen. Ze zijn beslist niet geloofwaardig, maar belichamen toch de truthful hyperbole omdat ze opkomen voor de waarheid en voor gerechtigheid. Amerikanen hebben dus een lange traditie met de overdrijving en ze weten dat het werkt. En daarbij komen we bij een typisch Amerikaans fenomeen: het pragmatisme. Het gaat er niet om of het waar is (want wat is waarheid?), maar of het werkt!

Marketing behandelt de consument als een verwende koning en zorgt voor vermaak. Heeft hij reusachtige dorst? Dan krijgt hij ook een reusachtige fles Coca Cola.
One way to help determine the ethical boundaries of hyperbole is to consider the second concern, namely whether the hyperbole (untruth) is harmless or not. Trump is right to claim there can be innocent forms of exaggeration. This can be taken as exaggeration that is morally acceptable and can be used as a basis to distinguish such hyperbole from lying.
 
Bron: blog.talkingphilosophy.com

Natuurlijk is de eerlijke overdrijving geen Amerikaanse uitvinding en ook geen uitvinding van marketeers. Het bestaat al zolang er propaganda is. Iets mooier maken dan het is of iets overdrijven zijn machtige stijlmiddelen in de propaganda. In de traditionele schilderkunst vinden we vele voorbeelden van de truthful hyperbole. Een van de duidelijkste is het beroemde portret van Napoleon door David. Dit is zo over the top (letterlijk!) en David moet het geweten hebben, ook al is het niet waar, het werkt wél!

David
Jacques-Louis David 1801
Napoleon trekt over de Alpen

Bijna een halve eeuw later schilderde zijn landgenoot Paul Delaroche een portret van Napoleon dat de waarheid veel dichter benadert. Napoleon stak namelijk de Sint Bernardpas over op een ezeltje. David moet dat ook geweten hebben. Maar hij wist ook dat Napoleon zichzelf niet zo wilde zien. Dus blies hij zijn opdrachtgever op tot mythische proporties: we zien een steigerende hengst, die door de wereldgeest in bedwang gehouden wordt.

Delaroche
Paul Delaroche 1850
Napoleon trekt over de Alpen

de blik van de geschiedenis

Het gezicht van een wereldrijk (2016) van Simon Schama

Gezicht van een wereldrijkVorige week was Simon Schama even in Amsterdam om de vertaling van zijn boek Face of Brittain te promoten. Hopelijk gaat de NPO 5-delige BBC serie die dit boek begeleidt, ook in Nederland uitzenden. In het NRC stond dit weekend een interview met deze Britse historicus.

Wie een gezicht vastlegt,
legt de geschiedenis vast.

Simon Schama

Schama kijkt met liefde en aandacht naar schilderijen en foto’s uit de afgelopen eeuwen. Hij leest er de karakters in: daadkracht, dromerigheid, passiviteit, frustratie, irritatie. Zijn vertelling over Groot-Brittannië aan de hand van portretten ontstijgt de geschiedenis: zijn verhalen worden meesterwerkjes over menselijke emotie en menselijk handelen.Hij beweegt zich met vertrouwde, stilistische virtuositeit tussen kunst en geschiedenis om te laten zien hoe mensen leven met macht, liefde, roem – en ondergang. Zo geeft hij een uniek beeld van een wereldrijk.
 
Bron: atlascontact.nl

vergeten radicalen [ 4 ]

gelezen: het hoofdstuk J.J.Rousseau in Het verdorven genootschap
De vergeten radicalen van de Verlichting
van Philipp Blom

Het verdorven genootschapAl in de inleiding van Het verdorven genootschap bekent Philipp Blom dat hij een afkeer heeft van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). Dat is begrijpelijk, want Blom is een bewonderaar van Denis Diderot (1713-1784) en het gedachtegoed van deze twee Franse denkers ligt wijd uit elkaar. Oorspronkelijk waren Diderot en Rousseau dik met elkaar bevriend. Blom schrijft daar soms ontroerend over. Ze deelden dezelfde achtergrond en trokken rond hun twintigste naar Parijs. Maar na hun dertigste begonnen ze uit elkaar te groeien. Diderot stelde zich steeds verzoenlijk op maar Rousseau zonk steeds verder weg in een diep wantrouwen. Rond hun vijftigste was de breuk definitief geworden.

Veel tijd voor vriendschappen had Diderot trouwens niet meer want vanaf 1751 zat hij tot over zijn oren in het werk. De Encyclopédie was een enorm ambitieus project en Diderot zou er 25 jaar druk mee zijn. Rousseau was na het verschijnen van Julie (1761), Émile, ou De l’éducation (1762) en Du contrat social (1762) een ster geworden, niet alleen in Frankrijk maar ook daarbuiten. Wellicht is zijn briefroman Julie ou la nouvelle Héloïse het meest gelezen boek van de achttiende eeuw, nog vóór Robinson Crusoe (1719) of Die Leiden des jungen Werthers (1774). De invloed van Rousseau met deze drie boeken was veel groter dan de invloed van Diderot met zijn Encyclopédie.

RousseauToch zou Diderot‘s tijd ook nog komen. Rond 1850 had in Europa het materialisme het idealisme eindelijk “drooggelegd” en was er weer volop belangstelling voor de radicale Verlichting waar Diderot zo’n groot voorstander van was. Hij vond dat de mens alleen op zijn verstand moet afgaan en dat de wetenschap de enige betrouwbare gids is die zijn licht in de duisternis van onwetendheid en bijgeloof werpt. Voor Diderot volgde Rousseau met zijn contra-Verlichting, die uiteindelijk zou uitgroeien tot de Romantiek, een religieuze weg.

Diderot en zijn vrienden van de radicale Verlichting hadden een enorme hekel aan het christendom. Ze zagen Rousseau als een pseudo-christen. Ook al had Rousseau zelf niets meer met het christelijk geloof, zijn tegenstanders irriteerde het dat hij nog steeds in God en in de onsterfelijke ziel geloofde, in hun ogen niets meer dan restanten van het christendom. Voor de radicale Verlichting is de mens enkel materie, een wonderbaarlijke “machine van vlees”, en heeft deze helemaal geen ziel. Als je Wij zijn ons brein gelezen hebt, zal je dat bekend voorkomen.

Voor de radicale Verlichting is de mens enkel materie, een wonderbaarlijke “machine van vlees”, en heeft deze helemaal geen ziel. Iedereen die Wij zijn ons brein gelezen heeft, komt dat bekend voor.

Philipp Blom schrijft mooi, maar zijn vooringenomenheid is hinderlijk en soms lachwekkend. Omdat hij zo dweept met zijn helden Diderot en baron d’Holbach en zo openlijk zijn afkeer van Rousseau etaleert, laat hij de lezer geen ruimte om er het zijne van te denken. Het verdorven genootschap kun je lezen als een pleidooi voor de voltooiing van de Verlichting, die volgens Blom nog altijd gedwarsboomd wordt door de invloedrijke erfenis van Rousseau. Volgens de auteur zou er definitief afgerekend moeten worden met God en de ziel en hij ziet deze als de laatste hardnekkige restanten van het christendom.

Keer op keer beukt hij met zijn sloophamer in op het christelijke geloof, en omdat hij daar een karikatuur van maakt, lijken zijn sloopwerkzaamheden redelijk. De Kerk zou niets anders zijn dan een machtsinstituut dat met sprookjes en angstbeelden het volk onderdrukt. Het is een cliché dat rechtstreeks van de radicale Verlichters komt en dat zich al ruim twee eeuwen in ons bewustzijn genesteld heeft.

Above us only skyNet als bij “Imagine there’s no heaven, It’s easy if you try, No hell below us, Above us only sky” van John Lennon vraag ik mij af in welke tijd Blom meent te leven. De laatste vijftig jaar is het christendom in West-Europa gemarginaliseerd en in een hemel en een hel wordt praktisch niet meer geloofd. We hebben helemaal geen imaginatie nodig om ons voor te stellen dat er geen hemel en hel zijn. Het ontbreekt juist aan verbeeldingskracht en geloof om ons wél voor te stellen dat er ook een “geestelijke topografie” is waarin een hemel en een hel wel degelijk plaatsen zijn. Het materialisme van de radicale Verlichting waar Blom zo hartstochtelijk voor pleit, heeft de weg naar onze hoofden allang gevonden.

Vergeten radicalen 3 | Vergeten radicalen 2 | Vergeten radicalen 1

Brighton 1808

Designs for the Royal Pavilion at Brighton (1808) van Humphry Repton

Het koninklijk paviljoen in de Engelse kuststad Brighton werd aan het begin van de negentiende eeuw gebouwd door John Nash. De zogenaamde Indo-Saracenic stijl maakt een exotische en sprookjesachtige indruk. Op de website brightonmuseums.org.uk is een fraai boek te zien met ontwerpen van Humphry Repton voor het Royal Pavilion in Brighton.

Brighton
titelblad

In the early 1800s, George, then Prince of Wales, decided to remodel his Marine Pavilion. In 1805 Repton was commissioned to produce a series of illustrations showing the palace redeveloped in an ‘oriental’ style.In spite of his initial interest, George eventually commissioned John Nash to remodel the Pavilion into the form that we can see today. But Repton’s vision survived in the form of a beautifully illustrated book.
 
Bron: brightonmuseums.org.uk

Brighton
gravure uit Designs for the Royal Pavilion at Brighton (1808)

Repton’s 1806 designs for the Royal Pavilion [ brightonmuseums.org.uk ]
Humphry Repton’s ‘Transformer’ book about the Royal Pavilion