Categorie archief: 16e eeuw

DDR-maniërisme [ 1 ]

Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West
Museum De Fundatie Zwolle, 28 januari t/m 14 mei 2017

In 2010 schreef ik over de grootste staatsopdracht uit de geschiedenis van de DDR, het panorama in Bad Frankenhausen van de Leipziger schilder Werner Tübke. Het reusachtige panorama, een van de grootste ter wereld, werd dertig jaar geleden voltooid nadat Tübke en zijn assistenten er negen jaar onafgebroken aan gewerkt hadden. Nog steeds staat de Sixtijnse Kapel van het Noorden in Bad Frankenhausen bij mij op mijn lijstje van plaatsen in Duitsland die ik wil bezoeken. Maar gelukkig hoef ik nu niet helemaal naar Thüringen te reizen om het panorama te zien. Op de tentoonstelling Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West die zaterdag in Museum De Fundatie in Zwolle opent, is een 1:10 schaalmodel van het panorama te zien. Dat is nog altijd 13,5 meter lang! Daarnaast zijn er bijna honderd schilderen van Tübke te zien.

Tübke 1966/1967
Levensherinneringen van Dr. Jur. Schulze VII, 1966/1967 (olieverf op doek, 122,5 x 182,5 cm, Museum der bildenden Künste Leipzig)
Tübke was zeker niet de eerste moderne schilder die zich vrijwillig terugtrok tussen de oude meesters.

Werner Tübke werkte voor de naoorlogse westerse schilderkunst achter de gesloten gordijnen van het Oostblok. Aan de kunstacademie van Leipzig ontwikkelde hij zich in de jaren vijftig en zestig in een stijl die haaks stond op alles wat toen als modern gezien werd. De laat renaissancistische en maniëristisch stijl uit de zestiende eeuw was sowieso een anachronisme. Veel (verwrongen) bloot, gloeiende kleuren en een afwijzing van het clair-obscur, de belangrijkste pijler van de barokschilderkunst. Tübke was zeker niet de eerste moderne schilder die zich vrijwillig terugtrok tussen de oude meesters. Surrealisten als Christian Schad, deden dat tijdens het interbellum al. Anderen zoals Giorgio de Chirico werden na een korte flirt met de moderniteit volledig reactionair. Eenlingen als Balthus bleven hun leven lang hun eigenzinnige spoor trekken langs de moderne schilderkunst.

Voor de rest werden de meeste figuratieve en realistische schilders na de oorlog door de moderne westerse schilderkunst in de ban gedaan. Concept en expressie werden de heilige graal en op ambacht werd neergekeken. Achter het ijzeren gordijn zag de situatie er compleet anders uit. De abstracte schilderkunst die na 1945 in West-Europa in zo’n hoog aanzien kwam te staan, werd gezien als een Amerikaans product, een kapitalistisch verschijnsel. Het socialisme stelde daar het socialistisch realisme tegenover. Stalin had ooit de stijl van Repin tot standaard verheven. Dit noodzaakte de socialistische schilder om zich vooral technisch te ontwikkelen. De jonge Tübke was daar één van.

Toen Tübke (1929-2004) eind jaren veertig aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig aan zijn opleiding begon, werd hij gekneed in het socialistisch realisme. Toch zou hij zich al snel onderscheiden van zijn medestudenten. Tübke greep terug op de stijl van de oude Duitse schilderkunst uit de eerste helft van de zestiende eeuw en dat paste niet in het plaatje van het socialistisch realisme. Uit onvrede met de rigide artistieke koers die men in Leipzig volgde, stapte hij over naar het Caspar David Friedrich Institut in Greifswald. Daar leerde hij ook de kunstgeschiedenis beter kennen.

Ik ben erg benieuwd naar de tentoonstelling in Zwolle. Als het een goede overzichtstentoonstelling is, dan zouden we de ontwikkeling van Werner Tübke vanaf de jaren vijftig moeten kunnen volgen. Kunnen we zien door welke schilders hij zich heeft laten beïnvloeden? In het panorama van Bad Frankenhausen grijpt Tübke letterlijk terug naar eerste helft van de zestiende eeuw. Het panorama beeldt namelijk de Slag bij Frankenhausen uit die plaatsvond op 15 mei 1525. Het was de beslissende slag in de Duitse Boerenoorlog. Het DDR regime zag deze oorlog als een voorafbeelding van de socialistische klassenstrijd. Tübke was deze opdracht op het lijf geschreven. Hij kon zich letterlijk uitleven in de stijl van zijn grote voorbeelden: Albrecht Dürer (1471-1528) en Matthias Grünewald (ca.1470-1528) die de Duitse Boerenoorlog (1524-1525) bewust hebben meegemaakt.

museumdefundatie.nl | Welgericht [ W&V ]

belleza di Bellini

aan het lezen in Nicolosia (2004) van Joost Divendal
Giovanni Bellini en zijn Venetiaanse model

NicolosiaNicolosia is een aanstekelijk verslag van een obsessie. Joost Divendal beschrijft zijn jarenlange zoektocht naar het model dat Giovanni Bellini (1430-1516), de vader van de Venetiaanse School, gebruikt heeft voor zijn madonna op het altaarstuk in de San Giobbe in Venetië. Bij Bellini is de breuk tussen de traditionele typos van de Moeder Gods op de Byzantijnse icoon en de Italiaanse madonna van vlees en bloed definitief geworden. De heilige maagd Maria zit bij Bellini nog altijd op een troon, meestal geflankeerd door heiligen en eventueel opdrachtgevers, maar is zoveel aardser dan de Byzantijnse Theotokos.

De aardsheid komt bij Bellini overigens niet uit de lucht vallen, maar krijgt wel iets definitiefs. Verschillende factoren spelen daar een rol bij: Bellini is een Venetiaan, hij schildert als Italiaan voor het eerst met olieverf (Antonella da Messina had deze vanuit Vlaanderen geïmporteerd en in 1475 naar Venetië gebracht) én hij werkt naar levend model. Vooral dat laatste is van doorslaggevend belang. De moeder Gods wordt in de Italiaanse schilderkunst van de late 15e eeuw een vrouw van vlees en bloed. Karl Marx zou opmerken dat de Moeder Gods bij Rembrandt een Hollandse boerenmeid is. Maar 150 jaar vóór Rembrandt was zij al een Italiaans meisje.

Divendal is geobsedeerd door de blik van de heilige maagd Maria op het altaarstuk in de San Giobbe, waarin hij het goddelijke en het menselijke ziet samengaan. Rond de intimiteit van deze blik trekt hij concentrische cirkels die uitdijen over de lagunestad. Soms ziet hij bij serveersters op de terrasjes of meisjes op de boten het sublieme en het banale onverwacht samenkomen. Nicolosia is te lezen als een ode aan het vrouwelijke en een loflied op de schoonheid.

Ik weet door het kijken uit ervaring dat kunst die verleidt tot blijven kijken, vrouwelijk is. Zij nodigt mij uit om op haar in en in haar op te gaan.
Bellini
de heilige maagd Maria op het altaarstuk van de San Giobbe door Giovanni Bellini (detail) “Ave virginei flos intemerae pudoris” (uit het Magnificat)
Natuurlijk ben ik meer gericht op de schoonheid van vrouwen dan van mannen. Dit is zo niet genetisch bepaald dan toch een kwestie van smaak. Hun fysieke soepelheid bepaalt mijn waarneming eerder dan de hoekigheid die mannen eigen is. Ik weet door het kijken uit ervaring dat kunst die verleidt tot blijven kijken, vrouwelijk is. Zij nodigt mij uit om op haar in en in haar op te gaan. Mannelijke kunst stoot af door haar zelfverzekerdheid, die de toeschouwer geen ruimte laat. Wanneer la belleza mijn uitnodigt en ik voor haar opensta, laat ik mij ontwapenen. En ik kijk.
 
uit: Nicolosia, uitgeverij Meulenhoff Amsterdam, 2004, blz. 96
Bellini
detail van de heiligen op het altaarstuk van de San Giobbe: Franciscus, Johannes de Doper, Job, Dominicus, Sebastiaan en Lodewijk van Toulouse
het altaarstuk van San Giobbe door Giovanni Bellini (ca.1487)
 
Dit altaarstuk is een voorbeeld van een sacra conversazione: een voorstelling waarbij in een in perspectief geschilderde ruimte een gesprek lijkt plaats te vinden tussen een Madonna met kind en een aantal heiligen uit verschillende tijdsperiodes. In dit geval zijn dat van links naar rechts: Franciscus, Johannes de Doper, Job, Dominicus, Sebastiaan en Lodewijk van Toulouse. Zowel Job als Sebastiaan zijn pestheiligen. Aan de voet van de troon van de Madonna zijn drie musicerende engelen te zien, die Bellini met grote precisie heeft geschilderd. Franciscus, die gekleed gaat in zijn traditionele bruine habijt en wiens stigmata duidelijk te zien zijn, nodigt de toeschouwer uit deel te nemen. Aan de rechterzijde valt met name Sebastiaan op die vrijwel naakt en in contrapposto is weergegeven.
 
Bellini creëerde evenwicht door aan de andere kant van Maria ook de oude Job ontkleed te schilderen. Dergelijke gedetailleerde afbeeldingen van het menselijk lichaam zijn typerend voor de hoogrenaissance. Op de mantel van Lodewijk van Toulouse is Job in miniatuur nogmaals afgebeeld, een eerbewijs aan de naamgever van de kerk. De figuren zijn geplaatst in een kapel met een cassetteplafond. Deze ruimte wordt afgesloten door een apsis met een gouden mozaïek, dat fonkelt in het licht en herinneringen oproept aan de Basiliek van San Marco. Op het mozaïek zijn zes engelen en de inscriptie Ave virginei flos intemerae pudoris te zien.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Max

vandaag precies 496 jaar geleden stierf Maximiliaan I van Oostenrijk

Na zijn huwelijk met Maria van Bourgondië in 1477 in Gent en haar vroegtijdige dood in 1482 werd keizer Maximiliaan I van Oostenrijk (1459-1519) de feitelijke machthebber van de Nederlanden. Zijn zoon Philips de Schone (1478-1506) trouwde Johanna van Castilië. Zo ontstond een machtig rijk dat zowel de Oostenrijkse en Bourgondische erflanden, Spanje en alle koloniale bezittingen in Zuid-Amerika omvatte. Karel V, zoon van Philips de Schone en kleinzoon van Maximiliaan, in 1500 in Gent geboren, werd de machtigste Habsburger uit de geschiedenis. Hij regeerde over een rijk “waar de zon nooit ondergaat”.

Maximiliaan
Portret van van Maximiliaan I van Oostenrijk door Albrecht Dürer. De keizer gaf in 1518 de opdracht voor dit portret maar Dürer voltooide het pas na zijn dood.

Keizer Maximiliaan I had voor zijn grafmonument de opdracht gegeven om 40 levensgrote bronzen standbeelden te laten gieten. Uiteindelijk zijn 28 figuren voltooid. Ik zag het enorme praalgraf in 1986 in de Hofkirche in Innsbruck. Het werd pas in 1572 voltooid, ruim een halve eeuw na de dood van Maximiliaan I.

graf Maximiliaan
vier van de 28 beelden rond het praalgraf van Maximiliaan I van Oostenrijk in de Hofkirche Innsbruck

Een soortgelijk praalgraf zag ik jaren later in de Frauenkirche in München. Het is de cenotaaf voor de in 1347 gestorven koning Lodewijk van Beieren door Hans Krumpper uit 1622. Overigens zijn beide grafmonumenten schijngraven want zowel Maximiliaan en Lodewijk liggen elders begraven.

Keizer Maximiliaan I [ nl.wikipedia.org ]

virgin queen

vrijdagavond gezien op Canvas: Elisabeth (1998)

Elisabeth IEngelse koningsdrama’s worden er genoeg gemaakt en zijn meestal van hoge kwaliteit. The Queen (2006) en The King’s Speech (2010) wonnen allebei oscars. Helen Mirren voor haar rol als Elisabeth II en Colin Firth voor zijn rol als George VI. Bovendien won The King’s Speech in 2011 de oscar voor de beste film. Maar ook Engelse historische drama’s die zich verder terug in de tijd afspelen, doen het goed. Verschillende periodes zijn daarbij favoriet: Victorian Era (1837-1901),
de Regency Era (1811-1820) en de Elizabethan Era (1858-1603). Je kunt gerust zeggen dat de koningin (Elisabeth I, Victoria, Elisabeth II) niet alleen de Engelse geschiedenis domineert, maar ook een bijzonder groot uithoudingsvermogen heeft.

Bekende historische drama’s van de laatste jaren zijn Shakespeare in love (1998), de The Young Victoria (2009) met Emily Blunt en natuurlijk ook de twee films over Elisabeth I met Cate Blanchett in de hoofdrol: Elisabeth (1998) en Elisabeth: The Golden Age (2007). Gisteren keek ik naar het eerste deel (1998) dat beter ontvangen is dan het vervolg (2007).

Elisabeth I
aan het einde van Elisabeth verschijnt de Engelse koningin zoals we haar kennen van de portretten die er van haar zijn overgeleverd: eerder een pop dan een vrouw van vlees en bloed. Dit maniëristische schilderij uit de tweede helft van de zestiende eeuw, lijkt wel geborduurd of een mozaïek van schelpjes.

Elisabeth is indrukwekkend kostuumdrama maar het is wel jammer dat scenarist Michael Hirst een loopje met de geschiedenis heeft genomen:

historische onjuistheden
De hofdame van Elizabeth, Kat Ashley, is in de film iemand van ongeveer dezelfde leeftijd als de koningin zelf. In werkelijkheid was zij veel ouder.
Bij Lord Burghley is het omgekeerde het geval, hij lijkt zeker een generatie ouder te zijn, maar was juist van ongeveer dezelfde leeftijd als Elizabeth.
Lord Sussex is in de film een van de verraders die daarvoor onthoofd wordt. In werkelijkheid was hij zijn hele leven een trouwe dienaar van de koningin.
Robert Dudley heeft ook geen verraad gepleegd, en bekeerde zich ook niet tot het katholicisme, hij werd juist steeds strikter in zijn protestantisme en kon later zelfs een puritein genoemd worden.
Bij het verhoor van Elizabeth wordt haar toegeworpen dat het geschil tussen het katholicisme en het protestantisme de oorzaak was van de dood van haar moeder, Anna Boleyn, dit is geenszins het geval, Anna werd ter dood veroordeeld wegens beschuldigingen van overspel, incest en hekserij.
Bisschop Gardiner leefde niet meer toen Elizabeth op de troon kwam, maar doet in deze film toch nog even mee.

Elisabeth [ imdb.com ]

maniërisme

Die Welt als Labyrinth (1957) van Gustav René Hocke
Malerei des Manierismus (1985) van Jacques Bousquet

ManierismusNa 1520 raakt de Renaissancistische schilderkunst uit balans. Het centraal perspectief dat ruimtelijke eenheid schept, de harmonie van vorm en kleur en het klassieke schoonheidsideaal worden op losse schroeven gezet. De eerste schilders die na de Hoog-Renaissance een nieuw mens- en wereldbeeld laten zien, zijn in 1494 geboren: Jacopo Pontormo en Rosso Fiorentino. Tegenwoordig worden ze tot het maniërisme gerekend. Zoals bij alle stijlperioden het geval is, zijn kunsthistorici verdeeld over de stijldefinitie en de periodisering van het maniërisme. In de negentiende eeuw zag men de schilderkunst tussen 1520 en 1620 als een periode van verval. Het maniërisme zat ingeklemd tussen twee bloeiperiodes in de westerse kunst: de Renaissance en de barok.

In de twintigste eeuw is er meer waardering gekomen voor het maniërisme. Dat heeft te maken met herkenning. Wanneer we een stijl opvatten als de uitdrukking van een bepaald levensgevoel dat een bepaalde periode beheerst, dan zijn er opvallende overeenkomsten tussen de zestiende eeuw en de twintigste eeuw. Beide eeuwen hadden in het eerste kwart een duidelijk keerpunt. In 1525 werd Rome geplunderd door de troepen van Karel V. Het trotse zelfbewustzijn van de Renaissance liep een enorme deuk op. Er brak een onzekere tijd aan die getekend was door godsdienstoorlogen. Ook de twintigste eeuw begon met het instorten van de oude wereldorde. De Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan het vooruitgangsgeloof dat sinds de Verlichting de Europese beschaving tot ongekende hoogte had voortgestuwd. Na 1918 brak er een nieuwe tijd aan, waarin de loopgravenoorlog verwerkt moest worden.

Dit afgrondelijke, dat ieder mens in zichzelf kan vinden, de angst voor het onbekende, de vervreemding en de eenzaamheid zijn tegelijkertijd grondthema’s van het existentialisme.

Het expressionisme, dadaïsme en surrealisme zijn verwant aan het maniërisme van de zestiende eeuw. Deze kunstenaars hebben een voorliefde voor het afgrondelijke. Dit afgrondelijke, dat ieder mens in zichzelf kan vinden, de angst voor het onbekende, de vervreemding en de eenzaamheid zijn tegelijkertijd grondthema’s van het existentialisme dat net als het surrealisme ook in de jaren twintig ontstaan is. Dit levensgevoel, dat men in de zestiende eeuw “saturnisch” of “melancholisch” noemde, is van alle tijden. Gustav René Hocke rekt het begrip maniërisme zover op dat bij hem de geest van het maniërisme door alle tijdperken waait. De romantici uit het begin van de negentiende eeuw waren voor hem dus ook maniëristisch.

Malerei des ManierismusJacques Bousquet geeft in de inleiding van Malerei des Manierismus een klein overzicht van verschillende opvattingen in gezaghebbende studies over het maniërisme. De eerste positieve waardering is van Max DvoÃ…â„¢ák in Kunstgeschichte als Geistesgeschichte (1924). Hij erkende als eerste kunsthistoricus de parallel tussen zijn eigen tijd en de tijd van het maniërisme. Curtis, Hoffmann en Friedländer definiëren het maniërisme als “anti-classicisme”. Heinrich Wölfflin analyseerde in 1888 de kunst van de Renaissance en de barok op stijlkenmerken. Op het maniërisme, dat ertussen ligt, kun je ook een analyse loslaten.

enkele karakteristieken van het maniërisme (Bousquet)

  • uitgesproken harde contouren en gladde vormen
  • voorliefde voor geometrische figuren
  • deformatie: uitgerekte figuren en ongewone perspectieven
  • “figura serpentina”, onnatuurlijke houdingen en gebaren
  • harde, koele kleuren
  • atmosferische stemmingen

 

Maniërisme [ nl.wikipedia.org ] | Maniërisme [ artcyclopedia.com ]

het lijden volgens Brueghel

gezien op DVD: The Mill and the Cross (2011)
en The Making of The Mill and the Cross

Mill and the CrossThe Mill and the Cross is een poëtische en metafysische film die aan de hand van het schilderij De Kruisdraging uit 1564 van Pieter Brueghel het laat-Middeleeuwse wereldbeeld inzichtelijk maakt. Om door de oppervlakte van het schilderij steeds verder in de symboliek door te kunnen dringen, moet de film beslist meerdere malen gezien worden. De schilder Breughel blijkt dan niet alleen een historische figuur, maar representeert ook het archetype van de magiër die een een-tweetje maakt met de tijd. De tijd wordt voorgesteld als een molenaar. Als Zeus op de Olympus kijkt hij neer op de wereld onder hem en houdt hij het lot van de stervelingen in zijn handen door het wiel van de tijd draaiende te houden. De raderen in de buik van de molen zijn een weerspiegeling van de kosmos. Volgens kunstkenner Michael Gibson was Brueghel zich bewust van zijn macht als schilder om de tijd stil te zetten. In dat bevroren moment wil hij ons de betekenis van het lijden laten zien.

Voor deze penetrerende en schouwende blik in de wereld had men in Vlaanderen in de vijftiende eeuw de landschapsschilderkunst “uitgevonden”. In de late Middeleeuwen vormde het landschap altijd het decor van het Grote Verhaal van het christendom. Wanneer een schilder een landschap wilde schilderen, werd hij geacht daar altijd een Vlucht naar Egypte, een Offer van Abraham, een Kruisiging of andere Bijbelse scene in onder te brengen. Dat hoefde overigens niet altijd op de voorgrond. Bij de Joachim Patinir (ca. 1480-1524) en Herri met de Bles (1500/10- na 1555) moeten we vaak even zoeken om een verscholen Hieronymus of Anthonius te ontdekken.

Joachim Patinir
Joachim Patinir de vlucht van de heilige familie naar Egypte (eerste kwart van de zestiende eeuw)

Maar in de zestiende eeuw ontwikkelt het landschap zich tot een zelfstandig genre in de schilderkunst. Onder invloed van de ontdekkingsreizen ontstaat er een type dat we wereldlandschap noemen. In het wereldlandschap ligt de horizon meestal hoog in het beeld, zodat we de wijde wereld kunnen overzien. Het wereldlandschap is een opsomming van elementen die we met elkaar “wereld” noemen: een ommuurde stad, een oceaan, een boerenhoeve, bergen, bossen, weiden vaak met verschillende type luchten. We zien ook de bewoners van deze wereld: meestal boeren en hun vee, vogels en soms een zeemonster. Al die elementen waren voor de laat-Middeleeuwse mens met betekenis geladen.

Pieter Brueghel de Oude leefde vlak vóór de Copernicaanse omwenteling van het wereldbeeld.

Pieter Brueghel de Oude leefde vlak vóór de Copernicaanse omwenteling van het wereldbeeld. Bij het wereldbeeld van Copernicus denken we in de eerste plaats aan de omkering van de aarde met de zon: de zon draait niet om de aarde, maar de aarde draait om de zon. Maar de ontdekking van Copernicus staat ook voor een geestelijke omwenteling, namelijk de overgang van een theocentrisch naar een humanistisch en wetenschappelijk wereldbeeld. In het licht van deze omwenteling, die in Brueghel‘s tijd (1525-1669) volop aan de gang was, moeten we Brueghel‘s landschappen proberen te verstaan.

Breughel
Pieter Brueghel de Oude
De Kruisdraging 1564

De Kruisdraging is een wereldlandschap vol symboliek. Dat zien we onmiddellijk in de compositie. De voorstelling wordt geflankeerd door een bloeiende boom en een welvarende stad aan de linkerzijde en aan de rechterzijde een paal met een rad en daar onder een schedel. We kennen deze indeling uit de drieluiken van Jeroen Bosch. Links het Paradijs, rechts de hel.

De bloeiende boom en de kale paal met het rad symboliseren bij Breughel leven en dood. In het midden van de compositie torent een onwaarschijnlijke rots met bovenop een molen boven alles uit. De molenaar is voor Brueghel een plaatsvervanger van God, omdat deze meester is over de tijd en dus beschikt over het lot van de stervelingen.

BrueghelVolgens Gibsons en Majewski beschouwde Pieter Brueghel de Oude zijn schilderij als een web waarin hij onze blik wil vangen. Het centrum van dat “web” dat in De Kruisdraging gesponnen is, is echter niet de molen bovenop de rots, maar het kruis van Christus. Hij wordt als het graan vermalen door de molenwieken.

Eigenlijk had deze film ook The Wheel and the Cross kunnen heten. Behalve de raderen van de molen, zie we het rad ook als martelinstrument en als symbool van het noodlot dat gesymboliseerd wordt door de man met het rad. Niet toevallig zijn het kruis en het wiel de symbolen van het christendom en het boeddhisme. In hun interpretatie van de Kruisdraging van Brueghel lijken Gibsons en Majewski het christendom en boeddhisme bij elkaar te willen brengen. De symboliek van het levenschenkende Brood is uiteraard christelijk. Maar de kringloop van het graan (vlees) dat tot meel (stof) vermalen wordt en uiteindelijk als brood weer terugkeert naar het vlees, verwijst naar reïncarnatie.

Natuurlijk is het idee van een kosmische kringloop niet aan het boeddhisme voorbehouden. De meeste natuurreligies draaien mee met een kosmische kringloop van leven en dood naar nieuw leven. Maar het rad als symbool van de tijd zien we alleen in het hindoeïsme en boeddhisme terug. Alles wat geboren wordt, moet onverbiddelijk lijden en sterven. Aan het verpletterende wiel van de tijd zijn we allemaal uitgeleverd. Het noodlot houdt het leven in zijn web gevangen. Maar waar het boeddhisme gelooft in een weg van zelfverlossing, waarbij de ziel tenslotte wordt uitgeblust (nirvana), gelooft het christendom in verlossing van de ziel door Jezus Christus.

Brueghel confronteert ons met het lijden van Vlaanderen anno 1564 en het universele lijden van de wereld, vertegenwoordigd door de kruisdragende Christus.

De interpretatie van Gibsons en Majewski richt zich meer op het kosmische drama van het lijden dan op verlossing uit het lijden. Daardoor blijft The Mill and the Cross tenslotte een sombere film die veelzeggend eindigt bij de cirkel van de dood: het volk danst in een grote kring en loopt als piassen de wereld in (of uit?). Voor de Opstanding van Christus is geen plaats. Deze uitzichtloosheid van wereldse dwaasheid en lijden weerspiegelt de situatie in Vlaanderen omstreeks 1564. Spaanse huurlingen terroriseerden de boerenbevolking.

Door de kruisdraging van Christus kon Brueghel’s opdrachtgever De Jonckheere zich identificeren met het lijden van zijn tijdgenoten. We zien een wereld zonder hoop, draaiend rond een demonische totem. De enige macht is de schijnbare macht van de schilder om de tijd stil te zetten. Brueghel confronteert ons met het lijden van Vlaanderen anno 1564 en het universele lijden van de wereld, vertegenwoordigd door de kruisdragende Christus.

Twee jaar nadat Brueghel zijn tijd stil zette, trok de Beeldenstorm over de Lage Landen. De Opstanding van Christus was in 1566 voor het volk een zoethoudertje van de clerus geworden. De onderdrukte bevolking wierp het kruis van zich af en kwam zélf in opstand. Er volgde een orgie van volkswoede, die zich in de eerste plaats richtte tegen de schatrijke Rooms-katholieke Kerk. De alarmerende situatie die daardoor ontstond, noodzaakte Philips II om “de ijzeren hertog” Alva naar Vlaanderen te sturen. Het lijden werd veel groter.

Uiteindelijk werd uit de opstand tegen de Spaanse furie de Republiek der Verenigde Nederlanden geboren. Het volk had zich onder een alternatief en protesterend christelijk geloof vrijgevochten van de tirannie. Geen Opstanding van Christus, maar opstand van het volk…

themillandthecross.com | storyboard

Weltgericht

Bauernkriegspanorama van Werner Tübke in Bad Frankenhausen

Werner TübkeNeo Rauch, een van de kopstukken van de Neue Leipziger Schule, heeft in de hedendaagse schilderkunst inmiddels de status van superstar bereikt. Zijn plaatsgenoot Werner Tübke (1929-2004) is veel minder bekend. Sinds 1965 doceerde hij aan de Leipziger Kunsthochschule en van 1973 tot 1976 was hij rector van de Leipziger Hochschule für Graphik und Buchkunst. Het Bauernkriegspanorama (Frühbürgerliche Revolution in Deutschland), zijn bekendste werk, is te zien in het panoramamuseum van Bad Frankenhausen. Werner Tübke maakte het in opdracht van het Ministerie van Cultuur van de voormalige DDR tussen 1976 en 1987. Oppervlakkig gezien is het werk megalomane staatspropaganda: een schilderij zonder begin, einde en midden, 123 meter in het rond en 14 meter de hoogte in. Maar als je beter kijkt, zie je dat het werk juist niet in dienst staat van de socialistische heilstaat, maar een somber wereldbeeld predikt.

Weltgeschichte vollzieht sich
als Weltgericht.

Eduard Beaucamp (in FAZ)

Bauernkriegspanorama
Bauernkriegspanorama (detail)
image credits: panorama-museum.de

In 1975 herdacht men in de DDR de boerenoorlog (1524-1525) die toen 450 jaar geleden had plaatsgevonden. Voor de socialistische heilstaat was de opstand van de boeren tegenover het feodale gezag onder de bezielende leiding van Thomas Müntzer een voorafbeelding van de socialistische revolutie. In Müntzer zag men in de DDR een voorloper van Karl Marx, Rosa Luxemburg en Lenin. Iedere DDR-burger wist hoe hij eruit zag, want vanaf 1975 stond hij op het biljet van vijf Mark.

5 Mark DDR
Thomas Müntzer op 5 DDR Mark

In 1524 sloegen in Schwaben de brandhaarden van verzet over naar andere delen van Duitsland en al snel woedde er een verschrikkelijke boerenoorlog waarbij kloosters, kerken en kastelen geplunderd en gebrandschat werden. Uiteindelijk zou op 15 mei 1525 op de Frankenberg in Thüringen de strijd beslist worden. Müntzer en zijn boeren waren omsingeld door een grote overmacht, voornamelijk huurlingen in dienst van rijksgroten. Kerkhervormer Luther die niet wilde dat zijn leer voor politieke doeleinden misbruikt werd, koos partij voor het wereldlijk gezag tegen de boeren. Een christen moest de overheid dienen en zijn kruis dragen, vond hij. De boeren werden op de Frankenberg verpletterend verslagen en Thomas Müntzer werd gevangen genomen, gemarteld en tenslotte onthoofd. Daarmee was hij voor de DDR een proto-martelaar van de revolutie geworden. In 1972 schreef de staat een opdracht uit om een kunstwerk te maken ter herdenking van Thomas Müntzer en de Bauernkrieg. De Thüringse kunstenaar Werner Tübke, rector van de Leipziger Hochschule für Graphik und Buchkunst, mocht de klus gaan klaren.

Bauernkriegspanorama
Bauernkriegspanorama (detail)
image credits: panorama-museum.de

In 1976 beëindigde Tübke zijn baan als rector en begon hij aan zijn levenswerk. Hij had de opdracht aangenomen op voorwaarde dat hij de grootst mogelijke artistieke vrijheid zou krijgen. Het zou geen traditionele historieschildering worden, waarbij de historische gebeurtenissen worden weergegeven “wie es eigentlich gewesen ist”. Tübke had een Teatrum Mundi (een wereldtoneel) voor ogen en greep terug naar Jeroen Bosch met zijn allegorische landschappen. Vaktechnisch baseerde hij zich op Albrecht Dürer en Lucas Cranach de Oudere. Eerst maakte hij een uitgebreide studie van de kunst uit het eerste kwart van de zestiende eeuw en daarna begon hij de immense voorstelling te componeren. Uiteindelijk presenteerde hij zeven jaar later een model aan het politbureau. Nadat zijn werk was goedgekeurd begon men in 1983 aan het eigenlijk werk. Een groep van vijftien schilders en kunststudenten was een jaar lang getraind om Tübke‘s stijl eigen te maken en daaruit koos Tübke er tenslotte vijf (o.a. Eberhard Lenk) met wie hij de 1722 vierkante meter zou gaan schilderen. Zelf zou hij tweemaal zijn werk moeten onderbreken omdat zijn duimspier was gescheurd.

Bauernkriegspanorama
Bauernkriegspanorama (detail)
image credits: panorama-museum.de

Tenslotte werd in september 1987 het panorama voltooid. Twee jaar later, ter gelegenheid van de vijfhonderdste geboortedag van Thomas Müntzer werd het panoramamuseum geopend door de vrouw van Erich Honnecker (Honnecker zelf lag doodziek op bed). Het was 14 september 1989. Een paar weken later viel de muur…

Bauernkriegspanorama
Bauernkriegspanorama (detail)
image credits: panorama-museum.de

Frühbürgerliche Revolution in Deutschland heeft tegenwoordig verschillende interpretaties gekregen. Opvallend is dat deze loodrecht op de officiële visie van de DDR staan. Werner Tübke heeft niet het ochtendgloren van de socialistische heilstaat geschilderd, maar geeft juist een apocalyptisch beeld op de wereldgeschiedenis. Die ewige Wiederkehr des Gleichen. Zoals Thomas Müntzer zijn vrederijk op aarde op de Frankenberg ten onder zag gaan, zo zag Tübke dat ook de DDR geen eeuwige heilstaat was.

Bauernkriegspanorama
Bauernkriegspanorama (detail)
image credits: panorama-museum.de
Das thüringische Bauernkriegspanorama (1976 bis 1987) ist keine didaktische Großillustration, sondern eine historische Parabel menschlicher Irrungen und Wirrungen mit Durchblick auf gesellschaftliche Unruhen, Umbrüche und Glaubenskämpfe der Moderne, auf eine Welt nicht im Aufbruch, sondern im Taumel einer Spätzeit: Weltgeschichte vollzieht sich als Weltgericht. All diesen Auftragsbildern liegt ein tiefer Dissens zum ideologischen DDR-Parteiprogramm zugrunde. Mit der „Erbe“-Debatte ließen sich die Projekte bemänteln und rechtfertigen. In fast allen seinen „Historienbildern“ hat Tübke seine skeptische, ja geschichtspessimistische Anschauung und nicht das Fortschritts-Wunschbild der DDR entfaltet – die Auffassung von einer Wiederkehr des Gleichen, das aber niemals das Gleiche ist.“
 
Bron: Eduard Beaucamp in : FAZ 29. Mai, 2004
Briefmarken 1989
DDR postzegels uit 1989 ter gelegenheid van Müntzer’s 500e geboortedag

panorama-museum.de | Bauernkriegspanorama [ de.wikipedia.org ]