Categorie archief: film

the time, the place, the motion

gezien zaterdagmiddag op Een: Grease (1978)
en zondagmiddag op Een: Swing Time (1936)

De Belgische zender Een zond dit weekend twee dansklassiekers uit. De eerste van 36 jaar geleden kan ik mij nog goed herinneren, de laatste van 78 jaar geleden was ver voor mijn tijd. Toch is Swing Time (1936) nog altijd een hele gave film. Samen met Grease (1978) staat deze vermeld in 1001 films die je gezien moet hebben, het naslagwerk dat wij bij de televisie hebben liggen.

de geniale act Bojangles of Harlem van Fred Astaire uit Swing Time met het nummer Turn the Beat around van Vicky Sue Robertson uit 1976

Bill “Bojangles” Robinson (1878-1949) was an American tap dancer and actor, the best known and most highly paid African American entertainer in the first half of the twentieth century. His long career mirrored changes in American entertainment tastes and technology, starting in the age of minstrel shows, moving to vaudeville, Broadway, the recording industry, Hollywood radio, and television.
Bron: en.wikipedia.org

Swing Time [ imdb.com ] | Grease [ imdb.com ]

Faust als prima ballerina

Donderdag gezien op Net 5: Black Swan (2010)

black swanDe mens die zijn ziel aan de duivel verkoopt, is een terugkerend thema in de literatuur, het theater en de film. Een indringende variatie op het Faust-thema is The Devil’s advocate (1997), waarin Al Pacino de duivel speelt en Keanu Reeves de jonge advocaat die zich door zijn ambities laat verstrikken in het web van het kwaad. In The Godfather speelde Al Pacino de rol van Michael Corleone, de zoon die door zijn eergevoel de corruptie van zijn vader niet afwees maar navolgde.

Meestal zijn het in de literatuur de mannen die door het kwaad verleid worden. Sommigen door hun geldingsdrang, anderen uit angst, maar de meesten uit ijdelheid. Want, zo zegt de duivel in The Devil’s advocate: “Vanity is definitely my favorite sin. Self-love, the all-natural opiate.”

Black Swan is het verhaal van een jonge perfectionistische balletdanseres. Ze is begin twintig maar nog altijd het kleine meisje van haar moeder. Net als bij een topsporter, wordt haar wereld beheerst door haar ambitie. Alles is ondergeschikt aan haar perfectionisme. Wanneer ze op een dag de kans krijgt de hoofdrol te dansen in een nieuwe interpretatie van het Zwanenmeer van Tsjaikowsky, doet ze alles om deze rol te bemachtigen.

Vanity is definitely my favorite sin. Self-love, the all-natural opiate.

The devil’s advocate (1997)

Maar de regisseur heeft zijn bedenkingen. Voor de witte zwaan is ze inderdaad de perfecte keuze, maar de hoofdrol in het Zwanenmeer is een dubbelrol. Ze moet ook de zwarte zwaan kunnen dansen. En daar is ze te onbedorven voor. Nathalie Portman, die met haar zwanenhals en elegantie nogal doet denken aan Audrey Hepburn, heeft het imago van een fee en niet van een vamp. De regisseur wil dat ze zich inleeft in de rol van de zwarte zwaan. Hij geeft haar de bedenkelijke raad haar wellustige kant te ontdekken en te exploiteren.

De ambitieuze balletdanseres toont zich net als Faust bereid haar ziel te verliezen voor dat ene doel. Achter haar blanke imago, verschuilt zich een torenhoge ambitie en hoogmoed. Het ideale handvat voor het kwaad.

Black Swan [ imdb.com ]

de schilder als set decorator

oriëntalisme in Cabiria (1913) en Intolerance (1916)

Binnen de schilderkunst is de zogenaamde historieschilderkunst hét genre om verhalen te vertellen. In de negentiende eeuw waren deze verhalen meestal nationale mythen en de historieschilderkunst was min of meer een vehikel van het nationalisme geworden. De schilderijen hadden reusachtige afmetingen en waren, net als een billboard met het portret van een dictator, bedoeld om te imponeren. Naast het verspreiden van propaganda kreeg de historieschilderkunst in de tweede helft van de negentiende eeuw nog een andere functie. De westerse wereld was door de industriële revolutie en de technische vooruitgang onttoverd geraakt en er was een sterke behoefte aan vervoering. Binnen de historieschilderkunst ontstond een subgenre: het oriëntalisme. Deze moest de westerse toeschouwer onderdompelen in een betoverende oosterse fantasiewereld. Je zou de oriëntalistische historieschilderkunst als een voorbode kunnen zien van het fenomeen film.

Edwin Long
Edwin Long 1875
The Babylonian Marriage Market
Je zou de oriëntalistische historieschilderkunst als een voorbode kunnen zien van het fenomeen film.

Al eerder liet ik zien hoe filmmakers zich door schilderijen lieten inspireren. Nu ontdekte ik op de website theredlist.com de afdeling set design. Een van de meest legendarische filmsets is die van Intolerance – Love’s Struggle Throughout the Ages van D.W.Griffith uit 1916. Deze overtrof de set van de Italiaanse film Cabiria van Giovanni Pastrone uit 1913.

Intolerance
The Babylonian Marriage Market zoals deze in Intolerance naar het medium film “vertaald” werd

Zowel Pastrone als Griffith gebruikte historische schilderijen voor de mis en scene. In Cabiria komt een scene met Archimedes rechtstreeks van een schilderij van Niccolò Barabino. Voor een van de verhalen van Intolerance liet Griffith zelfs een hele set inrichten om een tableau vivant te maken van een oriëntalistisch schilderij.

Edwin Long
Edwin Long 1875
The Babylonian Marriage Market (detail)

The Babylonian Marriage Market uit 1875 werd door Grffith’s set decorators tamelijk precies nagebouwd. Het schilderij van Edwin Long komt nu tot leven. Oriëntalisme uit de schilderkunst lijkt naadloos over te lopen in het oriëntalisme van de film.

Edwin Long
Edwin Long 1875
The Babylonian Marriage Market (detail)

The Babylonian Marriage Market is an 1875 painting by the British painter Edwin Long of young women being auctioned into marriage. It received attention for its provocative depiction of women being sold and its attention to historical detail. It was inspired by a passage in the Histories by Herodotus, and the artist painstakingly copied some of the images from Assyrian artifacts.

Cabiria [ W&V ]

Le voyage extraordinaire

gezien op TV 5: Le voyage extraordinaire documentaire over Méliès (2011)

L'Arrivée d'un train 1895De allereerste films werden gemaakt in Frankrijk en duurden meestal niet langer dan één minuut. “Levende beelden” is een betere benaming want de eerste films waren eigenlijk bewegende foto’s die als kermisattractie vertoond werden. Er was meestal geen verhaal. Alleen de kracht van de illusie, was sterk (en nieuw!) genoeg om de toeschouwer iets sensationeels te bieden. De reactie van het publiek in 1895 op L’Arrivée d’un train en gare de La Ciotat van de gebroeders Lumière is legendarisch geworden. Toeschouwers zouden in paniek zijn geraakt omdat ze dachten dat de trein de zaal in kwam gereden.

We zijn tegenwoordig zo afgestompt door het bombardement van beelden, dat we niet meer zien dat fotografie en film eigenlijk tovenarij zijn.

Ik kijk graag terug naar de eerste films en naar de eerste foto’s. We zijn tegenwoordig zo afgestompt door het bombardement van beelden, dat we niet meer zien dat fotografie en film eigenlijk tovenarij zijn. De eerste projectoren heetten niet voor niets toverlantaarns. Wanneer je wel eens zelf een foto ontwikkeld hebt in de doka, ken je de ervaring van het beeld dat in het ontwikkelbad op het witte papier tevoorschijn komt. In de kraamkamer van de fotografie voel je iets van het magische van foto-grafie die in de grond een “verschijning” is, een beeld “geschreven” met licht. Deze ervaring is helemaal weggesleten doordat ons netvlies elke dag gebombardeerd wordt foto’s en filmbeelden. Ze zijn op hetzelfde niveau gekomen als alle andere visuele prikkels.

Net als in de geschiedenis van de schilderkunst zie je bij fotografie en film ook een ontwikkeling die in het collectieve bewustzijn verwerkt wordt. Wanneer filmmakers verhalen gaan vertellen in het nieuwe medium ontstaat er een filmtaal en het publiek leert deze te interpreteren. We zijn nu zo vertrouwd met een flash back dat we daar niet eens meer over na hoeven te denken. Als we er wél bij stilstaan, realiseren we ons hoe magisch het medium film is. Het is in staat de tijd in te dikken, om te buigen en terug te spoelen. Film geeft de illusie dat we meester over de tijd zijn. Edgar Reitz, de schrijver en regisseur van Heimat, stelt dat film geen tijdverdrijf is, maar tijdwinst. De grammatica van de film heeft zich in de eerste decennia van de film ontwikkeld en is opgenomen in ons collectieve bewustzijn. De prijs voor conditionering aan een medium is dat de oorspronkelijke verwondering afslijt.

Un homme de têtes 1898
still uit Un homme de têtes 1898
van Georges Méliès
Is het mogelijk om een schilderij uit 1600, een foto uit 1850 of een film uit 1910 te zien zoals de mensen het toen zagen?

Door terug te gaan in de geschiedenis kunnen we een omgekeerde beweging uitproberen: het oude weer nieuw laten worden. Is het mogelijk om een schilderij uit 1600, een foto uit 1850 of een film uit 1910 te zien zoals de mensen het toen zagen? Kunnen we de conditionering tijdelijk tussen haakjes zetten en het nieuwe, de betovering, opnieuw ervaren. Ik denk het wel, al hebben we door onze plaats in de geschiedenis een definitief ander bewustzijn gekregen dan iemand uit 1850. Maar het bewustzijn van onze voorouders is gedeeltelijk te achterhalen…

We staan op de hoogste trede in de geschiedenis en zien letterlijk veel meer verleden dan onze voorouders. Maar we blijven intussen wel dwergen die op de schouders van reuzen staan. We kunnen ons oefenen om op de grond, in het hier en nu, te gaan staan zodat we op kunnen kijken naar die reuzen. Het zou dwaas zijn om op het verleden en op de traditie neer te kijken, als iets dat achter ons ligt en dat we overtroffen hebben.

L’homme a la tête en caoutchouc 1901
Bij Méliès zien we een analoog knutselplezier dat door CGI achterhaald is, maar waar het hart van opspringt.

Bepaalde ervaringen, die onze voorouders (of wijzelf als kind) nog hadden, lijken nu te zijn verdwenen. We zijn gewend aan het digitale leven maar hebben ons daarmee ook verbonden met een snelheid en hoeveelheid die ver boven de menselijke maat ligt. Vroeger kon ik tien of twintig nummers op een cassettebandje opnemen. Wilde ik een nummer luisteren, dan moest er eerst gespoeld worden. Nu heb je een paar duizend nummers op een USB-stick die direct toegankelijk zijn. Maar kunnen we al die nummers ooit beluisteren, laat staan dat we er een relatie mee aan kunnen gaan?

Wat voor muziek geldt, geldt voor beelden misschien nog veel meer. Zijn we nog in staat om “langzaam” te kijken met al die illusies die de hele dag op ons afkomen via internet, televisie, kranten en tijdschriften, reclameborden, enz.? Voor aandachtige visuele waarneming hebben we vaak geen geduld meer, omdat we opgejaagd worden door de ontelbare beelden om ons heen.

Le Voyage dans la Lune 1902
still uit Le Voyage dans la Lune 1902
van Georges Méliès

Nu zijn er verschillende manieren om even te ontsnappen aan de maalstroom van beelden. Meditatie is een prima weg. Maar we kunnen ook actief mediteren, een weg die Descartes aanprijst. Oude schilderijen, foto’s en films zijn heel geschikt om aandacht te bundelen en tegelijkertijd een tijdreis en bewustzijnsreis te maken. Un voyage extraordinaire.

Le voyage extraordinaire [ trailer ]

kauwboy

gezien op Nederland 3: Kauwboy van Boudewijn Koole (2012)

kauwboyNet als regisseur Boudewijn Koole en ontelbare andere jongens had ik vroeger een tamme kauw. Meer dan eens. Het begon in 1976 met Kareltje. Eigenlijk was die van mijn broer. In september 1977 vloog Kareltje weg. We waren ontroostbaar. Omdat hij niet terugkwam, besloot ik het jaar daarop een nieuw kauwenjong op te voeden. Die vond ik bij de boswachter van kasteel Renswoude, die heel toepasselijk Van der Kaa heette. Waarschijnlijk woont deze boswachtersfamilie al generaties lang onder de hoge bomen op het landgoed waar het bij flinke windvlagen in het voorjaar jonge kauwen regent. In 1978 kwam Karel II, daarna volgde Karel III.

kauwboy
als kauwboy in 1978 met Karel II

Vele jaren later, in 1995, in een vlaag van nostalgie, besloot ik drie kauwtjes tegelijk tam te maken. Weer klopte ik aan bij de familie Van der Kaa, hofleverancier van kauwen op het landgoed van kasteel Renswoude. Toen de kauwtjes startklaar waren, deden ze het meteen erg goed. Ze vlogen hun rondjes door, over en om het huis en zakten na elke vlucht telkens voldaan op mijn schouders door de poten.

Kauwen uit onze buurt hadden de drie vreemde vogels bij de vijand op de schouder zien zitten en deden vanaf dat moment alles om de drie afvalligen weer op het rechte pad te brengen. De wilde kauwtjes scheerden, soms met stukjes brood in de snavel, rakelings langs het balkon waar mijn drie adoptiekauwtjes hun residentie hadden. Moeder natuur bleek harder te kunnen trekken dan de adoptievader. Ik had er vrede mee.

kareltjeTijdens het kijken naar kauwboy, een ontroerende maar ook tamelijk heftige jeugdfilm over dood en verlies, moest ik vooral aan Karel I denken, die in 1977 was weggevlogen. Mijn eerste confrontatie met verlating. Het kwam allemaal goed, net als in de film. In 2000 kwam vanuit Duitsland de grote liefde aangevlogen. Haar achternaam? Dohle.
 

Sporen van de dood – Boudewijn Koole over kauwboy [ filmkrant.nl ]
Kauwen in de spiegel [ achillescools.be ]