Categorie archief: 17e eeuw

in the Dutch mountains

vandaag is het de 397e geboortedag van Albert Cuyp

Soms droom ik dat ik in de Dutch mountains ben. In de geografie van mijn onderbewustzijn liggen die ergens in de Achterhoek. Het is bepaald geen Zuid-Limburgs heuvellandschap maar echt gebergte. Schilders in de zeventiende eeuw hebben wellicht ook die droom gehad: een berglandschap in Nederland. Jacob van Ruysdael schilderde net over de grens bij Oldenzaal kasteel Bentheim. Hij maakte van de heuvel waar het kasteel ligt een heuse berg. Albert Cuyp overdreef nog meer toen hij in 1655 een schilderij van kasteel Ubbergen maakte, ook gelegen vlakbij de Duitse grens.

Ubbergen
Albert Cuyp 1655
kasteel Ubbergen
Albert Cuyp ontwikkelde na 1650 zijn eigen, rijke stijl. Hij staat bekend om de vele afgebeelde kleurrijke figuren en dieren en om zijn vaak volle kleurenpalet. Zijn marines baden in een zonnig, mediterraan licht, hoewel hij nooit in Italië is geweest. Wel reisde hij naar Arnhem, Rhenen en Kleef. Zijn stemmige riviergezichten echter, waaronder het vrij bekende Gezicht op Dordrecht, vertonen een virtuoos gebruik van matte kleuren, die met Hollandse landschappen geassocieerd worden. Zijn laatst bekende werken dateren van 1665.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Ubbergen Castle [ nationalgallery.org.uk ]

Palazzo Farnese 1602

het Palazzo Farnese in Rome
met fresco’s van Carracci en Domenichino

Het Palazzo Farnese in Rome biedt tegenwoordig onderdak aan de Franse ambassade in Italië. Het is een van de hoogtepunten van de Italiaanse renaissance en werd gebouwd voordat de barok in de zeventiende eeuw het beeld van Rome zou gaan bepalen. Het paleis werd ontworpen door Antonio da Sangallo (1484-1546) in opdracht van Alessandro Farnese (1468-1549), die vanaf 1534 beter bekend is als paus Paulus III. Michelangelo werkte mee aan de voltooiing van dit stadspaleis.

Palazzo Farnese
het Palazzo Farnese gezien door Piranesi

Twee schilders uit Bologna werkten in het interieur van het palazzo Farnese mee aan de decoratie. Annibale Carracci (1560-1609) en zijn leerling Domenichino (1581-1641) schilderden vanaf 1602 enkele fresco’s. Het fresco van de heilige maagd van Domenichino is waarschijnlijk het bekendst. Het is geschilderd in een opvallend licht coloriet van grijs-groene tinten, veel minder zwaar dan in de barok gebruikelijk was.

Domenichino
Heilige maagd met de eenhoorn, ca. 1602

Het fresco is typerend voor de vermenging van het christelijk geloof en heidense mythologie. In de vijftiende eeuw was dat niet ongewoon. De aristocratie hield van de antieke joie de vivre en het christelijke motief was vaak niet meer dan een schaamlap. Volgens de legende zou alleen een maagd de eenhoorn kunnen temmen.

Domenichino
Heilige maagd met de eenhoorn (detail), ca. 1602

volg de meester [ 123 ]

kopie naar de heilige Sebastiaan van Peter Paul Rubens (ca. 1614)

In Mr. Turner (2014) bekijkt de knorrige William Turner samen met enkele leden van de Royal Academy een schilderij waarop de martelaar Sebastiaan staat afgebeeld, waarbij een engeltje de pijlen uit zijn lijf trekt. “Het is bijna niet om aan te zien”, merkt zijn collega Benjamin Robert Haydon droog op. Oude meesters schilderden voorstellingen die vandaag de dag zelfs door World Press Photo niet getoond zouden worden. De gruwelijkheid van de voorstelling werd door stichtende woorden bedekt en verzacht door de standvastigheid van de martelaar, al dan niet met extatische blik naar de hemel. Voor een schilder gold een voorstelling van de martelaar Sebastiaan vaak als een meesterproef waarin hij kon laten zien dat hij de anatomie van het menselijk lichaam beheerste. Ik schilderde Sebastiaan tot nu toe zonder de pijlen. Die komen pas op het laatst, snel en pijnloos.

Rubens
de heilige Sebastiaan na de derde sessie

Sebastiaans ouders waren christenen. Hijzelf bekeerde zich in het geheim, omdat de christenen toen nog door de Romeinen vervolgd werden, en hielp de mensen die leden onder die vervolgingen. Als soldaat onder Diocletianus (284-305) zou hij wonderen hebben verricht en hield hij lange redevoeringen. Hij wist de tweeling Marcus en Marcelianus te overreden de marteldood te sterven. Hij viel hierdoor in ongenade bij de keizer, nadat die ontdekte dat hij christen was. Soldaten arresteerden hem en doorzeefden hem op het Marsveld met pijlen. Volgens een ander verhaal werd hij naakt aan een boom of paal gebonden.
(Bron: nl.wikipedia.org)

volg de meester [ 1-123 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

Scorsese’s biecht

zaterdagavond met Michaela gezien in Focus Arnhem: Silence (2016)

SilenceWie hecht aan het (voor)oordeel dat het boeddhisme opener, vreedzamer en toleranter is dan het christendom, kan de nieuwste film van Martin Scorsese beter niet kijken. Het verhaal speelt zich af in het Japan omstreeks het midden van de 17e eeuw toen christenen vervolgd werden door boeddhisten. Zij zagen het christendom, dat door Portugese jezuïeten geïntroduceerd was, als iets gevaarlijks en waren vastbesloten het uit te roeien.

De Japanners die zich tot het christendom bekeerd hadden, waren levende getuigenissen van hun Voorbeeld. Ze vormden met elkaar een hechte gemeenschap, gedroegen zich nederig en waren de andere Japanners niet tot last. Toch moesten ze van de Japanse inquisiteurs hun geloof afzweren. Deden ze dat niet, dan werden ze voor de ogen van de anderen gemarteld. Boeddhisme zoals we het nog niet kenden.

Silence is gebaseerd op de roman Chinmoku (1966) van de Japanse schrijver Shusaku Endo. In 1971 werd het boek voor het eerst verfilmd. De verfilming die nu in de bioscoop draait, is eerder een auteursfilm dan een verfilming. Het is misschien wel de meest persoonlijke film van Martin Scorsese en heeft iets van een biecht. De regisseur hoopt dit jaar zijn 75e verjaardag te vieren en Silence is mogelijk zijn testament. Samen met zijn vaste scenarist Jay Cocks (The Age of Innocence, Gangs of New York) schreef hij het draaiboek.

Silence gaat over de volharding. Wat is het christelijk geloof je waard? Anders gezegd: blijf je in elke omstandigheid trouw aan God? Dat laatste interpreteren we in onze postchristelijke tijd heel anders dan in de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Voor de Jezuïeten en de tot het christendom bekeerde Japanners was God niet een “concept” maar een Persoon die in Christus mensgeworden en onze persoonlijke Verlosser is. De Japanse boeddhisten keken hier in de zeventiende eeuw op eenzelfde manier naar als de meesten van ons tegenwoordig. De christelijke god is in de boeddhistische, maar ook in de postmoderne visie, een constructie, een godsbeeld. Niets meer en niets minder.

Silence
still uit Silence
De christelijke god is in de boeddhistische, maar ook in de postmoderne visie, een constructie, een godsbeeld.

Dat maakt het lastig om naar Silence te kijken vanuit de ogen van de twee Portugese priesters en de Japanse christenen. Wij kijken in de eenentwintigste eeuw eigenlijk met de ogen van de boeddhistische Japanners in de zeventiende eeuw. Waarom komen jullie je godsbeeld aan ons opdringen? Vanuit deze heilige verontwaardiging kan de blijdschap en de innerlijke revolutie van de bekeerde Japanners niet worden (mee)gevoeld en begrepen. De Japanse heersers voelden zich door het christendom bedreigd, kozen voor isolationisme en besloten de bekeerde Japanners tot afvalligheid te dwingen. Hun priesters moesten daarin voorgaan, want de priesters waren immers hun leiders.

In de postkoloniale tijd zijn we geneigd de kerstening van vreemde volkeren (dus ook van de Japanners) door onze blanke voorouders af te keuren. Tegelijkertijd vinden we het vanzelfsprekend dat niet-Westerse migranten hun godsdienst hier verspreiden. In de 17e eeuw verspreidden de Europeanen het christendom over de wereld. De Japanners in Silence bekeerden zich uit vrije wil omdat ze in Christus de Waarheid leerden kennen. De Waarheid werd in het Japan van de 17e eeuw niet getolereerd. En ook het postmodernisme heeft het er moeilijk mee.

Het zeventiende-eeuwse Japan confronteert ons op verschillende manieren: de overtuiging dat openheid voor andere culturen en godsdienstvrijheid iets fundamenteels is, botst hier op een andere overtuiging, namelijk dat het boeddhisme een zeer tolerante levensbeschouwing is die alle vormen, en dus verschillen, overstijgt. Maar in Silence toont het boeddhisme een onverdraagzaamheid die we bepaald niet met het boeddhisme associëren. Christenen moeten hun geloof afzweren en weer Japanners worden. Boeddhisme first! Je voelt je er ongemakkelijk bij: het isolationistische Japan van 1640 bleek vele malen erger dan het huidige Amerika van Trump: een andere godsdienst werd verboden en de gelovigen werden op uiterst wrede wijze vervolgd.

De Waarheid werd in het Japan van de 17e eeuw niet getolereerd. En ook het postmodernisme heeft het er moeilijk mee.

Hoofdpersoon Padre Rodrigues, die net als Petrus zijn Heer niet verloochenen wil, komt in Silence soms over als een koppige man die vasthoudt aan zijn eigen gelijk. Zo zien de boeddhisten het in ieder geval. Een mens die niet wil loslaten. Dat het verraad van de Ander, want dat betekent het afzweren van het christelijk geloof, iets totaal anders is dan een boeddhistisch “loslaten”, een “go with the flow”, maakt Silence voor mij niet genoeg duidelijk. In navolging van Christus krijgt Padre Rodrigues een verschrikkelijke beproeving.

De inquisiteur plaatst hem voor een duivels dilemma: door afvalligheid kan hij het leven van zijn vrienden sparen. Of hij moet toezien hoe zij op een wrede wijze gedood worden “als hij zich koppig en egoïstisch vastklampt aan een denkbeeld”. Deze ultieme beproeving brengt hem in de godverlatenheid waarin Silence eindigt. Scorsese lijkt ons te willen zeggen: in deze leegte komt de zwijgende God dichterbij en tenslotte moeten wijzelf misschien ook zwijgen over God en dat geheim meenemen in ons graf.

Silence [ imdb.com ]

the Leiden collection

vandaag gaat The Leiden Collection online
175 werken uit de verzameling van Thomas en Daphne Kaplan
Leyden Collection
theleidencollection.com
This online catalogue of The Leiden Collection provides the first scholarly overview of the remarkable collection of Dutch paintings and drawings assembled by Thomas Kaplan and his wife, Daphne Recanati Kaplan. Named after Rembrandt’s native city, The Leiden Collection currently numbers more than 250 paintings and drawings, 175 of which are included in the present catalogue.
 
Bron: theleidencollection.com

rehabilitatie

zaterdag gezien in Rijksmuseum Twenthe in Enschedé:
Eindelijk! De Lairesse nog tot januari 2017

Eindelijk! De Lairesse is waarschijnlijk de eerste overzichtstentoonstelling van deze schilder uit het laatste kwart van de zeventiende eeuw. De Lairesse is al zeker tweehonderd jaar door de kunstkritiek in de hoek gedrukt. De Romantiek koos definitief voor het rauwe realisme van Rembrandt en wees de gladde en geïdealiseerde stijl van De Lairesse af. Bovendien omarmde het nationalisme in de negentiende eeuw Rembrandt als de schilder die de vaderlandse identiteit vertegenwoordigt. De Lairesse vond men veel te on-Hollands.

De classicistische perfectie staat bij nogal wat mensen in een kwade reuk, wellicht omdat zij zich daarbij door anderen de maat genomen voelen.

uit de tentoonstellingscatalogus

Aan het einde van Rembrandt‘s leven was dat wel anders. De Lairesse was in 1665 vanuit Luik gevlucht vanwege een verbroken trouwbelofte. Eerst was hij naar Utrecht gegaan, maar al snel vertrok hij definitief naar Amsterdam. In die dagen was dat het centrum van de wereld en werkte als een magneet op schilders. Het talent van de jonge Waal werd al snel onderkend en in 1667 brak hij door met een allegorie op de Vrede van Breda. Vanaf dat moment was hij de meest gevraagde schilder van de stad. Hij vervaardigde vooral historieschilderijen en decoratiestukken. De oude meester aan de Rozengracht was al lang niet meer zo beroemd als in de jaren dertig. De tijd had hem ingehaald en de gelikte Franse stijl was nu in de mode. De ooit zo sober protestantse Amsterdamse burgerij wilde nu haar rijkdommen aan de wereld laten zien en De Lairesse was daar de juiste man voor. Hij was een meester in kleurrijke en weelderige schilderijen.

Gerard de Lairesse
Gaius Cilnius Maecenas komt de kunsten te hulp (1688)

Een schilderij op de tentoonstelling, “Gaius Cilnius Maecenas ondersteunt de kunsten”, is qua thematiek nog altijd actueel. Het is een allegorie waarbij de kunsten wordt voorgesteld als een vrouw die onfortuinlijk op straat terecht gekomen is. In het laatste kwart van de zeventiende eeuw was de handel in de Republiek sterk achteruit gegaan. Daardoor kwamen er voor kunstenaars ook minder opdrachten en kunstenaars verarmden. Mecenaten konden de kunst weer oprichten. De legendarische figuur uit de Oudheid, Gaius Cilnius Maecenas, verzinnebeeldt hier de mecenaten.

(…) perfectie staat bij nogal wat mensen in een kwade reuk, wellicht omdat zij zich daarbij door anderen de maat genomen voelen. Geacheveerdheid in de kunst, zoals we dat zien bij pakweg Andrea del Sarto, Gerard de Lairesse of Canova, pleegt in onze tijd altijd weer hetzelfde verwijt te krijgen: te glad, te academisch, zielloos of zelfs fascistisch. Bob hield vol overtuiging van die perfecte kunst en vond het onbegrijpelijk dat in de gecanoniseerde waardering van de Nederlandse kunst zowel het maniëristisch als het classicistisch idioom met hun fabuleuze techniek en kleurrijk palet, er zo bekaaid vanaf kwam. Hij beschouwde het modieuze gedweep met het naïeve, het spontane, het exotische en het onbegrijpelijke in de kunst als een verwerping van juist die vaardigheid, kennis en ervaring die voor hem het wezen van de humanistische traditie van het Westen uitmaakten.
 
uit een nagedachtenis aan Bob van den Boogert, de initiatiefnemer van deze tentoonstelling, die in 2015 overleden is.

Eindelijk! De Lairesse

Immensi Tremor Oceani

Tweede Kerstdag gezien: Michiel de Ruyter (2015)

Toen ik een jaar of acht was en net begonnen was met postzegels verzamelen, kreeg ik van mijn vader de zeeheldenserie uit 1943/44. Wat was ik trots op die tien postzegels uit de Tweede Wereldoorlog, allemaal ongestempeld met stoere kerels en wapperende manen. Het was mijn eerste kennismaking met Michiel Adriaenszoon de Ruyter en Maarten Harpertszoon Tromp. Later begreep ik dat dit foute postzegels waren. Ze waren uitgegeven tijdens de Duitse bezetting en speelden in op patriottische gevoelens. Nooit zou er na 1944 nog een serie met vaderlandse helden verschijnen.

De Ruyter
postzegel uit de zeeheldenserie (1943/44) en herdenkingspostzegel bij 350e geboortejaar in 1957

Na de oorlog werd het nationalisme in de ban gedaan en verschenen er geen postzegels meer met patriottische thema’s . Michiel Adriaanzoon de Ruyter zou daarna overigens nog tweemaal geëerd worden met een herdenkingspostzegel: in 1957 t.g.v. zijn 350e geboortedag en in 1976 t.g.v. zijn 300e sterfdag.

De Ruyter
herdenkingspostzegel bij 300e sterfdag in 1976

Toen ik twee jaar geleden hoorde over de verfilming van het leven van Michiel de Ruyter was mijn eerste gedachte “zou het een erg foute film zijn?” Ik verwachtte een herhaling van Nova Zembla (2011), een volgende oprisping van VOC-mentaliteit in de vaderlandse bioscopen. Toen ik gisterenavond de film voor het eerst zag, moest ik weer denken aan die postzegels met zeehelden uit 1943/44. En ook aan het gevoel dat ik als jongetje daarbij had. Een gevoel van trots.

Na 1960 hebben we geleerd nationale trots te neutraliseren met schaamte over ons koloniale verleden. Als we trots zijn op Hollands glorie moeten we deze temperen met onze kennis van de zwarte bladzijden uit ons nationale verleden. De koning zei het in zijn kersttoespraak zo: “Wie twijfelt over de toekomst, idealiseert vaak het verleden. We geven ons allemaal wel eens over aan heimwee naar vroeger. Ja, vroeger… We weten dat de werkelijkheid minder rooskleurig was.” Nationalisme idealiseert de Gouden Eeuw van een natie en projecteert deze op de toekomst: Nederland weer van ons. De minder fraaie kanten van het verleden zijn daarbij bewust weggeretoucheerd.

Admiraal de RuyterMichiel de Ruyter idealiseert het verleden niet. Daarvoor is de lynchpartij op de Gebroeders de Witt op 20 augustus 1672 te expliciet in beeld gebracht. De film laat wat dat betreft eerlijk zien dat de schaduwzijde van “ons” Gouden Tijdperk dezelfde barbaarsheid kent als de wreedheden in de Syrische woestijn nu.

De epische muziek hoort helemaal bij een historische film met de nodige dramatiek. Dat laatste wordt net als in een B-film uit Hollywood flink uitvergroot. We zien dappere Hollanders op zee tijdens de gevechten met de Engelsen. Maar ook het gepeupel op straat en zelfs populisten die in 1672 verrassend genoeg prinsgezinden blijken te zijn! Het verhaal van Michiel de Ruyter is voor meerdere partijen confronterend en veel meer dan een trots-op-Nederland-epos. Het wijst ook op het gevaar van populisme dat in het rampjaar 1672 van een heel andere kant bleek te komen dan tegenwoordig. Wat zal onze koning er eigenlijk van gevonden hebben?

zeehelden postzegels [ filavaria.nl ]