Categorie archief: boeken

Napoleon in Egypte

aan het lezen in: Napoleon (2014) van Andrew Roberts
Hoofdstuk 7: Egypte (Napoleon’s expeditie naar Egypte 1798-1799)

In de dikke Napoleonbiografie van Andrew Roberts ben ik nog steeds in deel één (opkomst) dat loopt vanaf de geboorte van Napoleon op 15 augustus 1769 tot in de winter van 1799. Met de staatsgreep van 9 november (18 Brumaire) wordt de pas 30-jarige generaal alleenheerser van Frankrijk en wordt de Franse Revolutie afgesloten. Het eerste deel bestaat uit negen hoofdstukken en de episode waar ik nu aan begonnen ben, de expeditie naar Egypte, beschrijft Roberts in hoofdstuk zeven.

Egypte
gravure uit Voyage dans la Basse et la Haute Égypte (Parijs, 1802) van Vivant Denon

Na de Italiaanse veldtocht (1796-1997) was Napoleon een volksheld geworden. Hij was met 28 jaar de populairste generaal van Frankrijk. Nu er afgerekend was met Oostenrijk bleef Engeland als enige vijand over. In plaats van een invasie van Engeland, besloot het Directoire tot een expeditie naar Egypte. Door een einde te maken aan de Engelse aanwezigheid in Egypte wilde Napoleon de Engelse handelsroute naar India blokkeren en zo mogelijk doorstoten naar India om de Engelse handel met Azië in het hart te treffen.

Egypte
uit± Voyage dans la Basse et la Haute Égypte

De expeditie naar Egypte die in mei 1798 begon, was meer dan een militaire campagne. Napoleon wilde ook dat er wetenschappers en kunstenaars meereisden naar de Nijl. Hij nam 167 zogenaamde savants mee: geografen, botanisten ,scheikundigen, oudheidkundigen, ingenieurs, historici, drukkers, astronomen, zoölogen, oriëntalisten, wiskundigen en economen. Ook musici, architecten, beeldhouwers en schilders scheepten zich in voor Egypte. Aanvankelijk wisten ze niet eens wat de bestemming van de expeditie was want voor Engeland moest het plan van het directoire geheim blijven.

Een van de kunstenaars die met Napoleon naar Egypte ging, was Dominique Vivant, Baron de Denon. Hij maakte tijdens deze reis meer dan tweehonderd schetsen. Tussen 1799 en 1801 werden deze in Parijs uitgewerkt en in 1802 verscheen Voyage dans la Basse et la Haute Égypte.

Vivant DenonDominique Vivant, Baron de Denon (1747-1825) was regelmatig te gast in de salon van Joséphine de Beauharnais en vergezelde in 1798 haar man, generaal Napoleon Bonaparte, tijdens zijn Expeditie naar Egypte. Hij volgde generaal Desaix tijdens zijn expeditie naar Opper-Egypte en maakte vele schetsen van de overblijfselen van het Oude Egypte. Zijn schetsen werden gepubliceerd in 1802 in het tweedelige Voyage dans la basse et la haute Egypte.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Voyage dans la basse et la haute Egypte

Charlotte Brontë 200 jaar

vandaag 200 jaar geleden werd Charlotte Brontë geboren

Charlotte Brontë (1816-1855) was de oudste van de drie zusters Brontë maar werd slechts 38 jaar oud. Haar jongere zusjes stierven zelfs nog eerder. Emily Brontë (1818-1848) werd 30 jaar oud en Anne Brontë (1820-1849) werd maar 29 jaar.

Charlotte Brontë
Charlotte Brontë

De drie zusters Brontë schreven ieder minstens één roman. Jane Eyre van Charlotte en Wuthering Heights van Emily zijn de twee beroemdste en verschenen in 1847. In dat jaar verscheen ook de roman Agnes Grey (1847) van Anne.

Napoleon in Italië

gelezen: hoofdstuk 4 (Italië) in Napoleon de Grote (2015) van Andrew Roberts

Napoleon de GroteVandaag is het precies 220 jaar geleden dat Napoleon aan het begin van de Italiaanse Veldtocht voor het eerst slag leverde bij het plaatsje Montenotte, iets ten westen van Genua. Het was zijn eerste veldslag als opperbevelhebber te velde. In de dagen daarna zou Napoleon nog drie keer slag leveren: Millesimo (13 en 14 april 1796), Dego (14 en 15 april 1796) en Mondovi (21 april 1796). Napoleon won ze alle vier. Het was de vliegende start van zijn Italiaanse Veldtocht die hem op 2 februari 1797 met de overgave van de vesting Mantua de definitieve overwinning in Italië zou brengen.

Napoleon kreeg in Italië in 1796 voor het eerst de bijnaam “de kleine korporaal”. Het was het koosnaampje, eerst van een leger en daarna van een volk dat zijn nieuwe leider gevonden had.

Aan het begin van de Italiaanse Veldtocht was Napoleon nog een van de Franse generaals onder het zogenaamde Directoire (1795-1799). Als veldheer was hij afhankelijk van de politieke beslissingen vanuit Parijs, maar Napoleon ging zijn eigen weg. Hij pakte het slim aan. Door Frankrijk vanuit Italië overwinningen, kunstschatten en goud te schenken, moest het Directoire accepteren dat hij steeds populairder werd in eigen land. Het Italiaanse avontuur zou Napoleon groot maken, al kreeg hij nu voor het eerst de bijnaam “de kleine korporaal”. Het was het koosnaampje van een volk dat zijn nieuwe leider gevonden had.

Lodi
de bestorming van de brug bij Lodi mei 1796
schilderij van Baron LeJeune

Nadat Napoleon eerst het Oostenrijkse en Piemontijnse leger uit elkaar gedreven had en Turijn tot een wapenstilstand gedwongen had, richtte hij zich op Milaan, de hoofdstad van Lombardije dat door Oostenrijk bezet was. Eerst moest hij de Po oversteken en misleidde daarbij de Oostenrijkse veldheer Beaulieu. Deze stond hem aan de noordzijde van de Po bij Valenza op te wachten, maar Napoleon stak de Po honderd kilometer oostwaarts over bij Piacenza. Van daaruit rukte hij op naar Milaan.

Een laatste obstakel op zijn weg naar victorie, was de rivier de Adda. Bij Lodi, ten zuidoosten van Milaan, was een brug die een legende zou worden en er aan zou bijdragen dat Napoleon mythische proporties kreeg. Tijdens de Slag bij Lodi op 10 mei 1796 liet hij de brug bestormen in een dodelijke regen van kartetsvuur die de Oostenrijkers vanaf de andere zijde op de Fransen afvuurden. Voor de eersten die de brug bestormden betekende het zelfmoord, maar omdat Napoleon niet opgaf en daarbij ook op twee doorwaadbare plaatsen ten noorden en ten zuiden van de brug de Adda overstak, dreef hij de Oostenrijkers in het nauw en tenslotte sloegen deze op de vlucht.

Napoleon kon als geen ander zijn mannen motiveren. Op cruciale momenten waarbij het erop of eronder was, was hij op zijn best en hield hij vlammende toespreken. “Je moet tot de ziel spreken, dat is de enige manier om de mannen te elektriseren”, bekende hij ooit. Napoleon was een romanticus te paard. In 1796 droeg hij nog lang wapperend haar. Zo portretteerde de romantische schilder Antoine-Jean Gros hem tijdens de bestorming van de brug van Arcole.

Napoleon 1796
Napoleon tijdens de Slag bij Arcole
schilderij van Antoine-Jean Gros uit 1796

In de Slag bij Arcole op 15-17 november 1796 moest er opnieuw een brug bestormd worden. Napoleon wilde de bestorming van de brug bij Lodi, een half jaar eerder, nog eens herhalen. Hij wist dat hij in Frankrijk een mythische figuur was geworden en wilde deze positie handhaven.

Lodi
Napoleon bestormt de brug van Arcole
schilderij van Horace Vernet

Tijdens de Slag bij Arcole greep Napoleon op een gegeven moment het vaandel en bestormde met doodsverachting onder hevig vijandelijk vuur de brug. Dit was tegen alle afspraken in die hij met het Directoire gemaakt had. Als opperbevelhebber mocht hij zich namelijk niet aan direct gevaar blootstellen. Maar Napoleon wist dat het Franse volk een held nodig had en hij achtte zichzelf de man, die drie jaar later eerste consul en nog eens vier jaar later keizer van Frankrijk zou worden.

Stendhal
de beroemde eerste alinea uit La Chartreuse de Parme van Stendhal uit 1839

Napoleon [ andrew-roberts.net ]

kameleon

gelezen in: Nationalisme, naties en staten (2012)
onder redactie van Leo Wessels en Toon Bosch

NationalismeNadat ik het college Vaderlandsliefde – over nationalisme en nationaal gevoel van Joep Leersen enkele malen op CD beluisterd had, wilde ik ook eens een goed boek lezen over nationalisme. Ik meen dit gevonden te hebben in Nationalisme, naties en staten, een schitterend verzorgd boek van ruim 700 bladzijden dat in 2012 voor het eerst verscheen bij Uitgeverij VanTilt en dat vorig jaar herdrukt werd.

Nationalisme, naties en staten is opgebouwd uit zes delen die ieder een periode uit de Europese geschiedenis behandelen en die door verschillende historici zijn geschreven: Arnold Labrie nam met de eerste drie delen (nationalisme tot 1848) het leeuwendeel voor zijn rekening. Matthijs Lok schreef het vierde deel (1848-1914), Patrick Dassen het vijfde deel (1914-1945) en André Gerrits het laatste deel (Europa na 1945).

In de ruim dertig pagina’s tellende inleiding schrijft de redactie (Leo Wessels en Toon Bosch) dat nationalisme geen ideologie is als het liberalisme of socialisme. Het is een kameleontisch verschijnsel. Het is noch rechts noch links, noch progressief noch conservatief. Het past zich telkens opnieuw aan bij veranderende omstandigheden. Wessels en Bosch schrijven: “In de negentiende eeuw treffen we actieve pleitbezorgers van een nationalistisch gedachtegoed aan onder traditionalisten, klerikalen, monarchisten, republikeinen, liberalen, socialisten, utopisten, sociaal-darwinisten, kortom: representanten van een waaier van stromingen en opvattingen die zo ongeveer het hele ideologische fundament bestrijkt.”

Nationalisme is geen ideologie
als liberalisme of socialisme,
maar een kameleon.

Uit de colleges van Joep Leersen had ik dat al geleerd: nationalisme is door zijn conceptuele vaagheid een moeilijk te vatten fenomeen. Maar het gaat waarschijnlijker dieper dan de ideologieën waarmee het zich verbindt. Nationalisme kwam aan het begin van de negentiende eeuw tot rijpheid toen twee stromingen bij elkaar kwamen: het zogenaamd “civic nationalism” van Rousseau en het “ethnic nationalism” van Herder. Beide “bronrivieren” van het nationalisme vermengden zich aan het begin van de negentiende eeuw en zouden daarna zelden nog in een onvermengde vorm voorkomen. In Frankrijk en de Verenigde Staten zou het “civic nationalism” vaker present zijn, terwijl in Duitsland, Italië en Midden-Europa het “ethnic nationalism” zou gaan domineren.

Völkerschlachtdenkmal Leipzig
Völkerschlachtdenkmal Leipzig (1913) van nationalistisch Denkmal tot Mahnmal tegen het fascisme.
Nationalisme is na 1945 in een kwade reuk komen te staan. Dat geldt in het bijzonder voor het “staatsnationalisme” van het Duitse Keizerrijk (1871-1918). De vele monumenten die tijdens het Keizerrijk gebouwd zijn, tonen het gesloten exclusieve karakter van het zogenaamde “ethnic nationalism”
[ credits: wikimedia ]

Na 1945 zou nationalisme als een spook uit het verleden gezien worden. Nationalisme werd gezien als de oorzaak van de twee wereldoorlogen die bijna waren uitgelopen op Europese zelfvernietiging. Het naoorlogse kosmopolitisme was een direct gevolg van het nationalisme van de negentiende en twintigste eeuw tot aan 1945. Het uitbannen van oorlog stond gelijk aan het uitbannen van nationalisme.

Sinds 1990 steekt nationalisme in Europa weer de kop op. Het begon in de jaren negentig in het voormalige Joegoslavië, maar breidde zich uit naar andere delen van Europa. Nationalisme bindt zich nu aan rechts populisme maar is niet hetzelfde. Rechts populisme speelt weliswaar in op anti-Europa sentimenten en op nationale gevoelens. Maar deze nationale gevoelens zijn op zich niet rechts. In de revoluties van 1848 ging nationalisme samen met liberalisme en vanuit de positie van de koning was dat juist links. Vaderlandse gevoelens, waaronder trots op Nederland, zijn dus geen exclusief rechtse gevoelens. Nationalisme is een kameleon die in staat is zich aan elke ideologie aan te passen.

Nationalisme, naties en staten [ vantilt.nl ]

liberalisme en nationalisme

gelezen: de laatste twee hoofdstukken van De fantoomterreur (2015)
hoofdstuk vijf van Aardse Machten (2005) en gezien: Noi Credevamo (2011)

de fantoomterreurVorig jaar juni schreef ik hier iets over De Fantoomterreur van Adam Zamoyski. In dit boek, dat verscheen na zijn twee succesvolle boeken over Napoleon, beschrijft hij de onderdrukking van liberale bewegingen tussen 1815 en 1848. Tijdens de Restauratie liep in Europa de paranoia hoog op. Het grootst was deze in het Habsburgse en Russische Keizerrijk. Met name het Habsburgse Rijk had te maken met vele bevolkingsgroepen die met het nationalisme besmet konden worden. Nationalisme en liberalisme gingen in die tijd hand in hand. Ook Rusland voelde zich bedreigd door de Poolse minderheid. Het oostelijk deel van Polen was eerst een Russische vazalstaat maar na de bloedige onderdrukking van de opstand van 1832 ging deze op in het Russische Rijk.

In Italië en Duitsland was het nationalisme zo nog sterker. Het nationalisme toonde hier een ander gezicht dan in Midden-Europa. In plaats van separatisme speelde hier unificatie nationalisme. Goethe en Schiller schreven in 1796 al “Deutschland? Aber wo liegt es? Ich weiß das Land nicht zu finden.” Hetzelfde kon toen ook voor Italië geschreven worden. Tot 1871 was er nog geen sprake van de Duitse en Italiaanse eenheidsstaat resp. onder Berlijn en onder Rome.

Deutschland? Aber wo liegt es? Ich weiß das Land nicht zu finden.

Goethe en Schiller in Xenien, 1796

Zamoyski beschrijft in De fantoomterreur vooral de bestrijding van liberale en nationale bewegingen door de staat en de toenemende paranoia tijdens het repressieve Systeem Metternich, zoals de Restauratie ook wel eens genoemd wordt. Europa was tussen 1815 en 1848 in feite één grote politiestaat. De revolutie mocht geen tweede keer uitbreken en moest overal de kop in gedrukt worden. Ook in het “liberale” Engeland.

In Parijs kwam het in juli 1830 opnieuw tot een revolutie en Frankrijk werd tussen 1830 en 1848 een toevluchtsoord voor gevluchte of verbannen Italiaanse en Duitse liberalen en nationalisten. Tenslotte kwam het in 1848 voor een derde maal in Parijs tot een uitbarsting en werden opnieuw barricaden opgeworpen.

In het laatste hoofdstuk “De duivel op oorlogspad” volgt Zamoyski de ontwikkelingen van 1847 en 1848. Overal kwam het in Europa tot opstand: in Berlijn, Wenen en in veel Italiaanse steden waaronder Milaan, Venetië en Rome. De laatste twee steden werden zelfs voor korte tijd een republiek. De grootste angst van Metternich was uitgekomen. “Eindelijk is de ziekte dan uitgebroken!” zei hij toen hij vanuit het raam van de kanselarij naar een boze menigte keek. Hals over kop moest hij vluchten, nota bene naar Londen, het bolwerk van het door hem zo verfoeide liberalisme.

Eindelijk is de ziekte
dan uitgebroken!

Metternich op 11 maart 1848

De revolutie van 1848 zou niet leiden tot een totale omwenteling zoals die van 1789. Al gauw kwamen overal in Europa contrarevolutionaire krachten in beweging en in de zomer van 1849 was bijna alles weer bij het oude. De enige monarch die afstand had moeten doen van de kroon was burgerkoning Louis Philippe en Frankrijk was weer een republiek. Maar in 1852 proclameerde Napoleon III het Tweede Keizerrijk . Frankrijk werd reactionair. In Parijs werden brede boulevards aangelegd. Nooit meer barricaden!

Noi CredevamoIk keek vrijdag ook weer eens naar de Italiaanse miniserie Noi Credevamo (2011), een epos over de pijnlijke Italiaanse eenwording in de negentiende eeuw, ter gelegenheid van de 150e verjaardag van het Koninkrijk Italië. Buiten Italië heeft deze film helaas weinig aandacht gekregen. Dat is begrijpelijk want het vraagt enige voorkennis van de Italiaanse geschiedenis. Voor ons zijn Mazzini, Cavour en Garribaldi historische figuren die eerst afgestoft moeten worden, terwijl ze voor de Italiaan nationale helden zijn. De muziek komt veel dichterbij. Het meeslepende Va pensiero uit Nabucco (1842) van Verdi is wereldberoemd. Maar bij het engelachtige, zweverige gevoel dat Va Pensiero oproept, hoort ook een grote pijn en om die te voelen, moet je Italiaan zijn. Deze zingt Va Pensiero met de hand op het hart.

Aardse MachtenTenslotte ben ik weer aan het lezen in Aardse Machten van Michael Burleigh (2005). In het vijfde hoofdstuk (uitverkoren volkeren: politiek messianisme) gaat het over de vaderlandsliefde. In de vijfde paragraaf schrijft Burleigh over Giuseppe Mazzini (1805-1872) de oprichter van La Giovine Italia. Hij noemt hem een martelaar. Zo schrijft de Italiaanse historica Anna Banti ook over Mazzini en Jong Italië: “Mazzini probeert zijn volgelingen te leiden met een kracht die zij al in zich hebben. Het moet gezegd dat zijn aanhangers die stierven voor de zaak, dat deden met zoveel moed en zoveel toewijding dat ze doen denken aan de eerste martelaren van het christendom.”

Gute Nacht Freunde

gezien bij VPRO Boeken: Christoph Buchwald over het Boekenweek-essay
zondag gekocht in de Dominicanen: Gute Nacht Freunde

Exkurse in die LiteraturOp de middelbare school lazen we in 1980 tijdens de les moderne Duitse literatuur uit Exkurse in die Literatur en Moderne Literaturstunden (beide leerboeken uitgegeven door Thieme, Zutphen). Zo leerde ik de Duits(talig)e schrijvers van de twintigste eeuw kennen: Ilse Aichinger, Wolfgang Altendorf, Paul Alverdes, Wolfgang Borchert, Heinrich Böll, Siegfried Lenz, Maria Luise Kaschnitz, Wolfgang Hildesheimer, Ernst Wiechert en Hermann Hesse. Op mijn boekenlijst stonden Böll,Dürrenmatt, Hesse, Kafka en Lenz.

Nu ik aan het lezen ben in Gute Nacht Freunde dat ik afgelopen zondag in Maastricht kocht, komt mijn eerste kennismaking met de moderne Duitse literatuur 36 jaar geleden weer naar boven. Christoph Buchwald maakte een selectie van 25 boeken die hij een plaats op ons nachtkastje gunt. Voor mij is het een tweede kennismaking met de Duitse literatuur. Twaalf boeken zijn van 1980 of later en aangezien ik na de middelbare school de Duitse literatuur niet echt meer gevolgd heb, kom ik veel nieuwe namen tegen.

De gelukkigenWolfgang Hernndorf en Kristine Bilkau schreven met Tschick (2012) en Die Glücklichen (2015) twee bestsellers van formaat die kortgeleden ook in een Nederlandse vertaling verschenen en horen bij de jongste generatie. Van de oudere generatie is Wolfgang Koeppen (1906-1996) helemaal nieuw voor mij en ook Irmgard Keun (1905-1982) kende ik niet. Het eerste boek in de rij van aanbevelingen is overigens Doctor Faustus (1947) van Thomas Mann. In 1999 werd dit boek door 99 Duitse literatuurwetenschappers uitgeroepen tot een van de beste tien Duitse boeken van de twintigste eeuw.

Gute Nacht FreundeChristoph Buchwald geeft een korte en compacte inleiding op vooraanstaande Duitse boeken die op ieders nachtkastje horen. Boeken die een idee geven van de buren, van hun land, geschiedenis, mentaliteit en van de verschillen in onze kijk op de wereld. Een belangrijk criterium is daarbij: het leesplezier. Cossee heeft een Nederlandse en een Duitse uitgever – Eva Cossée en Christoph Buchwald –, dus wordt er automatisch veel naar Duitsland gekeken. Hedendaagse Duitse auteurs evenals klassiekers worden gelezen en getoetst aan de vraag: Waar heeft de Nederlandse lezer iets aan, en wat verandert onze blik op de buren? Het panorama reikt van 1799 tot 2015, met onder meer: Georg Forsters ontsteltenis over het veel te laat verbieden van de slavernij in Nederland (Het vuur nog geenszins gedoofd); Wolfgang Koeppens woedende roman over de jonge Bondsrepubliek Duitsland met weer de oude gezaghebbers (De dood in Rome); Bernhard Schlinks beroemde verhaal over Hanna, die kapo wordt om haar analfabetisme te verbergen (De voorlezer); Maxim Leo’s familiegeschiedenis over drie generaties met hun uiterst verschillende dromen van de DDR (Rode liefde); Sherko Fatah’s actuele roman over een Iraakse vluchteling die in Berlijn ingehaald wordt door zijn verleden (We gaan als het donker wordt).
 
Bron: uitgeverijcossee.nl

met Broer naar Maastricht

vandaag met Michaela en het boekenweekgeschenk naar Maastricht geweest

BroerIk heb een hekel aan nationale hypes. Komt waarschijnlijk door mijn slechthorendheid. Hypes geven het gevoel mee te gaan met de stroom, erbij te horen. Als je er toch niet bij kunt horen, waarom zou je dan nog? Dus lees ik Stendhal als “iedereen” Tommy Wieringa of Peter Buwalda leest. En zou ik Tommy Wieringa of Peter Buwalda lezen als iedereen Stendhal zou lezen. Dus ik toon dezelfde gevoeligheid voor hypes als de massa, maar dan het negatief.

Vluchten kan niet meer.

Dus besloot ik mij over te geven. Met Michaela en het boekenweekgeschenk als treinkaartje stapte ik vanmorgen vroeg op de trein naar Maastricht, lang genoeg om Broer met gemak helemaal uit te lezen. Even helemaal erbij horen, bij die grootste familie van Nederland. (Vroeger was dat de TROS maar tegenwoordig is dat DWDD.) Soms is het fijn om je even tegen je principes te keren.

Esther Gerritsen schreef een ontroerend en vermakelijk miniatuurtje over een wat kille carrièrevrouw die een catharsis beleeft nadat haar broer door amputatie een been verliest en tijdelijk bij haar thuis komt wonen. Broer is eigenlijk één dialoog vol fijne psychologische waarnemingen die vaak even pijnlijk als grappig zijn.

Maastricht
Onze Lieve Vrouw “Sterre der zee”

In Maastricht aangekomen, bezochten we als eerste de basiliek van de Onze Lieve Vrouw “Sterre der zee” waar de Mis net begonnen was. We waanden ons even in Frankrijk of Italië. Het romaanse koor met een mozaïek van de Moeder Gods in de apsis ademt een Byzantijnse sfeer. Even in de schoot van de Moederkerk en de Traditie. In het Westen werd gisteren Palmpasen gevierd (in de Orthodoxie was het overigens pas de eerste Zondag van de Grote Vasten.) Daarna liepen we naar de Sint Servaas waar we het staartje van de Mis meekregen én een takje buxus.

Weer buiten op straat konden we het bewijs zien van de cijfers die het rapport God in Nederland onlangs presenteerde: 82% van de Nederlanders komt nooit of zelden meer in een kerk en 14% gelooft in een persoonlijke God. Je zou het ook anders kunnen formuleren: 82% van de Nederlanders gelooft in de koopzondag.

Dominicanen
interieur van de Dominicanen

Om de Boekenweek op een passende wijze af te sluiten, bezochten we de Hoogmis in de Dominicanen met Twan Huijs. Ik kocht nog snel even het Boekenweekessay Gute Nacht Freunde voor op het nachtkastje. Nu hoorde ik er helemaal bij. Op onze terugreis las ik nog hoe het afliep met Broer (en vooral met Zus), een happy end! Voldaan stapte ik om tien uur het bed in. Het was mooi geweest, maar morgen ga ik weer verder met Stendhal en voorlopig geen koopzondag meer.

Dominikanen
De Hoogmis van de Boekenweek in de Dominicanen

Sterre der zee | Dominicanen