Categorie archief: boeken

Natasja’s Dans

gelezen in Natasja’s Dans (2003) van Orlando Figes
hoofdstuk 2: Kinderen van 1812

Natasja's dansMijn oude schoolvriend André Wierenga raadde mij onlangs dit boek aan van de Engelse historicus Orlando Figes. Ik was zijn boek over de Krimoorlog aan het herlezen, maar nu ben ik toch begonnen aan zijn culturele geschiedenis van Rusland die hij in 2002 publiceerde. Heerlijk! Opnieuw bijna 600 pagina’s Figes in het vooruitzicht, als een maagdelijke besneeuwde Russische steppe voor mij. Ik besloot mijn eerste voetstappen te zetten in het tweede hoofdstuk: Kinderen van 1812. Die keuze was niet zo moeilijk omdat ik van Figes collega Adam Zamoyski al het vuistdikke boek gelezen heb over Napoleon’s veldtocht naar Rusland. Over de decembristenopstand heeft Zamoyski ook al geschreven in De Fantoomterreur. “Kinderen van 1812″ gaat dus over een episode van de Russische geschiedenis waar ik al het een en ander van weet.

De bloei van de Russische cultuur in de negentiende eeuw is ondenkbaar zonder Napoleon’s veldtocht naar Rusland. De “Kinderen van 1812″ legden de basis voor de zogenaamde Russische renaissance. De verschrikkingen van 1812 hadden toch ook een positieve kant. Doordat de geest van de Franse Revolutie definitief ook Rusland bereikt had, begon de Russische samenleving te ontwaken. Figes beschrijft het conservatisme van de Russische aristocratie. Deze was volledig Frans georiënteerd. Men las Franse schrijvers en men sprak Frans aan het hof en in de hogere kringen. Omdat officieren in het leger allemaal van adel waren, werd in het Russische leger ook Frans gesproken. Maar de veldtocht van 1812 zou alles veranderen. Frankrijk was niet langer de hoeder van de Russische aristocratie maar de vijand!

Gewone soldaten waren bijna zonder uitzondering ongeletterde lijfeigenen, die door de officieren niets meer waren dan menselijke beesten. De oorlog van 1812 schakelde het lot van de officieren en soldaten, dus van aristocraten en lijfeigenen, gelijk. Officieren ontdekten dat lijfeigenen mensen bleken te zijn. En lijfeigenen ontdekten dat officieren ook hele gewone mensen waren. In 1812 ontwaakte de Russische ziel zou je bijna kunnen zeggen. De idealen van “vrijheid, gelijkheid en broederschap” zorgden ervoor dat er een Russisch nationalisme ontwaakte. Officieren gingen in het leger Russische woorden gebruiken om hun soldaten dieper aan te kunnen spreken. Sommigen van deze officieren zouden in 1825 verantwoordelijk zijn voor de opstand tegen de omstreden tsaar Nicolaas I.

Maar met “Kinderen van 1812″ bedoelt Figes zeker ook de kunstenaars die de Russische ziel aanschouwelijk en hoorbaar maakten. In de allereerste plaats was dat natuurlijk Aleksandr Poesjkin (1799-1837). Aan hem is het te danken dat het Russisch de gemeenschappelijke taal wordt van alle Russen, van adel én lijfeigenen, ook al waren die laatsten bijna altijd analfabeet. Maar Poesjkin richtte zich ook naar hen. De Russische cultuur veranderde van een soort dépendance van Frankrijk in een eigen cultuur. Voor 1812 was het voor een aristocraat onmogelijk om kunstenaar te zijn. De adel was voorbestemd voor staatsdienst, moest zijn leven geven aan de Russische staat. Door de veldtocht van Napoleon zou dat gaan veranderen. De gewone Rus moest nog altijd kruipen, maar begon zich bewust te worden van zijn lot. In Gribojedovs drama Lijden door verstand uit 1823 zegt Tsjatski: “Ja, dienen graag, maar nooit kruipen leren.”

Ja, dienen graag,
maar nooit kruipen leren.

uit “Lijden door verstand” (1823)

Natasja’s dans is een monumentale cultuurgeschiedenis van Rusland vanaf circa 1770 tot circa 1970, waarbij vooral literatuur en muziek en in iets mindere mate schilderkunst en beeldende kunst aandacht krijgen. De titel, ontleend aan een scène in Tolstojs Oorlog en vrede, is een soort zinnebeeld voor ‘de ziel en identiteit van het Russische volk’; Figes tracht die in het boek te definiëren als een mengeling van de Europese elitecultuur (Sint-Petersburg) en de meer Oosters gewortelde boerencultuur (Moskou), alsook de voortdurende spanning tussen beide. Figes probeert ook te verklaren waarom literatuur en andere kunstvormen altijd zo’n belangrijke rol hebben gespeeld in het leven van de Russen; hij ziet met name oorzaken in het altijd ontbroken hebben van (democratische) vrijheidsbeginselen, waardoor kunst telkens de rol kreeg toebedeeld om uitdrukking te geven aan wat er werkelijk onder het Russische volk leefde.
 
Bron:nl.wikipedia.org

stofjassen

gekocht in Düsseldorf: The Illustrated Dust Jacket 1920-1970
van Martin Salisbury

The Illustrated Dust JacketEen van de mooiste boekhandels die gespecialiseerd zijn in kunstboeken, zit aan de Neustraße in het gebouw van de Kunsthalle Düsseldorf. Gisteren kocht ik daar o.a. The Illustrated Dust Jacket 1920-1970 van Martin Salisbury over Engelse en Amerikaanse boekomslagen uit de periode 1920-1970. Voordat de paperback definitief doorbrak, waren boeken nog boeken: gebonden in een linnen band. Om deze te beschermen zat daar een papieren stofomslag omheen gewikkeld. De zogenaamde dust jacket biedt illustrators en boekontwerpers een langwerpig liggend formaat, doorsneden door de rug van het boek. Vierkleurendruk werd aanvankelijk niet toegepast, zodat de illustratie zich meestal moest beperken tot een of meerdere steunkleuren. Dat zorgde voor een heel eigen sfeer, die met de komst van de offsetdruk en fotografie na 1960 verloren ging. De gouden tijd van de dust jacket valt ongeveer samen met het midcentury design.

dust jackets
de ruggen vormen een onderdeel van het ontwerp
In the modern era, the “beautiful book,” an art object in its own right, has become the key to the ongoing attraction of print publishing as physical books continue to distinguish themselves from the screen. Author Martin Salisbury traces the evolution of the book jacket from its functional origins as a plain dust protector for expensively bound books to its elaboration as an artistic device to catch the eye of browsing book buyers. The increasing awareness of the jacket’s potential to serve as a marketing tool across various areas of the publishing world—from literary fiction to academic titles, and children’s books—meant a proliferation of illustrative treatments. The book jackets reproduced here reflect the changing visual styles and motifs of the passing century, beginning with the Art Deco period and continuing through Modernism, the playful Thirties, the pre- and postwar Neo-Romantics, the new consumerism and realist subject matter of the Fifties, and the Pop Art of the Sixties.
 
Bron: thamesandhudsonusa.com
dust jackets
Twee illustraties van Hans Tidall (1910-1997)
en Eric Fraser (1902-1983)

nieuwe boeken najaar 2017 [ grainedit.com ]
The persuasive art of the dust jacket [theguardian.com]

Natuur als heiligdom

gelezen in Alexander von Humboldt
und die Erfindung der Natur
van Andrea Wulf

die Erfindung der naturOm de ondertitel van de biografie over de Duitse ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt te kunnen begrijpen, moeten we terug naar de achttiende eeuw. Hoe kun je de natuur nu uitvinden? Je kunt in de natuur doordringen via allerlei soorten wetenschap en ontdekkingen doen, maar uitvinden? Toch noemt Andrea Wulf haar 400 pagina dikke biografie Alexander Von Humboldt und die Erfindung der Natur. Deze titel blijkt goed gekozen. Ze beweert nergens dat Von Humboldt de natuur heeft uitgevonden, maar ze plaatst hem wel in een tijd waarin er een heel nieuw begrip over de natuur ontstond en in zekere zin werd “uitgevonden”, de jaren rond 1800.

Rond 1800 was er in Europa niet alleen een politieke aardverschuiving gaande. Ook in de wetenschap vond een omwenteling plaats. De Verlichting had definitief een einde gemaakt aan de onwetendheid die het geloof in stand zou hebben gehouden. De mens had de moed gekregen om zelf na te denken en langs empirische weg de natuur te ontsluiten. Natuur was altijd een vijand van de mens geweest. De Bijbel leerde dat sinds de mens verdreven was uit het Paradijs de natuur vijandig was geworden. In het Paradijs bestond de dood niet, maar in de natuur draait alles om eten en gegeten worden. In zijn strijd om het bestaan was de natuur dus een vijand van de mens.

Tijdens de Romantiek die aan het einde van de achttiende eeuw haar intrede deed, draaide dit beeld helemaal om. De natuur werd een heiligdom en de mens die de natuur goed kon “lezen” en aan anderen kon uitleggen, werd een soort priesterfiguur. Alexander von Humboldt die in 1769 geboren werd, een maand na Napoleon, was bijna twintig toen de Franse Revolutie uitbrak. Hij leefde in een stormachtige tijd. Als Duitser groeide hij op in het klimaat van de vroege Romantiek. De Duitse romantici waren volgelingen van Rousseau en zagen de natuur als goed. De cultuur, het “huis” van de mens om zich te beschermen tegen de onberekenbare natuur, zag Rousseau als verdorven.

Alexander von Humboldt
Alexander von Humboldt in 1806 en 1843

Deze veranderde houding ten aanzien van de natuur had ook alles te maken met de Verlichting, die Rousseau eigenlijk verafschuwde. Door de natuurwetenschap kreeg de mens steeds meer grip op de natuur. De natuur werd minder bedreigend en er bestond een groeiend optimisme over een vreedzame onderwerping van de natuur. De industriële revolutie was nog niet op gang gekomen en het fenomeen milieuvervuiling was ondenkbaar.

In dit klimaat discussieerde Von Humboldt met zijn tijdgenoten over de natuur. Zo was er onder geologen was er een levendig debat of alle aardse gesteenten van oorsprong in de oceanen gevormd (neptunisme) of juist ontstaan zijn door vulkanisme aangedreven door warmte uit het binnenste van de aarde.(plutonisme). In dit debat zouden neptunisten en plutonisten veertig jaar lang (van 1790 tot 1830) tegenover elkaar staan. Uiteindelijk zou Von Humboldt met bewijzen komen dat de theorie van het neptunisme onhoudbaar was.

Door hun hoge geboorte en intellect hadden Alexander en zijn broer Wilhelm Von Humboldt in Jena het voorrecht om in het gezelschap van Goethe en Schiller te verkeren. Goethe en Von Humboldt hadden veel interesse voor geologie en waren in die jaren aanhanger van het neptunisme. Maar ze toonden ook veel belangstelling voor botanie. In het tweede hoofdstuk Fantasie und Natur: Johann Wolfgang von Goethe und Humboldt beschrijft Andrea Wulf hun vriendschap. Goethe liep tegen de vijftig en was tweemaal zo oud als Alexander von Humboldt. Hij merkte over de getalenteerde jongeman op:

Was ist das für ein Mann! Ich kenne ihn so lange und bin doch von neuem über ihn in Erstaunen. Man kann sagen, er hat an Kenntnissen und lebendigem Wissen nicht seinesgleichen. Und eine Vielseitigkeit, wie sie mir gleichfalls noch nicht vorgekommen ist! Wohin man rührt, er ist überall zu Hause und überschüttet uns mit geistigen Schätzen. Er gleicht einem Brunnen mit vielen Röhren, wo man überall nur Gefäße unterzuhalten braucht und wo es immer erquicklich und unerschöpflich entgegenströmt.
 
Bron: avhumboldt.de
Alexander von Humboldt
Alexander von Humboldt (37 jaar) door Christan Weitsch in 1806
Er gleicht einem Brunnen mit vielen Röhren, wo man überall nur Gefäße unterzuhalten braucht und wo es immer erquicklich und unerschöpflich entgegenströmt.

Goethe over Alexander von Humboldt

Alexander von Humboldt
Alexander von Humboldt (74 jaar) door Joseph Karl Stieler in 1843

Alexander von Humboldt stierf in 1859 op bijna 90-jarige leeftijd in Berlijn. Hij was een van de beroemdste mensen van zijn tijd. Tijdens zijn leven zou hij de grootste bioloog ter wereld blijven. Kort na zijn dood, in het najaar van 1859 verscheen The Origin of Species. Het boek sloeg in als een bom en maakte Darwin op slag wereldberoemd. Tegenwoordig staat Von Humboldt in zijn schaduw maar Darwin zag Von Humboldt als zijn leermeester op wiens schouders hij stond.

interview met Andrea Wulf over haar Alexander von Humboldt [ nrc.nl ] | avhumboldt.de

kwetsbare democratie

Gelezen in Afdaling in de hel (2015) van Ian Kershaw
woelige vrede, over de kwetsbare democratie in Europa na 1919

Afdaling in de helDe eerste reeks van Heimat (1984) begint in 1919. Paul Simon is te voet van het front teruggekeerd en staat plotseling in de deuropening van zijn ouderlijk huis. Zijn ouders denken dat ze een geest zien. Repin heeft een indrukwekkend schilderij gemaakt van een vergelijkbare situatie. Een dood gewaande echtgenoot is teruggekeerd uit de goelag en verschijnt in de kamer waar de familieleden op de grond genageld staan. Deze “inbraak” zal in 1919 in menig huishouden hebben plaatsgevonden. Het is een variatie op het verhaal van de verloren zoon. 1919 is misschien wel het Jaar van de Verloren Zoon: de soldaat keert terug in het ouderlijk huis. Je kunt het ook als een metafoor zien: Europa keert na zijn hellevaart terug naar huis.

Heimat
still uit Heimat, Fernweh (1984)
1919. Paul Simon is uit Frankrijk komen lopen terwijl zijn ouders, broers en zus veronderstelden dat hij gesneuveld was.

Dat huis is inmiddels grondig veranderd. In de Grote Oorlog zijn vier rijken ten ondergegaan: Het Russische keizerrijk, het Osmaanse Rijk, het Duitse Keizerrijk en het Habsburgse Rijk. Omdat West-Europa zich handhaaft, verbrokkelt met name de kaart van Midden-Europa door de ineenstorting van deze vier imperia. De Amerikaanse president Woodrow Wilson had in januari 1918 zijn 14 punten gepresenteerd. Een van de belangrijkste punten ging over het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. De verliezers van de oorlog, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije voorop, wisten dat de etnische minderheden na de oorlog hun natiestaat zouden eisen en dat de geallieerden daarin zouden toestemmen.

Alleen al in het Habsburgse Rijk leefden meer dan tien bevolkingsgroepen en die zouden (bijna) allemaal hun eigen natiestaat krijgen. De Polen, Tsjechen (samen met de Slowaken), de Hongaren en de Slovenen (samen met de Kroaten, Serviërs en Macedoniërs) kwamen na 1919 in opvolgerstaten te wonen: Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije en Joegoslavië. Dat waren republieken met een parlementaire democratie. Maar zoals Kershaw schrijft: “In de opvolgerstaten was de parlementaire democratie nog een teer bloemetje dat niet bepaald in vruchtbare bodem was geplant.”

Europa 1920
Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Roemenië een enorme gebiedsuitbreiding doordat het Transsylvanië kreeg met een grote Hongaarse minderheid. Maar vooral de Duitse minderheden in Sudetenland (West-Tsjechië) en Polen zouden uiteindelijk leiden tot de volgende grote wereldbrand.

In het derde hoofdstuk (“woelige vrede”) van De afdaling in de hel geeft Kershaw goede samenvattingen van de ontwikkelingen na 1919 in elk van de nieuwe democratieën die na de Eerste Wereldoorlog het licht zagen. Het interbellum betekende voor mij altijd een focus op de Weimar Republiek, Italië en de Sovjet-Unie, waarschijnlijk omdat haar daar echt goed mis ging. Maar ook in andere landen liep het uit de hand. In Spanje vestigde zich onder Miguel Primo de Rivera een militaire dictatuur, in Polen in 1926 onder Józef Klemens Piłsudski. En in Hongarije heerste in de zomer van 1919 zelfs een toestand van chaos. Op 21 maart van dat jaar werd in Hongarije een sovjetrepubliek uitgeroepen.

In de opvolgerstaten was de parlementaire democratie nog een teer bloemetje dat niet bepaald in vruchtbare bodem was geplant.

Ian Kershaw

Zeker niet alleen de Weimar Republiek was instabiel. In zekere zin was de Weimar Republiek in de tweede helft van de jaren twintig veel minder instabiel als menig andere jonge democratie in het nieuwe Europa. Toen de (hyper)inflatie eenmaal weer onder controle was, kon Duitsland gaan opkrabbelen. In Polen was dat niet het geval. De hyperinflatie van november 1923 raakte ook Polen en de nieuw ingevoerde munt, de złoty, kwam in 1925 alweer onder hoge druk te staan.

Ian Kershaw heeft ervoor gekozen om in het hoofdstuk “woelige vrede” geen aandacht te besteden aan de oprichting van de de Paneuropese Unie in 1922. De naam van Richard Coudenhove-Kalergi, de oprichter van de oudste Europese eenheidsbeweging, laat hij pas vallen in hoofdstuk 9 (“vreedzame veranderingen in de duistere decennia”).

stream of consiousness

gelezen: Hersenschimmen (1984) van J.Bernlef

HersenschimmenDe roman Hersenschimmen kende ik sinds het verschijnen in 1984 van naam en al jaren had ik mij voorgenomen dit boek te gaan lezen. Pas toen mijn moeder Alzheimer kreeg, kwam het boek langs onverwachte weg naar mij toe. Hersenschimmen is één lange monologue intérieur van Maarten Klein, een zeventiger die steeds vaker geplaagd wordt door vergeetachtigheid. We volgen het proces van toenemende dementie vanaf het moment dat hij met zijn vrouw Vera een huis aan de Amerikaanse Oostkust bewoont. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat Maarten thuis niet meer te handhaven is. Hij dwaalt ‘s nachts door het huis, loopt zonder jas de winterkou in en verwart personen met elkaar.

Eerst komt er thuiszorg maar tenslotte belandt hij in een verpleeghuis. Bernlef maakt gebruik van een verteltechniek die stream of consiousness wordt genoemd. De lezer komt komt zo in het hoofd van de hoofdpersoon te zitten. Maarten verliest zijn grip op de werkelijkheid, omdat hij ook de grip op de taal verliest. Zijn zinnen worden steeds korter. De discontinuïteit neemt steeds meer toe. Op de laatste bladzijden van de roman is het ontbindingsproces van Maarten’s gedachten zo ver gevorderd dat de taal erodeert. Om met de Chandos-Brief van Hugo von Hofmannstal te spreken: “De abstracte woorden waar de tong zich begrijpelijkerwijs van moet bedienen om enig oordeel het licht te doen zien, vielen in mijn mond uiteen als rotte paddenstoelen.”

Hersenschimmen [ nl.wikipedia.org ]

100 jaar oktoberrevolutie

gisteren gezien op BBC2: Countdown to revolution
gelezen in De afdaling in de hel van Ian Kershaw over de Oktoberrevolutie

OktoberOp 7 november is het honderd jaar geleden dat in Petrograd (zoals Sint-Petersburg in 1917 heette) de Oktoberrevolutie (volgens de Juliaanase kalender was het op 24 oktober 1917) plaatsvond. In de media zal er deze maand dus veel teruggekeken worden op de Russische Revolutie van 1917. Gisteren was op BBC2 de documentaire Countdown to revolution te zien, waarin vanaf 245 dagen vóór 7 november 1917 wordt teruggekeken op de ontwikkelingen die tot de Russische Revolutie hebben geleid.

Ruslandhistoricus Orlando Figes schreef naast een boek over de Krimoorlog ook een boek over het revolutionaire Rusland. In Revolutionair Rusland 1891-1991 schrijft hij: “Toen de bolsjewieken de macht grepen, bleven de theaters en restaurants gewoon open en ook de trams bleven volgens de dienstregeling rijden. De revolutie van oktober was een staatsgreep die slechts door een kleine minderheid van de bevolking werd gesteund.” (bron)

Dat is een heel ander verhaal dan verteld wordt in Октябрь (1927) van Sergei Eisenstein. In deze beroemde propagandafilm, die ter gelegenheid van het tienjarige jubileum van de Russische Revolutie werd gemaakt, wordt de revolutie juist voorgesteld als een beweging van mensenmassa’s. De bolsjewistische elite had besloten dat de revolutie als hét momentum van het volk moest worden herinnerd.

Октябрь – Десять дней, которые потрясли мир Oktober – tien dagen die de wereld schokten (1927) van Sergei Eisenstein
Toen de bolsjewieken de macht grepen, bleven de theaters en restaurants gewoon open en ook de trams bleven volgens de dienstregeling rijden.

Orlando Figes

Eisenstein pleegt dus ware geschiedvervalsing. Acht jaar later zou Leni Riefenstahl een andere beroemde propagandafilm maken. Maar ditmaal waren de massa’s wél echt.

The Russian Revolution of 1917 is one of the most controversial events of the 20th century. Three men – Lenin, Trotsky and Stalin - emerged from obscurity to forge an entirely new political system. In the space of six months, they turned the largest country on earth into the first Communist state. Was this a triumph of people power or a political coup d’etat that led to blood-soaked totalitarianism? A hundred years later, the Revolution still sparks ferocious debate. This film dramatizes the 245 days that brought these men to supreme power. As the history unfolds, a stellar cast of writers and historians, including Martin Amis, Orlando Figes, Helen Rappaport, Simon Sebag-Montefiore and China Mieville, battle over the meaning of the Russian Revolution and explore how it shaped the world we live in today.
 
Bron: bbc.co.uk

Oktoberrevolutie [ nl.wikipedia.org ]

Europa 1914-1949

gekocht in Wageningen: De afdaling in de hel van Ian Kershaw

De afdaling in de helGisteren was ik even in Wageningen en liep Kniphorst en een antiquariaat op de markt binnen. Mijn vader kocht kort na de oorlog al bij deze boekhandels. Het is een goede traditie om mijn vader, 70 jaar later, hierin na te volgen. Wageningen is bovendien de plek waar de Duitsers de capitulatie tekenden. Daarom besloot ik hier de twee jaar geleden verschenen vertaling van To hell and back – Europe 1914-1949 van Ian Kershaw te kopen. Dit boek is het eerste deel van een tweeluik over de twintigste eeuw. Kershaw werkt op dit moment nog aan deel twee, die de periode 1950-2008 moet beslaan. Daar wordt met belangstelling naar uitgekeken, want de gelauwerde Britse historicus begeeft zich daarmee als historicus op onbekend terrein, al kent Kershaw (1943) deze periode natuurlijk wél uit eigen ervaring.

Kershaw is niet een verteller zoals Geert Mak, Philipp Blom of Simon Schama. Geen “sappige” verhalen dus, maar wel heldere analyses. Ik verwacht van hem een bredere blik dan John Keegan of Anthony Beevor, die beiden bestsellers schreven over de Eerste en Tweede Wereldoorlog of Eric Hobsbawm die de twintigste eeuw ook al eens bundelde in één dik boek Een eeuw van uitersten – de korte twintigste eeuw 1914-1989. De eerste twee auteurs zijn eerder militaire historici en de laatste is eerder een economische (marxistische) historicus. Daardoor hebben zij een specifieke invalshoek. Ik hoop dat Kershaw in De afdaling in de hel economische, sociale en culturele factoren met elkaar weet te verbinden zodat we de eerste helft van de twintigste eeuw holistisch kunnen gaan verstaan.

Ian Kershaw schetst vier factoren die ervoor zorgden dat Europa zich verloor in twee allesvernietigende oorlogen, vier factoren die al voor de Eerste Wereldoorlog aanwezig waren, en die door de rampzalige Vrede van Versailles alleen maar werden versterkt. De Tweede Wereldoorlog was vanaf het sluiten van die ‘vrede’ bijna onafwendbaar. Na die monstrueuze oorlog en de volledige vernietiging van Duitsland kon eindelijk gewerkt gaan worden aan een blijvende vrede.
 
Bron: unieboekspectrum.nl