Categorie archief: wetenschap

objectiviteitskoorts

Description de l’Egypte (1809-1829)

EgypteVorig jaar schreef ik hier al iets over de Description de l’Égypte, ou Recueil des observations et des recherches qui ont été faites en Égypte pendant l’expédition de l’armée française. Dit werk verscheen tussen 1809 en 1829 in tien delen en geldt als een mijlpaal in de wetenschap van de vroege negentiende eeuw. Het volledige werk bestaat uit honderden platen onderverdeeld in de volgende categorieën: antiquiteiten, topografische atlas, Egypte rond 1800 en natuurlijke historie (dieren, planten en mineralen). De oudheidkundige opgravingen nemen het grootste deel in beslag (vijf delen) maar de Description de l’Égypte geeft ook een prachtig beeld van Egypte zoals de Fransen het in 1798 aantroffen. Caïro telde in die tijd 600.000 inwoners en was daarmee even groot als Parijs.

Telkens als ik weer eens blader door dit wetenschappelijk (én artistieke) monument valt me weer op hoe sterk de drang naar objectiviteit 200 jaar geleden was. De fotografie schreeuwde om uitgevonden te worden, maar pas tien jaar nadat het laatste deel van de Description de l’Egypte verschenen was, lukte het Daguerre om fotografische beelden te fixeren. Een objectievere schrijver dan het licht is er niet. Maar de graveurs van de Decription kwamen de werkelijkheid die Egypte heet, bijzonder nader. De gravures zijn wetenschappelijk verantwoord en hebben geen artistieke pretentie.

De fotografie schreeuwde aan het begin van de negentiende eeuw om uitgevonden te worden, want een objectievere schrijver dan het licht is er niet.

Toch ademt dit wetenschappelijke werk uit de vroege negentiende eeuw onmiskenbaar iets romantisch. Dat heeft verschillende oorzaken. Tussen 1809 en 1829, toen de tien delen verschenen, draaide de (historische) romantiek op volle toeren. Het was begonnen in Duitsland en breidde zich al snel uit naar Frankrijk en Engeland. Er stonden romantische helden op als Lord Byron en zelfs in het classicistische Frankrijk spatte het romantische pathos bij schilders als Géricault en Delacroix van het doek.

Daarnaast was de expeditie naar Egypte die Napoleon in 1798 en 1799 ondernam één van de meest dwaze militaire ondernemingen uit de geschiedenis. Het was eerder een romantische gril. Maar we hebben aan dit onbezonnen avontuur wél de egyptologie aan te danken. Tenslotte is de achterkant van de wetenschappelijke belangstelling voor Egypte een romantisch verlangen naar een andere wereld. Terwijl de Duitse romantiek vooral de middeleeuwen zocht, ontwikkelde zich in Frankrijk het oriëntalisme. Met de Franse verovering van Algerije in 1830 kwam dit pas goed op gang, maar in de Description kun je al heel goed een aanzet zien.

Memphis
Sommige gravures zijn zo eenvoudig en droog dat ze iets surrealistisch hebben, zoals deze reusachtige hand opgegraven in de woestijn bij Memphis.

De Description de l’Egypte was geen nieuw fenomeen. In de tweede helft van de achttiende eeuw was de wetenschappelijke gravure sterk in opkomst. Vooral door de verspreiding van de laatste (illustratieve) delen van de Encyclopédie in de jaren 1770 was men vertrouwd geraakt met de wetenschappelijk verantwoorde illustratie. Dat zien we zelfs bij de Italiaanse meestergraveur Piranesi. In het begin van zijn carrière aan het einde van de 1740′s werkt hij nog in een rococostijl, maar aan het einde van zijn leven in de 1770′s is zijn werk strakker en strenger geworden. Met andere woorden: wetenschappelijk verantwoord.

De Entzauberung der Welt, die Max Weber honderd jaar geleden meende te zien, had zijn oorsprong dus al in de achttiende eeuw. De romantiek zou de objectiviteitskoorts aan het begin van de negentiende eeuw met irrationaliteit bestrijden. Dat zou in veel gevallen tot de “romantische ziekte” lijden. Maar in de Description de l’Egypte zijn wetenschap en romantiek voor mijn gevoel in evenwicht al is het omdat ik mijn eigen gevoel eraan toevoeg.

Description de l’Egypte [ fr.wikipedia.org ]

mer à boire

Jede Epoche ist unmittelbar zu Gott
Über die Epochen der neueren Geschichte (1854) van Leopold von Ranke

Op 25 september 1854 begon de Duitse historicus Leopold von Ranke voor de Beierse koning Maximiliaan II aan een serie voordrachten in Berchtesgaden onder de titel Über die Epochen der neueren Geschichte. Hieruit komt het beroemde citaat : “Jede Epoche ist unmittelbar zu Gott.” Het is vooral gericht aan iedereen die meent dat het heden superieur is aan het verleden.

Über die Epochen der neueren Geschichte
titelblad van Über die Epochen der neueren Geschichte (1854) van Leopold von Ranke

Wij weten weliswaar veel meer als vroeger maar toch stonden onze voorouders met hun beperkte kennis in dezelfde verbinding met de bron van kennis als wij in het digitale tijdperk. Met het internet is de paradox van kennis dagelijks te ervaren: hoe meer we weten, hoe meer we bewust worden van wat we niet weten. Surf bijvoorbeeld over de oceaan van kennis die wikipedia heet en het duizelt je als je onder het surfen even stilstaat bij de uitgestrektheid en diepte van deze oceaan. Menselijke kennis als mer à boire. Wij surfen slechts over de toppen van enkele golven.

Deden de intellectuelen uit de Verlichting die de Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers (1751-1776) lazen eigenlijk niet hetzelfde als wij? Het reservoir van kennis dat de encyclopedisten bijeen hadden gebracht, was toen ook al niet leeg te drinken. Een druppel uit een vijver en een druppel uit de oceaan van wikipedia blijft hetzelfde water. Elke tijd staat in directe verbinding met de bron van kennis. Het grote verschil met de tijd van Ranke en onze tijd, is dat Ranke de bron van kennis nog God noemde. De kennis die uit deze Bron komt, is het Levende Water uit het Evangelie.

Leopold Von Ranke is een van de vaders van de objectieve geschiedschrijving. De jonge Nietzsche zette zich in Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben af tegen het historisme van Ranke. Met Goethe stelde hij: “Overigens heb ik een afkeer van alles wat slechts mijn kennis vergroot zonder meteen ook mijn handelen te stimuleren of te inspireren.” Nietzsche wilde geen kennis bijeenbrengen om de kennis, niet archiveren. Hij wilde kennis om te kunnen leven.

Über die Epochen der neueren Geschichte [ gutenberg.spiegel.de ]

frontispiece, 1764

Het frontispiece voor de Encyclopédie
van Charles-Nicolas Cochin

In 1751 verscheen het eerste deel van de Encyclopédie, ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers, de voorloper van wikipedia. Met deze ambitieuze onderneming wilden de initatiefnemers Diderot en d’Alembert alle kennis bundelen die de mens tot dan toe verzameld had. De Encyclopédie is misschien wel hét symbool van de Verlichting geworden. De encyclopédisten wilden het licht van de rede overal op laten schijnen.

In 1764 ontwierp de ontwerper, graveur, schrijver en kunstcriticus Charles-Nicolas Cochin (1715-1790) een frontspiece voor de Encyclopédie. Het is een iets compactere uitvoering van de allegorie van Academie francaise van Sebastian Leclerc uit 1698. In plaats van wetenschappers met hun attributen zien we een tafereel dat hoofdzakelijk door vrouwen bevolkt is. De 18e eeuw is niet alleen de eeuw van de rede maar ook de eeuw van de vrouw.

Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
De gesluierde waarheid staat tussen de verbeelding en de rede, daaronder bevinden zich de kunsten en wetenschappen. De gravure werd in 1772 gemaakt door Bonaventure-Louis Prévost.

In 1765 werd het ontwerp van Cochin geëxposeerd in de Salon en Diderot was er gelijk zeer over te spreken. Dat er op de voorgrond een paar “nimfen” zitten die zo uit het atelier van François Boucher lijken te komen, zal hij Cochin wel vergeven hebben. De zedelijke les waar Diderot zo van hield, zat er in ieder geval duidelijk in.

Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 1: de optica, botanie, chemie en landbouw
Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 2: de muziek, schilderkunst, beeldhouwkunst en bouwkunst
Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 3: theologie met Bijbel (boven half zichtbaar), astronomie en mathematica
C’est un morceau très ingénieusement composé. On voit en haut la Vérité entre la Raison et l’Imagination: la Raison qui cherche à lui arracher son voile, l’Imagination qui se prépare à l’embellir. Au-dessous de ce groupe, une foule de philosophes spéculatifs; plus bas la troupe des artistes. Les philosophes ont les yeux attachés sur la Vérité; la Métaphysique orgueilleuse chercher moins à la voir qu’ à la deviner; la Théologie lui tourne le dos et attend sa lumière d’en haut. Il y a certainement dans cette composition une grande variété de caractères et d’expressions, mais les plans n’avancent ne reculent pas assez; le plus élevé devrait se perdre dans l’enfoncement; le suivant venir un peu sur le devant, le troisième y être tout à fait. Si la gravure réussit à corriger ce défaut, le morceau sera parfait.
 
Diderot’s commentaar op de frontispiece van Cochin

vergeten radicalen [ 2 ]

aan het lezen in: Het verdorven genootschap
De vergeten radicalen van de Verlichting
van Philipp Blom

Het verdorven genootschapIn de proloog van Het verdorven genootschap – De vergeten radicalen van de Verlichting wordt direct al duidelijk dat Philipp Blom met zijn boek een missie heeft. Hij presenteert het materialistische denken van Baron d’Holbach en Denis Diderot als het hoogtepunt van de Verlichting. In de eenentwintigste eeuw zouden we nog steeds niet écht voor de Verlichting hebben gekozen, maar ergens zijn blijven steken in een schemering van gevoelens, die vooral door de Romantiek bepaald zijn.

Blom noemt bijvoorbeeld het verzet tegen stamcellenonderzoek, de cyborg of klonen van dieren. Onze weerstand daartegen zou bepaald zijn door de romantische opvatting dat je het leven moet eerbiedigen en niet mag onderwerpen aan techniek. Ook al weten we met ons verstand, dat we met stamcellenonderzoek bepaalde ziekten kunnen voorkomen of genezen, we blijven grote moeite houden met het idee van “sleutelen aan het leven”. Philipp Blom ziet uiteindelijk de oorzaak van dit verzet in het christendom. We leven weliswaar in een postchristelijke maatschappij, maar toch werkt de christelijke erfenis, met name door de Romantiek, nog altijd diep op ons door.

Ook al weten we met ons verstand, dat we met stamcellenonderzoek bepaalde ziekten kunnen voorkomen of genezen, we blijven grote moeite houden met het idee van “sleutelen aan het leven”.

We zouden radicaal voor de Verlichting moeten kiezen, meent de schrijver en lijkt daarmee toegetreden tot de gelederen van strijdbare atheïsten als Christopher Hitchens, Richard Dawkins, Daniel Dennett en Sam Harris. Zijn grote voorbeelden zijn Denis Diderot en Baron d’Holbach. Zij waren openlijk atheïst en ondervonden in hun tijd enorm veel weerstand. Veel van hun geschriften waren verboden en werden illegaal verspreid. Hun vijand was uiteraard de toen nog machtige kerk en de monarchie, die tijdens het ancien régime twee handen op één buik waren. Nog altijd ziet het atheïsme het christelijk geloof als zijn tegenstander. Daarom ziet Blom achter de Romantiek nog altijd de geest van het christendom. Dat Rousseau, die je de geestelijk vader van de Romantiek zou kunnen noemen, juist een paganist was en niets van de Kerk moest hebben en dat de meeste romantici pantheïstisch georiënteerd waren, daar kijkt hij veel te gemakkelijk overheen.

Wat dit boek mij wel duidelijk maakt, is dat de zuivere Verlichting waarvan d’Holbach en Diderot de exponenten waren, in zijn radicalisme het zuivere licht van de rede wil en dat we alle grijstinten, die ontstaan door menging van de duisternis van het christelijk (bij)geloof, achter ons zouden moeten laten. Ook al is het christendom in de seculiere samenleving naar de marge verdrongen, nog steeds speelt religie in de postchristelijke maatschappij een grote rol. Het atheïsme accepteert geen enkel godsbeeld, ook niet dat van de nieuwetijdse spiritualiteit (New Age) waarin elke mens ten diepste het goddelijke in zich Zelf kan realiseren. Dat zou allemaal de erfenis van Rousseau zijn, die een verkeerde afslag heeft genomen en in dezelfde duisternis terecht zou zijn gekomen als het christelijk geloof.

Je zou denken dat Immanuel Kant, de Verlichtingsfilosoof bij uitstek, wél de goedkeuring zou krijgen van de radicale verlichters. Maar Kant sloot vrede met de (christelijke) religie en kiest niet radicaal voor het atheïsme. Weliswaar ziet hij de rede en niet de religie als basis voor de moraal, toch geeft hij religie de ruimte. Want, zo concludeert Kant in zijn Kritik der reinen Vernunft: de wereld zoals deze echt is, het Ding an Sich, blijft voor het verstand principieel onkenbaar. En dat schept ruimte voor het geloof.

In onderstaande illustraties heb ik de visie die Philipp Blom in zijn boek verkondigt, proberen te visualiseren. Hij is ervan overtuigd dat de zuivere Verlichting, vertegenwoordigd door d’Holbach en Diderot, de mensheid de weg omhoog wijst. We zouden ons moeten afkeren van de sprookjes die het christendom verkondigt, maar ook van de “romantische religie” die bijvoorbeeld in New Age onderdak heeft gevonden. Helaas werd de zuivere Verlichting tegengewerkt door invloedrijke figuren als Rousseau en zelfs door Kant. De laatste sloot vrede met het geloof en dat geldt voor de radicale Verlichting als een verraad.

Verlichting
het beeld vanuit de radicale Verlichting
[ klik op afbeelding voor vergroting ]

Het bovenstaande beeld kun je natuurlijk ook omkeren. Vanuit het traditionele christendom gezien is de Verlichting een dwaallicht, dat de mens bij Zijn Schepper vandaan lokt. Het verleidt de mens met de triomfen van de wetenschap. Het maakt hem klein (een dier onder de dieren) om iets groots met hem te beginnen (technologische vooruitgang). De mens wint daarbij de wereld, maar verliest zijn ziel. Hoe dieper hij afdaalt in de Verlichting, hoe meer hij gaat denken dat hij louter materie is en dat “de ziel” een misvatting is. Net als God. Als hij dit traject helemaal uitloopt, passeert hij Rousseau en Kant die het christendom wel de rug hadden toegekeerd, maar nog niet ver genoeg waren gegaan.

Verlichting
het beeld vanuit het traditionele christendom
[ klik op afbeelding voor vergroting ]

Bovenstaande illustraties tonen de tegenpolen die beide uitgaan van een radicale grondhouding. Je zou ze als de uiteinden van het religieuze spectrum kunnen zien. Alle posities daartussen worden afgewezen als laffe of vuile compromissen. Voor de radicale atheïst, zijn alle posities waarin God, het goddelijke of de ziel gespaard blijven, halfslachtig. Voor de orthodoxe christen vallen alle posities die God niet aanvaarden als persoonlijke Schepper die mens is geworden in Christus buiten het ware geloof. Om een mogelijk beeld te geven van godsbeelden, van de christelijke God tot het goddeloze wereldbeeld van atheïsme, heb ik een infographic gemaakt van het religieuze spectrum.

Verlichting
het religieuze spectrum
[ klik op afbeelding voor vergroting ]

vergeten radicalen [ 1 ]

vergeten radicalen [ 1 ]

gelezen: de proloog van Het verdorven genootschap
De vergeten radicalen van de Verlichting
van Philipp Blom

Het verdorven genootschapVrijdag kocht ik de Nederlandse vertaling van A wicked company van de Duits-Engelse historicus Philipp Blom. Al in de proloog wordt duidelijk dat hier niet alleen een historicus aan het woord is maar ook een man met een missie. Blom is geen vriend van het christendom en zijn affiniteit met de Verlichtingsfilosofen Paul Henri Thiry baron d’Holbach (1723-1789) en Denis Diderot (1713-1784) is daarom geen verrassing.

De titel Het verdorven genootschap is uiteraard ironisch en verwijst naar de veroordeling uit de achttiende eeuw: de materialistische filosofie die in de salon van Baron d’Holbach gepraktiseerd werd, was in de ogen van tijdgenoot gevaarlijk en verdorven. Met de ondertitel De vergeten radicalen van de Verlichting geeft Philipp Blom aan dat zijn bewonderde filosofen nog steeds niet de plaats hebben gekregen die ze verdienen. Ze worden nog altijd overschaduwd door Voltaire en Rousseau en daar moet deze historicus niets van hebben. Vooral van Rousseau heeft hij een afkeer: “Rousseau is als denker een stuk origineler en belangrijker (dan Voltaire, W&V), maar ook veel kwaadaardiger, egoïstischer en zelfdestructiever, en verder is hij een dwangmatig leugenaar.”

Met Het verdorven genootschap wil Blom de lezer terugbrengen naar de zuivere Verlichting, voordat deze vertroebeld werd door het romantische en religieuze verlangen van Rousseau.

In de proloog treedt Philipp Blom naar voren als een pleitbezorger van het materialistische en atheïstische denken van d’Holbach en Diderot in de eenentwintigste eeuw, een denken dat volgens hem nog steeds springlevend en aantrekkelijk is en voor onze tijd hoogst actueel. Hij sluit zijn proloog af met wat je een atheïstisch credo zou kunnen noemen: de overtuiging dat een mensheid die zich baseert op menselijkheid en wetenschap, een betere wereld zal voortbrengen dan een mensheid die zich baseert op religie. Met Het verdorven genootschap wil Philipp Blom de lezer terugbrengen naar de zuivere Verlichting, voordat deze vertroebeld werd door het romantische en religieuze verlangen van Rousseau.

Rue des moulins
De salon van baron d’Holbach werd gehouden op nummer 10 in de Rue des Moulins.

HolbachIedere donderdag en zondag hield baron d’Holbach open huis. Bij deze diners schoven vele beroemdheden en vrienden aan, zoals d’Alembert, J-J. Rousseau, Helvetius, en buitenlanders zoals Friedrich Melchior Grimm, Adam Smith, David Hume, Laurence Sterne, Ferdinando Galiani, Cesare Beccaria, Joseph Priestley, Horace Walpole, Edward Gibbon, en David Garrick. Tijdens deze ontvangsten werden de artikelen van de Encyclopédie geredigeerd. D’Holbach redigeerde er zelf zo’n 376. De woning was in de toenmalige Rue Royale Saint Roch, die thans Rue des Moulins heet. Hij is begraven in een anoniem graf in de nabijgelegen Église Saint-Roch.
 
Bron: nl.wikipedia.org

aandacht en verbeeldingskracht

op mijn boekenlijst: Zo werkt aandacht van Stefan van der Stichgelen
Opvallen, kijken en zoeken in een wereld vol afleiding

Voor mij is schilderen niet alleen een ambacht of een kunst, maar ook een empirisch onderzoek. De schilder daalt af naar de wortels van het zichtbare, naar het moment waarop het beeld tevoorschijn komt. De schilder is op een actieve wijze getuige van het verschijnen van de wereld. De fotograaf die in het ontwikkelbad op het blanco lichtgevoelige papier langzaam het beeld tevoorschijn ziet komen, kent de deze ervaring een beetje, maar hij is passief. Want anders dan het beeld dat door licht “geschreven” is, is het beeld dat met verf “geschreven” is bewust en onbewust gestuurd door de schilder.

Aandacht voor het verschijnen van het beeld is voor mij de bron van het schilderen. De techniek is “slechts” een middel om het beeld “uit het water te trekken”. Aandacht heeft alles te maken met verbeeldingskracht. Wanneer is de verf nog amorf en wanneer breekt de illusie door? De verbeeldingskracht helpt als een soort vroedvrouw het beeld ter wereld.

Cognitief psycholoog Stefan van der Stigchel heeft een populair wetenschappelijk boek geschreven over hoe aandacht werkt. Zijn onderzoek is fundamenteel. In een interview in NRC Next zegt hij: “Ik ben bijvoorbeeld heel benieuwd naar hoe de dingen die we zien in de film van onze aandacht belanden. Op het netvlies in onze ogen vallen al die beelden. Er komt informatie binnen over de vorm van een object, de kleur, de oriëntatie in de ruimte. Onze aandacht hebben we nodig om al die losse elementen te binden. Wat hoort bij wat? De kleur groen bij de boom, het blauw bij de auto. Pas daarmee krijgt wat we zien een identiteit.”

Ik ben erg benieuwd of Van der Stigchel in Zo werkt aandacht diep zal ingaan op de rol van de verbeeldingskracht in onze perceptie. Kinderen hebben een perceptie die open en vloeibaar is en worden daar door volwassenen vaak om benijd. Maar juist zij hebben hun kinderen realiteitszin bijgebracht en geleerd niet altijd te fantaseren zodat ze zich niet verliezen in dagdromen. “Aandacht is een filter” zegt Van der Stigchel.

Hoe verhoudt aandacht zich eigenlijk tot verbeeldingskracht?

Hoe verhoudt aandacht zich eigenlijk tot verbeeldingskracht? Als de aandacht een focus is dan is verbeeldingskracht eerder het tegenovergestelde. Het is geen filter dat we zelf beheren, maar eerder een vermogen om los te laten en mee te gaan in de stroom zoals we meegenomen worden in een droom.

Zo werkt aandachtAdvertenties, verkeerslichten, banners, etalages en pushberichten: de strijd om onze aandacht wordt steeds heftiger. Soms staat er weinig op het spel, soms is het een zaak van leven of dood. Maar hoe werkt aandacht eigenlijk? Waarom vallen sommige dingen meteen op en andere helemaal niet? Cognitief psycholoog Stefan van der Stigchel, laat zien hoe we informatie verwerken, waarom we zoveel meer zien dan we denken en welke gevolgen dat heeft voor ons dagelijks leven. Hij beschrijft verschillende technieken waarmee je aandacht kunt sturen en waarmee aandachtsarchitecten (zoals reclamemakers, ontwerpers van vliegvelden en websitebouwers) die inzetten in ons voor- én nadeel. Zo werkt aandacht is een must-read voor iedereen die wil weten hoe je kijkt, zoekt, én hoe je de aandacht van anderen kunt beïnvloeden. Het geeft inzicht in de werking van het brein en opent je de ogen voor een belangrijk aspect van ons bestaan: aandacht bepaalt immers wat je van de wereld om je heen meekrijgt.
 
Bron: mavenpublishing.nl

verlicht mammoetwerk

Description des arts et métiers 1761

description des arts et métiersDe Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers (1751-1772) geldt als een van de symbolen van de Verlichting. Een ander verlicht mammoetwerk uit het derde kwart van de achttiende eeuw is Description des arts et métiers dat van 1761 tot 1782 uitgegeven werd in opdracht van de Académie des Sciences. Het werk is uitgegeven in folioformaat en bevat compleet meer dan 13.000 pagina’s en 1800 platen.

In zijn boek over de Franse Revolutie gaat Simon Schama diep in op de Franse economie van vóór de Franse Revolutie. In hoofdstuk 5 (“De prijs van de moderniteit”) haalt hij het (hardnekkige) beeld onderuit dat het Ancien Régime niet met zijn tijd was meegegaan. Na de Zevenjarige Oorlog moderniseerde Frankrijk juist in rap tempo en na de dood van Lodewijk XV zou zijn opvolger Lodewijk XVI een enthousiaste bevorderaar van de allernieuwste ontwikkelingen worden. Het economische leven maakte daardoor een groei door. Maar dat het wel twee kanten.

katoenproductie
katoenproductie
De dagloners woonden als dieren in holen en zwoegden onafgebroken. Op de schone gravures in Description des arts et métiers is daar niets van te zien.

De industriële revolutie plaatsen we meestal in de negentiende eeuw, maar in het laatste kwart van de achttiende eeuw was het proces al in gang gezet. Door industrialisering ontstond er onder Lodewijk XVI in de grote steden al een proletariaat. Met name Lyon met zijn textielindustrie was berucht. De dagloners woonden als dieren in holen en zwoegden onafgebroken om net zoveel te verdienen om hun ellendige leven te kunnen voortzetten. Op de schone gravures in Description des arts et métiers is daar niets van te zien. Wel zien we een bron van hun ellende: de mechanisering van de arbeid. Daardoor daalden de lonen en nam de uitbuiting van de textielbazen toe. Toen in de negentiende eeuw overal in Europa de grote weversopstanden uitbraken, was de misère al minstens twee keer van vader op zoon overgegaan.

papierproductie
papierproductie

De gravures zien er helder en schoon uit. Industrialisering en rationalisering van de productie beloofden een hemel op aarde. De meeste arbeiders zouden daar bitter weinig van merken. Het werk kostte in de jaren tachtig van de achttiende eeuw 900 livres, een klein fortuin. Alleen de aristocratie en de rijke burgerij kon dat zich veroorloven. Daarom zouden we de Description des arts et métiers in de eerste plaats moeten zien als de voorloper van de glossy brochure voor industriëlen die de vuile realiteit liever niet willen zien.

Veel artikelen vormde de basis voor de kortere artikelen in de Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers van Denis Diderot en Jean Le Rond d’Alembert, die in de periode 1751-1772 verscheen. Er is in ieder geval een grote overeenkomst tussen veel afbeeldingen in deze twee werken. De artikelen en gravures in de Descriptions des arts et métiers zijn echter gedetailleerder en accurater dan die in de Encyclopédie.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Description des arts et métiers [ nl.wikipedia.org ]